Wie het laatst lacht is een eland

Naar catalogus
De lachende eland

Dit komt van de achterflap:
Sten Treland (Oslo, 1973) groeide op in Oslo, woonde een tijdje in Amsterdam en Antwerpen. De voormalige kok verhuisde naar Italië, waar hij in 2005 tot drie maanden cel veroordeeld werd. De lachende eland is al in het Nederlands vertaald nog voordat het boek in Noorwegen in de rekken ligt…Ongezien.

Met die informatie ben ik dit uiterst vermakelijke boek beginnen te lezen. Het is vertaald door een Vlaamse dacht ik nog, zo lekker sappig spat het hier en daar van de pagina’s.

In Oslo verongelukt een bus met heel veel Vlamingen aan boord. Een ongeluk zeggen de autoriteiten. Er is meer aan de hand zegt de eigenwijze onderzoekleidster Kjerstin Andersen. Dat denkt de gesjeesde Vlaamse journalist Ruben de Jongh ook. Ze treffen elkaar en ontdekken samen steeds meer eigenaardige toevalligheden.

De lachende eland leest als een trein, heeft een lekker plot, leuke personages, humor en is daarmee een tamelijk vreemde eend in de bijt als je het over Scandinavische thrillers hebt. Maar, en daarmee komt de aap uit de mouw of de eland uit het bos, Sten Treland is helemaal niet in 1973 in Oslo geboren en heeft niet in de bak gezeten. Sten Treland is het pseudoniem van auteur en ex-oplichter Stan Lauryssens (67) en recensent Joost Houtman (37). Twee Vlamingen dus, die mij bij mijn elandpoot hadden, maar de lol is ze gegund want er valt veel te genieten in deze thriller.
Lauryssens is naar eigen zeggen nog nooit in Noorwegen geweest. Houtman, een keertje om Jo Nesbø te interviewen. Hij bleef een lang weekend en heeft alle locaties waar hij geweest is in het boek gebruikt. “Vertaalster” Kate Feidisen verdient een pluim, zij zal de oorsponkelijke titel Den leende elg wel vertaald hebben.

Advertenties

De droom van Zuckerberg?

De Cirkel
Naar de catalogus

Facebook is nog maar voor 1% af, is een uitspraak van Mark Zuckerberg, de grote man van Facebook.
Je vraagt je na lezing van het geweldige boek van Dave Eggers of de resterende 99% er zo uit ziet in de dromen van Zuckerberg. Dat maakt De Cirkel tot een zeldzaam verontrustend boek.

De Cirkel is een megalomaan internetbedrijf met een grote campus waar de slimste koppen werken, die allemaal even blij en positief zijn en zich uitverkoren voelen om bij dit geweldige bedrijf te werken. Je krijgt al snel de indruk dat je terechtgekomen bent in een bedrijfsmatige sekte.

De 26 jarige Mae wordt op voorspraak van haar studievriendin Annie aangenomen bij het bedrijf, waar ze snel omarmd wordt en ze zich ontwikkelt tot een van de belangrijkste newbies. Haar ideeën passen naadloos in de bedrijfsfilosofie. Het bedrijf streeft naar De Voltooiing, het moment waarop de C van de De Cirkel gesloten kan worden, wat symbool staat voor de volledige uitwisseling van bestanden tussen overheid en bedrijf en De Cirkel alles van iedereen weet.

Met de eerste senator die een cameraatje omhangt, waardoor je haar de hele dag live kunt volgen via het internet, begint een nieuwe fase. Transparantie is het toverwoord. Als je dit niet wilt heb je iets te verbergen als politicus, is het mechanisme hierachter en al snel loopt elke politicus met zo’n ding om. De politici die weigeren verdwijnen al snel van het toneel doordat er kinderporno of wat dan ook op hun computer is gevonden.

Het lijkt misschien overdreven, maar als je dit interview leest met Facebook Directeur Benelux Arno Lubrun, begint dit behoorlijk dichtbij te komen. Hij heeft het over de samenwerking met lokale overheden en wil graag dat je paspoort gekoppeld wordt aan je Facebook-account.

Even wat citaten uit het interview in De Volkskrant die zo uit De Cirkel afkomstig konden zijn:

We proberen bedrijven te helpen om Facebook in te zetten. Ook werken we veel samen met lokale overheden. We zitten in een veranderende wereld en de wetten moeten deze verandering zo goed mogelijk ondersteunen.

Het is belangrijk voor Facebook dat mensen zijn wie ze zeggen dat ze zijn. Dan zijn mensen bewuster over hun communicatie en worden sociale omgangsvormen beter gehanteerd. Facebook zou mensen het liefst om hun paspoort willen vragen als ze hun gegevens zijn verloren en moeten bewijzen wie ze zijn, of op een andere manier in samenwerking met de overheid de identiteit van de leden controleren.

Het boek van Dave Eggers is naast een heel belangrijk boek, een heel goed boek omdat het zo verrekte aannemelijk maakt welke kant we opgaan met deze informatiemaatschappij en daarmee bijna verplichte kost voor iedere (kritische) burger. Het schetst een maatschappij die voor Zuckerberg utopisch is, maar voor deze lezer dystopisch. Enige bezwaar dat ik heb tegen het boek is dat Zuckerberg een geweldige bron heeft met ideeën voor de laatste 99% voor de voltooing van zijn Facebook. Feit is dat ik na lezing erg onrustig slaap.

ps. een kritisch artikel over Lifelogging, het vastleggen op camera van je leven, staat in De Volkskrant van zaterdag 8 februari.

e-Books

Nooit zal ik het e-book verkiezen boven een gedrukt exemplaar.  Misschien is het allemaal een kwestie van gewenning, maar een ‘gewoon’ boek heeft voordelen. Met een gedrukt  boek in handen  krijg je al veel informatie zonder dat je het hebt gelezen. Je kunt de achterkant bekijken , lekker bladeren, wennen aan de dikte van het boek en de bladzijden zijn altijd genummerd. Van papier lezen is rustgevender, omdat het in tegen stelling tot een scherm, geen licht uitstraalt. Zomaar wat argumenten die je om je heen hoort en die pleiten voor het gedrukte boek. Maar is dit ook terecht…..?

Aanvankelijk had je het spijkerschrift waarmee op kleitabletten werd geschreven. Daarna werd het papier ontdekt en kwam het handgeschreven manuscript. Vervolgens werd de boekdrukkunst uitgevonden. En nu hebben we alweer een tijdje te maken met  het e-book. Op internet kwam ik iemand tegen die  mogelijke bezwaren tegen het e-book heeft vertaald naar de uitvinding van het papier, dus de overgang van kleitablet naar papier.  Je krijgt dan opmerkelijke resultaten:

“Ik mis de geur en het gevoel van een kleitablet”. “Ik vind het maar niks, lezen op een vel papier”. Maar mijn kleitablettenkast dan? Daar ben ik juist zo trots op!” “Ik mis het gevoel van met een zwaar kleitablet te zeulen”. “Ik heb niet het idee dat ik een kleitablet in mijn handen heb.” Een echt kleitablet voelt echter.”

Als je dit achter elkaar leest dan klinkt het volstrekt belachelijk. Maar datzelfde geldt misschien over een aantal jaren ook voor de argumenten die nu worden gebruikt tegen het e-book.

Vrijwel geruisloos heeft in de bibliotheek het e-book  haar intrede gedaan.  Toch een moment om even bij stil te staan. Het begon  in de zomer van 2013 en kreeg een vervolg in de herfst- en kersvakantie. De VakantieBieb stelde de leden in de gelegenheid uit 180 titels te kiezen.  In januari 2014 kregen de leden van de bibliotheek toegang tot het e-bookplatform met een aanbod van ongeveer 5.000 titels.  Op dit platform zijn zestien categorieën waaruit je kunt kiezen. Zo stuitte ik in de rubriek Literatuur op  ’t Roer kan nog zesmaal om’  van Maarten ’t Hart. Hij schrijft hierin over zijn jeugd,  zijn studentenjaren in Leiden en de ontwikkeling van zijn schrijverschap.  Het is eigenlijk een biografie met humor en ironie, waarbij de schrijver zichzelf niet ontziet.  ‘Een deerne in lokkend postuur’ vinden we bij de biografieën.  Hierin houdt ’t Hart een soort dagboek bij, met korte en vermakelijke verhalen. Beide boeken had ik al een keer gelezen, maar ik kan ze nu mooi herlezen. Na enig zoeken vond ik  nog een ander boek van ’t Hart dat ik nog niet kende,  ‘De groene overmacht’. Blij en verrast heb ik ook dit boek op mijn boekenplankje gezet.

In de bibliotheek zijn het gedrukte boek en het e-book geen concurrenten. Ze kunnen goed naast elkaar bestaan. Het aanbieden van de e-books moet dan ook gezien worden als een extra dienstverlening van de bibliotheek. Natuurlijk heeft het e-book de toekomst. Toch hoop en verwacht ik dat het gedrukte boek nog lang zal blijven bestaan.

Plaatje 1

Joël Dicker. C’est formidable!

Joël Dicker
Naar de catalogus

Het overkomt me niet vaak dat ik een verhaal lees en de aandrang krijg om de laatste pagina’s te lezen om erachter te komen hoe het afloopt. En dan bedoel ik niet een saai boek, dat je aan de kant wilt leggen, maar waarvan je toch wilt weten hoe het eindigt. Nee, het gaat om een boek dat je in de greep heeft en door de plotwendingen en het boeiende verhaal een ondraaglijke spanning en onrust geeft.

De waarheid over de zaak Harry Quebert van de Franse schrijver Joël Dicker is zo’n boek. Verwacht niet al te veel poëtische beelden of intrigerende metaforen (de passages over de liefde zijn zelfs wat banaal). Dicker heeft een heerlijk boek geschreven, vol vaart, mooie plotwendingen en hele sterke dialogen en wat mij betreft met dit verhaal een klein, maar dik meesterwerkje afgeleverd. Een bestseller voor zijn dertigste, terwijl hij zijn vijf vorige boeken niet aan de straatstenen kwijt kon.
Wat meteen een parallel oproept met het verhaal in het boek over een jonge schrijver die na zijn eerste succesvolle boek een writer’s block heeft en bij zijn mentor aanklopt voor inspiratie en dan stap je in een roller coaster. Die achtbaan staat in een fictief plaatsje aan de oostkust van de VS, vol gedenkwaardige personages, moord, roddel en achterklap en vooral een brandende liefde voor Nola, een meid van 15 jaar. Alleen très domage dat ik het uit heb.

De waarheid over de zaak Harry Quebert is Boek van de Maand bij DWDD

Een nieuwe Murakami, een nieuwe lente

Naar catalogus
Naar catalogus

Iedereen kent het gevoel dat een ontluikende lente je kan geven. De geuren en kleuren van de omgeving die je bijna licht in het hoofd maken. De zin om je onder te dompelen in deze nieuwe lichte wereld na al die maanden vol lange donkere avonden.

Er is voor mij één auteur die het lentegevoel bij mij oproept en dat is de toekomstige winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur Haruki Murakami.

De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren is het verhaal van een man van 33 jaar wiens naam “maker” betekent. In die naam zit een frustratie opgesloten die ons terugvoert naar zijn tienerjaren. Op de middelbare school is hij onderdeel van een hechte vriendenclub, van twee meiden en drie jongens. De anderen hebben namen die de betekenis van een kleur hebben, blauw, rood, wit en zwart. Tsukuru vindt zichzelf bleek afsteken tegen zijn vrienden. Als hij van de ene op de andere dag uit de groep word gesmeten draagt hij deze wond jarenlang met zich mee en dat zorgt ervoor dat hij zich nauwelijks durft te tonen aan anderen. Hij ontmoet een vrouw die hem confronteert met dit onverwerkte verleden, waardoor hij op zoek gaat naar de reden van de afwijzing.

Zoals altijd schrijft Murakami zonder opsmuk in een heerlijk soepele stijl een verhaal waar droom en realiteit in elkaar overlopen. Zijn hoofdpersonen, die eigenlijk allemaal op elkaar lijken, zijn vaak een palet dat je zelf inkleurt. In de loop van de jaren heb ik al verschillende mensen aan Murakami gekregen en dat blijf ik doen. Dus bij deze, ervaar de lente met deze nieuwe Murakami.