Met open armen

Met open armen van Tom Winter is zo’n boek dat je als lezer met open armen ontvangt. Onderliggend thema is dementie en dan vooral vroege dementie. Dat is een dramatisch thema, maar Winter heeft vooral een komische familieroman geschreven.

winterVoor liefhebbers van Het Rosie project staat er pontificaal op de voorkant. Daarin gaat het om iemand in het autistisch spectrum en hier dus duidelijk niet, om het commentaar op de aanbeveling kort te houden.

Wel hebben de boeken de humor gemeen. Het is eerst even wennen omdat het wat nadrukkelijk aanwezig is, maar uiteindelijk vindt het zijn vorm in het tragikomische verhaal over de tweeling Jack en Meredith, die allebei op hun eigen manier, in een midlife crisis terechtkomen.

Jack is maatschappelijk geslaagd, rijk geworden in de reclame en nu met langdurig verlof omdat de creatieve kraan leeg is. Meredith is achtergebleven met twee kinderen nadat haar man er met een jongere vrouw vandoor is gegaan. Een vijftienjarige dochter die zich ouder voordoet op datingsites en altijd haar weerwoord klaar heeft. Een tienjarige zoon die veel te wijs is voor zijn leeftijd en dode dingen verzamelt in plastic zakjes.
De demente moeder van de tweeling zit al jaren in een verzorgingstehuis, een moeder die je in de flashbacks leert kennen als een liefdeloos kreng. Zij heeft de tweeling verteld dat hun vader overleden is en op het kerkhof ligt. Een van de weinige uitjes van Meredith is naar het graf van haar vader. Daarnaast speelt de morsige hond van de buurvrouw een belangrijke rol.

Een komisch hoogtepunt is de vakantietrip naar Frankrijk, als de ex-man van Meredith de kinderen meeneemt in dezelfde auto als zijn nieuwe vriendin. Een heel slecht idee.

Met open armen is een ode aan familiebanden, vooral als het leven vol tragische verrassingen blijkt te zitten. Een heerlijk boek waarin humor en tragiek hand in hand gaan naar een mooi einde.

De komst van de wolven

hallZe droomt niet vaak over ze. De ze zijn de wolven uit de titel. Met deze korte zin begint het weergaloze De komst van wolven van Sarah Hall.

Rachel Caine is als zoöloge en wolvendeskundige verbonden aan een wildreservaat in Idaho. Vanuit Engeland krijgt ze een uitnodiging om de wolf te herintroduceren op het enorme, afgerasterde landgoed van een graaf in het Lake District. De laatste wolf op het eiland is 500 jaar geleden gedood en leeft alleen nog in verhalen, waarin het beest mythische en negatieve proporties heeft gekregen. Proporties waarvan je je kunt afvragen of die recht doen aan dit formidabele roofdier.
In eerste instantie gaat ze er niet op in maar als haar omstandigheden veranderen verhuist ze toch naar het landgoed.

Sarah Hall heeft een verhaal geschreven waarin familie, politiek en wolven je een prachtig verhaal binnentrekken om je niet meer los te laten tot het mooie slot.
De oorspronkelijke titel is The wolf border, een begrip uit het Fins dat staat voor de grens tussen de hoofdstad en de wildernis, het domein van de wolf. De opwinding van afgelopen zomer over de eenzame wolf die door de buitenwijken van Hoogeveen liep, laat wel zien dat dit mythische beest tot de verbeelding spreekt. Hoewel de titel De komst van de wolven dat ook doet, geeft de wolvengrens beter aan wat er in het verhaal gebeurt. Om grenzen gaat het in het boek. Persoonlijke en politieke grenzen worden opgerekt en overschreden. Zoals de verandering die Rachel ondergaat in het boek van een vrouw die het liefst op zichzelf is, naar een vrouw die zich opent voor de mensen om haar heen.

Het gekke is dat als je dit boek leest alles, ondanks de soms zo bizarre gebeurtenissen, zo vanzelfsprekend lijkt. Dat komt door de hand van Sarah Hall. Haar stijl is een openbaring. De bondige beschrijvingen van het landschap of zelfs van het weer gebruikt ze op een magnifiek wijze om scènes neer te zetten, alsof je er zelf midden in zit.
Er loopt een duidelijke verhaallijn door het boek, maar net zoals het bij het reizen gaat om de reis en niet de bestemming, zo gaat het bij Hall om hoe Rachel verandert. Die reis maak je met haar in een prachtig geschreven en rijk boek.

Interview met Sarah Hall:

 

 

Briljant en verslaafd

Modern medicine had to start somewhere staat er op de hoes. In deze serie is dat The Knickerbocker Hospital. The Knick in de volksmond.
De eerste aflevering begint niet aan de operatietafel, maar in een opiumkit waar dokter John W. Thackery vaak de nachten doorbrengt. Dit begin zet meteen de toon voor deze magnifieke serie.

Het verhaal speelt in de beginjaren van de 20e eeuw in New York. The Knick verkeert voortdurend in financiële problemen doordat rijke inwoners uit de wijk trekken naar elders. Grootste troef van het ziekenhuis is Thackary, een rol van de altijd voortreffelijke Clive Owen. Thack is een briljant chirurg met een enorme experimenteerdrang, zowel in de operatiekamer als in zijn dagelijks leven. De roes van opium doorbreekt hij door cocaïne rechtstreeks in zijn aderen te spuiten.

De serie is losjes gebaseerd op ware gebeurtenissen. William Stewart Halsted, een innovatieve dokter met een cocaïne- en morfineverslaving, stond model voor Thackery. De zwarte dokter Algernon Edwards is gemodelleerd naar  Louis T. Wright, al startte deze zijn carrre 20 jaar nadat deze serie speelt.

Het ziekenhuis is een strijdtoneel. Een dagelijkse strijd om patiënten en lijken. Het virulente racisme waar Edwards mee te maken heeft. Zwarte patiënten die worden weggestuurd. De ondergeschikte rol van vrouwen. Het dagelijkse gevecht om patiënten te redden. Chantage, misdaad en volkswoede. Alles komt voorbij.

Regisseur Soderbergh brengt deze tijd tot leven in prachtige beelden, waarbij je soms de stank in de straten ruikt. De elektronische muziek van Cliff Martinez die in eerste instantie vervreemdend werkt, versterkt de sfeer van deze topserie.

We mogen ons gelukkig prijzen dat de medische kennis zo ver gekomen is, veel patiënten halen het eind van de aflevering niet. De plastische operatiescènes zijn niet geschikt voor een zwakke maag (laat de chips maar in de gangkast).

The Knick krijgt een 8.5 op IMDB.com.

Brusselmans schrijft misdaadroman

Zeik: Herman BrusselmansHoeveel boeken Herman Brusselmans precies heeft geschreven is niet duidelijk. Met een gemiddelde van twee boeken per jaar en een productie van meer dan zestig titels heeft de Vlaamse schrijver besloten te stoppen met tellen.
Zeik onderscheidt zich in zoverre van al zijn andere boeken dat het een detective is. Niet eerder waagde de schrijver zich aan dit genre.

Het verhaal speelt zich af in 1961. De moordbrigade van Gent lost begin jaren zestig procentueel gezien de meeste moorden van West Europa op. Het team bestaat uit commissaris Übertrut en de inspecteurs Zeik, El Bazaz, Compas, de enige vrouw in het gezelschap en Broekgat. Probleem is dat zich in de Gentse regio geen moord voordoet. Aanvankelijk kijkt het team werkeloos toe en heeft zo mooi de gelegenheid elkaar met onzinnige dialogen om de oren te slaan.

Op bladzijde 1 begint het meteen goed. Op de vraag van Inspecteur Zeik wie de lucifer heeft uitgevonden denkt zijn collega El Bazaz diep na en antwoordt: Dat moet een man zijn geweest die z’n aansteker kwijt was en toch de behoefte had z’n sigaret aan te steken. En daarmee is de toon gezet. Het boek zit vol met humor en (platte) grappen, maar ook met fraai geconstrueerde zinnen als: Zowel Selma als Heidi was dol op Zeeuwse mosselen en ze aten de zeevruchten met zoveel smaak dat het kwijl van culinair genot uit hun bakkes vloeide.

Plotseling wordt er een meisje gewurgd en de moordenaar brengt symbolisch bedoelde getallen aan op haar rug. Vervolgens wordt een tweede meisje op vrijwel dezelfde wijze vermoord. Werk aan de winkel voor de Gentse moordbrigade derhalve.
Toch laat Brusselmans geen gelegenheid onbenut zijn personages voortdurend ontwrichtende dialogen te laten voeren. Komt iemand met een serieuze opmerking die mogelijk kan bijdragen aan de oplossing van de moord dan weet de schrijver hier een onzinnige draai aan te geven. De personages praten voortdurend langs elkaar heen. De mogelijke verdachten worden op een absurde manier ondervraagd. Dit zorgt voor veel hilariteit. Aanvankelijk zit er weinig schot in de zaak totdat inspecteur Zeik, de held van het verhaal, met een briljante ingeving komt.
Is Zeik een schitterend opgebouwde misdaadroman in het spoor van Agatha Christie en Georges Simenon. Een goed geconstrueerde whodunit en een pageturner ineen. Nee dat is het niet. Zeik moet vooral worden gezien als een persiflage op de literaire thriller. Voor de Brusselmans lezers is dat geen verrassing. Hij neemt wel vaker zaken op de hak. Vrijwel elke bladzijde ontlokt je een lach, glimlach of tenminste een opgetrokken mondhoek. Jazeker, er valt genoeg te lachen en het boek biedt veel verstrooiing en misschien komen we er over een paar honderd jaar wel achter dat dat het beste is wat een roman te bieden heeft.

Wie de smaak na deze detective goed te pakken heeft kan meteen verder met de tweede Zeik-roman in deze serie: Zeik en de moord op de poetsvrouw van Hugo Claus.
O ja, misschien moet een auteur die zoveel heeft geschreven en zo goed wordt gelezen eens in aanmerking komen voor een prijsje. Het zal Brusselmans een zorg zijn. De zelfbenoemde mooie jonge oppergod der Vlaamse letteren is allang weer bezig met de volgende roman, verhalen, gedichten en columns.

Als je de waarheid vertelt, hoef je niets te onthouden

Dat is een citaat van Mark Twain en afkomstig van de Facebookpagina van Alice Salmon.
Om de waarheid draait het in deze psychologische detective. Het lichaam van Alice wordt op een koude februarimorgen gevonden in een snelstromende rivier. Is het een ongeluk, zelfmoord of moord?

Jeremy Cooke, een wat uitgebluste professor die nooit aan zijn eigen verwachtingen heeft kunnen voldoen, ziet het als zijn taak om het leven van zijn oud-studente Alice te reconstrueren via gesprekken, krantenartikelen en digitale sporen. Dit boek is daar de neerslag van. Brieven, blogs, sms’jes, Facebookberichten en politieverhoren, het boek is een soort knipselmap bijgehouden door Cooke in de hoop een monument op te richten voor Alice, maar vooral om de waarheid te vinden. Een ambitieus project met een mooie dubbele laag. Het boek is samengesteld door professor Cooke maar komt uit de koker van journalist T.R. Richmond. Er is zelfs een internetpagina gewijd aan Cooke’s zoektocht professorcooke.tumblr.com.

Op de achterflap staat een aanbeveling van Nicci French:
Wat een plezier was het om zo’n ambitieuze thriller te lezen die zo vol zit met emotie en spanning. Bravo!
En dat slaat de spijker op zijn kop*. Het gevaar van een knipselmap als roman is dat al die verschillende elementen en fragmenten geen geheel vormen, maar Richmond slaagt daar opmerkelijk goed in. De berichten, brieven, politieverhoren springen heen en weer in de tijd en toch houdt Richmond de grote lijn. Als de verrassende ontknoping in zicht komt heb je een langzaam opgebouwd monument gelezen van een professor met geheimen die hij met je deelt in de zoektocht naar de waarheid.
Daarin kan het zich meten met Het meisje in de trein van Paula Hawkins.

* Spijker op de kop, zie ook: