Texas-thriller

Attica Locke, een prachtige Amerikaanse naam. Een naam zoals je alleen maar in dat land tegenkomt. En met haar eerste vertaalde thriller heeft ze een verhaal geschreven zoals ze alleen in de VS schrijven. Een thriller noir, somber, meeslepend, sfeervol en spelend in een klein stadje in het zuiden van Texas waar de hitte zindert en vreemden niet welkom zijn. Vooral niet als ze zwart zijn.

bluebirdDe zwarte Texas Ranger Darren Matthews staat op non-actief, maar krijgt zijn directe chef zo ver dat hij hem naar Lark stuurt om twee moord op een zwarte architect en een jonge witte vrouw te onderzoeken.

Clichés zijn erg lekker als ze goed gebruikt worden en dat doet Locke. In Lark zitten ze namelijk niet op hem te wachten. De lokale sheriff niet en de plaatselijke bevolking, zwart of wit, zeker niet. Bovendien heeft hij zijn eigen demonen. Hij drinkt en zijn vrouw dreigt hem te verlaten omdat hij nooit thuis is vanwege zijn werk.

De weerstand, gedoopt in een diepgeworteld racisme, wordt steeds groter. Als hij de vrouw van de architect ontmoet raakt zijn onderzoek in een versnelling en komt hun leven in gevaar.  Achter de dreiging zit The Aryan Brotherhood of Texas, een racistische bende die zijn geld verdiend met de handel in drugs. Ondanks alle tegenwerking weet Darren het verhaal achter de moorden op te lossen, waarbij Locke je steeds blijft verrassen.

Bluebird, Bluebird is het eerste deel van de serie Highway 59.

reserveer

Advertenties

Auschwitz-Birkenau

Op een zinderend hete dag in juni stap ik uit een personenbusje op een parkeerplaats in Oświęcim. Onze gids Agnieszka vertelt wat we gaan doen en hoe we ons moeten gedragen (geen selfies). In een groep van dertig mensen lopen we vier uur over het terrein van Auschwitz I en Auschwitz II – Birkenau. Luisterend naar haar verhalen voel ik me vooral onthecht tussen de rails op het stoffige platform in Birkenau waar de Joden werden geselecteerd die rechtstreeks de gaskamers in gingen.

Van Armando komt het begrip schuldig landschap. Een landschap waar de sporen van verschrikkelijke gebeurtenissen verdwenen zijn. In dit landschap staan de afrasteringen overeind, zie je rijen barakken tot de bosrand in de verte. Maar het getal van 1,1 miljoen vermoordde Joden, Roma en Polen en de verschrikkelijke geschiedenis die hier ligt lijkt onwerkelijk onder de brandende zon.

IMG_20190607_171920

Birkenau
Terug in Nederland laat het bezoek me niet los. Lezen wil ik, lezen om er iets van te begrijpen. Ik begin in Hanns en Rudolf van de Britse schrijver Thomas Harding. Op de begrafenis van zijn oudoom hoort de schrijver voor het eerst dat deze Hanns de kampcommandant van Auschwitz, Rudolf Höss, heeft opgespoord na de Tweede Wereldoorlog.

harding

Dat maakt hem nieuwsgierig. Toen hij opgroeide mocht er niet over de oorlog worden gesproken en zijn oudoom kennende wist hij niet of dit het zoveelste verhaaltje van en over zijn oudoom was. Hanns was vooral een onopvallende man die graag grappen maakte en mensen voor de gek hield. Harding wil uitzoeken of het waar is. Hij duikt in archieven, gaat op reis en uiteindelijk beschrijft hij de geschiedenis van twee mannen die lijken mee te gaan in de omstandigheden maar vooral zelf hun keuzes maken.

Hanns Alexander groeit op in Berlijn in een welgesteld, Joods gezin. Rudolf Höss is een boerenzoon die zich op 14-jarige leeftijd aanmeldt voor de strijd in de Eerste Wereldoorlog. Om en om vertelt Harding het verhaal van deze twee. Over hun jeugd. Over de vlucht van Hanns naar Engeland. Over Höss die de opdracht krijgt om in Auschwitz een kamp uit de grond te stampen. Het zijn vooral vragen die hem drijven:

Hoe wordt iemand een massamoordenaar? Waarom besluit een mens de confrontatie met zijn vervolgers aan te gaan? Wat gebeurt er met de gezinnen van zulke mannen? Is wraak ooit gerechtvaardigd?

Het is een verbijsterend verhaal waarin Harding kalm de verschrikkingen beschrijft en duidelijk maakt hoe Hanns en Rudolf beide aan een verschillende kant van de geschiedenis staan. Harding beantwoordt de genoemde vragen die hij zichzelf in de proloog stelde. Het boek zorgde ervoor dat ik het gevoel kwijtraakte dat de geschiedenis tot stilstand kwam tijdens mijn bezoek aan het kamp. Het onbeschrijfelijke beschreven.reserveer

 

duivenbode

Direct hierna las ik Mijn Poolse huis van Dore van Duivenbode, bekroond met de Bob den Uyl Prijs voor het beste Nederlandstalige reisboek. De schrijfster reist voortdurend heen en weer tussen haar woonplaats Rotterdam en Oświęcim. In dit stadje staat het geboortehuis van haar moeder. De leegstaande woning vervalt langzaam en ze weet niet wat ze er mee moet. Het verhaal gaat vooral over de herinneringen aan haar jeugd (skateborden in de barakken van Birkenau) en de zoektocht of de verschrikkelijke geschiedenis van Oświęcim nog leeft in deze plaats. Prachtig geschreven, ontroerende portretten van haar familie en van de mensen die ze tegenkomt.

Gek genoeg sluit het boek naadloos aan bij Hanns en Rudolf. Door de persoonlijke verhalen en haar ontmoetingen met de plaatselijke inwoners wordt de verschrikkelijke geschiedenis van Auschwitz geleidelijk het leven van alledag in Oświęcim. De inwoners, op een uitzondering na, houden zich niet bezig met het verleden, een verleden dat te groot en te zwaar is om mee te torsen.

reserveer

Het hele leven in één keer

Over het algemeen kost het schrijven van een blog mij geen enkele moeite. Ik schrijf over boeken waar ik enorm van genoten heb en dat maakt dat de zinnen vaak zo uit mijn vingers stromen. Gewoon, omdat ik het zo graag met andere lezers wil delen.
Maar soms lukt het niet. Soms kom ik een boek tegen dat zo mooi is dat het lastig is de juiste woorden ervoor te vinden. Dat heb ik nu ook.

Het hele leven in één keer raakte me. Keith Stuart heeft een verrassend scherpe schrijfstijl, no nonsense en soms hard. Hiermee weet hij precies de vinger op de zere plek te leggen en dat maakt het boek in mijn ogen tot een succes. Het verhaal draait om de 15-jarige Hannah, die een hartspierziekte heeft. Ze kreeg dit vlak voor haar vijfde verjaardag te horen en de artsen vertelden er meteen bij dat ze niet oud zal worden. Hannah’s vader, Tom, is directeur van een klein theater. De zorg voor Hannah draagt hij alleen, omdat Hannah’s moeder niet gemaakt bleek te zijn voor het gezinsleven en naar het buitenland vertrok. Tom wilde dat Hannah haar vijfde verjaardag onvergetelijk zou worden en verraste haar daarom met zijn enthousiaste team van acteurs op een magisch toneelstuk. Hannah is zo enthousiast dat het team besluit ieder jaar opnieuw een toneelstuk voor haar op te voeren, want niemand weet wanneer de laatste keer zal zijn.
Nu Hannah’s zestiende verjaardag in zicht is, wordt langzaam maar zeker duidelijk dat haar hart het niet zo lang meer zal volhouden. Ook het theater is in zwaar weer gekomen en wordt zelfs met sluiting bedreigd. Tom zet alles op alles voor nog één laatste toneelstuk voor zijn dochter…

Ondanks dit zware onderwerp weet Stuart het boek luchtig en makkelijk leesbaar te houden, mede dankzij het heerlijk lugubere gevoel voor humor van Hannah. Je leest het verhaal afwisselend vanuit haar perspectief en dat van Tom en hierdoor wordt je heen en weer geslingerd tussen de nuchterheid van een puber en de hartverscheurende angst van een vader. De nachtmerrie van iedere ouder, je kind verliezen, is onvermijdelijk bij deze ziekte en dat lijkt me onnoemlijk zwaar. Des te knapper is het dan hoe Stuart je daar in dit boek mee om laat gaan. Ik kan dat niet omschrijven, gewoon lezen dat boek! 

Serotonine

Wakker worden is het pijnlijkste moment van de dag lezen we op de eerste bladzijde van Serotonine, de nieuwste roman van de Franse schrijver Michel Houellebecq. Om die zware horde te verlichten is het reservoir van zijn koffiezetapparaat de avond tevoren al gevuld met water en het filter met gemalen koffie. Met één druk op de knop is de koffie klaar en wordt het tijd voor een sigaret en een antidepressivum in de vorm van een Captorix-tablet, dat de afscheiding van het gelukshormoon serotonine moet verhogen.

Serotonine is niet wat je noemt een vrolijk boek, al valt er genoeg te lachen. De depressieve ik-figuur is de zesenveertig jarige Florent-Claude Labrouste, het alter-ego van de schrijver. Hij blikt terug op zijn leven en vraagt zich af waar het mis is gegaan. De gestrande relatie met zijn hartsvriendin Camille drukt zwaar op zijn gemoed. Hij is nooit in staat geweest richting te geven aan zijn leven en slikt pillen die zijn libido zwaar hebben aangetast, terwijl het bestaan van vrouwen de enige drijfveer in zijn leven lijkt te zijn. Een tikkeltje vrouwonvriendelijk is de hoofdpersoon wel, voor hem zijn de dames –net als cafeïne en nicotine- vooral een genotmiddel.

Een regelrechte pageturner is Serotonine evenmin. De misantropische hoofdpersoon maakt nauwelijks een ontwikkeling door, klaagt voortdurend over zijn omgeving en is niet in staat enige verandering in zijn leven aan te brengen. Zijn beperkte binding met de buitenwereld kalft gaandeweg steeds verder af.

“Ik reed in een 4×4 diesel –ik had dan misschien niet veel goeds gedaan in mijn leven, ik had toch in elk geval bijgedragen aan de vernietiging van de planeet”.

Toch wil je als lezer weten hoe het verhaal afloopt. Slaagt hij erin het contact met Camille te herstellen, brengt een bezoek aan Ameyric, een vroegere vriend van adellijke komaf, misschien uitkomst? Of worden totale eenzaamheid en vergankelijkheid werkelijk zijn deel? Door de goede schrijfstijl is dit boek een genot om te lezen. De ironische passages zijn talrijk en als lezer vraag je je voortdurend af; meent de schrijver dit nou of word ik op de hak genomen? Houellebecq heeft zo’n mooie pen dat het in feite niet uitmaakt waarover hij schrijft, al mag het hier en daar wel iets minder grof.