Alle berichten door Rein

Een doodgewone jongen uit Utrecht

Hij is niet iemand die graag in het middelpunt van de belangstelling staat en heeft aan het geven van interviews een broertje dood. Ook laat de geboren Utrechter nooit het achterste van zijn tong zien. Met het verschijnen van de autobiografie Basta is daar een einde aan gekomen. De lezer krijgt het complete verhaal voorgeschoteld: rauw, eerlijk, openhartig en onthullend. Niemand wordt gespaard.

Door de weinig harmonieuze gezinssituatie grijpt Marco van Basten de voetballerij aan om het ouderlijk huis zo snel mogelijk te ontvluchten. Zijn ouders hebben een slecht huwelijk en de dominante vader heeft geen oog voor de andere kinderen in het gezin. Misschien dat hier zijn sterke focus om de beste voetballer van de wereld te worden, is geworteld.

Met enige overdrijving kun je zeggen dat de enkel het hoofdpersonage van het boek is geworden; het is in ieder geval de leidraad. Een onschuldige overtreding in de wedstrijd tegen FC Groningen leidt sluipenderwijs het einde van zijn voetbalcarrière in. Op slechts 28-jarige leeftijd wordt de voetballer Van Basten ten grave gedragen; als mens moet hij door.

Veel ruimte is er ingeruimd voor Johan Cruijff. Wat aanvankelijk zijn idool is en later zijn medespeler en trainer wordt uiteindelijk een goede vriend. De heren raken gebrouilleerd en Cruijff overlijdt in 2016. Toch wordt de vriendschap postuum weer enigszins hersteld. Het is één van de aangrijpendste passages uit het boek. Opvallend genoeg komen Ruud Gullit en Frank Rijkaart, zijn makkers bij AC Milaan, nauwelijks in het verhaal voor. Vol lof en weinig kritisch is Van Basten over de omstreden mediamagnaat Silvio Berlusconi. Deze puissant rijke zakenman is eigenaar van AC Milaan en zorgt voor een vorstelijk salaris. Door verkeerde beleggingen slinkt het miljoenenvermogen van de Milanese spits met bijna de helft, juist op het moment dat de Italiaanse fiscus bij hem aanklopt.

De meeste mensen kennen Marco van Basten slechts als de gevierde voetballer die successen heeft behaald met Ajax, AC Milan en het Nederlands Elftal, maar een lofzang op deze prachtige voetballer is het boek  nadrukkelijk niet geworden. Uitgebreid vertelt Van Basten over zijn faalangst, spanningen en depressies, maar ook over zijn weinig geslaagde trainerscarrière. Persoonlijke ontwikkeling neemt een belangrijke plaats in. Hij werkt keihard aan zichzelf, kan meedogenloos zijn en doet aan zelfreflectie. Ik ben de beste, op mijzelf na is één van zijn gevleugelde uitspraken. Deze autobiografie is ook voor de niet voetballiefhebber interessant om te lezen.

Basta gaat over een doodgewone jongen uit Utrecht die toevallig aardig tegen een balletje kon trappen, maar aan wie het circus rondom het voetbal niet is besteed. Door alle tegenslagen in zijn leven is hij –naar eigen zeggen- een prettiger mens geworden.

 

Dit is een goed stel hoor

Blijven hangen in het verleden raadt de schrijver niemand aan, maar zo nu en dan even omkijken kan een genoegen zijn. In Dit is een goed stel hoor blikt sportjournalist Theo Reitsma terug op 50 jaar sportgeschiedenis. Hij doet dit aan de hand van anekdotes en opvallende ervaringen van voornamelijk Nederlandse sporters op evenementen waar hij zelf nauw bij betrokken was.

Boek Theo ReitsmaTheo Reitsma werd veelal gezien als de beste commentator. Hij was in ieder geval mijn favoriete sportverslaggever. Uitstekend voorbereid,  nieuwsgierig en beschikkend over een arendsoog. Met liefde voor de sporten die hij volgde: voetbal, atletiek, honkbal en boksen. In dienst van de kijker zag hij het commentaar puur als ondersteuning van het beeld, zonder opsmuk en tierelantijnen en vooral niet om zelf de eerste viool te spelen. Slechts een enkele keer ging hij uit zijn dak; toen Marco van Basten in de finale van het  EK ’88 een prachtig doelpunt maakte:

GOED, OOHHH WAT EEN GOAL! WAT EEN SCHITTEREND DOELPUNT ZEG. JA, NIET TEGELOVEN ZOALS IE DIE BAL UIT DE LUCHT OPPAKT IN DIE HOEK DAAR. NIET TE GELOVEN WAT EEN WEERGALOOS DOELPUNT!

Of toen Ellen van Langen de 800 meter won op de Olympische Spelen van Barcelona ‘92. Sommige uitspraken zijn historisch geworden en komen in het boek terug. Op het WK voetbal van 1986 waren er nog niet zoveel camera’s en er was nog geen VAR. Maradona scoorde tegen Engeland en Reitsma riep resoluut; “En ik zeg hands”. Hij zat in de nok van een groot stadion, maar had het als een van de weinigen bij het rechte eind. Maradona beweerde later dat hij met de hand van God had gescoord.

Reitsma toont in het boek interesse voor de mens achter de sporter en heeft oog voor de politieke situaties, zoals de aanslag van de Palestijnen op de Israëlisch (Olympische Spelen München 1972) en de dwaze moeders tijdens het totalitaire regime van generaal Videla in Argentinië  (WK voetbal 1978). Ook krijgt de lezer een kijkje in de keuken van de sportredactie van de NOS. Met de afgeronde verhalen levert Reitsma vakwerk zoals we dat van hem gewend zijn. De titel van het boek verwijst naar het Europees Kampioenschap ‘88 waarop het winnende Nederlands Elftal op een bankje een feestje viert en Reitsma opmerkt: “Dit is een goed stel hoor”.

Na een gedegen HBS-B opleiding ontwikkelt Reitsma zich bij verschillende dagbladen in de (sport)journalistiek. Vanaf 1969 wordt Studio Sport zijn werkterrein met voetbal en atletiek als specialiteiten. Toch heeft honkbal zijn grote voorliefde en hij beleeft zijn ‘finest hour’ als het Nederlands honkbalteam het niet te kloppen Cuba een nederlaag toebrengt op de Olympische Spelen 2000  in Sydney. Na zijn carrière wordt Reitsma voorzitter van de Nederlandse honk- en softbal bond als waardering voor al zijn inspanningen en om de sport smoel te geven. In 2004 ontvangt hij de ere Nipkowschijf voor zijn hele oeuvre.

Duister hoofdstuk uit de Amerikaanse geschiedenis

De nieuwste roman van Colson Whitehead is een op ware gebeurtenissen gebaseerd verhaal dat zich afspeelt in de vroege jaren zestig ten tijde van de Jim Craw-rassenwetten in de Zuid-Amerikaanse staat Florida. Elwood Curtis, de zwarte hoofdpersoon in De jongens van Nickel, is zes wanneer zijn ouders hem in de steek laten. Voor hem is dat het moment waarop hij zich van de wereld bewust wordt. Hij groeit op bij zijn oma, haalt goede cijfers op school en besluit te gaan studeren. De grijs gedraaide langspeelplaat met speeches van dr. Maarten Luther King, vormt een bron van inspiratie:

Er zijn grote krachten die de Neger eronder willen houden, zoals de Jim Crow-wetten, en er zijn kleinere krachten die je eronder willen houden, zoals andere mensen, en tegenover al die krachten, de grote en de kleine, moet je je weerbaar opstellen en je gevoel voor eigenwaarde bewaren.

Een lift naar zijn nieuwe hogeschool wordt Elwood fataal.  Na een onterechte beschuldigd van diefstal  belandt hij op de Nickel Academy, een tuchtschool waar zwarte jongens aan het sadisme van hun witte bewakers zijn overgeleverd. Marteling, misbruik en corruptie zijn aan de orde van de dag. Voor hem is er nog maar één houvast, zijn vriend Turner, die net als hij wil ontsnappen uit deze gruwelkamer.

Colson Whitehead is een echte storyteller. Hij neemt de lezer mee in een mensonterend verhaal dat het voorstellingsvermogen te boven gaat. De ontknoping kan met een gerust hart schokkend worden genoemd. De schrijver toont weinig emotie en presenteert de gebeurtenissen als koele feiten. Dat hij de neiging heeft uit te weiden over allerlei randzaken die nauwelijks iets toevoegen aan het eigenlijke verhaal mag ook als een minpuntje worden beschouwd, maar doen geen werkelijke afbreuk aan deze roman.

Oud-president Barack Obama noemt dit boek een must read en de Volkskrant kent vijf sterren toe. Voor dit duistere hoofdstuk uit de Amerikaanse geschiedenis en voor racisme in het algemeen mag onze aandacht nooit verslappen.

Colson Whitehead is een gevierd auteur in de Verenigde Staten en reist de wereld over om zijn werk te promoten. Zijn vorige boek, De ondergrondse spoorweg gaat over slavernij en werd bekroond met de National Book Award.

“In het eeuwige strijdgewoel van man en vrouw ben ik een onnozele”.

Van schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer, die binnenkort 80 jaar wordt, is Canaille -het derde deel in de Odyssee serie- verschenen. De cyclus begint met Fernweh over de familiegeschiedenis van zijn ouders en Loes Hamel, de liefde van zijn leven staat centraal in Sirenen (deel twee). De boeken zijn goed afzonderlijk van elkaar te lezen.

We schrijven 1967, het is een chaotische tijd en de relatie met top mannequin Loes Hamel loopt op haar laatste benen. Jan Cremer besluit het vaderland achter zich te laten en zijn geluk in de Verenigde Staten te beproeven. Hij strijkt neer op Cape God, een schiereiland in de Staat Massachusetts, waar de gemeenschapszin nog zeer hecht is. Aan vrouwelijk schoon geen gebrek, de ik-figuur wisselt de relaties met zijn geliefden net zo makkelijk in als een klant de volle spaarkaart bij de plaatselijke buurtsuper.

Maar dan wordt het serieus. De hoofdpersoon verovert de adembenemend mooie ballerina Perrine, verbonden aan het New Yorks Ballet en afkomstig uit België. Zij wordt zijn nieuwe liefde en met de komst van dochter Camille lijkt de schrijver gesetteld. Maar geldgebrek en de verleiding door andere vrouwen stelt de relatie zwaar op de proef. Er ontwikkelt zich een enorme machtsstrijd, die prachtig wordt beschreven. Gesteund door de vlotte pen van Jan Cremer wordt de lezer meegesleurd in dit aangrijpende verhaal, waarin de schoonfamilie zich als zijn grootste vijand ontpopt. Ondertussen leert de schrijver de duistere kanten van zijn aanstaande echtgenoot steeds beter kennen.

Was het eerste bezoek van zus Betty al een teken aan de wand, met de eerste blik op mijn toekomstige schoonouders wist ik dat het met Perrine voorbij was, dat ik vrouw en kind kwijt was

Ondanks alle problemen trekt de schrijver de wereld over en blijft hij positief gestemd. Regelmatig hanteert hij de overtreffende trap zoals we dat van hem gewend zijn. Hij heeft al een sigaret in de mond nog voor hij ’s ochtend zijn ogen opent, in het casino jast hij al z’n geld erdoor om vervolgens een dure vakantie naar Scandinavië te boeken en aan de voortdurende verleidingen van een aan hem toegewezen beeldschone literair agente geeft hij niet toe. Prachtig beschreven, maar niet erg geloofwaardig. Toch komt hij ermee weg, want de schrijver heeft de sympathie van de lezer allang gewonnen.

Canaille is nauwelijks een roman te noemen. Het is een onweerstaanbare liefdesgeschiedenis gegoten in een soort dagboekvorm met genummerde hoofdstukken. Cremer hanteert in het boek een vlotte rechttoe-rechtaan-stijl en neemt geen blad voor de mond. Het neerzetten van karakters en de prachtige landschapsbeschrijvingen verraden zijn vakmanschap. Alles wordt met de nodige bravoure aan het papier toevertrouwd, maar als je het boek dichtslaat heeft de stoere macho man toch iets van zijn glans verloren.

 

Serotonine

Wakker worden is het pijnlijkste moment van de dag lezen we op de eerste bladzijde van Serotonine, de nieuwste roman van de Franse schrijver Michel Houellebecq. Om die zware horde te verlichten is het reservoir van zijn koffiezetapparaat de avond tevoren al gevuld met water en het filter met gemalen koffie. Met één druk op de knop is de koffie klaar en wordt het tijd voor een sigaret en een antidepressivum in de vorm van een Captorix-tablet, dat de afscheiding van het gelukshormoon serotonine moet verhogen.

Serotonine is niet wat je noemt een vrolijk boek, al valt er genoeg te lachen. De depressieve ik-figuur is de zesenveertig jarige Florent-Claude Labrouste, het alter-ego van de schrijver. Hij blikt terug op zijn leven en vraagt zich af waar het mis is gegaan. De gestrande relatie met zijn hartsvriendin Camille drukt zwaar op zijn gemoed. Hij is nooit in staat geweest richting te geven aan zijn leven en slikt pillen die zijn libido zwaar hebben aangetast, terwijl het bestaan van vrouwen de enige drijfveer in zijn leven lijkt te zijn. Een tikkeltje vrouwonvriendelijk is de hoofdpersoon wel, voor hem zijn de dames –net als cafeïne en nicotine- vooral een genotmiddel.

Een regelrechte pageturner is Serotonine evenmin. De misantropische hoofdpersoon maakt nauwelijks een ontwikkeling door, klaagt voortdurend over zijn omgeving en is niet in staat enige verandering in zijn leven aan te brengen. Zijn beperkte binding met de buitenwereld kalft gaandeweg steeds verder af.

“Ik reed in een 4×4 diesel –ik had dan misschien niet veel goeds gedaan in mijn leven, ik had toch in elk geval bijgedragen aan de vernietiging van de planeet”.

Toch wil je als lezer weten hoe het verhaal afloopt. Slaagt hij erin het contact met Camille te herstellen, brengt een bezoek aan Ameyric, een vroegere vriend van adellijke komaf, misschien uitkomst? Of worden totale eenzaamheid en vergankelijkheid werkelijk zijn deel? Door de goede schrijfstijl is dit boek een genot om te lezen. De ironische passages zijn talrijk en als lezer vraag je je voortdurend af; meent de schrijver dit nou of word ik op de hak genomen? Houellebecq heeft zo’n mooie pen dat het in feite niet uitmaakt waarover hij schrijft, al mag het hier en daar wel iets minder grof.

Hoeveel leed kan een menselijke ziel verdragen?

Volgens een ongeschreven regel is een boek onleesbaar wanneer het geen goede titel heeft. De boekwinkel voor gebroken harten van Robert Hillman is een prachtig boek en vormt hierop de uitzondering. Maar wat moeten we ons voorstellen bij zo’n titel. Kan iedereen die gedumpt is daar terecht?

Tom Hope runt een boerderij met koeien en schapen op het Australische platteland. Hij is een man van weinig woorden en leidt een betrekkelijk saai leventje. Nog nooit heeft iemand hem het gevoel gegeven dat hij interessant is. De eenzaamheid slaat toe wanneer zijn vrouw Trudy met een simpel briefje op de keukentafel een einde maakt aan hun relatie. Volledig in de ban van haar (nieuwe) liefde voor Jezus Christus staat ze na twee jaar plotseling weer op de stoep. Trudy is zwanger en haar (latere) zoon Peter gaat een belangrijke rol spelen in het boek.

De tweede vrouw die op Tom´s pad komt is de extraverte Hongaarse Jodin Hannah. Ze is ziek van het antisemitische Europa en wil zich in Australië gaan vestigen. Zwaar getraumatiseerd door het leed dat haar in de Tweede Wereldoorlog is aangedaan, arriveert ze in het stadje Hometown, om daar een boekwinkel te beginnen. De vraag is of het echt wat kan worden tussen de bescheiden Tom, die zijn vorige huwelijk en het gemis van ‘stiefzoon’ Peter nog niet goed heeft verwerkt en de ruim tien jaar oudere Hannah met sterk wisselende stemmingen, wiens man en zoon de verschrikkingen van Auschwitz niet hebben overleefd.

“Je hebt mijn zoon vermoord. Ik hoop dat er een hel is en dat jij daarheen gaat”

In een aantal flash backs neemt Hannah de lezer mee naar de jaren ’40-45’. Ze vertelt over haar mensonterende verblijf in het kamp en hoe ze er uiteindelijk in is geslaagd Auschwitz levend te verlaten. Dit gruwelijke oorlogsverhaal geeft het boek de nodige diepgang en is onontbeerlijk om Hannah’s wispelturige gedrag te kunnen begrijpen. Wel is het contrast tussen de beschrijvingen van het mooie Australische landschap en de verschrikkingen in het slavenleger onder leiding van Kampbeul Schubert nogal groot. Een met vaart geschreven, hartverscheurende roman over verdriet en hoop, over het belang van vrijheid en de kracht van liefde om zware tegenslag te overwinnen.

 

 

‘Ik was vijf en wist: wij zijn de vijand’

Pas na de dood van haar vader realiseerde Jolande Withuis zich dat zij hem nooit goed heeft gekend. In het boek Raadselvader is de schrijfster er -na veel onderzoek -in geslaagd een goed beeld te krijgen van het leven van haar vader, Berry Withuis. Met behulp van het BVD-dossier heeft ze zijn levensgeschiedenis gereconstrueerd.

raadselvaderBerry was nog maar 12 jaar toen zijn vader overleed. Voor hem was dat een reden om het streng gereformeerde geloof de rug toe te keren. Later kwam er een nieuw geloof voor in de plaats, de totalitaire heilsleer van het marxisme-leninisme. Als journalist kreeg hij een baan bij dagblad De Waarheid. Vlak na de oorlog was dat de grootste krant van Nederland, maar al spoedig kalfde de oplage van de voormalige verzetskrant af. De communisten hadden weliswaar aan geallieerde zijde dapper meegeholpen om het nazi regime ten val te brengen, maar in  Nederland werd je na de tweede wereldoorlog als CPN-er met de nek aangekeken. Of zoals de schrijfster het zelf formuleert: ‘Ik was vijf en wist: wij zijn de vijand’.

De communistische heilsleer drukte een zware stempel op het gezin en oud-verzetsman Withuis senior werd scherp in de gaten gehouden door de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Hierover werd in het gezin niet gesproken, er werd überhaupt weinig gesproken en zeker niet over gevoelens. Na het vertrek bij de krant werd Withuis schaakjournalist en organiseerde hij simultaans en toernooien. Schaken was voor hem een manier om mensen te ontmoeten zonder daadwerkelijk met hen te communiceren. Te midden van zijn schaakvrienden was hij minder gesloten dan thuis. De laatste ruim 40 jaar van zijn leven heeft hij zich volledig aan het schaken gewijd. Het is een beetje jammer dat de auteur aan deze periode zo weinig aandacht heeft besteed. Schaken was toch zijn lust en zijn leven en zijn belangstelling voor het communisme verdween meer en meer naar de achtergrond.

Toch is Raadselvader een geweldig boek en Jolande Withuis heeft allemaal prachtig opgeschreven. Een boek over een familiegeschiedenis, een levensbeschrijving van haar vader en de rol van het communisme in het Nederland van vlak na de oorlog ineen. En zoals de ondertitel Kind in de Koude Oorlog al aangeeft wordt ook nog eens haar eigen rol en ontwikkeling daarin beschreven. Voorwaar geen eenvoudige opgave!

Pessimisme kun je leren!

Pessimisme kun je leren!Het bedrijfskapitaal van een schrijver bestaat slechts uit een typemachine en –in de zomer- een vliegenmepper. Met  deze zin begon Lévi Weemoedt ooit één van zijn boeken. Hij schreef vooral verhalen en een enkele roman. In de jaren tachtig streed hij met Hans Dorresteijn om de titel droevigste dichter van Nederland. Weemoedt genoot in die periode in literaire kringen een zekere populariteit. Nadat hij in 1992 vanuit de randstad naar Drenthe verhuisde (“Het streekvervoer in Drenthe is kort gezegd aldus: indien er al iets langskomt is het een collectebus”) raakte hij in de vergetelheid en hebben we nog maar weinig van hem vernomen.

Eind vorig jaar dook hij plotseling op in het programma De Wereld Draait Door. Matthijs van Nieuwkerk verkeerde in de veronderstelling dat Lévi Weemoedt,  pseudoniem van Isaäck Jacobus van Wijk,  al dood was en dat dacht de dichter zelf eigenlijk ook. Aanleiding voor zijn komst naar de studio was de pas verschenen dichtbundel Pessimisme kun je leren!, een verzamelbundel, die door Ӧzcan Akyol is samengesteld.

Komische versjes worden afgewisseld met de nodige zelfspot en melancholisch en droevig werk. Het gedicht ‘Reddeloos’ eindigt met: ”ik groeide op voor galg en Riagg”. Grappig en mooi gevonden, maar het is ook een droevig gedicht. Dat Lévi Weemoedt niet direct het zonnetje in huis is blijkt ook uit onderstaand gedicht:

TEVREDENHEIDSTEST

De kwaliteit van mijn leven  – een cijfer gevend,  –daarbij rekening houdend- met de factor plezier, –ook geluk in de liefde –in ogenschouw nemend, –depressieve gedachtes als: ‘Wat doe ik nog hier?’ – Kom ik uit op een 4-

 Zijn verhalen kennen we al, maar het is goed dat Weemoedt met deze bundel weer even in de publiciteit is. Een lach, een traan en een opgetrokken wenkbrauw, het zit er allemaal in. De liefde voor taal wint het bij Weemoedt van de melancholie en de neerslachtigheid en dat houdt de schrijver op de been.

De mooie gebonden uitgave begint met een voorwoord van Ӧzcan Akyol en bevat 70 gedichten. De neiging om een gedicht voor de tweede of derde keer te lezen is groot. Met de samensteller van deze bloemlezing roep ik iedereen op deze man te (her)lezen.

reserveer dit boek

 

 

Henk


Henk; Het levensverhaal van Henk WestbroekIn het leven van Henk Westbroek ligt lang niet alles vast. Heel veel zaken komen bij toeval op zijn pad. Je hoort wel eens mensen zeggen dat ze hun leven zo weer over zouden doen. Voor Henk geldt dit niet.

Mijn hele leven hangt aan elkaar van momenten waarvan ik achteraf zeg: als ik er vijf minuten langer over had nagedacht, was ik er nooit aan begonnen

Wie de biografie ‘Henk’ van Martin Groenewold heeft gelezen kan maar tot één conclusie komen; de zanger van Het Goede Doel is een geboren verteller. Het ene verhaal is nog mooier dan het andere. Hoe hij liftte door Engeland en werd meegenomen door een man met een baard in een Mini Cooper. Hij kreeg een kopje thee aangeboden bij die man thuis. Het bleek een enorm landhuis te zijn. In de keuken daar had de bediende aan Henk gevraagd hoe hij meneer McCartney eigenlijk kende…

Of het verhaal over de Griekse landschildpad Snoopy die is weggelopen. De Algemene Inspectie Dienst neemt het beest in beslag, omdat Westbroek geen aankoopbonnetje kan overleggen. Er volgt een politie-inval, een kruisverhoor en een meerdaagse rechtszaak aan de zijde van Bram Moszkowicz. Voor deze regelrechte klucht worden niet minder dan twee hoofdstukken ingeruimd.

Met zijn jeugdvriend Henk Temming bezoekt hij de HBS en ze richten de succesvolle popgroep Het Goede Doel op. Na diverse ruzies met vooral Henk Temming valt de band uiteen en gaat hij solo verder. De scheiding van Henk Temming gaat hem wel aan het hart. Je gaat toch missen wat je haat, aldus Westbroek.

De geboren Utrechter is een duizendpoot: liedjesschrijver, diskjockey bij Radio 3 en 3FM, uitbater van het rockcafé Stairway to Heaven en columnist bij het Utrechts Dagblad. En ook nog politicus. Pim Fortuyn zag hem als de ideale tweede man van Leefbaar Nederland. Het is er niet van gekomen en ook het burgemeesterschap van Utrecht gaat aan zijn neus voorbij.

Gesteund door zijn welbespraaktheid is Henk niet bang stelling te nemen en kan hij nogal dwars en vilein uit de hoek komen. Niet zelden wordt een contract of dienstverband in een ruziënde sfeer beëindigd. Maar Henk verliest nooit zijn droge humor of ironie. Zijn ongelijk is vaak interessanter dan het gelijk van anderen, vooral door de verpakking.

Martin Groenewold heeft het openhartige levensverhaal van Westbroek in diens eigen woorden opgeschreven. De zanger schudt de ene na de andere anekdote uit zijn mouw. Zonder schroom en bijzonder geestig. Aan dit boek raakt niemand bekocht.

 

Foppe

foppe

Menno Haanstra sprak voor biografie over Foppe de Haan met een groot aantal (top)voetballers, die onder De Haan hebben gewerkt zoals: Ruud van Nistelrooij, Royston Drenthe, Gertjan Verbeek en Klaas-Jan Huntelaar. Stuk voor stuk zijn ze vol lof over hun vroegere trainer al kraakt Verbeek wel een kritische noot. Veel plaats wordt ingeruimd voor Riemer van der Velde, de man die in de jaren ’80 als voorzitter het roer bij sc Heerenveen overneemt en Foppe aanstelt als trainer.
Foppe

Het gezin De Haan had het niet breed en Foppe en zijn oudere zus groeiden op onder sobere omstandigheden. Geen waterleiding, geen elektriciteit en geen gas; er moest zuinig worden geleefd. Tegen een hongerloontje stonden de arbeiders, waaronder vader Reinder, zestien uur per dag aan de turfschep. Een schoolvriend van de jonge Foppe woonde in een vochtige plaggenhut waar je niet eens rechtop kon staan. De vroegtijdige dood van zijn depressieve moeder, die zelfmoord pleegde, droeg evenmin bij aan een onbekommerde jeugd.

Een mooie karaktereigenschap van de latere voetbaltrainer is dat hij zijn afkomst nooit heeft verloochend en ondanks alle successen bescheiden is gebleven. Foppe is niet iemand die de achterban naar de mond praat, noch zal hij een gelikte mediatraining volgen om de pers te woord staat. Nee, Foppe is authentiek, ingetogen en een beetje ongemakkelijk met een rol in de schijnwerpers. Als luxe permitteert hij zich slechts een stacaravan op Ameland.

In chronologische volgorde houdt Haanstra de carrière van Foppe tegen het licht. We krijgen te zien dat de trainersloopbaan zorgvuldig wordt opgebouwd. De Haan doorloopt alle niveaus in het amateurvoetbal en na de landstitel met ACV maakt hij de overstap naar de profs. Hier komt hij als oud-CIOS-docent met ook een ALO- diploma op zak, volledig tot zijn recht.

Hoewel we met een fanatieke prestatietrainer van doen hebben is het resultaat niet altijd heilig. Hij is heel duidelijk in wat hij wil. Het gaat hem bovenal om goed voetbal. Eén drijfveer is dominant aan alle andere, hij wil spelers beter maken.

“Ik ben allergisch voor dingen die geen zin hebben en ook voor doelloos herhalen. Als je altijd hetzelfde doet, krijg je ook altijd hetzelfde resultaat. Na een tijdje ga je zelfs achteruit”

Boeiend wordt het wanneer de gevierde voetbaltrainer in gesprek gaat met Dirk Scheringa, de voorzitter van AZ. De Haan kan zo’n beetje een blanco cheque tekenen bij de Alkmaarse club, maar weigert uiteindelijk toch in zee te gaan met de gevallen bankier.

Menno Haanstra, die we kennen van de prachtige biografie over Jan Ykema,  heeft er een vlot leesbaar boek van gemaakt. Dit levensverhaal over Foppe is niet alleen geschikt voor voetballiefhebbers, maar verdient een grotere lezersschare. Het is een mooie biografie over een mooi mens.

Het voorwoord komt van Bert Wagendorp. Hij wordt sportjournalist bij de Leeuwarder Courant op het moment dat Foppe begint als trainer bij ‘zijn’ sc Heerenveen.