Schaduwleven en een pandemie

De keuzes die je maakt in het leven. Station Elf en Het glazen hotel van Emily St. John Mandel lagen voor me klaar bij mijn plaatselijke boekhandel. Ik begon met Het glazen hotel. Toen zag ik het heerlijke interview dat Hans Bouman met de schrijfster had. Daarna was Station Elf aan de beurt. Verkeerde volgorde, maar daarover straks meer.

Lezen is in wezen een eenzaam gebeuren. Maar als je een schrijfster als St. John Mandel tegenkomt weet je je omringt door prachtige personages en hun verhalen, gedreven door de keuzes die ze maken of worden opgedrongen door de omstandigheden. Zo heb ik dagenlang verkeert in het gezelschap van de schrijfster.

stationelfStation Elf, gepubliceerd in 2014, begint met een dood in het harnas. De beroemde acteur Arthur Leander sterft op het toneel terwijl hij Koning Lear speelt. Een toeschouwer probeert Leander vergeefs te reanimeren, waarna deze Jeevan zich ontfermt over Kirstin, één van de kinderen in de toneelproductie. Drie weken later is vrijwel de hele wereldbevolking uitgeroeid door de Georgische griep.

Kirstin maakt twintig jaar na de ramp deel uit van het Reizende Symfonieorkest. Ze trekken van dorp naar dorp, waar ze Shakespeare en Beethoven ten gehore brengen. Een onzekere, nieuwe wereld zonder elektriciteit en stromend water.

Springend door de tijd weeft de schrijfster de verhalen van  overlevenden met verhalen van personages van voor de pandemie. Zo speelt een comic een rol getekend en geschreven door Miranda, de eerste vrouw van Arthur Leander. Deze comic creëert een parallelle wereld met de vertelling in het boek. Clark, een jeugdvriend van Arthur* vinden we terug op een vliegveld waar een groep mensen een gemeenschap zijn begonnen. De zoon van Arthur, zeven jaar ten tijde van de ramp, komt later terug in een verrassende rol.

* Fun fact; de schrijfster won met dit boek de Arthur Clarke Award voor SF.

Station Elf is een dystopisch verhaal, een genre dat mateloos populair is in de Young Adult. Het boek kreeg het predicaat science fiction mee, maar laat je daardoor niet afschrikken. Het verhaal is zo rijk en vol ideeën, of in de woorden van The Times:

Prachtig, onverwacht, schitterend geschreven. Probeer dit boek maar eens weg te leggen.

glazenhotelZes jaar later verscheen Het glazen hotel. Of het de vertalers zijn, of het gegroeide schrijverschap van St. John Mandel durf ik niet te zeggen, maar wat is dit prachtig geschreven.

Waar je in Station Elf heen en weer springt in tijd en tussen personages, glijd je in dit boek als vanzelf heen en weer met de personages en gebeurtenissen door de tijd. Het begint met de val van een vrouw van een schip op volle zee. Je springt van een eiland voor de kust van Vancouver naar Manhattan. Een doodsbedreiging op het raam van een hotel. Een ponzifraude. Eenzaamheid en de leegte van het bestaan. Voor de kust geparkeerde schepen vanwege de crisis uit 2008. Geesten uit een schaduwleven. Zo lopen er allerlei lijnen en thema’s kriskras door het verhaal en schakelt ze net zo gemakkelijk tussen een geestverhaal, SF, maatschappijkritiek en een psychologische roman. Te complex om na te vertellen, maar alles wordt aan elkaar geknoopt.

Grote verrassing is de terugkeer van twee personages uit Station Elf, tenminste als je boeken in volgorde van verschijning leest. Leon en Miranda zijn wederom beide werkzaam in de scheepvaart.

Omdat ik eerst Het glazen hotel las raakte het idee van parallelle universums waar de schrijfster mee speelt mij zo dat het me op een vreemde manier ontroerde vanwege hun lot in Station Elf. Dat er een versie van je is die een ander leven en lot heeft dan de versie van jezelf in dit leven (dat ik ergens anders wel leraar ben geworden en niet drie keer uitgeloot). Het idee van parallelle universums, een schaduwleven, wordt vaker gebruikt in SF. Door een keuze in je leven ga je een bepaalde kant op, maar bestaat de alternatieve keuze in een ander leven, in een ander universum?

In het interview hieronder vertelt de schrijfster dat ze geen lineaire verhalen kan schrijven. Hoe ze alinea’s en hoofdstukken schrijft die na de eerste versie een plek krijgen in het verhaal. De verteltrant waarin je heen en weer springt in tijd en van personage op personage, zie je meer tegenwoordig. Maar er is niemand die dit zo prachtig beheerst als Emily St. John Mandel.

Dat ik eerst Het glazen hotel heb gelezen, daarna het interview bekeken en Station Elf als laatste, past wel mooi bij de caleidoscopische verteltrant van haar boeken en zo is dit blog ook rond.

Het glazen hotel zit op dit moment nog niet in de collectie van de bibliotheek. Station Elf wel, bovendien kun je het downloaden als e-book.

Overleven in een nieuw normaal

stewartLeven in een nieuw normaal, tegenwoordig een veelgehoorde uitspraak over hoe we met elkaar om moeten gaan in de huidige Corona periode.

Ook in het boek van Erin Stewart wordt regelmatig gerefereerd aan leven in een nieuw normaal. Voor hoofdpersoon Ava betekent dit nieuwe normaal echter iets totaal anders dan leven in een 1,5 meter samenleving. Als brandoverlever moet deze 16-jarige zich een jaar na een verwoestende huisbrand, waarbij ze haar ouders en nichtje annex beste vriendin heeft verloren, tegen haar zin in staande weten te houden op haar nieuwe high school.

Een enorme witte kartonnen vent met een Vikinghelm en een zwaard verwelkomt me in Vikingland: WEES DAPPER. WEES HELDHAFTIG. WEES EEN STRIJDER. Op een handgeschilderd spandoek aan de muur staat: PAS OP! ONTHOOFDINGSGEVAAR! HIER KOMEN DE VIKINGS!
Misschien was ‘slachtbank’ een understatement.
(p.21)

Van de Ava van voor de brand is uiterlijk weinig meer over. Zestig procent van haar lichaam is verbrand, van haar gezicht tot aan haar kuiten. Negentien operaties verder is haar huid een samenvoegsel van diverse delen getransplanteerde huid. Maar ook haar innerlijk is aangetast; waar de Ava van voor de brand niets liever deed dan zingen en toneelspelen, wil zij nu niet meer zingen en doet haar best om zo onopvallend mogelijk door haar school te bewegen. Maar met haar uiterlijk is dat een onbegonnen opgave:

Het gestaar laat me weten dat ik anders ben, uiteraard, maar onthult tegelijkertijd een diepere waarheid: ik ben minder.
Iets om naar te kijken in plaats van mee te praten.
Daarom heb ik dus geen spiegels nodig: als ik mezelf wil zien, kijk ik wel in de ogen van de mensen om me heen.
Mijn gezicht weet me altijd weer te vinden.
(p. 27/28)

Bij een bijeenkomst van een brandoverlevers-praatgroep ontmoet Ava de eigenzinnige Piper, die verwond is geraakt tijdens een auto-ongeluk. In tegenstelling tot Ava is Piper verre van onopvallend: haar brandwonden hult ze in felroze, zebra gestreepte drukkleding en met haar rolstoel maait ze zonder pardon mensen die haar dwarszitten omver. De twee sluiten vriendschap, om samen hun nieuwe normaal te vinden, “Wat dat in godsnaam ook mag betekenen.” (p.50)

Piper heeft een wrange humor. Zo maakt ze bijvoorbeeld een playlist voor Ava met als titel: brandmix. Alle liedjes gaan over vuur, zoals bijvoorbeeld Alicia Keys’ This Girl is on Fire en Billy Joel’s We Didn’t Start the Fire. Ook heeft ze er geen moeite mee om starende medescholieren op hun plek te zetten. Meer en meer kruipt Ava uit haar schulp. Ze laat zich zelfs door Piper overtuigen om auditie te doen voor de schoolmusical. Maar achter Piper’s uitbundigheid gaan ook littekens schuil, die van schuldgevoel en verloren vriendschappen. Hoe meer Ava opbloeit, des te meer lijkt Piper naar het duister in zichzelf te keren.

In het boek wordt ook meerdere malen verwezen naar een tekst van de Canadese dichter Atticus (Atticus Poetry). In 2018 werd hij door tijdschrift Galore Magazine uitgeroepen tot “World’s Most Tattoo-able Poet”. Niet zo verwonderlijk dus dat Piper op haar rug tussen twee vleugels van een feniks de volgende zin van zijn hand laat tatoeëren:

She conquered her demons,
and wore her scars like wings.
(p. 157)

Misschien wel de meest wijze raad voor ons allemaal, of onze littekens nu zichtbaar zijn of niet.

Je kunt dit boek ook lezen als e-book via de Onlinebibliotheek of anders reserveren via onderstaande knop.

reserveer

Een schuld ontkennen is het ergste wat een mens zichzelf kan aandoen

Constance Croon, een jonge schrijfster, heeft lang geleden gebroken met haar familie. Zolang ze zich kan herinneren is ze het zwarte schaap geweest, zij werd gezien als lelijk en kon niets goed doen. Wanneer ze tien jaar is, gebeurt er een ongeluk waarbij zij en haar broer gewond raken en waar haar familie haar de schuld van geeft. Jaren later is ze de leugens en het bedrog zat en doet ze een poging om dingen uit te praten. Als dit mislukt besluit ze het familiehuis de rug toe te keren.
Haar verbazing is dan ook groot als ze een telefoontje van haar tante krijgt, die vertelt dat Constance’s oma op sterven ligt en naar haar kleindochter gevraagd heeft. Haar eerste impuls is koppig weigeren, haar oma heeft vroeger immers ook nooit naar haar omgekeken. Maar kun je de wens van een stervende negeren? Constance besluit haar wrok opzij te zetten en rijdt voor het eerst in 15 jaar weer naar Vossensteyn, het ‘buiten’ van haar familie in Twente

Eenmaal terug bij het landhuis komen de herinneringen en pijn uit haar jeugd in volle hevigheid terug. Ze kijkt er dan ook bepaald niet naar uit haar oma weer te zien. Maar de oude vrouw blijkt een bijzondere vraag te hebben. Ze wil dat er een boek geschreven wordt over haar ervaringen in de oorlog en ze wil dat Constance dat gaat doen. Oma heeft haar herinneringen opgetekend in een dagboek dat ze aan haar kleindochter toevertrouwd. Constance ziet de opdracht in eerste instantie helemaal niet zitten, maar zodra ze de eerste 20 pagina’s van het broze dagboek gelezen heeft, is ze om. Ze verbaast zichzelf door te besluiten voorlopig op het landhuis te blijven, zodat ze met oma over het dagboek kan praten en het ondertussen kan bewerken tot een roman.  Maar dan arriveert de rest van de familie ook op Vossensteyn, om afscheid te nemen van oma…

Het litteken van Vossensteyn is een intrigerende familieroman die je meteen wilt uitlezen. De schrijfstijl van Maria Boonzaaijer is heel verslavend, poëtisch bijna, en het tempo ligt lekker hoog. Rode draad in dit verhaal is schuldgevoel. Boonzaaijer weet op een bijzonder gevoelige manier te omschrijven hoe ontzettend veel impact een leugen kan hebben op mensen en hoe lang dit kan doorwerken.

Een schuld ontkennen is het ergste wat een mens zichzelf kan aandoen. Dat weet ik nu, na zoveel jaren. De waarheid ontkennen maakt je innerlijk ziek…

Lezen dus, dit boek.

Twee hele sterke thrillers

De thriller Vergelding van Steffen Jacobsen staat hoog in mijn lijstje van Scandinavische thrillers. Daar kan Winterland van Kim Faber en Jannis Pedersen bij. Op enige afstand weliswaar, want zo goed als Vergelding is een zeldzaamheid. Beide thrillers beginnen met een terroristische aanslag in Kopenhagen.

winterlandSigne Kristiansen krijgt de leiding in het onderzoek naar de aanslag. De aanslag wordt niet opgeëist en er zijn weinig aanknopingspunten. De enige aanwijzing die ze hebben zijn camerabeelden waarop de vermoedelijke dader de bom plaatst op een drukke markt. Het lijkt in eerste instantie op een escalatie in een bendeoorlog. Het onderzoek loopt vast en de druk op Signe wordt steeds groter.

Ondertussen opent inspecteur Martin Juncker in een kleine stad op het platteland een nieuw politiebureau. Hij is weggestuurd uit Kopenhagen nadat hij een affaire begon met een juriste. Voor zijn professionele misstap werkte hij nauw samen met Signe. Met twee nieuwe agenten krijgt hij meteen een dubbele moord op zijn bordje. Die twee zijn misschien niet direct een aanwinst voor het korps, maar wel voor het verhaal.

Met twee verschillende verhaallijnen weet je dat ze uiteindelijk bij elkaar komen. De schrijvers nemen hier de tijd voor, maar dat draagt alleen maar bij aan het genieten van deze uitstekende Scandinavische thriller.

lloydHet geheugenwoud van debutant Sam Lloyd is niet voor tere zielen, of het kan zijn dat ik met het klimmen van de jaren steeds gevoeliger wordt.

De dertienjarige Elissa wordt op weg naar een schaaktoernooi ontvoerd. Ze wordt gedesoriënteerd wakker in een stinkende ruimte onder de grond, vastgeketend aan de muur.  Haar lot wordt haar langzaam duidelijk als ze bezocht wordt door de ontvoerder en de twaalfjarig Elijah. Er zijn meer meisjes geweest begrijpt ze uit het contact met Elijah. Ze ziet hem als enige mogelijkheid om uit de kelder te komen en probeert een band op te bouwen. Haar schaakintellect helpt haar hierbij.

Lloyd maakt optimaal gebruik van dit afschuwelijke gegeven doordat Elissa haar ontvoerders niet kan zien in het duister. Ze kan de komst van beiden onderscheiden door de eigen stank van het tweetal.

Hoofdinspecteur Mairéad wordt opgeroepen als de moeder van Elissa alarm slaat. Er zijn weinig aanwijzingen en de tijd tikt, zeker als blijkt dat de zaak lijkt op eerdere vermissingen.

Blijf vooral doorlezen. De wisseling van perspectief tussen Elissa, Elijah en Mairéad zorgt namelijk voor een bijzonder beklemmend gevoel, dat alleen wat lucht krijgt in het verhaal van Mairéad. De gedachten van Elijah zijn verontrustend en het lot van Elissa aangrijpend. De openbaring van het verhaal achter Elijah is een geweldige plotwending. Ondertussen heeft Lloyd je al aardig door de psychologische gehaktmolen gedraaid. Op weg naar een adembenemende finale.