Alle berichten door Robert

De moordclub (op donderdag)

Het is tijd om een ietwat belegen term op te poetsen. Richard Osman geeft met zijn serie De Moordclub (op donderdag) het woord geestig een zonnige glans en laat zien dat een nieuwe hobby op latere leeftijd kan bijdragen aan levensgeluk als de meeste jaren al achter je liggen.

Vier bewoners, allen in de 70, van een luxe bejaardencomplex bespreken op donderdag tijdens de lunch een cold case. Meestal met wat wijn en lekkere hapjes. De leden van de Moordclub (op donderdag) zijn Elizabeth, Ibrahim, Ron en het nieuwste lid Joyce. Elizabeth is degene die de zaken aandraagt en de officieuze voorzitter. Voorheen was haar vriendin en voormalig rechercheur Penny dat, maar zij ligt al langere tijd in het ziekenhuis. In haar woning bewaard ze haar oude zaken waarmee ze nog jaren vooruit kunnen bij leven en welzijn. Met de gepensioneerde psychiater Ibrahim, de voormalige vakbondsleider Ron en ex-verpleegster Joyce maalt het viertal niet om een druppeltje bloed.

Niks zo leuk voor de club als een verse moord. Als aannemer Tony Curran, vennoot van hun huisbaas Ian Ventham, dood wordt aangetroffen kan de Moordclub hun kennis en kunde in de praktijk brengen. Wat volgt zijn nog meer lijken en een lekker plot dat door de Moordclub wordt ontrafeld. Ondertussen breiden ze hun vriendenkring uit met twee plaatselijke recercheurs.

In het tweede deel, dat nog beter is dan het eerste, wordt duidelijk waar Elizabeth haar skills vandaan heeft en verdiept de vriendschap van het viertal. Een vriendschap onder het motto van de vier musketiers, een voor allen, allen voor een. Ze nemen het onvervaard op tegen MI5 en een hele grote crimineel. Ondertussen babbelt Joyce er in haar dagboekfragmenten lustig op los. en lees je beide boeken met een grijns op je gezicht. Osman is werkelijk een zeer geestige schrijver, het plezier spat van alle pagina’s. Hij heeft een kwartet geschapen waar je alleen maar van kunt houden.

De serie smeekt werkelijk om verfilming. In een interview vertelt Osman dat iedereen met namen komt voor het illustere kwartet. Helen Mirren, Julie Waters, Judy Dench. Meryl Streep wil heel graag. Wie het gaat doen is nog onbekend, maar dat het verfilmd gaat worden staat wel vast want Steven Spielberg, ook niet meer een van de jongsten, heeft de rechten voor de verfilming.
Hij heeft al aangekondigd voor jongere acteurs te kiezen, omdat hij niet het risico wil lopen dat een van de acteurs voortijdig moet afhaken vanwege The End. Jammer. Want Helen Mirren zou een geweldige Elizabeth zijn. De andere twee dames mogen een strootje trekken voor de heerlijk kokette Joyce. Ben Kingsley kan als Ibrahim en Brian Cox als Ron en de Moordclub (op donderdag) is compleet.

Het eerste deel is ook te leen in de online bibliotheek, als e-book en luisterboek.

De fabriek van klootzakken

Het is 1974 als Koja terugblikt op zijn leven dat begint in 1909 in een van de Baltische staten. Het verhaal vertelt hij aan medepatiënt Basti, een hippie vol geloof in liefde en harmonie. Ze liggen allebei in een ziekenhuis. Koja heeft een kogel in zijn kop en je moet tot het eind van dit vuistdikke boek wachten om te horen hoe die daar is terechtgekomen.

De broers Hub en Koja Solm groeien op tijdens de Russische Revolutie. Hub heeft als oudste grote invloed op de gevoelige en artistiek aangelegde Koja. Als hun ouders de wees geworden Ev opnemen in het gezin, verandert dat vooral Koja’s jonge leven. Ev is een vrijmoedig meisje en geeft kleur aan de dagen. Beide broers ontwikkelen gevoelens voor hun zus, een voorbode van wat gaat komen.

Wanneer de nazi’s aan de macht komen, sleept Hub Koja mee en treden ze toe tot de SS. Waar Hub een overtuigde nazi is, probeert Koja vooral verantwoordelijkheid te ontlopen, niet overtuigd van de ideeën van het Nationaal Socialisme. Maar in een oorlog, de fabriek uit de titel, houdt niemand schone handen. Wonderlijk genoeg overleven alle drie de oorlog, waarna de broers terechtkomen in de pas opgerichte spionagedienst van de jonge Bondsrepubliek. Een dienst die voornamelijk gerund wordt door ex-nazi’s.

Hier komt het verleden van Chris Kraus om de hoek kijken. Hij kwam erachter dat zijn grootvader, met wie hij een warme band had, bij de Totenkopf Kommando heeft gediend, het onderdeel van de SS dat verantwoordelijk was voor de concentratiekampen. Hij heeft zich tien jaar lang verdiept in zijn familiegeschiedenis en daar voor zijn familie een boek over geschreven. In De fabriek van klootzakken heeft hij deze geschiedenis verweven met het verbijsterende gegeven dat na de oorlog nazi’s met steun van de geallieerden een geheime dienst konden oprichten en de oprichting van de staat Israël, het schuldgevoel van de Duitsers.

Kraus heeft een fantastisch boek geschreven over afschuwelijke gebeurtenissen die hij op wonderlijke wijze weet te kruiden met een ironische pen. Wat een rijkdom aan gedachten en ideeën strooit hij over je heen tijdens het lezen. De schrijver laat zien hoe vloeibaar moraliteit is, hoe iedereen kan veranderen in een klootzak. Een liegende klootzak als Koja, die ondanks zijn vreselijke daden duidelijk probeert te maken dat hij ook lief kan hebben en dat zijn daden daardoor te verklaren zijn. Zijn medepatiënt Basti lijdt zo onder het levensverhaal van Koja dat hij er psychisch aan ten onder gaat. Daarmee staat Basti voor de lezer van dit boek, want uiteindelijk praat Kraus tegen de lezer.

Qua reikwijdte en thema vergelijkbaar met Het achtste leven van Nino Haratischwili. Ook al zo’n meesterwerk.

Interview met Chris Kraus over zijn boek.

Zie mij graag

Sarah Meuleman en Lize Spit moeten vroeger van hetzelfde Vlaamse water hebben gedronken. Beide schrijfsters hanteren een scherpe pen waarmee ze complexe psychologische romans schrijven die krassen maken op je ziel. Zie mij graag is de derde roman van Meuleman die debuteerde met De zes levens van Sophie.

Een welhaast vast thema van Meuleman is de confrontatie met het verleden dat de hoofdpersonen aangaan. Lieve heeft in Amsterdam een bestaan opgebouwd als influencer op de sociale media. In dit verhaal gaat Lieve terug naar haar geboorteplaats Damme, vlak over de Nederlandse grens.

Ze wil de waarheid achterhalen over een noodlottige avond waarbij de toen 11 jarige Lieve haar onderbeen kwijtraakte in een auto-ongeluk. Die avond vierde haar vader een feest vanwege zijn succes als schrijver. Maar wie zaten er in de auto naast haar vader en Lieve zelf? Margot, de 16 jarige zus van Lieve, die haar probeert te beschermen tegen de wereld? De 18 jarige, aantrekkelijke Daphne die iets met de vader lijkt te hebben en die na die avond spoorloos is?

Lieve post haar zoektocht naar de waarheid op haar account en ziet het aantal volgers omhoog schieten. Margot komt door haar pillengebruik in de problemen in het ziekenhuis waar ze werkt. Meuleman vlecht heden en verleden in elkaar en als lezer kruipt dit verhaal, met de nodige suspense, onder je toch al bekraste huid tot de waarheid zich openbaart in de laatste pagina’s van dit boek. Meuleman doet het weer.

Van Amsterdam naar Gaast

Een aantal jaar na het overlijden van haar man laat Petra Possel de stad Amsterdam achter zich. Te hip, hot en hype. Te druk, op straat en in haar hoofd. Ze verlangt naar rust. Ze koopt een pittoresk huisje in Gaast, dorp aan de dijk. Dat pittoreske valt tegen als ze er eenmaal woont (gratis tip, koop een huis op het platteland in november). Het dak lekt en het is koud, want op het IJsselmeer waait het altijd. En dan zij er nog de Friezen.

Possel schrijft lichtvoetig, met veel humor, maar oppervlakkig is het nergens. De rouw om haar man, een nieuwe liefde, de ontmoetingen met de inwoners, ze stipt het aan, maar laat je verbeelding wel werken. Haar ontmoeting met Zwaluwman, Theunis Piersma die het begrip landschapspijn heeft gemunt, bracht bij mij nog een herinnering naar boven aan een schoolreis. In de bus op weg naar Rolduc, Aken en Luxemburg, had hij een cassettebandje mee met daarop het album Paloma Blanca van de George Baker Selection. Waarom weet ik nog steeds niet, maar de buschauffeur draaide deze muziek de godganse busreis op een te hard volume. Wat.een.ramp. Ik had hem Duifman genoemd.

Maar terug naar het boek. De stad uit is een heerlijke kroniek van een stadsmens die er gaandeweg achter komt dat het leven in stilte haar beter past dan de gejaagdheid van de stad. Dat ze al struikelend haar plek vindt in een dorp van 220 inwoners is te lezen in korte hoofdstukken, dat in het dit jaar verschenen Alles gaat over, een vervolg kreeg. Dat ga ik nog lezen, omdat ik benieuwd ben hoe het haar verder is vergaan.

Nog even dit. Als ze een succesvol diner organiseert voor de dorpsgenoten, vraagt ze de volgende dag aan de Dorpsoudste wat hij er van vond: ”Ben niet aan de schijterij geraakt, dus het was goed”. Dat is een vrij lang antwoord voor een Fries en een mooi wolkom yn Fryslân.

De andere Amerikanen

Nora krijgt bericht dat haar vader is overleden. Hij is midden in de nacht aangereden op een kruispunt in een klein plaatsje vlakbij het Joshua Tree National Park in Californië. Voor dood achtergelaten op het asfalt van de Highway 62. De politie probeert te achterhalen wie hem heeft aangereden. Dit lijkt het begin van een thriller, maar deze roman is veel meer dan een whodunnit.

Het slachtoffer, Driss, is met zijn vrouw vijfendertig geleden Marokko ontvlucht omdat hij vreesde voor zijn leven. In de Mojave woestijn begint hij een donutwinkel. Na verloop van jaren breidt hij de winkel uit naar een diner. Ze krijgen twee dochters, de oudste ogenschijnlijk gesetteld en Nora. Zij probeert als componist voet aan de grond te krijgen en is de spil in dit verhaal.

Nora keert in shock terug naar haar geboorteplaats om haar moeder bij te staan. De drie vrouwen gaan elk op hun eigen manier om met het verdriet. Nora gelooft niet dat de aanrijding een ongeluk is. Haar zus wil verder en Maryam, de moeder, verwerkt het verdriet in stilte.

Laila Lalami is geboren in Rabat en kwam op haar 24e naar de VS waar ze professor creative writing is aan de Universiteit van Californië in Riverside. De oorspronkelijke titel The Other Americans geeft beter weer wat een van de thema’s in dit prachtige boek is, het alledaagse, sluimerende racisme. Dat schreeuwt de schrijfster niet van de daken, maar wordt subtiel verweven in het verhaal, dat wordt verteld door meerdere personages in korte hoofdstukken. Toch geeft Lalami elk personage diepgang omdat ze iedereen ruimschoots de tijd geeft in het boek. Van de enige getuige van het incident, die zich niet durft te melden bij de politie omdat hij illegaal is, tot de zwarte politievrouw die de zaak onderzoekt. Dat uiteindelijk de toedracht van de aanrijding boven water komt is belangrijk voor het verhaal, maar ondertussen heb je een wonderlijk mooi en goed geschreven verhaal gelezen over familie, rouw, liefde en alledaags racisme. Een absolute aanrader, ook voor thrillerliefhebbers.

Smakelijke nieuwe serie

De zusjes begint met een ijzingwekkende scene aan boord van een zeilschip. Een jonge vrouw wordt belaagd door een doorgedraaide man. Hij probeert haar te verkrachten, zij probeert hem af te weren.

Als je denkt daarna rustig in het verhaal te komen, kom je in een verlaten bedrijfspand midden in de volgende dramatische scene. Lisa, een van de zusjes uit de titel, vindt haar tweelingzus Kat bewusteloos op een smerig matras met een lege heroïnespuit naast haar.

Lisa Kauffmann probeert met haar bedrijfsrecherchebureau het hoofd boven water te houden, nadat haar vader gestopt is met het bedrijf. Via haar broer Ruben wordt ze uitgenodigd bij een bedrijfsetentje van Bongerds Conservenfabriek. Een lekkere bonenschotel wordt bijna de dood van de directeur. Om te zorgen dat de politie niet wordt ingeschakeld en de eventuele slechte publiciteit die daaruit kan volgen, krijgt Lisa de opdracht om uit te zoeken wie de directeur probeerde te vermoordden.

Ondertussen is haar tweelingzus Kat net ontslagen uit een ontwenningskliniek en wil hun vader dat ze samen het bureau leiden. Dat tot grote ergernis van de ietwat rigide Lisa. Kat is een verslaafde en dus onbetrouwbaar volgens Lisa.

Wat volgt is een in vlotte stijl geschreven zoektocht. Met lekkere dialogen, goed uitgewerkte personages en een mooi plot. Zoals vaak in het leven speelt het verleden een grote rol. Kleinloog heeft een veelbelovend begin geschreven van wat een serie rond het bureau moet worden. Lekker als een bonenschotel, maar niet zwaar verteerbaar.

Amsterdam, Moskou, Johannesburg, Kabul

Onlangs werd bekend dat Walter Goverde, nadat hij eind vorig jaar in een depressie belandde, uit het leven is gestapt . Een droevig stemmend bericht. Onder de naam Walter Lucius schreef hij De Hartland-trilogie, een reeks wereldomvattende thrillers die ik al langer op mijn leeslijst had staan, maar waar ik nooit aan toegekomen ben. In het bericht over zijn dood in De Volkskrant staat dat Goverde de laatste tien jaar van zijn leven bijna monomaan aan het schrijven was, wat volgens zijn vrouw “te intensief voor hem was”.

In 2013 verscheen het eerste deel, De vlinder en de storm, in 2019 het afsluitende De stad en het vuur. Er zit bijna zeven jaar tussen het begin en het eind van de trilogie. Een lange periode als je bedenkt hoe complex en gelaagd de plot is van dit doorlopende verhaal dat zich voor een groot deel afspeelt in de tijd van luttele weken in 2009, al worden de eerste verhaallijnen al in de jaren zeventig neer gelegd.

Het verhaal begint als Farah Hafez, onderlegd in Pencak Silat, de ring in stapt voor een gevecht tegen een Russische vechtsportster. Farah is op jonge leeftijd Afghanistan ontvlucht en journalist bij een grote landelijk krant. Tijdens haar gevecht wordt een jong meisje aangereden en voor dood achtergelaten. Farah heeft haar tegenstandster in een vlaag van woede dusdanig toegetakeld dat die naar het ziekenhuis moet. Als ze in het ziekenhuis wil informeren hoe het met haar is, wordt het jonge meisje op een brancard binnengereden. Ze ziet het kind met haar lippen een woord vormen, padar. Het woord voor vader in het Dari, de taal van haar geboorteland. Het kind blijkt een jongen te zijn, verkleed als meisje. Ze herkent hierin meteen het misbruik van jongens in haar vaderland.

Vanaf dat moment word je meegesleept in een verhaal over kindermisbruik, corruptie, oorlog, journalistiek, liefde en familie dat tientallen jaren en verschillende continenten omspant. De eerste twee delen kunnen zich gemakkelijk meten aan grote buitenlandse thrillers met complotten die van alles overhoop halen (denk Stieg Larsson). Wisselende perspectieven, verrassende wendingen, hoog tempo, larger than life. Om er nog maar een Engelse uitdrukking in te gooien, suspension of disbelief, het aan de kant zetten van je dit kan niet, waar dergelijke verhalen onder kunnen lijden, weet de schrijver met elegantie en gemak te omzeilen.

Het derde deel is het hoogtepunt van de trilogie. Daarin wordt het tempo verlaagd en krijgen we zicht op hoe alles in elkaar grijpt. Je komt in een prachtig vertelt verhaal over familiebanden en politiek, terwijl de verhaallijnen kundig aan elkaar geknoopt worden.

Wat de trilogie zo goed maakt is de research die Goverde moet hebben gedaan om de plaatsen, de geschiedenis en de mensen die hij beschrijft, zo onnadrukkelijk in het verhaal te verweven. Vooral de periodes in Kabul maken indruk. De aanslag op de toenmalige Afghaanse president Daoud in 1978. Het leven in Kabul in 2009. Met de huidige ontwikkelingen in Afghanistan krijgt de trilogie onbedoeld urgentie. Het stemt verdrietig, dat de schrijver dit zelf niet kan beleven.

Voor het eerst in mijn leven heb ik drie boeken achter elkaar op mijn mobieltje gelezen, terwijl ik liever een boek van papier in handen heb. Dat zegt je waarschijnlijk niet zo veel, maar mij wel. De Hartland-trilogie had me, dankzij de Onlinebibliotheek, bij de kladden. Huishoudelijke taken heb ik opgeschort, de tv bleef uit en tot diep in de nacht brandde het schermpje van mijn mobiel. Wat heeft Walter Goverde een prachtige trilogie achtergelaten.

Je kunt de trilogie als e-book lenen via de Onlinebibliotheek, of als gewoon boek in je eigen bibliotheek.

Beklemmend

Laat de wereld achter van Rumaan Alam wordt verfilmd, maar daar zou ik niet op wachten. Alam vertelt een beklemmend verhaal over een wit gezin dat afreist naar een luxe en afgelegen huis op Long Island om vakantie te vieren.

Als hun eerste vakantiedag bijna ten einde loopt wordt er aangebeld. Meteen schiet de stress Amanda en Clay in het lijf. Wie belt er zo laat aan? Op de stoep staan de zwarte, wat oudere eigenaren van het huis. In deze scene laat Alam meteen zien wat een goede schrijver hij is.

Het ongemak van deze ontmoeting spat van de bladzijden. Dit ongemak blijft door het hele boek door sudderen. De eigenaren vragen of ze binnen mogen komen. In Manhattan is de stroom uitgevallen en hun tweede huis lijkt een veilige haven.

In het huis is nog wel stroom, maar tv en internet werken niet, zodat niet duidelijk wordt wat er aan de hand is. Een aantal gebeurtenissen verhogen de spanning. Alam beschrijft de gedachten van de zes bewoners en neemt daar de tijd voor. Gedachten die botsen met sociale conventies, alleen de kinderen lijken oprecht. Dat doet hij fantastisch, alle menselijke tekorten komen op de keukentafel, het epicentrum van dit boek. Met een alwetende verteller die slechts hier en daar wat los laat, weet je als lezer slechts weinig meer dan de personages, behalve dan dat er iets goed mis is in het oosten van de VS.

De rustige manier van vertellen, het gebrek aan actie en het open einde zal niet iedereen aanspreken, maar wat heeft Alam een mooi en rijk boek geschreven. Hij roert op bijna nonchalante wijze thema’s als racisme, klasse en gezinsleven aan en dwingt de volwassenen hun tekortkomingen onder ogen te zien. En dan is er nog die apocalyps (?) op de achtergrond.

Niet doodgaan, daar ging het om

Voor iemand die in het dagelijks leven ladders mijdt, is Zuurstofschuld een duizelingwekkend verhaal over het beklimmen van bergtoppen en een vriendschap.

Walter, de schrijver van het verhaal, komt tijdens zijn studie Lenny tegen. Lenny is al jong bevangen door klimkoorts. In hun studentenstad beklimt hij de pijlers van een brug, als voorbereiding op het grote werk. Tussen de twee ontstaat een vriendschap en voor je het weet ben je met ze in de Alpen. Lenny klimt voor, Walter volgt. Hun vriendschap is hecht, gesmeed door het gezamenlijk klimmen*. Wat de vriendschap karakteriseert is deze passage:
“Mensen die samen kunnen zwijgen hebben vertrouwen in elkaar, het allergrootste vertrouwen. Zodra ze gaan praten is er iets mis.”
Als Lenny een relatie krijgt en de bergen achter zich laat, voelt Walter zich verlaten. Hij blijft doorklimmen, het liefst zoekt hij in zijn eentje de weg naar boven.

Heijmans heeft een prachtig boek geschreven, parels van zinnen, ijzingwekkende scenes, de romantisch heroïek die Walter en Lenny de bergen opdrijft, de kritiek op het bergtoerisme (de been there, done that mentaliteit). De bergen beschreven, waar je gedachten krimpen naarmate de lucht ijler wordt.

Met als hoogtepunt het stuk waar de oudere Walter, opgesloten in een klein koepeltentje met een medeklimmer, een dagenlange storm moet zien te overleven. Je zit als derde persoon in dat tentje, dat is de kracht van Heijmans.

Walter: Al mijn bergen hadden me laten gaan.

*Verderop in het boek wordt verteld dat een dergelijke band het klimmen kan hinderen omdat je te veel om de ander geeft en die niet in gevaar wil brengen.

Fins feestje

Roger Koponen is een schrijver van een zeer succesvolle thrillertrilogie. Op een avond als hij een lezing geeft, wordt zijn vrouw vermoord. Ze zit in een zwarte jurk aan de keukentafel met een grijns die The Joker het nakijken geeft. Koponen legt meteen een link naar de boeken die hij heeft geschreven en waarschuwt de politie ter plaatse dat er waarschijnlijk in de buurt nog een lijk te vinden is. Rechercheur Jessica Niemi vindt inderdaad een vrouw onder het ijs van het meer dat grenst aan de kapitale woning van de Koponens.

Dit is de start van een thriller die je alle hoeken van de kamer laat zien. Schrijver Max Seeck heeft in zijn debuut meer ontwikkelingen en plotwendingen gestopt dan een seizoen GTST kan hanteren en dat maakt deze thriller tot een Fins feestje.

Niks is wat het lijkt, zelfs de moorden niet. Er lopen heksen rond in dit boek. Het verhaal wordt doorsneden met een romantisch verhaal in Venetië dat behoorlijk ontspoord (vertrouw nooit te knappe kerels). De personages zijn van degelijke Scandinavisch makelij. Jessica’s traumatisch verleden wordt gaandeweg verteld. Haar erg persoonlijke band met haar baas wordt verderop in het verhaal verklaard. En zo is er van alles aan de hand in dit verhaal, dat door de schrijver strak in de hand wordt gehouden en je gegarandeerd uren weghoudt van je mobiel of Netflix, of Netflix op je mobiel.