Alle berichten door Rein

“In het eeuwige strijdgewoel van man en vrouw ben ik een onnozele”.

Van schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer, die binnenkort 80 jaar wordt, is Canaille -het derde deel in de Odyssee serie- verschenen. De cyclus begint met Fernweh over de familiegeschiedenis van zijn ouders en Loes Hamel, de liefde van zijn leven staat centraal in Sirenen (deel twee). De boeken zijn goed afzonderlijk van elkaar te lezen.

We schrijven 1967, het is een chaotische tijd en de relatie met top mannequin Loes Hamel loopt op haar laatste benen. Jan Cremer besluit het vaderland achter zich te laten en zijn geluk in de Verenigde Staten te beproeven. Hij strijkt neer op Cape God, een schiereiland in de Staat Massachusetts, waar de gemeenschapszin nog zeer hecht is. Aan vrouwelijk schoon geen gebrek, de ik-figuur wisselt de relaties met zijn geliefden net zo makkelijk in als een klant de volle spaarkaart bij de plaatselijke buurtsuper.

Maar dan wordt het serieus. De hoofdpersoon verovert de adembenemend mooie ballerina Perrine, verbonden aan het New Yorks Ballet en afkomstig uit België. Zij wordt zijn nieuwe liefde en met de komst van dochter Camille lijkt de schrijver gesetteld. Maar geldgebrek en de verleiding door andere vrouwen stelt de relatie zwaar op de proef. Er ontwikkelt zich een enorme machtsstrijd, die prachtig wordt beschreven. Gesteund door de vlotte pen van Jan Cremer wordt de lezer meegesleurd in dit aangrijpende verhaal, waarin de schoonfamilie zich als zijn grootste vijand ontpopt. Ondertussen leert de schrijver de duistere kanten van zijn aanstaande echtgenoot steeds beter kennen.

Was het eerste bezoek van zus Betty al een teken aan de wand, met de eerste blik op mijn toekomstige schoonouders wist ik dat het met Perrine voorbij was, dat ik vrouw en kind kwijt was

Ondanks alle problemen trekt de schrijver de wereld over en blijft hij positief gestemd. Regelmatig hanteert hij de overtreffende trap zoals we dat van hem gewend zijn. Hij heeft al een sigaret in de mond nog voor hij ’s ochtend zijn ogen opent, in het casino jast hij al z’n geld erdoor om vervolgens een dure vakantie naar Scandinavië te boeken en aan de voortdurende verleidingen van een aan hem toegewezen beeldschone literair agente geeft hij niet toe. Prachtig beschreven, maar niet erg geloofwaardig. Toch komt hij ermee weg, want de schrijver heeft de sympathie van de lezer allang gewonnen.

Canaille is nauwelijks een roman te noemen. Het is een onweerstaanbare liefdesgeschiedenis gegoten in een soort dagboekvorm met genummerde hoofdstukken. Cremer hanteert in het boek een vlotte rechttoe-rechtaan-stijl en neemt geen blad voor de mond. Het neerzetten van karakters en de prachtige landschapsbeschrijvingen verraden zijn vakmanschap. Alles wordt met de nodige bravoure aan het papier toevertrouwd, maar als je het boek dichtslaat heeft de stoere macho man toch iets van zijn glans verloren.

 

Advertenties

Serotonine

Wakker worden is het pijnlijkste moment van de dag lezen we op de eerste bladzijde van Serotonine, de nieuwste roman van de Franse schrijver Michel Houellebecq. Om die zware horde te verlichten is het reservoir van zijn koffiezetapparaat de avond tevoren al gevuld met water en het filter met gemalen koffie. Met één druk op de knop is de koffie klaar en wordt het tijd voor een sigaret en een antidepressivum in de vorm van een Captorix-tablet, dat de afscheiding van het gelukshormoon serotonine moet verhogen.

Serotonine is niet wat je noemt een vrolijk boek, al valt er genoeg te lachen. De depressieve ik-figuur is de zesenveertig jarige Florent-Claude Labrouste, het alter-ego van de schrijver. Hij blikt terug op zijn leven en vraagt zich af waar het mis is gegaan. De gestrande relatie met zijn hartsvriendin Camille drukt zwaar op zijn gemoed. Hij is nooit in staat geweest richting te geven aan zijn leven en slikt pillen die zijn libido zwaar hebben aangetast, terwijl het bestaan van vrouwen de enige drijfveer in zijn leven lijkt te zijn. Een tikkeltje vrouwonvriendelijk is de hoofdpersoon wel, voor hem zijn de dames –net als cafeïne en nicotine- vooral een genotmiddel.

Een regelrechte pageturner is Serotonine evenmin. De misantropische hoofdpersoon maakt nauwelijks een ontwikkeling door, klaagt voortdurend over zijn omgeving en is niet in staat enige verandering in zijn leven aan te brengen. Zijn beperkte binding met de buitenwereld kalft gaandeweg steeds verder af.

“Ik reed in een 4×4 diesel –ik had dan misschien niet veel goeds gedaan in mijn leven, ik had toch in elk geval bijgedragen aan de vernietiging van de planeet”.

Toch wil je als lezer weten hoe het verhaal afloopt. Slaagt hij erin het contact met Camille te herstellen, brengt een bezoek aan Ameyric, een vroegere vriend van adellijke komaf, misschien uitkomst? Of worden totale eenzaamheid en vergankelijkheid werkelijk zijn deel? Door de goede schrijfstijl is dit boek een genot om te lezen. De ironische passages zijn talrijk en als lezer vraag je je voortdurend af; meent de schrijver dit nou of word ik op de hak genomen? Houellebecq heeft zo’n mooie pen dat het in feite niet uitmaakt waarover hij schrijft, al mag het hier en daar wel iets minder grof.

Hoeveel leed kan een menselijke ziel verdragen?

Volgens een ongeschreven regel is een boek onleesbaar wanneer het geen goede titel heeft. De boekwinkel voor gebroken harten van Robert Hillman is een prachtig boek en vormt hierop de uitzondering. Maar wat moeten we ons voorstellen bij zo’n titel. Kan iedereen die gedumpt is daar terecht?

Tom Hope runt een boerderij met koeien en schapen op het Australische platteland. Hij is een man van weinig woorden en leidt een betrekkelijk saai leventje. Nog nooit heeft iemand hem het gevoel gegeven dat hij interessant is. De eenzaamheid slaat toe wanneer zijn vrouw Trudy met een simpel briefje op de keukentafel een einde maakt aan hun relatie. Volledig in de ban van haar (nieuwe) liefde voor Jezus Christus staat ze na twee jaar plotseling weer op de stoep. Trudy is zwanger en haar (latere) zoon Peter gaat een belangrijke rol spelen in het boek.

De tweede vrouw die op Tom´s pad komt is de extraverte Hongaarse Jodin Hannah. Ze is ziek van het antisemitische Europa en wil zich in Australië gaan vestigen. Zwaar getraumatiseerd door het leed dat haar in de Tweede Wereldoorlog is aangedaan, arriveert ze in het stadje Hometown, om daar een boekwinkel te beginnen. De vraag is of het echt wat kan worden tussen de bescheiden Tom, die zijn vorige huwelijk en het gemis van ‘stiefzoon’ Peter nog niet goed heeft verwerkt en de ruim tien jaar oudere Hannah met sterk wisselende stemmingen, wiens man en zoon de verschrikkingen van Auschwitz niet hebben overleefd.

“Je hebt mijn zoon vermoord. Ik hoop dat er een hel is en dat jij daarheen gaat”

In een aantal flash backs neemt Hannah de lezer mee naar de jaren ’40-45’. Ze vertelt over haar mensonterende verblijf in het kamp en hoe ze er uiteindelijk in is geslaagd Auschwitz levend te verlaten. Dit gruwelijke oorlogsverhaal geeft het boek de nodige diepgang en is onontbeerlijk om Hannah’s wispelturige gedrag te kunnen begrijpen. Wel is het contrast tussen de beschrijvingen van het mooie Australische landschap en de verschrikkingen in het slavenleger onder leiding van Kampbeul Schubert nogal groot. Een met vaart geschreven, hartverscheurende roman over verdriet en hoop, over het belang van vrijheid en de kracht van liefde om zware tegenslag te overwinnen.

 

 

‘Ik was vijf en wist: wij zijn de vijand’

Pas na de dood van haar vader realiseerde Jolande Withuis zich dat zij hem nooit goed heeft gekend. In het boek Raadselvader is de schrijfster er -na veel onderzoek -in geslaagd een goed beeld te krijgen van het leven van haar vader, Berry Withuis. Met behulp van het BVD-dossier heeft ze zijn levensgeschiedenis gereconstrueerd.

raadselvaderBerry was nog maar 12 jaar toen zijn vader overleed. Voor hem was dat een reden om het streng gereformeerde geloof de rug toe te keren. Later kwam er een nieuw geloof voor in de plaats, de totalitaire heilsleer van het marxisme-leninisme. Als journalist kreeg hij een baan bij dagblad De Waarheid. Vlak na de oorlog was dat de grootste krant van Nederland, maar al spoedig kalfde de oplage van de voormalige verzetskrant af. De communisten hadden weliswaar aan geallieerde zijde dapper meegeholpen om het nazi regime ten val te brengen, maar in  Nederland werd je na de tweede wereldoorlog als CPN-er met de nek aangekeken. Of zoals de schrijfster het zelf formuleert: ‘Ik was vijf en wist: wij zijn de vijand’.

De communistische heilsleer drukte een zware stempel op het gezin en oud-verzetsman Withuis senior werd scherp in de gaten gehouden door de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Hierover werd in het gezin niet gesproken, er werd überhaupt weinig gesproken en zeker niet over gevoelens. Na het vertrek bij de krant werd Withuis schaakjournalist en organiseerde hij simultaans en toernooien. Schaken was voor hem een manier om mensen te ontmoeten zonder daadwerkelijk met hen te communiceren. Te midden van zijn schaakvrienden was hij minder gesloten dan thuis. De laatste ruim 40 jaar van zijn leven heeft hij zich volledig aan het schaken gewijd. Het is een beetje jammer dat de auteur aan deze periode zo weinig aandacht heeft besteed. Schaken was toch zijn lust en zijn leven en zijn belangstelling voor het communisme verdween meer en meer naar de achtergrond.

Toch is Raadselvader een geweldig boek en Jolande Withuis heeft allemaal prachtig opgeschreven. Een boek over een familiegeschiedenis, een levensbeschrijving van haar vader en de rol van het communisme in het Nederland van vlak na de oorlog ineen. En zoals de ondertitel Kind in de Koude Oorlog al aangeeft wordt ook nog eens haar eigen rol en ontwikkeling daarin beschreven. Voorwaar geen eenvoudige opgave!

Pessimisme kun je leren!

Pessimisme kun je leren!Het bedrijfskapitaal van een schrijver bestaat slechts uit een typemachine en –in de zomer- een vliegenmepper. Met  deze zin begon Lévi Weemoedt ooit één van zijn boeken. Hij schreef vooral verhalen en een enkele roman. In de jaren tachtig streed hij met Hans Dorresteijn om de titel droevigste dichter van Nederland. Weemoedt genoot in die periode in literaire kringen een zekere populariteit. Nadat hij in 1992 vanuit de randstad naar Drenthe verhuisde (“Het streekvervoer in Drenthe is kort gezegd aldus: indien er al iets langskomt is het een collectebus”) raakte hij in de vergetelheid en hebben we nog maar weinig van hem vernomen.

Eind vorig jaar dook hij plotseling op in het programma De Wereld Draait Door. Matthijs van Nieuwkerk verkeerde in de veronderstelling dat Lévi Weemoedt,  pseudoniem van Isaäck Jacobus van Wijk,  al dood was en dat dacht de dichter zelf eigenlijk ook. Aanleiding voor zijn komst naar de studio was de pas verschenen dichtbundel Pessimisme kun je leren!, een verzamelbundel, die door Ӧzcan Akyol is samengesteld.

Komische versjes worden afgewisseld met de nodige zelfspot en melancholisch en droevig werk. Het gedicht ‘Reddeloos’ eindigt met: ”ik groeide op voor galg en Riagg”. Grappig en mooi gevonden, maar het is ook een droevig gedicht. Dat Lévi Weemoedt niet direct het zonnetje in huis is blijkt ook uit onderstaand gedicht:

TEVREDENHEIDSTEST

De kwaliteit van mijn leven  – een cijfer gevend,  –daarbij rekening houdend- met de factor plezier, –ook geluk in de liefde –in ogenschouw nemend, –depressieve gedachtes als: ‘Wat doe ik nog hier?’ – Kom ik uit op een 4-

 Zijn verhalen kennen we al, maar het is goed dat Weemoedt met deze bundel weer even in de publiciteit is. Een lach, een traan en een opgetrokken wenkbrauw, het zit er allemaal in. De liefde voor taal wint het bij Weemoedt van de melancholie en de neerslachtigheid en dat houdt de schrijver op de been.

De mooie gebonden uitgave begint met een voorwoord van Ӧzcan Akyol en bevat 70 gedichten. De neiging om een gedicht voor de tweede of derde keer te lezen is groot. Met de samensteller van deze bloemlezing roep ik iedereen op deze man te (her)lezen.

reserveer dit boek

 

 

Henk


Henk; Het levensverhaal van Henk WestbroekIn het leven van Henk Westbroek ligt lang niet alles vast. Heel veel zaken komen bij toeval op zijn pad. Je hoort wel eens mensen zeggen dat ze hun leven zo weer over zouden doen. Voor Henk geldt dit niet.

Mijn hele leven hangt aan elkaar van momenten waarvan ik achteraf zeg: als ik er vijf minuten langer over had nagedacht, was ik er nooit aan begonnen

Wie de biografie ‘Henk’ van Martin Groenewold heeft gelezen kan maar tot één conclusie komen; de zanger van Het Goede Doel is een geboren verteller. Het ene verhaal is nog mooier dan het andere. Hoe hij liftte door Engeland en werd meegenomen door een man met een baard in een Mini Cooper. Hij kreeg een kopje thee aangeboden bij die man thuis. Het bleek een enorm landhuis te zijn. In de keuken daar had de bediende aan Henk gevraagd hoe hij meneer McCartney eigenlijk kende…

Of het verhaal over de Griekse landschildpad Snoopy die is weggelopen. De Algemene Inspectie Dienst neemt het beest in beslag, omdat Westbroek geen aankoopbonnetje kan overleggen. Er volgt een politie-inval, een kruisverhoor en een meerdaagse rechtszaak aan de zijde van Bram Moszkowicz. Voor deze regelrechte klucht worden niet minder dan twee hoofdstukken ingeruimd.

Met zijn jeugdvriend Henk Temming bezoekt hij de HBS en ze richten de succesvolle popgroep Het Goede Doel op. Na diverse ruzies met vooral Henk Temming valt de band uiteen en gaat hij solo verder. De scheiding van Henk Temming gaat hem wel aan het hart. Je gaat toch missen wat je haat, aldus Westbroek.

De geboren Utrechter is een duizendpoot: liedjesschrijver, diskjockey bij Radio 3 en 3FM, uitbater van het rockcafé Stairway to Heaven en columnist bij het Utrechts Dagblad. En ook nog politicus. Pim Fortuyn zag hem als de ideale tweede man van Leefbaar Nederland. Het is er niet van gekomen en ook het burgemeesterschap van Utrecht gaat aan zijn neus voorbij.

Gesteund door zijn welbespraaktheid is Henk niet bang stelling te nemen en kan hij nogal dwars en vilein uit de hoek komen. Niet zelden wordt een contract of dienstverband in een ruziënde sfeer beëindigd. Maar Henk verliest nooit zijn droge humor of ironie. Zijn ongelijk is vaak interessanter dan het gelijk van anderen, vooral door de verpakking.

Martin Groenewold heeft het openhartige levensverhaal van Westbroek in diens eigen woorden opgeschreven. De zanger schudt de ene na de andere anekdote uit zijn mouw. Zonder schroom en bijzonder geestig. Aan dit boek raakt niemand bekocht.

 

Foppe

foppe

Menno Haanstra sprak voor biografie over Foppe de Haan met een groot aantal (top)voetballers, die onder De Haan hebben gewerkt zoals: Ruud van Nistelrooij, Royston Drenthe, Gertjan Verbeek en Klaas-Jan Huntelaar. Stuk voor stuk zijn ze vol lof over hun vroegere trainer al kraakt Verbeek wel een kritische noot. Veel plaats wordt ingeruimd voor Riemer van der Velde, de man die in de jaren ’80 als voorzitter het roer bij sc Heerenveen overneemt en Foppe aanstelt als trainer.
Foppe

Het gezin De Haan had het niet breed en Foppe en zijn oudere zus groeiden op onder sobere omstandigheden. Geen waterleiding, geen elektriciteit en geen gas; er moest zuinig worden geleefd. Tegen een hongerloontje stonden de arbeiders, waaronder vader Reinder, zestien uur per dag aan de turfschep. Een schoolvriend van de jonge Foppe woonde in een vochtige plaggenhut waar je niet eens rechtop kon staan. De vroegtijdige dood van zijn depressieve moeder, die zelfmoord pleegde, droeg evenmin bij aan een onbekommerde jeugd.

Een mooie karaktereigenschap van de latere voetbaltrainer is dat hij zijn afkomst nooit heeft verloochend en ondanks alle successen bescheiden is gebleven. Foppe is niet iemand die de achterban naar de mond praat, noch zal hij een gelikte mediatraining volgen om de pers te woord staat. Nee, Foppe is authentiek, ingetogen en een beetje ongemakkelijk met een rol in de schijnwerpers. Als luxe permitteert hij zich slechts een stacaravan op Ameland.

In chronologische volgorde houdt Haanstra de carrière van Foppe tegen het licht. We krijgen te zien dat de trainersloopbaan zorgvuldig wordt opgebouwd. De Haan doorloopt alle niveaus in het amateurvoetbal en na de landstitel met ACV maakt hij de overstap naar de profs. Hier komt hij als oud-CIOS-docent met ook een ALO- diploma op zak, volledig tot zijn recht.

Hoewel we met een fanatieke prestatietrainer van doen hebben is het resultaat niet altijd heilig. Hij is heel duidelijk in wat hij wil. Het gaat hem bovenal om goed voetbal. Eén drijfveer is dominant aan alle andere, hij wil spelers beter maken.

“Ik ben allergisch voor dingen die geen zin hebben en ook voor doelloos herhalen. Als je altijd hetzelfde doet, krijg je ook altijd hetzelfde resultaat. Na een tijdje ga je zelfs achteruit”

Boeiend wordt het wanneer de gevierde voetbaltrainer in gesprek gaat met Dirk Scheringa, de voorzitter van AZ. De Haan kan zo’n beetje een blanco cheque tekenen bij de Alkmaarse club, maar weigert uiteindelijk toch in zee te gaan met de gevallen bankier.

Menno Haanstra, die we kennen van de prachtige biografie over Jan Ykema,  heeft er een vlot leesbaar boek van gemaakt. Dit levensverhaal over Foppe is niet alleen geschikt voor voetballiefhebbers, maar verdient een grotere lezersschare. Het is een mooie biografie over een mooi mens.

Het voorwoord komt van Bert Wagendorp. Hij wordt sportjournalist bij de Leeuwarder Courant op het moment dat Foppe begint als trainer bij ‘zijn’ sc Heerenveen.

Judas

judas
Op de laatste bladzijde van het boek Judas schrijft Astrid Holleeder:

Het is tijd dat het moorden stopt. Dat Sonja en ik onze getuigenis tegen jou met de dood moeten bekopen weten wij. De enige reden dat jij nog leeft, is dat je ons het leven wilt ontnemen. Maar ondanks die zekerheid, Wim, hou ik nog steeds van jou.

judasHet was alles behalve pais en vree in het gezin Holleeder. Ze woonden in de Eerste Egelantiersdwarsstraat in de Amsterdamse Jordaan. Vader Willem Holleeder, werkzaam bij het Heineken-concern,  was alcoholist en tiranniseerde zijn vrouw en kinderen, waarvan Willen de oudste en Astrid de jongste was. Nadat zijn ouders waren gescheiden nam Willem steeds meer de rol van zijn vader over. Astrid ontworstelde zich aan het milieu en werd strafrechtadvocaat, terwijl zus Sonja trouwde met de later vermoorde crimineel Cor van Hout.

Met een wekelijkse column in Nieuwe Revue en een optreden in het programma College Tour werd Willem Holleeder neergezet  als een society figuur, als de nationale knuffelcrimineel. Wie eenmaal kennis heeft genomen van het bijna 600 pagina’s tellende boek Judas krijgt een beeld van een psychopaat voorgeschoteld, dat elke verbeelding te boven gaat. Na de ontknoping van de Heineken ontvoering in 1983 heeft Willem Holleeder zijn familie meer dan dertig jaar lang geterroriseerd .

Astrid Holleeder leidde een dubbelleven. Ze was de vertrouweling van beroepscrimineel Willen Holleeder, maar ook werkzaam als strafrechtadvocaat. De schrijfster leefde in een wereld van arrestaties, afpersingen, liquidaties en huiszoekingen en zag nog maar één uitweg. Ze nam de gesprekken met haar broer op en legde een kluisverklaring af bij justitie. Met het doel hem levenslang achter de tralies te krijgen. De titel van dit boek slaat dan ook op de schrijfster, zij heeft haar broer verraden.

Judas is een verbijsterende familiekroniek en een testament in één, goed geformuleerd en met vaart geschreven. Ook ontbreekt de (cynische) Amsterdamse humor niet. Niet eerder kreeg ik zo’n huiveringwekkend verhaal onder ogen. Toch is het goed te bedenken dat dit verhaal de beleving weergeeft van Astrid Holleeder;  het is haar invulling van de werkelijkheid.

Rokjesdag

rokjesdag
RokjesdMartin Bril was een schrijver die bekend stond om zijn scherpe columns en zijn treffend proza. Deze maand is het alweer acht jaar geleden dat hij overleed. Hij werd slechts 49 jaar.  Wordt een schrijver na zijn dood nog wel gelezen en wat blijft er uiteindelijk van hem over? Als we Gerard Reve mogen geloven niet veel. Volgens hem wordt een schrijver na zijn heengaan op scholen nog tien jaar vrijwillig gelezen en daarna nog eens tien jaar verplicht. Dan wordt er een straat naar hem genoemd en daarna is hij helemaal vergeten.

Om aan materiaal voor zijn columns te komen, trok Martin Bril met open vizier het land in. Hij kende de kaart van Nederland uit zijn hoofd en was zijn eigen Tom Tom. Zijn bekendste boek is misschien wel Rokjesdag en andere lenteverhalen, dat in 2010 postuum werd uitgegeven. Hierin zijn de mooiste verhalen over de lente opgenomen, die eerder in de Volkskrant en Het Parool verschenen. Zonder de lezer een mening op te dringen -een enkele uitzondering daargelaten- toont Bril zijn scherpe observatievermogen. Hij schrijft over de vogels, de bloemen, over de opkomst van de smartphone en gaat naar Brabant of Scheveningen om steeds met een mooi verhaal terug te keren.

Intussen heeft het iets eenzaams, dat geklungel met die telefoons, dat geobsedeerde turen naar die schermpjes en dat gehannes op die veel te kleine knopjes. Maar wie niet communiceert, bestaat niet – dus iedereen trekt zijn telefoon zodra hij alleen op een terras zit. Het is dé manier om jezelf een houding te geven. Zelfs wie niets te doen heeft, kan zichzelf met een mobiele telefoon heel drukbezet en dynamisch voordoen.

Een jaarlijks terugkerend onderwerp in zijn columns was de zogeheten Rokjesdag. De bekendheid die Bril gaf aan dit begrip leidde ertoe dat het in de Dikke Van Dale werd opgenomen.

Rokjesdag is een wonderlijke dag. Als bij toverslag zijn de straten ineens gevuld met blote benen. Het wonder is dat de dames hierover van tevoren geen overleg hebben gevoerd. Ze voelen aan dat het kan. Er mogen geen panty’s om de benen zitten, dat is bedrog.

Aan te bevelen is om niet teveel columns achter elkaar lezen. Ze komen het best tot hun recht wanneer je ze hardop leest. Op een ochtend in april wordt u nietsvermoedend wakker en dan is het plotseling Rokjesdag. Een goed moment om weer eens een boek van Bril uit de kast te trekken.

Johan Cruijff

cruijff
Een half jaar na het overlijden van Nederlands beste voetballer aller tijden verschijnt de autobiografie met de titel Johan Cruijff. Het levensverhaal wordt in zijn eigen woorden chronologisch opgetekend door de bevriende journalist Jaap de Groot van de Telegraaf.

cruijff-plaatje

Als eenvoudige jongen uit Betondorp zet de kleine Johan de eerste schreden op de voetbalvelden van Ajax. Het vroegtijdig overlijden van zijn vader heeft een grote invloed op zijn jeugd, maar staat een snelle ontwikkeling als voetballer niet in de weg.

Bij alle clubs waar Cruijff komt te spelen is hij de gevierde vedette, maar evenzo vaak ontstaan er problemen. Rinus Michels is zijn trainer bij Ajax, Barcelona, Los Angeles Aztecs en het Nederlands Elftal en speelt evenals schoonvader Cor Coster, die de zakelijke belangen behartigt, een grote rol. Maar dezelfde Michels weigert hem een trainerslicentie toe te kennen en belet hem bondscoach van het Nederlands Elftal te worden. Er is sprake van een haat liefde verhouding. Ook de ruzies met Piet Keizer, inmiddels ook al overleden, Frank Rijkaard en Marco van Basten worden besproken.

Als trainer en later ook als lid van de Raad van Commissarissen komt Cruijff regelmatig in aanvaring met bestuurders. De tegenstelling tussen trainer/speler en bestuurder loopt als een rode draad door het boek. Veel ruimte wordt ingeruimd voor de Johan Cruijff Foundation. Meer dan op zijn voetbalprestaties was De Verlosser trots op dit project.

El Salvador slingert zijn wijsheden als granieten zekerheden de wereld in. Hoewel de legendarische nummer 14 enkele onthullingen doet over Michels en de WK’s van ’74 en ‘78 komt er niet heel veel nieuws naar buiten. Wat overblijft is een sympathiek portret van een (familie) man met onnavolgbare bewegingen, een onafhankelijke geest en onnavolgbare uitspraken:

Ik maak eigenlijk nooit fouten, want ik heb enorme moeite om me te vergissen.

Als ik zou willen dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd.

In het boek staan prachtige foto’s, een voorwoord van Cruijff zelf en een nawoord van zoon Jordi. Het wachten is op de uitputtende biografie van historicus Auke Kok, waarin ook anderen aan het woord zullen komen.

reserveer deze boeken