Alle berichten door Robert

Stad van de levenden

Rome, voorjaar 2016. In de auto onderweg naar de begrafenis van een oom, bekent Manuel aan zijn vader en broer dat hij iemand vermoord heeft. Dat het slachtoffer in zijn appartement ligt, een paar etages boven de woning van zijn vader. Samen met Marco heeft hij na dagenlang alcohol- en cocaïnegebruik Luca Varani naar zijn appartement gelokt en de beestachtige moord uitgevoerd.

Lagioia heeft zich vijf jaar lang bijna obsessief met de zaak bezig gehouden. Een moord die Italië maandenlang in zijn greep hield. Hij heeft familie en betrokkenen geïnterviewd. Het boek is een minutieus verslag van twee normale jongemannen, verstrikt in een relatie met seksuele spanningen, verongelijktheid en waanideeën. Met de schrijver daal je af in het delirium van Manuel en Marco.
Tegelijk schetst Lagioia een beeld van de inwoners, de fonteinen, de straten van de oude stad Rome waardoor je haar bijna kunt ruiken. Een geur van verval.

De overpeinzingen over zijn eigen leven en zijn contacten op straat met inwoners van de stad maken het ook een persoonlijk verhaal. Hoe verhoudt de schrijver zich tot deze misdaad, de daders en het slachtoffer? Die worsteling geeft het boek een extra laag.

Stad van levenden van Nicola Lagioia is geen gemakkelijk boek, bij tijd en wijle zelfs benauwend. Toch raak je als lezer volledig gefascineerd door het verhaal en is het boek moeilijk weg te leggen. Dat is de verdienste van de schrijver die een literaire meesterproef heeft afgelegd in het genre van waargebeurde misdaadverhalen.

Madame le Commissaire

In Groot Brittannië en de VS is de cosy detective al langer populair. Een luchtige detective waarin de spanning niet voorop staat, maar wel een prima plot heeft met licht excentrieke speurders en de nodige humor. Inspecteur Montalbano van Camilleri is al lang in ons midden, al heeft de schrijver ons inmiddels verlaten.

Meer recente gezellige detectives hebben we eerder besproken op dit blog. De serie van S.J. Bennett rond Queen Elizabeth. De Moordclub (op donderdag) van Richard Osman. Dan is er nog Tante Poldi van Mario Giordano, een serie die speelt op Sicilië en onze eigen Hetty Kleinloog met de zusjes Kauffmann.

In dit rijtje horen ook de boeken van Pierre Martin over Madame le Commissaire. Martin en Giordano zijn trouwens allebei Duitse schrijvers. Het idee dat Duitsers geen humor hebben kan daarmee definitief in de grijze container.

Isabelle Bonnet draagt fysieke en psychische littekens als ze aankomt in haar geboorteplaats Fragolin, een dorp aan de Côte d’Azur. Ze stond aan het hoofd van een binnenlandse veiligheidsdienst en wil daar herstellen van een bomaanslag in Parijs waarbij ze bijna het leven liet. Haar baas laat haar echter niet met rust en vraagt haar, nu ze toch in de buurt woont, de dood van een jonge vrouw en de vermissing van een Engelsman te onderzoeken. Ze krijgt van hem de rang van commissaire. Met tegenzin begint ze het onderzoek, maar merkt gaandeweg dat het haar goed doet. Daar speelt ook het prettige dorpsleven een rol in. Elke morgen koffie en croissants in het café, de hernieuwde kennismaking met een jeugdvriendin en de aantrekkelijke burgemeester die toenadering zoekt. Ze krijgt een slungelige assistent toegewezen die, naast een grote voorraad gekleurde sokken, onverwachte talenten blijkt te hebben. Samen ontdekken ze wat er gebeurd is in de villa waar de dode vrouw is gevonden.

De titels die zijn verschenen hebben alle drie een lichte toets en Martin verslapt niet in deel 2 en 3 van de serie. De personages zijn op een goede manier een beetje zwart-wit. De treffende sfeer in de Provence geeft je het idee dat je zelf op vakantie bent aan de Côte d’Azur. Zonnig leesplezier.

Het eerste deel is ook te leen in de Online bibliotheek als luisterboek en e-book. Het tweede deel als e-book.

IJzingwekkend actueel

Proloog.
Op een ijsvlakte ergens op de grens tussen Noorwegen en Rusland ligt de uitgeputte Ylva Nordahl als een sneeuwarend haar ontdekt als een makkelijke prooi.
Hoofdstuk 1. Een week eerder.
Ylva Nordahl is een straaljagerpiloot die in Bodø meedoet aan een grootscheepse NAVO-oefening.

Laat ik allereerst even zeggen dat thrillerschrijvers, tv-seriemakers en andere creatievelingen op moeten houden met een begin waarin iets gebeurt met de hoofdpersoon om terug te gaan in de tijd en te vertellen hoe die persoon in deze situatie terecht is gekomen. Heb ik een hekel aan, omdat het verhaal dat volgt nog zo spannend kan zijn, maar je toch zit te wachten op het moment dat Nordahl op haar rug in de sneeuw ligt en een arend aan haar begint te knabbelen. Een ingebakken spoiler. Dan kan ik nu vertellen dat Grethe Bøe met Mayday een geweldige thriller heeft geschreven die ook nog ijzingwekkend actueel is.

De NAVO-oefening aan de grens met Rusland roept een reactie op uit het Kremlin. De niet bij naam genoemde machthebber, in wie iedere lezer Poetin zal herkennen, brengt een grote troepenmacht op de been omdat hij de oefening als een provocatie beschouwt. Nordahl en de legendarische John Evans, die haar mentor is, moeten een helikopter ondersteuning geven. Tijdens deze opdracht worden ze “gestrest” door een Russische straaljager. Deze raakt de onderkant van F-16 waardoor de straaljager onbestuurbaar wordt en boven Russisch grondgebied uit de lucht wordt geschoten. Nordahl en Evans weten zich met een schietstoel te redden. Rusland beheerst het narratief omdat het contact met de F-16 tijdens de botsing weg gevallen is. Het westen wordt er van beschuldigd een aanval op een kernreactor voorbereid te hebben.

In Mayday voert de schrijfster de spanning hoog op. Daarnaast zit ze in het hoofd van de machthebber in het Kremlin, wat het verhaal een extra laag geeft. Ze zal zich hebben ingelezen in de levensloop van Poetin en je kunt achteraf alleen maar wensen dat westerse politici dat meer hadden gedaan. Bøe schetst de Russische overwegingen en overtuigingen zeer geloofwaardig en tilt Mayday daarmee boven de normale achtervolging-in-ijzige-omstandigheden thriller. Om ook nog uit te pakken met politiek, private legers, vuile spelletjes, verraad, wolven en rendierkuddes. Een aanrader dit debuut van Bøe, als je openstaat voor de politieke beschouwingen waar ze de tijd voor neemt.

4 poolsterren

Perfect gekruid

Whistling Ridge, Colorado. Een kleine gemeenschap in de bergen, een zwaar gelovige bevolking, homoseksualiteit, geweld, drugs, een buitenstaander en de verdwijning van een 17 jarig meisje. Een flinke hoeveelheid ingrediënten. Toch weet Anna Bailey in haar debuut Tall Bones hiermee een kruidig gerecht te serveren.

Abigail Blake laat haar vriendin Emma achter op een feestje bij de Tall Bones, een groep stenen diep in het bos waar de dorpsjeugd graag rondhangt, vrijt, drinkt en drugs gebruikt. Abigail volgt een jongen het bos in, Emma heeft een vermoeden wie dat is, maar weet het niet zeker. Ze is vooral gekwetst dat haar beste vriendin haar alleen op het feest laat.
Als Abigail de volgende dag niet terugkomt, volgt een onderzoek, maar de politie lijkt het al snel op te geven.

De familie Blake heeft niet zo’n geweldige reputatie in Whistling Ridge. Vader Samuel, een getraumatiseerde Vietnamveteraan, is alcoholist en gewelddadig. Zijn vrouw heeft haar ambities al lang opgegeven en weet zich nauwelijks staande te houden in het huwelijk en in de gemeenschap. De opvoeding van haar drie kinderen lijkt ze niet aan te kunnen. In deze ijzige omgeving worstelt Noah, de oudste zoon, met zijn seksualiteit. De jonge Jude, zelf slachtoffer van het geweld, probeert op zijn manier het gezin bij elkaar te houden.

Noah is verliefd op Rat, een Roemeense jongen die in een caravan woont. Rat is degene die de radeloze Emma opvangt als Abigail niet terugkomt. Ze denkt dat Hunter, zoon van een rijke ondernemer, verantwoordelijk is voor de verdwijning. Toch krijgt ze een band met hem.

Zo is er nog veel meer te vertellen over de mensen die dit verhaal bewonen. Waarom praat Noah niet meer met Abigail? Wat is er gebeurd met de vader van Emma, een latino? Bailey wisselt heel vernuftig hoofdstukken Toen en Nu af. Daardoor kom je steeds meer te weten en leer je de hoofdrolspelers beter kennen. Toch houdt ze je tot het eind in spanning wie er verantwoordelijk is voor de verdwijning van Abigail. Dat doet ze in verraderlijke rustige stijl, maar schetst ze ondertussen een hels portret van een gelovige gemeenschap waarin geen ruimte is voor mensen die zich niet voegen naar Gods woord. Deprimerend, maar bloederig mooi.

Koninklijke detective

Een humoristische detective is als een high tea tijdens een zonnige vakantie. Heerlijk om van te snoepen en de echte wereld doet er even niet toe terwijl je je verliest in traditioneel vermaak. Vooral als de detective van dienst een amateur is, geen doorsnee burger en lichtjes excentriek. Een majesteitelijke Miss Marple (zoals gespeeld door Margaret Rutherford).

S.J. Bennett heeft met De moord op Buckingham Palace een tweede detective afgeleverd met Queen Elizabeth II in de hoofdrol. Haar talent blijkt niet alleen te liggen in het heel lang monarch zijn, ze is op hoge leeftijd ook nog een scherp denkende speurder. Na De moord op Windsor Castle is Elizabeth vooral bezorgd over een klein schilderijtje dat ze bij de opening van een tentoonstelling is tegengekomen. Het is een kleurrijke en niet zo goed gelukte impressie van de HMY Britannia, het koninklijke schip, dat vroeger op haar slaapkamer hing. Ze geeft haar persoonlijke assistent Rozie de opdracht om uit te zoeken waarom het schilderij niet meer in het paleis hangt en het terug te halen.

Maar dan wordt Cynthia Harris uit de hofhouding rond de koningin dood gevonden in het zwembad. Wat elders een ongeluk lijkt. is in een detective vanzelfsprekend een moord. De politie zit op een verkeerd spoor. De koningin laat het er niet bij zitten en samen met Rozie slaat ze aan het speuren.

Bennett combineert humor en een heldere stijl aan bestaande personages en een verzonnen realiteit. Elizabeth is op zeer hoge leeftijd nog steeds scherp, met grote mensenkennis en een onderkoeld gevoel voor humor en dat is eigenlijk wel heel plausibel.

Meer humoristische detectives voor nog meer high tea en vakantiegevoel:
Richard Osman – De moordclub (twee delen)
Nicolien Mizee – Moord op de moestuin
Mario Giordano – Tante Poldi (twee delen)

De moordclub (op donderdag)

Het is tijd om een ietwat belegen term op te poetsen. Richard Osman geeft met zijn serie De Moordclub (op donderdag) het woord geestig een zonnige glans en laat zien dat een nieuwe hobby op latere leeftijd kan bijdragen aan levensgeluk als de meeste jaren al achter je liggen.

Vier bewoners, allen in de 70, van een luxe bejaardencomplex bespreken op donderdag tijdens de lunch een cold case. Meestal met wat wijn en lekkere hapjes. De leden van de Moordclub (op donderdag) zijn Elizabeth, Ibrahim, Ron en het nieuwste lid Joyce. Elizabeth is degene die de zaken aandraagt en de officieuze voorzitter. Voorheen was haar vriendin en voormalig rechercheur Penny dat, maar zij ligt al langere tijd in het ziekenhuis. In haar woning bewaard ze haar oude zaken waarmee ze nog jaren vooruit kunnen bij leven en welzijn. Met de gepensioneerde psychiater Ibrahim, de voormalige vakbondsleider Ron en ex-verpleegster Joyce maalt het viertal niet om een druppeltje bloed.

Niks zo leuk voor de club als een verse moord. Als aannemer Tony Curran, vennoot van hun huisbaas Ian Ventham, dood wordt aangetroffen kan de Moordclub hun kennis en kunde in de praktijk brengen. Wat volgt zijn nog meer lijken en een lekker plot dat door de Moordclub wordt ontrafeld. Ondertussen breiden ze hun vriendenkring uit met twee plaatselijke recercheurs.

In het tweede deel, dat nog beter is dan het eerste, wordt duidelijk waar Elizabeth haar skills vandaan heeft en verdiept de vriendschap van het viertal. Een vriendschap onder het motto van de vier musketiers, een voor allen, allen voor een. Ze nemen het onvervaard op tegen MI5 en een hele grote crimineel. Ondertussen babbelt Joyce er in haar dagboekfragmenten lustig op los. en lees je beide boeken met een grijns op je gezicht. Osman is werkelijk een zeer geestige schrijver, het plezier spat van alle pagina’s. Hij heeft een kwartet geschapen waar je alleen maar van kunt houden.

De serie smeekt werkelijk om verfilming. In een interview vertelt Osman dat iedereen met namen komt voor het illustere kwartet. Helen Mirren, Julie Waters, Judy Dench. Meryl Streep wil heel graag. Wie het gaat doen is nog onbekend, maar dat het verfilmd gaat worden staat wel vast want Steven Spielberg, ook niet meer een van de jongsten, heeft de rechten voor de verfilming.
Hij heeft al aangekondigd voor jongere acteurs te kiezen, omdat hij niet het risico wil lopen dat een van de acteurs voortijdig moet afhaken vanwege The End. Jammer. Want Helen Mirren zou een geweldige Elizabeth zijn. De andere twee dames mogen een strootje trekken voor de heerlijk kokette Joyce. Ben Kingsley kan als Ibrahim en Brian Cox als Ron en de Moordclub (op donderdag) is compleet.

Het eerste deel is ook te leen in de online bibliotheek, als e-book en luisterboek.

De fabriek van klootzakken

Het is 1974 als Koja terugblikt op zijn leven dat begint in 1909 in een van de Baltische staten. Het verhaal vertelt hij aan medepatiënt Basti, een hippie vol geloof in liefde en harmonie. Ze liggen allebei in een ziekenhuis. Koja heeft een kogel in zijn kop en je moet tot het eind van dit vuistdikke boek wachten om te horen hoe die daar is terechtgekomen.

De broers Hub en Koja Solm groeien op tijdens de Russische Revolutie. Hub heeft als oudste grote invloed op de gevoelige en artistiek aangelegde Koja. Als hun ouders de wees geworden Ev opnemen in het gezin, verandert dat vooral Koja’s jonge leven. Ev is een vrijmoedig meisje en geeft kleur aan de dagen. Beide broers ontwikkelen gevoelens voor hun zus, een voorbode van wat gaat komen.

Wanneer de nazi’s aan de macht komen, sleept Hub Koja mee en treden ze toe tot de SS. Waar Hub een overtuigde nazi is, probeert Koja vooral verantwoordelijkheid te ontlopen, niet overtuigd van de ideeën van het Nationaal Socialisme. Maar in een oorlog, de fabriek uit de titel, houdt niemand schone handen. Wonderlijk genoeg overleven alle drie de oorlog, waarna de broers terechtkomen in de pas opgerichte spionagedienst van de jonge Bondsrepubliek. Een dienst die voornamelijk gerund wordt door ex-nazi’s.

Hier komt het verleden van Chris Kraus om de hoek kijken. Hij kwam erachter dat zijn grootvader, met wie hij een warme band had, bij de Totenkopf Kommando heeft gediend, het onderdeel van de SS dat verantwoordelijk was voor de concentratiekampen. Hij heeft zich tien jaar lang verdiept in zijn familiegeschiedenis en daar voor zijn familie een boek over geschreven. In De fabriek van klootzakken heeft hij deze geschiedenis verweven met het verbijsterende gegeven dat na de oorlog nazi’s met steun van de geallieerden een geheime dienst konden oprichten en de oprichting van de staat Israël, het schuldgevoel van de Duitsers.

Kraus heeft een fantastisch boek geschreven over afschuwelijke gebeurtenissen die hij op wonderlijke wijze weet te kruiden met een ironische pen. Wat een rijkdom aan gedachten en ideeën strooit hij over je heen tijdens het lezen. De schrijver laat zien hoe vloeibaar moraliteit is, hoe iedereen kan veranderen in een klootzak. Een liegende klootzak als Koja, die ondanks zijn vreselijke daden duidelijk probeert te maken dat hij ook lief kan hebben en dat zijn daden daardoor te verklaren zijn. Zijn medepatiënt Basti lijdt zo onder het levensverhaal van Koja dat hij er psychisch aan ten onder gaat. Daarmee staat Basti voor de lezer van dit boek, want uiteindelijk praat Kraus tegen de lezer.

Qua reikwijdte en thema vergelijkbaar met Het achtste leven van Nino Haratischwili. Ook al zo’n meesterwerk.

Interview met Chris Kraus over zijn boek.

Zie mij graag

Sarah Meuleman en Lize Spit moeten vroeger van hetzelfde Vlaamse water hebben gedronken. Beide schrijfsters hanteren een scherpe pen waarmee ze complexe psychologische romans schrijven die krassen maken op je ziel. Zie mij graag is de derde roman van Meuleman die debuteerde met De zes levens van Sophie.

Een welhaast vast thema van Meuleman is de confrontatie met het verleden dat de hoofdpersonen aangaan. Lieve heeft in Amsterdam een bestaan opgebouwd als influencer op de sociale media. In dit verhaal gaat Lieve terug naar haar geboorteplaats Damme, vlak over de Nederlandse grens.

Ze wil de waarheid achterhalen over een noodlottige avond waarbij de toen 11 jarige Lieve haar onderbeen kwijtraakte in een auto-ongeluk. Die avond vierde haar vader een feest vanwege zijn succes als schrijver. Maar wie zaten er in de auto naast haar vader en Lieve zelf? Margot, de 16 jarige zus van Lieve, die haar probeert te beschermen tegen de wereld? De 18 jarige, aantrekkelijke Daphne die iets met de vader lijkt te hebben en die na die avond spoorloos is?

Lieve post haar zoektocht naar de waarheid op haar account en ziet het aantal volgers omhoog schieten. Margot komt door haar pillengebruik in de problemen in het ziekenhuis waar ze werkt. Meuleman vlecht heden en verleden in elkaar en als lezer kruipt dit verhaal, met de nodige suspense, onder je toch al bekraste huid tot de waarheid zich openbaart in de laatste pagina’s van dit boek. Meuleman doet het weer.

Van Amsterdam naar Gaast

Een aantal jaar na het overlijden van haar man laat Petra Possel de stad Amsterdam achter zich. Te hip, hot en hype. Te druk, op straat en in haar hoofd. Ze verlangt naar rust. Ze koopt een pittoresk huisje in Gaast, dorp aan de dijk. Dat pittoreske valt tegen als ze er eenmaal woont (gratis tip, koop een huis op het platteland in november). Het dak lekt en het is koud, want op het IJsselmeer waait het altijd. En dan zij er nog de Friezen.

Possel schrijft lichtvoetig, met veel humor, maar oppervlakkig is het nergens. De rouw om haar man, een nieuwe liefde, de ontmoetingen met de inwoners, ze stipt het aan, maar laat je verbeelding wel werken. Haar ontmoeting met Zwaluwman, Theunis Piersma die het begrip landschapspijn heeft gemunt, bracht bij mij nog een herinnering naar boven aan een schoolreis. In de bus op weg naar Rolduc, Aken en Luxemburg, had hij een cassettebandje mee met daarop het album Paloma Blanca van de George Baker Selection. Waarom weet ik nog steeds niet, maar de buschauffeur draaide deze muziek de godganse busreis op een te hard volume. Wat.een.ramp. Ik had hem Duifman genoemd.

Maar terug naar het boek. De stad uit is een heerlijke kroniek van een stadsmens die er gaandeweg achter komt dat het leven in stilte haar beter past dan de gejaagdheid van de stad. Dat ze al struikelend haar plek vindt in een dorp van 220 inwoners is te lezen in korte hoofdstukken, dat in het dit jaar verschenen Alles gaat over, een vervolg kreeg. Dat ga ik nog lezen, omdat ik benieuwd ben hoe het haar verder is vergaan.

Nog even dit. Als ze een succesvol diner organiseert voor de dorpsgenoten, vraagt ze de volgende dag aan de Dorpsoudste wat hij er van vond: ”Ben niet aan de schijterij geraakt, dus het was goed”. Dat is een vrij lang antwoord voor een Fries en een mooi wolkom yn Fryslân.

De andere Amerikanen

Nora krijgt bericht dat haar vader is overleden. Hij is midden in de nacht aangereden op een kruispunt in een klein plaatsje vlakbij het Joshua Tree National Park in Californië. Voor dood achtergelaten op het asfalt van de Highway 62. De politie probeert te achterhalen wie hem heeft aangereden. Dit lijkt het begin van een thriller, maar deze roman is veel meer dan een whodunnit.

Het slachtoffer, Driss, is met zijn vrouw vijfendertig geleden Marokko ontvlucht omdat hij vreesde voor zijn leven. In de Mojave woestijn begint hij een donutwinkel. Na verloop van jaren breidt hij de winkel uit naar een diner. Ze krijgen twee dochters, de oudste ogenschijnlijk gesetteld en Nora. Zij probeert als componist voet aan de grond te krijgen en is de spil in dit verhaal.

Nora keert in shock terug naar haar geboorteplaats om haar moeder bij te staan. De drie vrouwen gaan elk op hun eigen manier om met het verdriet. Nora gelooft niet dat de aanrijding een ongeluk is. Haar zus wil verder en Maryam, de moeder, verwerkt het verdriet in stilte.

Laila Lalami is geboren in Rabat en kwam op haar 24e naar de VS waar ze professor creative writing is aan de Universiteit van Californië in Riverside. De oorspronkelijke titel The Other Americans geeft beter weer wat een van de thema’s in dit prachtige boek is, het alledaagse, sluimerende racisme. Dat schreeuwt de schrijfster niet van de daken, maar wordt subtiel verweven in het verhaal, dat wordt verteld door meerdere personages in korte hoofdstukken. Toch geeft Lalami elk personage diepgang omdat ze iedereen ruimschoots de tijd geeft in het boek. Van de enige getuige van het incident, die zich niet durft te melden bij de politie omdat hij illegaal is, tot de zwarte politievrouw die de zaak onderzoekt. Dat uiteindelijk de toedracht van de aanrijding boven water komt is belangrijk voor het verhaal, maar ondertussen heb je een wonderlijk mooi en goed geschreven verhaal gelezen over familie, rouw, liefde en alledaags racisme. Een absolute aanrader, ook voor thrillerliefhebbers.