Alle berichten door Rein

Foppe

foppe

Menno Haanstra sprak voor biografie over Foppe de Haan met een groot aantal (top)voetballers, die onder De Haan hebben gewerkt zoals: Ruud van Nistelrooij, Royston Drenthe, Gertjan Verbeek en Klaas-Jan Huntelaar. Stuk voor stuk zijn ze vol lof over hun vroegere trainer al kraakt Verbeek wel een kritische noot. Veel plaats wordt ingeruimd voor Riemer van der Velde, de man die in de jaren ’80 als voorzitter het roer bij sc Heerenveen overneemt en Foppe aanstelt als trainer.
Foppe

Het gezin De Haan had het niet breed en Foppe en zijn oudere zus groeiden op onder sobere omstandigheden. Geen waterleiding, geen elektriciteit en geen gas; er moest zuinig worden geleefd. Tegen een hongerloontje stonden de arbeiders, waaronder vader Reinder, zestien uur per dag aan de turfschep. Een schoolvriend van de jonge Foppe woonde in een vochtige plaggenhut waar je niet eens rechtop kon staan. De vroegtijdige dood van zijn depressieve moeder, die zelfmoord pleegde, droeg evenmin bij aan een onbekommerde jeugd.

Een mooie karaktereigenschap van de latere voetbaltrainer is dat hij zijn afkomst nooit heeft verloochend en ondanks alle successen bescheiden is gebleven. Foppe is niet iemand die de achterban naar de mond praat, noch zal hij een gelikte mediatraining volgen om de pers te woord staat. Nee, Foppe is authentiek, ingetogen en een beetje ongemakkelijk met een rol in de schijnwerpers. Als luxe permitteert hij zich slechts een stacaravan op Ameland.

In chronologische volgorde houdt Haanstra de carrière van Foppe tegen het licht. We krijgen te zien dat de trainersloopbaan zorgvuldig wordt opgebouwd. De Haan doorloopt alle niveaus in het amateurvoetbal en na de landstitel met ACV maakt hij de overstap naar de profs. Hier komt hij als oud-CIOS-docent met ook een ALO- diploma op zak, volledig tot zijn recht.

Hoewel we met een fanatieke prestatietrainer van doen hebben is het resultaat niet altijd heilig. Hij is heel duidelijk in wat hij wil. Het gaat hem bovenal om goed voetbal. Eén drijfveer is dominant aan alle andere, hij wil spelers beter maken.

“Ik ben allergisch voor dingen die geen zin hebben en ook voor doelloos herhalen. Als je altijd hetzelfde doet, krijg je ook altijd hetzelfde resultaat. Na een tijdje ga je zelfs achteruit”

Boeiend wordt het wanneer de gevierde voetbaltrainer in gesprek gaat met Dirk Scheringa, de voorzitter van AZ. De Haan kan zo’n beetje een blanco cheque tekenen bij de Alkmaarse club, maar weigert uiteindelijk toch in zee te gaan met de gevallen bankier.

Menno Haanstra, die we kennen van de prachtige biografie over Jan Ykema,  heeft er een vlot leesbaar boek van gemaakt. Dit levensverhaal over Foppe is niet alleen geschikt voor voetballiefhebbers, maar verdient een grotere lezersschare. Het is een mooie biografie over een mooi mens.

Het voorwoord komt van Bert Wagendorp. Hij wordt sportjournalist bij de Leeuwarder Courant op het moment dat Foppe begint als trainer bij ‘zijn’ sc Heerenveen.

Advertenties

Judas

judas
Op de laatste bladzijde van het boek Judas schrijft Astrid Holleeder:

Het is tijd dat het moorden stopt. Dat Sonja en ik onze getuigenis tegen jou met de dood moeten bekopen weten wij. De enige reden dat jij nog leeft, is dat je ons het leven wilt ontnemen. Maar ondanks die zekerheid, Wim, hou ik nog steeds van jou.

judasHet was alles behalve pais en vree in het gezin Holleeder. Ze woonden in de Eerste Egelantiersdwarsstraat in de Amsterdamse Jordaan. Vader Willem Holleeder, werkzaam bij het Heineken-concern,  was alcoholist en tiranniseerde zijn vrouw en kinderen, waarvan Willen de oudste en Astrid de jongste was. Nadat zijn ouders waren gescheiden nam Willem steeds meer de rol van zijn vader over. Astrid ontworstelde zich aan het milieu en werd strafrechtadvocaat, terwijl zus Sonja trouwde met de later vermoorde crimineel Cor van Hout.

Met een wekelijkse column in Nieuwe Revue en een optreden in het programma College Tour werd Willem Holleeder neergezet  als een society figuur, als de nationale knuffelcrimineel. Wie eenmaal kennis heeft genomen van het bijna 600 pagina’s tellende boek Judas krijgt een beeld van een psychopaat voorgeschoteld, dat elke verbeelding te boven gaat. Na de ontknoping van de Heineken ontvoering in 1983 heeft Willem Holleeder zijn familie meer dan dertig jaar lang geterroriseerd .

Astrid Holleeder leidde een dubbelleven. Ze was de vertrouweling van beroepscrimineel Willen Holleeder, maar ook werkzaam als strafrechtadvocaat. De schrijfster leefde in een wereld van arrestaties, afpersingen, liquidaties en huiszoekingen en zag nog maar één uitweg. Ze nam de gesprekken met haar broer op en legde een kluisverklaring af bij justitie. Met het doel hem levenslang achter de tralies te krijgen. De titel van dit boek slaat dan ook op de schrijfster, zij heeft haar broer verraden.

Judas is een verbijsterende familiekroniek en een testament in één, goed geformuleerd en met vaart geschreven. Ook ontbreekt de (cynische) Amsterdamse humor niet. Niet eerder kreeg ik zo’n huiveringwekkend verhaal onder ogen. Toch is het goed te bedenken dat dit verhaal de beleving weergeeft van Astrid Holleeder;  het is haar invulling van de werkelijkheid.

Rokjesdag

rokjesdag
RokjesdMartin Bril was een schrijver die bekend stond om zijn scherpe columns en zijn treffend proza. Deze maand is het alweer acht jaar geleden dat hij overleed. Hij werd slechts 49 jaar.  Wordt een schrijver na zijn dood nog wel gelezen en wat blijft er uiteindelijk van hem over? Als we Gerard Reve mogen geloven niet veel. Volgens hem wordt een schrijver na zijn heengaan op scholen nog tien jaar vrijwillig gelezen en daarna nog eens tien jaar verplicht. Dan wordt er een straat naar hem genoemd en daarna is hij helemaal vergeten.

Om aan materiaal voor zijn columns te komen, trok Martin Bril met open vizier het land in. Hij kende de kaart van Nederland uit zijn hoofd en was zijn eigen Tom Tom. Zijn bekendste boek is misschien wel Rokjesdag en andere lenteverhalen, dat in 2010 postuum werd uitgegeven. Hierin zijn de mooiste verhalen over de lente opgenomen, die eerder in de Volkskrant en Het Parool verschenen. Zonder de lezer een mening op te dringen -een enkele uitzondering daargelaten- toont Bril zijn scherpe observatievermogen. Hij schrijft over de vogels, de bloemen, over de opkomst van de smartphone en gaat naar Brabant of Scheveningen om steeds met een mooi verhaal terug te keren.

Intussen heeft het iets eenzaams, dat geklungel met die telefoons, dat geobsedeerde turen naar die schermpjes en dat gehannes op die veel te kleine knopjes. Maar wie niet communiceert, bestaat niet – dus iedereen trekt zijn telefoon zodra hij alleen op een terras zit. Het is dé manier om jezelf een houding te geven. Zelfs wie niets te doen heeft, kan zichzelf met een mobiele telefoon heel drukbezet en dynamisch voordoen.

Een jaarlijks terugkerend onderwerp in zijn columns was de zogeheten Rokjesdag. De bekendheid die Bril gaf aan dit begrip leidde ertoe dat het in de Dikke Van Dale werd opgenomen.

Rokjesdag is een wonderlijke dag. Als bij toverslag zijn de straten ineens gevuld met blote benen. Het wonder is dat de dames hierover van tevoren geen overleg hebben gevoerd. Ze voelen aan dat het kan. Er mogen geen panty’s om de benen zitten, dat is bedrog.

Aan te bevelen is om niet teveel columns achter elkaar lezen. Ze komen het best tot hun recht wanneer je ze hardop leest. Op een ochtend in april wordt u nietsvermoedend wakker en dan is het plotseling Rokjesdag. Een goed moment om weer eens een boek van Bril uit de kast te trekken.

Johan Cruijff

cruijff

cruijff-plaatje
Een half jaar na het overlijden van Nederlands beste voetballer aller tijden verschijnt de autobiografie met de titel Johan Cruijff. Het levensverhaal wordt in zijn eigen woorden chronologisch opgetekend door de bevriende journalist Jaap de Groot van de Telegraaf.

Als eenvoudige jongen uit Betondorp zet de kleine Johan de eerste schreden op de voetbalvelden van Ajax. Het vroegtijdig overlijden van zijn vader heeft een grote invloed op zijn jeugd, maar staat een snelle ontwikkeling als voetballer niet in de weg.

Bij alle clubs waar Cruijff komt te spelen is hij de gevierde vedette, maar evenzo vaak ontstaan er problemen. Rinus Michels is zijn trainer bij Ajax, Barcelona, Los Angeles Aztecs en het Nederlands Elftal en speelt evenals schoonvader Cor Coster, die de zakelijke belangen behartigt, een grote rol. Maar dezelfde Michels weigert hem een trainerslicentie toe te kennen en belet hem bondscoach van het Nederlands Elftal te worden. Er is sprake van een haat liefde verhouding. Ook de ruzies met Piet Keizer, inmiddels ook al overleden, Frank Rijkaard en Marco van Basten worden besproken.

Als trainer en later ook als lid van de Raad van Commissarissen komt Cruijff regelmatig in aanvaring met bestuurders. De tegenstelling tussen trainer/speler en bestuurder loopt als een rode draad door het boek. Veel ruimte wordt ingeruimd voor de Johan Cruijff Foundation. Meer dan op zijn voetbalprestaties was De Verlosser trots op dit project.

El Salvador slingert zijn wijsheden als granieten zekerheden de wereld in. Hoewel de legendarische nummer 14 enkele onthullingen doet over Michels en de WK’s van ’74 en ‘78 komt er niet heel veel nieuws naar buiten. Wat overblijft is een sympathiek portret van een (familie) man met onnavolgbare bewegingen, een onafhankelijke geest en onnavolgbare uitspraken:

Ik maak eigenlijk nooit fouten, want ik heb enorme moeite om me te vergissen.

Als ik zou willen dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd.

In het boek staan prachtige foto’s, een voorwoord van Cruijff zelf en een nawoord van zoon Jordi. Het wachten is op de uitputtende biografie van historicus Auke Kok, waarin ook anderen aan het woord zullen komen.

reserveer deze boeken

Meesterverteller Maarten

de-moeder-van-ikabod

In het boek ‘De moeder van Ikabod’ wordt de wereld van Maarten ’t Hart beschreven aan de hand van 18 grotendeels autobiografische verhalen. Het eerste verhaal gaat over een bakkerij in zijn geboortedorp Maassluis. We hebben het dan een over een tijd waarin de consument nog trouw zijn brood haalde bij de lokale bakker, liefst langs de verzuilde geloofslijn. De gereformeerde dorpeling ging naar de gereformeerde middenstander en de hervormde naar de concurrent.

Het verhaal krijgt een merkwaardige wending wanneer de hoofdpersoon ternauwernood aan verdenking van aanranding van één van de bakkersdochters kan ontkomen. We zien dit vaker in de verhalen van ‘t Hart. Hij plaatst zich zo nu en dan in de slachtofferrol, maar zorgt er ondertussen wel voor dat hij er niet al te zwaar onder gebukt gaat en krijgt niet zelden de lachers op zijn hand.

In het titelverhaal wordt de ik-figuur te elfder ure opgetrommeld om de zondagsdienst op de orgelbank te vervullen. De te spelen liederen worden pas op het laatste moment opgestuurd, zodat de schrijver vrijwel geen tijd heeft om ze in te studeren. Als het moment daar is blijft de kerk vrijwel leeg. Na afloop van de dienst voelt de schrijver, die wat verliefdheden betreft naar eigen zeggen -de gezegende staat van immuniteit heeft bereikt-, zich sterk aangetrokken tot de vrouwelijke dominee.

Niets stookt de als zilvervisjes door je bloedbaan schietende hormonen  meer op dan de vrolijke lach van een vrouw van wie je reeds gecharmeerd bent.

Of een vrouw aantrekkelijk oogt hangt voor 85% af van de haardracht. Wij mannen zijn slachtoffer van de krultang.

In zekere zin doen de verhalen van Maarten ’t Hart denken aan die van Bob den Uyl. Ook hier kwam vaak een licht melancholische ondertoon naar voren en belandde de schrijver –buiten zijn schuld om- in allerlei merkwaardige situaties, waaruit hij zich slechts ternauwernood kon redden.

Bekende thema’s komen steeds terug in de verhalen van ’t Hart zoals de klassieke muziek, het geloof, de biologie, het beroep van zijn vader als grafdelver, maar ook zijn geboortestreek. Dat de schrijver een sterke afkeer heeft van interviews, pr activiteiten voor de uitgever, publieke optredens en filmploegen over de vloer, wisten we al. Toch is hij er door zijn uitstekende vertelkunst weer in geslaagd een prachtige bundel samen te stellen, waarin alledaagse gebeurtenissen worden omgetoverd tot afgeronde verhalen.

 

 

Turis

turis-omslagSoms stuit je op een nieuwe schrijver, waarbij je het gevoel hebt van hem of haar -want het kan net zo goed een vrouw zijn, geen misverstand daarover- wil ik alles lezen. Özcan Akyol is zo’n schrijver. Hij behoort tot de tweede generatie Turkse Nederlanders en debuteerde in 2012  met het boek Eus. De filmrechten werden een maand na verschijning gekocht door filmproducent Eyeworks. Dit jaar verscheen de autobiografische roman Turis.

De schrijver groeit op in een probleemgezin in Deventer dat gebukt gaat onder een tirannieke vader (Turis) die veel drinkt, met iedereen ruzie maakt en zijn kinderen een schuldcomplex aanpraat. Turis is bovendien een overspelige echtgenoot en zijn vrouw denkt dat hij een kind heeft verwekt bij een minnares ergens in de buurt van hun vakantiehuis in Mersin (Turkije) De spanningen lopen hoog op en de schrijver vraagt zich hardop af of er meer kinderen bestaan van wie de ouders afzonderlijk van elkaar op dezelfde avond met zelfmoord dreigen.

Hij wil zichzelf ophangen aan die oude boom. Voor iemand die een streep onder zijn leven wilde zetten stond hij er erg relaxed bij – bijna laconiek.

Op een goede dag besluit Özcan samen met een vriend naar Turkije te vliegen om de gangen van zijn vader na te gaan. Deze zoektocht naar de waarheid moet resulteren in een scheiding tussen zijn ouders.

In dit mysterieuze land heb ik louter herinneringen aan mislukte vakanties, oneindige familieruzies en mijn besnijdenis.

Ondertussen krijgt hij verkering met Tess. Ze is de dochter van een welgestelde familie uit Het Gooi. Vanaf het allereerste  begin wordt Özcan tegengewerkt. Het is duidelijk dat hij nooit kan voldoen aan de hoge verwachtingen van haar ouders. Het grote leeftijdsverschil werkt in zijn nadeel, de baan als schrijver nemen ze niet serieus en zijn Turkse afkomst  wordt ook niet als een pluspunt beschouwd voor het slag mensen dat de gang naar een Turkse kruidenier als een inheemse safari beschouwt. Op zijn beurt vraagt de schrijver zich af of hij niet te zeer belast is met het erfelijk materiaal van zijn vader om een goede partij te zijn voor de beeldschone Tess.

 Hoewel ik die mensen niets heb aangedaan, zetten ze hun treiterterreur en geestelijke druk voort, met een haast psychopathische geestdrift.

Waarin schuilt nu de kracht van dit boek. Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Het is met vaart geschreven en de auteur heeft een haarscherp oog voor menselijke relaties. De (droogkomische) humor ontbreekt niet en er wordt niemand gespaard. Beklemmend, indringend, ontroerend en ga zo maar door. Ik vond het een prachtig boek.

Sportboek van het jaar

Terug naar HilversumOoit bedacht Kees Jansma de oneliner: Voetbal is de belangrijkste bijzaak van het leven. Hij besloot te kiezen voor een carrière in de sportjournalistiek, met voetbal als specialiteit.

Terug naar Hilversum begint met het WK voetbal in Engeland (1966) en eindigt precies 50 jaar later met de dood van Johan Cruijff. Wat daar tussen zit is veel, heel veel. Van elk jaar worden twee opmerkelijke gebeurtenissen bij de kop gepakt. Kees Jansma is goed geïnformeerd, zit als journalist overal bovenop en beschikt over uitstekende contacten.

De schrijver kiest steeds zijn eigen (verrassende) invalshoek en geeft vaak informatie uit de eerste hand. In 1974 gaat het wel over het WK voetbal, maar niet over de verloren finale tegen West-Duitsland. De bal op de paal van Rob Rensenbrink blijft bij het WK 1978 in Argentinië onbesproken.

Jansma ontmoet de groten der aarde zoals Nelson Mandela en Mohammed Ali. Honderden (legendarische) topsporters komen langs. Van Abe Lenstra tot Bettine Vriesekoop en van Gerrie Kneteman tot Bart Veldkamp. Ook staat de schrijver uitgebreid stil bij zijn eerste stappen in de journalistiek en de concurrentiestrijd op de redactie van Studio Sport. Het boek gaat niet alleen maar over sport. Enkele hoofdstukken worden gewijd aan de politiek (DDR) en aan het familieleven van de schrijver.

Een tikkeltje opportunistisch is Kees Jansma wel. Studio Sport is zijn leven. Toch kiest hij voor het grote geld bij concurrent Sport 7. En hij maakt de overstap van journalist naar perschef bij het Nederlands Elftal. In die rol kan hij de spelers beschermen tegen opdringerige journalisten! Hij dweept met de succesvolle coach Louis van Gaal, die zichzelf in de media voortdurend als een hork presenteert.

Kees Jansma sleurt de lezer mee door 50 jaar sportgeschiedenis, in puntige hoofdstukjes met een kwinkslag hier en een knipoog daar. Je voelt als lezer dat hij plezier heeft in het schrijven. Het boek kan probleemloos mee in de nominatie voor Sportboek van het Jaar.

 

Met de kont aangekeken

Met de kont aangekeken: Gerard Popkema
Met de kont aangekeken:
Gerard Popkema

Tegenwoordig is Jubbega een dorp als alle ander dorpen in het zuidoosten van  Friesland. Maar wel een dorp met een bijzondere geschiedenis, waarbij de kenmerken uit vroeger tijden nog altijd zichtbaar zijn. In Met de kont aangekeken schrijft Gerard Popkema het verhaal over de ontwikkeling en de opbouw van Jubbega van eind 19e eeuw tot heden.

Tussen de inwoners van het dorp en de mensen die in de wijken woonden, bestonden grote sociale verschillen. De Kompenijster leefden aan de rand van het dorp in holen, krotten en lemen hutten, die half in de grond werden gegraven. Ze woonden soms met wel vier generaties in één hut. Een geit of schaap ging mee naar binnen om nog wat warmte te hebben. Ze waren arm, hadden vaak geen werk en de hygiëne was ver te zoeken. Door de dorpsbewoners en de boeren in de streek werden ze met de kont aangekeken, maar ook door overheden en instanties. De gemeente Schoterland en later Heerenveen (1934),  waar Jubbega onder viel, boden geen hulp. Merkwaardig genoeg leken De Kompenijsters de armoedige omstandigheden waarin ze leefden te koesteren.

De Kompenijsters waren een bijzonder volk: onaangepast, recalcitrant en destructief, maar ook trots, eigenzinnig en zelfredzaam. Gerard Popkema heeft deze geschiedenis in romanvorm opgeschreven en het boek leest vlot. De schrijver interviewt verschillende mensen, waaronder zijn moeder, enkele echte Kompenijsters  en Jubbegasters. Jammer genoeg laat niet iedereen het achterste van zijn tong zien, deels uit schaamte.         Popkema heeft veel geciteerd uit het boek Jubbega; De geschiedenis van de Kompenije tot 1940 van Siebrand Krul. Dit boek is het resultaat  van grondig wetenschappelijk onderzoek.

Door de Jubbegaster voormannen Jelle van Dam en Jochem van Alberda  zijn voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de opbouw van deze bevolkingsgroep. Ze maakten er hun levenswerk van. Door hun inzet en met hulp van politiek Den Haag, is het lot van de Kompenijsters sterk verbeterd. De komst van sociale woningen, werkverschaffing, de Ambachtsschool en een buurthuis hebben hier in belangrijke mate toe bijgedragen.

In het eerste hoofdstuk schrijft Gerard Popkema:

 “Ik had besloten hier naar toe te gaan om sporen van vroeger tijden te ontdekken. Tijden van armoede, afbraak en wederopbouw. De geschiedenis van een mysterieus, wild volk dat geminacht werd, te doorvoelen en te begrijpen. Een verhaal vol vreemde gebeurtenissen en omstandigheden. Over onbegrip en onwil. Maar ook over ontroering en onbevangenheid. Over mensen dus. Dat verhaal wilde ik horen en in een vorm gieten”.

Voor mij als geïnteresseerde leek is de schrijver erin geslaagd deze geschiedenisles goed over te brengen.

 

As in tas

 

As-in-tas
As in tas: Jelle Brandt Corstius

Vroeger luisterde ik vaak naar Welingelichte kringen, een opiniërend radioprogramma van de VPRO. Hugo Brandt Corstius had hierin een gesproken column, die vaak voor de nodige opschudding zorgde. Daarnaast schreef hij o.a. voor Vrij Nederland, de Volkskrant en NRC handelsblad. Hij gebruikte wel zestig pseudoniemen. In 1985 weigerde de toenmalige minister van cultuur de hem toegekende P.C. Hooft-prijs uit te reiken. Twee jaar later werd dit rechtgezet.

Elk voorjaar maakt Jelle Brandt Corstius een fietstocht met zijn vader Hugo. Langer dan twee dagen duren die tochten nooit. Anders krijgen ze ruzie. Kort na het overlijden van zijn vader (dementie) klimt Jelle Brandt Corstius opnieuw op de fiets voor een reis van ruim 1600 kilometer, met als eindbestemming de Middellandse Zee. Hij heeft de as van zijn vader in de fietstas met de bedoeling deze uit te strooien in zee.

Het boek As in tas van Jelle Brandt Corstius is een reisverhaal. Doel van de reis is om herinneringen op te halen aan zijn vader. Wat was het voor vader? Was hij in staat om drie jonge kinderen op te voeden toen de moeder plotseling wegviel. Hoe zat het met zijn didactische kwaliteiten. Op een openhartige manier heeft Jelle Brand Corstius zijn herinneringen op papier gezet.

Hugo Brandt Corstius was geen gemakkelijke man. Sociaal wenselijk gedag was hem vreemd. Wat andere mensen van hem dachten interesseerde hem niet. Hij noemde zichzelf een asperge. De momenten waarop Jelle Brandt Corstius zich (als puber) schaamde voor zijn vader, lopen als een rode draad door het boek: 

s Avonds, als mijn vader een smerig vegetarisch gerecht voor zich had staan, zei hij altijd, terwijl de serveerster wegliep: Wat heeft zij een dikke kont.  En altijd net te hard, zodat de serveerster het kon horen. Dat had ik maar te accepteren: Wie een leuke tijd wilde doorbrengen met mijn vader moest de pesterijen voor lief nemen. 

Daartegenover staat de bewondering voor zijn vader, die hij wel degelijk had. Zijn vader zou de hele reis, inclusief het verstrooien van de as, potsierlijk hebben gevonden. Het liefst had hij gezien dat zijn lijk in een vuilniszak bij de weg was gezet. Zo is het niet gegaan. Jelle Brand Corstius is er in dit persoonlijke reisverslag in geslaagd de liefde voor zijn vader  kenbaar te maken. Het heeft een prachtig boekje opgeleverd vol anekdotes en absurditeiten.

De eenzame schaatser

hans van helden boekomslagHij had de beste schaatser ooit kunnen worden. Pech, tegenwerking van trainers en een moeilijk karakter blokkeerden de weg naar een wereldtitel en Olympisch goud. Het is de grote frustratie van zijn leven. Dromen over belangrijke schaatswedstrijden doet hij nog steeds en vaak wordt hij badend in het zweet wakker. De in het Brabantse Almkerk geboren Hans van Helden stelde zijn leven geheel  in dienst van het schaatsen besloot in Heerenveen te gaan wonen in een caravan naast ijsstadion Thialf.

Bij toeval loopt Erik Dijkstra de hoofdpersoon tegen het lijf in het restaurant van Thialf. Dijkstra wil graag een interview maken met de mysterieuze schaatser, maar Van Helden voelt daar niets voor. Even later is hij vertrokken en staat Dijkstra met lege handen. De hele figuur Hans van Helden is met een waas van mystiek omgeven en Dijkstra is gefascineerd geraakt door de schaatser. Vanaf dat moment start hij een zoektocht naar de Nederlandse Fransman , die zich in de jaren ’80 in Frankrijk heeft gevestigd.

Van Helden is dan niet de beste, maar wel de mooiste schaatser ooit. Hij beschikt over een fluwelen techniek en stoot Ard Schenk van de eerste plaats op de Adelskalender o.a. door ruim drie! seconden sneller te schaatsen op de 1500 meter. Hij wordt Nederlands kampioen, behaalt een aantal Olympische medailles en heeft een lange carrière. Zo duelleert hij eind jaren zestig met Elfstedentochtwinnaar Jeen van den Berg in marathonwedstrijden en is hij als 39-jarige present op de Olympische spelen van Calgary 1988, waar Yvonne van Gennep drie gouden medailles wint.

Hoe sterk is de eenzame schaatser is een prachtig portret geworden van een man die in alles zijn eigen weg gaat. Het is de oprechte bedoeling van de schrijver een eerbetoon aan een markant schaatser te brengen. Dat is in mijn ogen ook uitstekend gelukt. Hans van Helden echter vindt dat hij te negatief wordt afgeschilderd en besluit Erik Dijkstra voor de rechter te slepen. Op het laatste moment wordt deze dagvaarding weer ingetrokken. (Betere reclame is er niet!)

De schrijver heeft voor deze niet geautoriseerde biografie familie, vrienden en schaatstrainers van Van Helden gesproken en spitte duizenden krantenartikelen en andere media door. Uiteindelijk vindt hij de hoofdpersoon in (Zuid) Frankrijk en neemt een drie uur durend interview af.

Een biografie over deze bijna vergeten schaatsheld is zeker gerechtvaardigd en een must read voor ondergetekende, die is opgegroeid op een steenworp afstand van Thialf.