Het wonderbaarlijke leven van Madame Tussaud

Natuurlijk ken je haar naam: Madame Tussaud! Of in ieder geval rinkelt er een belletje en komt het je bekend voor. De vrouw van de wassen beelden. Maar ken je haar levensverhaal ook? Ik liep in bibliotheek Sneek tegen de roman Petite aan. Geschreven door Edward Carey. Het heeft hem vijftien jaar gekost om het boek te schrijven. En het is gebaseerd op echte gebeurtenissen en echte personen. Maar omdat er nogal vage en soms onbetrouwbare verhalen zijn nagelaten heeft Carey zelf hier en daar voor opvulling gezorgd.

Het is het verhaal van de beroemdste vrouw ter wereld die de wereld in beelden wist te vangen: Madame Tussaud. In 1761 wordt Marie Grosholtz geboren in de Elzas als heel klein minimensje. Ze krijgt al snel de bijnaam Petite. Het lot brengt haar als weeskind samen met de Zwitserse anatoom dr. Curtius naar Parijs. Een bijzondere jongeman die wassen organen maakt voor het ziekenhuis. Hij leert haar al vroeg tekenen en echt naar dingen kijken. Dan staat de Franse revolutie voor de deur en lijkt de wereld van was een gouden toekomst. Maar is dat ook zo? En hoe komt ze aan de achternaam Tussaud?

Lees het in deze wonderlijk mooie roman. Samen met de tekeningen geeft het een prachtig beeld van haar leven. Die wil je niet missen.

Het antwoord op misschien

Hij is taxichauffeur, zij is zijn nieuwe klant.
Hun liefde is zeker, hun toekomst niet.

Met deze woorden trekt auteur Hendrik Winter mijn aandacht en daarom gaat Het antwoord op misschien snel mee naar huis. Het eerste hoofdstuk is meteen al prikkelend. Winter heeft een fijne manier van schrijven waarmee mijn nieuwsgierigheid gewekt is en ik met een goed gevoel aan hoofdstuk twee begin . En dat is even schrikken, die zag ik niet aankomen!

Goed, achteraf gezien had ik mezelf die verrassing kunnen besparen door de achterflap te lezen. Maar dat is iets wat ik nooit doe. Ik baseer mijn boekenkeus bij voor mij onbekende auteurs altijd alleen op de titel en de kaft. Ik wil gewoon lekker blanco aan een nieuw boek beginnen, dus lees ik nooit de flaptekst. Goeie tip die ik jaren geleden kreeg en ik kan het iedereen aanraden. Maar dat terzijde.
Als je zelf ook liever niet van te voren weet waar een boek over gaat dan raad ik je aan nu te stoppen met lezen van dit blog.

Het antwoord op misschien  gaat over de 25-jarige Adam, die in een ‘kankerkar’ rijdt. Excuses voor de formulering, niet mijn woorden.
Hij rijdt kankerpatiënten naar bestralings- en chemotherapie, naar afspraken met specialisten of het ziekenhuis. Een baan die veel meer inhoudt dan alleen chauffeur zijn, want zes tot acht weken lang dagelijks gemiddeld een uur met iemand doorbrengen in de beperkte ruimte van een auto schept intimiteit, of je dat nu wilt of niet.
Op een dag stapt Jessi in zijn auto, een jonge vrouw die een tumor in haar luchtpijp heeft. Adam en Jessi hebben meteen vanaf het begin een klik. Ze praten over van alles en nog wat en groeien steeds meer naar elkaar toe. Jessi is een opmerkzaam type die geen blad voor de mond neemt en dankzij haar gaat Adam op een andere manier naar zichzelf kijken.

Dit boek is schitterend, ik kan niet anders zeggen. Het onderwerp is uiteraard al bijzonder meeslepend maar de manier waarop Winter dit weet te formuleren is echt prachtig. Dit komt waarschijnlijk omdat de schrijver dit verhaal grotendeels zelf ervaren heeft. Wat de reden ook is, dit boek wil je gewoon lezen.

Dit is een goed stel hoor

Blijven hangen in het verleden raadt de schrijver niemand aan, maar zo nu en dan even omkijken kan een genoegen zijn. In Dit is een goed stel hoor blikt sportjournalist Theo Reitsma terug op 50 jaar sportgeschiedenis. Hij doet dit aan de hand van anekdotes en opvallende ervaringen van voornamelijk Nederlandse sporters op evenementen waar hij zelf nauw bij betrokken was.

Boek Theo ReitsmaTheo Reitsma werd veelal gezien als de beste commentator. Hij was in ieder geval mijn favoriete sportverslaggever. Uitstekend voorbereid,  nieuwsgierig en beschikkend over een arendsoog. Met liefde voor de sporten die hij volgde: voetbal, atletiek, honkbal en boksen. In dienst van de kijker zag hij het commentaar puur als ondersteuning van het beeld, zonder opsmuk en tierelantijnen en vooral niet om zelf de eerste viool te spelen. Slechts een enkele keer ging hij uit zijn dak; toen Marco van Basten in de finale van het  EK ’88 een prachtig doelpunt maakte:

GOED, OOHHH WAT EEN GOAL! WAT EEN SCHITTEREND DOELPUNT ZEG. JA, NIET TEGELOVEN ZOALS IE DIE BAL UIT DE LUCHT OPPAKT IN DIE HOEK DAAR. NIET TE GELOVEN WAT EEN WEERGALOOS DOELPUNT!

Of toen Ellen van Langen de 800 meter won op de Olympische Spelen van Barcelona ‘92. Sommige uitspraken zijn historisch geworden en komen in het boek terug. Op het WK voetbal van 1986 waren er nog niet zoveel camera’s en er was nog geen VAR. Maradona scoorde tegen Engeland en Reitsma riep resoluut; “En ik zeg hands”. Hij zat in de nok van een groot stadion, maar had het als een van de weinigen bij het rechte eind. Maradona beweerde later dat hij met de hand van God had gescoord.

Reitsma toont in het boek interesse voor de mens achter de sporter en heeft oog voor de politieke situaties, zoals de aanslag van de Palestijnen op de Israëlisch (Olympische Spelen München 1972) en de dwaze moeders tijdens het totalitaire regime van generaal Videla in Argentinië  (WK voetbal 1978). Ook krijgt de lezer een kijkje in de keuken van de sportredactie van de NOS. Met de afgeronde verhalen levert Reitsma vakwerk zoals we dat van hem gewend zijn. De titel van het boek verwijst naar het Europees Kampioenschap ‘88 waarop het winnende Nederlands Elftal op een bankje een feestje viert en Reitsma opmerkt: “Dit is een goed stel hoor”.

Na een gedegen HBS-B opleiding ontwikkelt Reitsma zich bij verschillende dagbladen in de (sport)journalistiek. Vanaf 1969 wordt Studio Sport zijn werkterrein met voetbal en atletiek als specialiteiten. Toch heeft honkbal zijn grote voorliefde en hij beleeft zijn ‘finest hour’ als het Nederlands honkbalteam het niet te kloppen Cuba een nederlaag toebrengt op de Olympische Spelen 2000  in Sydney. Na zijn carrière wordt Reitsma voorzitter van de Nederlandse honk- en softbal bond als waardering voor al zijn inspanningen en om de sport smoel te geven. In 2004 ontvangt hij de ere Nipkowschijf voor zijn hele oeuvre.