Donkere dagen, licht leesvoer

Afgelopen weekend is de wintertijd ingegaan en nu wordt het alweer vroeg donker. Hoewel dat ook heel gezellig kan zijn moet ik daar altijd erg aan wennen. Geef mij maar lange, zomerse dagen waaraan geen eind lijkt te komen, heerlijk vind ik dat. Gelukkig kun je dat relaxte gevoel prima weer oproepen met een zomers boek. Neem nou Een onvergetelijke dag, van Elin Hilderbrand. Een fijn, romantisch boek, dat zich afspeelt op Nantucket en door weekblad People getipt wordt als Perfect voor een dag op het strand. Nou zat dat er bij mij niet in, maar ik kan je vertellen dat dit boek zich ook prima voor de houtkachel laat lezen.

Het grappige is dat deze roman een heel andere invalshoek heeft dan ik had verwacht. (Ik lees nooit de achterflap, ik laat me graag verrassen). De ondertitel De mooiste dag van je leven kan wel eens heel anders verlopen dan je voor ogen had verklapt dat het om een bruiloft gaat. Maar waar ik uitging van een fijn feelgood-verhaal, draait het in dit boek om de dood van een jonge vrouw. Het eerste bruidsmeisje nog wel. Die zag ik niet aankomen!

De verhaallijn in dit boek wisselt steeds tussen de dag van de bruiloft, waarop het bruidsmeisje in het water aangetroffen wordt, en de dagen voorafgaand aan de grote dag. Verder maakt Hilderbrand zo nu en dan een sprongetje terug in de tijd waardoor je de personages goed leert kennen. Dat is geen overbodige luxe want er komen behoorlijk wat verschillende mensen in het verhaal voor. Naast de bruid en bruidegom, hun ouders, broer, schoonzus en vrienden komen ook een aantal lokale bewoners van het eiland en andere bijpersonen aan bod. Dat klinkt misschien als iets teveel van het goede maar al deze kleine brokjes informatie brengen het verhaal uiteindelijk mooi bij elkaar.

Vind je het net als ik lastig om afscheid te nemen van de lange, lichte dagen dan kan ik je deze roman warm aanbevelen. En stiekem leest ie misschien nog wel zo lekker op een gure herfstavond, wanneer de regen tegen de ramen slaat. Kruip lekker op de bank, steek wat kaarsjes aan en genieten maar!

Schrijft hij nu alweer over Robotham?

Een nieuwe Robotham is altijd een feest. Op dit moment valt er weinig te vieren, dus blijf ik lekker bloggen over deze Australiër in Britse dienst. Joe O’Loughlin is een klinisch psycholoog met de ziekte van Parkinson en hoofdpersonage van negen thrillers. Behalve een kleine vermelding in Meisje zonder leugens speelt hij geen rol in dit tweeluik, maar O’Loughlin heeft aan de universiteit gedoceerd waar Cyrus zijn opleiding heeft genoten. Een knipoog naar de lezers van zijn boeken.

Cyrus Haven is een forensisch psycholoog met een enorm jeugdtrauma. Bij Robotham geen personages zonder fysieke of psychische rugzak. Hoe de schrijver het doet weet ik niet, maar met een paar eenvoudige penstreken weet hij altijd geloofwaardige personages neer te zetten waar je onmiddellijk sympathie voor voelt.

Cyrus Haven wordt in Meisje zonder verleden door een studievriend gevraagd te praten met een meisje dat in een jeugdinstelling regelmatig de boel ontregeld. Hij moet bepalen of deze Evie de instelling mag verlaten, omdat ze zegt dat ze 18 is. Evie is een raadsel. Zes jaar geleden is ze gevonden in een huis waar wekenlang een lijk heeft liggen te rotten. Totaal verwaarloosd en misbruikt. Niemand weet wie ze is en haar plaatsing in de instelling is ook geheim.

Evie heeft een gave, al vind ze het zelf een vloek. Ze ziet of iemand liegt en laat Cyrus daar nou net een proefschrift over hebben geschreven. Over menselijke leugendetectors. Haar gave maakt dat ze de mensen om haar manipuleert en angst aanjaagt. Cyrus raakt gefascineerd door de jonge vrouw en wordt meegesleurd in een verhaal waar spoken uit het verleden opduiken. Wat heeft Evie meegemaakt, wie heeft haar misbruikt en wie zit achter haar aan?

De boeken vormen een perfecte tweeluik en het is zwaar aanbevolen om ze vlak achter elkaar te lezen. Nagelbijtend spannend met een lekker plot en personages om bij in te trekken.

Een roadtrip anno 1827

mijnboek384Ineke van Erp

Mohammed Ali Pasja, de gouverneur van Ottomaans Egypte, schenkt in 1827 een giraffe aan de Franse koning Karel X. Dit cadeau moet van Alexandrië naar Parijs vervoerd worden. Er gaan 2 Soedanese begeleiders mee, Hasan en Atir.

atirDe giraffe Zafara wordt in het ruim van een boot getrokken – met de kop naar beneden – en vervolgens schuifelt ze wijdbeens en gebogen langs scheepsladingen tot het gat dat de zeemannen voor haar in het dak hebben gezaagd. Dan steekt ze haar kop erdoor. Van buitenaf zie je dan bij een van de twee masten de kop van Zafara door het gat naar boven steken. Er wordt een tentdoek gespannen ter bescherming tegen wind en regen.

Bij dit beeld ben ik om. Het wordt alleen nog maar mooier.

Eenmaal aangekomen in Marseille blijkt geen enkel vervoermiddel geschikt voor de reis naar Parijs. Besloten wordt de lange tocht te voet af te leggen. Zo start een bijzondere karavaan door Frankrijk. De Franse wetenschapper Etiënne Saint Hilaire, directeur van de dierentuin Jardin du Roi in Parijs, begeleidt de stoet. Samen met enkele gendarmes, koeien, paard en wagen met hutkoffers en voedselvoorraad trekken ze door Frankrijk. Het is een kleurrijk en exotisch geheel: Hasan met djellaba en tulband, Atir in pofbroek, rode fez, en aan de voeten babouches met opkrullende punt. Mensen drommen langs de straten en klappen, iedereen loopt uit om het grote vriendelijke monster te zien. Het is een nooit eerder vertoonde attractie. Het wordt een zware tocht, met veel verwikkelingen. Na 42 dagen bereiken ze Parijs en worden ontvangen door de koning. Een ware triomftocht. In processie paraderen ze door een driedubbele laag toeschouwers.

Dit boek is een historische roman, met uitgebreide voetnoten over alle historische feiten. Het is een avonturenroman, een reisverhaal, maar ook een psychologische roman. De verhouding tussen de Franse wetenschapper en de Arabische dierverzorger is aanvankelijk stroef en afwerend. Gedurende de tocht ontstaat vriendschap en respect, en langzaam vervalt het statusverschil. Discriminatie op basis van huidskleur en godsdienst was aan de orde in 1827, maar is ook nog steeds een actueel thema. 

De tocht met de “vriendelijke reus” deed me denken aan de tocht van de Reuzen door Leeuwarden, toen Leeuwarden Culturele hoofdstad was. Ook ik stond toen langs de kant van de weg in de ban van een enorm spektakel. Wat was dat mooi. Dit voelde de Franse bevolking ook in 1827.

De hoofdrol is voor de giraffe Zafara , de vriendelijke reus, die onvermoeibaar door Frankrijk wandelt, die zelfs kan knipogen, die sluit je in je hart.

reserveer

Verbijsterend

Leon Buchholz, de grootvader van schrijver en jurist Philippe Sands vlucht vlak voor de Tweede Wereldoorlog vanuit Lemberg, het huidige Lviv, naar Wenen. Uiteindelijk belandt hij na de oorlog in Parijs waar hij herenigd wordt met zijn dochter Ruth, de moeder van Sands.

sandsIn 2010 geeft Sands, op uitnodiging van de universiteit in Lviv, een lezing over genocide en misdaden tegen de menselijkheid. De voornaamste reden om naar Lviv af te reizen is zijn wens om meer over zijn grootvader te weten te komen. De man heeft nooit willen praten over zijn verleden en zijn moeder was te jong om zich nog iets te herinneren uit die periode. Die reis was de inspiratie voor zijn boek Galicische wetten.

Tijdens zijn onderzoek voor het boek, komt hij in contact met Niklas Frank, zoon van Hans Frank. Frank is tijdens de Neurenbergse processen ter dood veroordeeld, omdat hij verantwoordelijk werd gesteld voor de miljoenen doden in de Duitse concentratiekampen in Polen en slachtpartijen onder burgers in het Pools Generaal-Gouvernement.
Niklas Frank zegt over zijn vader: “Ik ben tegen de doodstraf, behalve in het geval van mijn vader“.

Niklas brengt hem in contact met Horst Wächter, zoon van Otto Wächter, die gouverneur van Lemberg was van 1942 tot 1944. Onder zijn commando werd het getto in Krakau gebouwd. Niklas waarschuwt Sands dat Horst positiever tegen zijn vader aankijkt dan hij tegen zijn vader. In 2012 is het eerste contact met Horst op Schloss Hagenberg. Het verhaal eindigt in juli 2019.

Het boek begint met een proloog. Het is juli 1949 en Otto Wächter ligt op sterven in het Santo Spirito-hospitaal in Rome. Doodziek van de geelzucht, althans daar lijkt het op. Hij is in Rome om via de Rattenlijn naar Zuid-Amerika te ontkomen. De vluchtroute, die met behulp van het Vaticaan, Het Rode Kruis en zelfs Amerikanen is opgezet, waarmee veel Nazi’s aan vervolging weten te ontkomen. Wächter zal Zuid-Amerika nooit halen.
Het klopt niet. Dat mijn vader is overleden aan een ziekte“, zegt Horst in het eerste contact met  Sands.

Hier begint het verhaal over van de familie Wächter, over het totale geloof in Adolf Hitler, een geloof dat niet stopt als de Nazi’s zich in 1945 overgeven. Veel wil ik er niet over kwijt omdat er zo veel te vertellen is. Behalve misschien dat Horst een niet onsympathieke man op leeftijd is, die blijft vasthouden aan het idee dat zijn vader een anständiger mensch was. Een fatsoenlijke kerel in verschrikkelijke omstandigheden die orders opvolgde en niet zelf verantwoordelijk was voor alle doden. En daarmee zelf een slachtoffer van de omstandigheden.

Maar wel dat het een verbijsterend verhaal is, waarvan ik me moeilijk los kon maken. Verbijsterend door alle informatie die Sands op weet te duikelen dankzij archieven, ooggetuigen, door alle brieven, fotoalbums, filmpjes en documenten die Horst heeft bewaard. Verbijsterend om de zoons van twee grote oorlogsmisdadigers te leren kennen, te weten dat ze nog leven en daarmee hun geschiedenis ook.

Op YouTube is de documentaire What Our Fathers Did: A Nazi Legacy te bekijken. Hierin volgen we Sands, Horst en Niklas gedurende een aantal jaren. Anders dan in het boek dat zich richt op Wächter, krijgt Niklas Frank hier ruimte om zijn verhaal te doen. Als je het boek hebt gelezen, is deze documentaire een absolute aanrader. De voortdurende pogingen van Horst om de schuld van zijn vader te verzachten zie je hier in beeld. Dat maakt je kwaad, je raakt gefrustreerd en toch kijk je met mededogen naar een zoon die zijn hele leven onder de zware erfenis van zijn vader heeft geleefd.

De kindertrein

“Ik woon elders maar dit is mijn stad,” antwoord ik, en ik verbaas me hoe makkelijk de waarheid is. Dit zegt Amerigo aan het einde van het boek maar er gaat heel wat aan vooraf.

De Kindertrein is een ontroerend verhaal over hechting en onthechting. We schrijven Italië 1946 en de 8-jarige Amerigo telt schoenen. Een gave schoen: een punt. Nieuwe schoenen: een bonuspunt. Een schoen met een gat: een punt aftrek en geen schoenen: nul punten. Hij heeft nooit schoenen van zichzelf gehad.

Hij raapt lompen, moet naar buiten als Capa ‘e fierro komt en zich met zijn moeder in de kamer opsluit. Een vader heeft hij niet. Volgens zijn moeder is dat een geweldige man die naar Amerika is vertrokken om fortuin te maken. En dan komen de treinen! Mama Antonietta gaat met Amerigo naar de communisten om hem in te schrijven voor de treinen.

De communistische partij organiseert iets dat geschiedenis zal schrijven. Communiste Maddalena belooft Amerigo dat hij plezier zal hebben en dat families uit Noord- en Midden-Italië hem zullen behandelen als hun eigen kind. Ze krijgen eten, schoenen, kleding en verzorging. Het is niet te bevatten voor Amerigo en de praatjes die er in zijn steeg gaan zeggen hele andere dingen. Dat ze (de kinderen) verkocht gaan worden aan Amerika of naar Rusland om in ovens gestopt te worden. Of dat alleen slechte kinderen met de trein gaan en dat moeders de goede bij zich houden.

Aangekomen in het noorden krijgt hij het mooiste kado van zijn leven, een viool. Dit hartverscheurende boek van Viola Ardone heeft mijn hart gestolen. Wie weet straks ook dat van jou. Reserveren kan meteen vanaf hier …