’t Hooge Nest

Dit verhaal over de zussen Janny en Fien Brilleslijper begint als schrijfster Roxane van Iperen in de villa ’t Hooge Nest gaat wonen. Tijdens de verbouwing vinden ze her en der in het huis ruimtes waarin onderduikers uit de Tweede Wereldoorlog hebben geschuild. Ze besluit de geschiedenis van de villa uit te zoeken.

Net als in het fascinerende Het huis aan het meer van Thomas Harding, waarin aan de hand van een buitenverblijf bij Berlijn een eeuw Duitse geschiedenis wordt verteld, begint het verhaal als een vertelling van een huis.

De eerste bewoner van ’t Hooge Nest was Dirk Witte, schrijver van het lied Mensch, durf te leven, in 1917 gezongen door Jean-Louis Pisuisse. Hij liet in 1920 dit huis ontwerpen en bouwen, en woonde er met zijn vrouw en dochter.

hoogenestAal gauw komt de familie Brilleslijper in beeld. Het vooroorlogse leven van deze familie wordt beeldend beschreven en je krijgt een prachtige schets van het joodse leven in Amsterdam in die jaren. Dat stemt tegelijk droevig omdat je weet wat ze te wachten staat als de Duitsers ons land binnen vallen.

Uiteindelijk vinden de zussen de villa in ’t Gooi, waar ze de rest van de oorlog hopen uit te zitten. Het wordt een toevluchtsoord voor onderduikers in een omgeving waar veel NSB’ers wonen. De moed en de vindingrijkheid van de bewoners en vooral van Janny maken diepe indruk.

Het uiteindelijke verraad komt hard aan als je erover leest en dat is de verdienste van Van Iperen. Zij heeft met dit boek een monument geschreven voor dit huis maar ook voor de veerkracht van de zussen en de andere bewoners.

Als ze met het laatste transport vanuit Westerbork naar Auschwitz worden afgevoerd weet je wat er gaat komen. De onvoorstelbare wreedheid van de Nazi’s in dit kamp en in Bergen Belsen wordt zeer aangrijpend beschreven. Als Janny en Fien zich in dat laatste kamp ontfermen over de zussen Anne en Margot Frank, hoop je ergens tegen beter weten in op een goede afloop. Als Margot en Anne vlak achter elkaar aan vlektyfus komen te overlijden, slechts enkele weken voordat het kamp wordt bevrijd, laat dat je verslagen achter.

reserveer

 

Bekijk de documentaire De laatste zeven maanden, vrouwen in het spoor van Anne Frank

 

Advertenties

De oude meester

Inspecteur Montalbano uit een fictief stadje op Sicilië maakte zijn debuut in 1994. Andrea Camilleri was toen al 69 jaar. Een mooie gedachte voor elke zestiger. Bijna zeventig en dan beginnen aan een reeks waarvan er alleen al in Italië meer dan 3 miljoen boeken verkocht zijn. De laatste Montalbano’s dicteerde hij omdat zijn zicht steeds slechter werd. De teller staat op 27.

Dertien jaar geleden schreef hij al het laatste deel van de serie. Hij wilde niet dat Montalbano een tweede leven krijgt in de handen van een ander. Waarschijnlijk komt de inspecteur om het leven, zonder hoop op een reanimatie zoals Sherlock Holmes overkwam.

camilleriIn De dans van de meeuw is hij nog springlevend. Montalbano ziet een meeuw op een merkwaardige manier het loodje leggen. Als zijn steun en toeverlaat Fazio verdwijnt, lijkt de dood van de meeuw een beroerd voorteken te zijn. Het verhaal is verder vintage Camilleri.

Je wordt vanaf de eerste bladzijde ondergedompeld in de wereld van Montalbano. Een vernuftig plot, de lichte stijl, de humor in de dialogen, de uitbarstingen, het heerlijke eten, de Man-Bijt-Hond-personages en zijn snelkookpan-relatie met Livia.

Als extraatje dit keer het gefoeter van Montalbano op de acteur die hem speelt in de tv-serie. Veel te jong en met een kale kop terwijl hij in het echt nog een vol bos haar heeft.

Camilleri lezen is als het genot van een wit wijntje op een zonnig terras terwijl de middag zich uitstrekt. De oude meester is niet meer, maar zijn Montalbano blijft.

reserveer

“In het eeuwige strijdgewoel van man en vrouw ben ik een onnozele”.

Van schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer, die binnenkort 80 jaar wordt, is Canaille -het derde deel in de Odyssee serie- verschenen. De cyclus begint met Fernweh over de familiegeschiedenis van zijn ouders en Loes Hamel, de liefde van zijn leven staat centraal in Sirenen (deel twee). De boeken zijn goed afzonderlijk van elkaar te lezen.

We schrijven 1967, het is een chaotische tijd en de relatie met top mannequin Loes Hamel loopt op haar laatste benen. Jan Cremer besluit het vaderland achter zich te laten en zijn geluk in de Verenigde Staten te beproeven. Hij strijkt neer op Cape God, een schiereiland in de Staat Massachusetts, waar de gemeenschapszin nog zeer hecht is. Aan vrouwelijk schoon geen gebrek, de ik-figuur wisselt de relaties met zijn geliefden net zo makkelijk in als een klant de volle spaarkaart bij de plaatselijke buurtsuper.

Maar dan wordt het serieus. De hoofdpersoon verovert de adembenemend mooie ballerina Perrine, verbonden aan het New Yorks Ballet en afkomstig uit België. Zij wordt zijn nieuwe liefde en met de komst van dochter Camille lijkt de schrijver gesetteld. Maar geldgebrek en de verleiding door andere vrouwen stelt de relatie zwaar op de proef. Er ontwikkelt zich een enorme machtsstrijd, die prachtig wordt beschreven. Gesteund door de vlotte pen van Jan Cremer wordt de lezer meegesleurd in dit aangrijpende verhaal, waarin de schoonfamilie zich als zijn grootste vijand ontpopt. Ondertussen leert de schrijver de duistere kanten van zijn aanstaande echtgenoot steeds beter kennen.

Was het eerste bezoek van zus Betty al een teken aan de wand, met de eerste blik op mijn toekomstige schoonouders wist ik dat het met Perrine voorbij was, dat ik vrouw en kind kwijt was

Ondanks alle problemen trekt de schrijver de wereld over en blijft hij positief gestemd. Regelmatig hanteert hij de overtreffende trap zoals we dat van hem gewend zijn. Hij heeft al een sigaret in de mond nog voor hij ’s ochtend zijn ogen opent, in het casino jast hij al z’n geld erdoor om vervolgens een dure vakantie naar Scandinavië te boeken en aan de voortdurende verleidingen van een aan hem toegewezen beeldschone literair agente geeft hij niet toe. Prachtig beschreven, maar niet erg geloofwaardig. Toch komt hij ermee weg, want de schrijver heeft de sympathie van de lezer allang gewonnen.

Canaille is nauwelijks een roman te noemen. Het is een onweerstaanbare liefdesgeschiedenis gegoten in een soort dagboekvorm met genummerde hoofdstukken. Cremer hanteert in het boek een vlotte rechttoe-rechtaan-stijl en neemt geen blad voor de mond. Het neerzetten van karakters en de prachtige landschapsbeschrijvingen verraden zijn vakmanschap. Alles wordt met de nodige bravoure aan het papier toevertrouwd, maar als je het boek dichtslaat heeft de stoere macho man toch iets van zijn glans verloren.

 

Boek van het jaar

Het is nog maar augustus en toch heb ik net het boek van het jaar gelezen. Magda is overal is het debuut van Christian Jongeneel. Volgens zijn eigen website is Jongeneel wetenschapsjournalist, techniekfilosoof, auteur, cultureel ondernemer, columnist, organisator, reiziger en Rotterdammer. Van de andere kwalificaties weet ik niks, maar als auteur heeft hij me urenlang in zijn greep gehad.

magda“Drie uur na haar dood was oma weer klaarwakker.”

Daarmee begint het eerste deel van dit boek, Magda. Oma komt terug uit de dood omdat het vanwege de slachtoffers van de aanslag op de Twin Towers te druk was in het hiernamaals. Met zo’n begin weet je dat je een bijzonder verhaal wacht.

De familie rond het sterfbed heeft Friese, Surinaamse, Chinese en Marokkaanse invloeden. Magda Singh is de tweelingzus van de verteller Dede. Zij is fotomodel met een uitstraling waar de hele wereld voor valt. Overal waar ze verschijnt roept ze het beste in de mens op. Dede beschermt haar tegen al te opdringerige fans.

En net als je je afvraagt waar het naar toe gaat eindigt het eerste deel en begint met Femke het verhaal over de geschiedenis van deze familie. Op 11 september 1901, precies honderd jaar eerder, staat Sytse Jelgersma op een Rotterdamse kade bij het kantoor van de Holland Amerika Lijn. Zijn droom om een nieuw leven te beginnen in Amerika heeft hem naar deze stad gebracht.
Dit verhaal wordt prachtig verteld in een veel langzamer tempo. Femke, de oma uit het eerste deel, is de dochter van Sytse en de Chinees-Javaanse Li. Een verhaal dat antwoorden geeft op de vragen die je hebt door het eerste deel, maar er tegelijk voor zorgt dat je nieuwe vragen hebt.

Twee in stijl en tempo totaal verschillende verhalen, Jongeneel past alles op verbluffende wijze aan elkaar in het laatste deel Burcu. De verbeelding is in Magda is overal aan de macht en snijdt tegelijk actuele thema’s aan als afkomst, religie en extremisme. Met een onbetrouwbare verteller, gekruid met Bret Easton Ellis, Tandem van Jacob Vis, Citizen Kane en magisch realisme heeft Jongeneel een fantastisch verhaal geschreven.

reserveer

Terug naar de Middeleeuwen

mijnboek384
Door Betty Wiersma

In deze spannende debuutroman neemt Esther Teunissen je mee naar de middeleeuwen.
Het verhaal speelt zich af in Den Haag in 1525. De schrijfster weet heel goed het beeld op te roepen van een stad in deze tijd, de straten en stegen, de bedrijvigheid en al de geluiden en geuren. Esther Teunissen woont en werkt in Den Haag als beleidsadviseur en kent de plekken die ze beschrijft goed. Ze heeft zich goed verdiept in de historie van haar stad en op de plattegrond kun je zien waar de verhalen zicht afspelen.

duimkruidIn het middeleeuwse Nederland zijn er, naast het heersende Rooms Katholieke geloof, steeds meer aanhangers van het Protestante geloof. Deze protestanten worden met alle middelen bestreden en het boek begint dan ook met de onthoofding van pater Clareit, een prediker van het protestantse geloof. Zo is het direct duidelijk hoe de rechtsgang werkt in 1525.

Eén van de hoofpersonen is Hadewych, vroedvrouw en weduwe. Haar 15-jarige zoon Frederik wordt verdacht van moord en hoewel de bewijzen zichzelf tegenspreken wordt aan zijn schuld door niemand getwijfeld.  Hadewych doet er alles aan om haar zoon te helpen, maar zonder invloed bij de gezaghebbers staat ze machteloos. Bovendien spelen er in het politieke Den Haag  nogal wat belangen mee. Het behouden van de macht en positie is veel belangrijker dan een goede rechtsgang.

De omstandigheden waarin de Frederik gevangen wordt gehouden en de zeer wrede manier waarop hij verhoord wordt, drijven de jongen tot een bekentenis. Bij deze methodes zou iedereen bekennen.

Gelukkig krijgt Hadewych steun van Oem, de aanklager (middeleeuwse Openbaar Ministerie). Hij bijt zich vast in het onderzoek als een moderne speurder en stuit hierbij op een bende muntvervalsers met connecties in hoge kringen. Ook voor Oem blijft het balanceren tussen zijn rechtsvaardigheidsgevoel en de invloed die machthebbers op zijn persoonlijke leven hebben.

De onschuld van Frederik is in het boek al vrij snel duidelijk maar of er voorkomen kan worden dat de jongen niet ter dood wordt gebracht blijft door het hele heen boek spannend. Samen met de  beeldende beschrijvingen van het historische Den Haag maakt het een triller debuut die tot het eind  boeit.

reserveer