Categorie archief: Biografie

Foppe

foppe

Menno Haanstra sprak voor biografie over Foppe de Haan met een groot aantal (top)voetballers, die onder De Haan hebben gewerkt zoals: Ruud van Nistelrooij, Royston Drenthe, Gertjan Verbeek en Klaas-Jan Huntelaar. Stuk voor stuk zijn ze vol lof over hun vroegere trainer al kraakt Verbeek wel een kritische noot. Veel plaats wordt ingeruimd voor Riemer van der Velde, de man die in de jaren ’80 als voorzitter het roer bij sc Heerenveen overneemt en Foppe aanstelt als trainer.
Foppe

Het gezin De Haan had het niet breed en Foppe en zijn oudere zus groeiden op onder sobere omstandigheden. Geen waterleiding, geen elektriciteit en geen gas; er moest zuinig worden geleefd. Tegen een hongerloontje stonden de arbeiders, waaronder vader Reinder, zestien uur per dag aan de turfschep. Een schoolvriend van de jonge Foppe woonde in een vochtige plaggenhut waar je niet eens rechtop kon staan. De vroegtijdige dood van zijn depressieve moeder, die zelfmoord pleegde, droeg evenmin bij aan een onbekommerde jeugd.

Een mooie karaktereigenschap van de latere voetbaltrainer is dat hij zijn afkomst nooit heeft verloochend en ondanks alle successen bescheiden is gebleven. Foppe is niet iemand die de achterban naar de mond praat, noch zal hij een gelikte mediatraining volgen om de pers te woord staat. Nee, Foppe is authentiek, ingetogen en een beetje ongemakkelijk met een rol in de schijnwerpers. Als luxe permitteert hij zich slechts een stacaravan op Ameland.

In chronologische volgorde houdt Haanstra de carrière van Foppe tegen het licht. We krijgen te zien dat de trainersloopbaan zorgvuldig wordt opgebouwd. De Haan doorloopt alle niveaus in het amateurvoetbal en na de landstitel met ACV maakt hij de overstap naar de profs. Hier komt hij als oud-CIOS-docent met ook een ALO- diploma op zak, volledig tot zijn recht.

Hoewel we met een fanatieke prestatietrainer van doen hebben is het resultaat niet altijd heilig. Hij is heel duidelijk in wat hij wil. Het gaat hem bovenal om goed voetbal. Eén drijfveer is dominant aan alle andere, hij wil spelers beter maken.

“Ik ben allergisch voor dingen die geen zin hebben en ook voor doelloos herhalen. Als je altijd hetzelfde doet, krijg je ook altijd hetzelfde resultaat. Na een tijdje ga je zelfs achteruit”

Boeiend wordt het wanneer de gevierde voetbaltrainer in gesprek gaat met Dirk Scheringa, de voorzitter van AZ. De Haan kan zo’n beetje een blanco cheque tekenen bij de Alkmaarse club, maar weigert uiteindelijk toch in zee te gaan met de gevallen bankier.

Menno Haanstra, die we kennen van de prachtige biografie over Jan Ykema,  heeft er een vlot leesbaar boek van gemaakt. Dit levensverhaal over Foppe is niet alleen geschikt voor voetballiefhebbers, maar verdient een grotere lezersschare. Het is een mooie biografie over een mooi mens.

Het voorwoord komt van Bert Wagendorp. Hij wordt sportjournalist bij de Leeuwarder Courant op het moment dat Foppe begint als trainer bij ‘zijn’ sc Heerenveen.

Advertenties

Johan Cruijff

cruijff

cruijff-plaatje
Een half jaar na het overlijden van Nederlands beste voetballer aller tijden verschijnt de autobiografie met de titel Johan Cruijff. Het levensverhaal wordt in zijn eigen woorden chronologisch opgetekend door de bevriende journalist Jaap de Groot van de Telegraaf.

Als eenvoudige jongen uit Betondorp zet de kleine Johan de eerste schreden op de voetbalvelden van Ajax. Het vroegtijdig overlijden van zijn vader heeft een grote invloed op zijn jeugd, maar staat een snelle ontwikkeling als voetballer niet in de weg.

Bij alle clubs waar Cruijff komt te spelen is hij de gevierde vedette, maar evenzo vaak ontstaan er problemen. Rinus Michels is zijn trainer bij Ajax, Barcelona, Los Angeles Aztecs en het Nederlands Elftal en speelt evenals schoonvader Cor Coster, die de zakelijke belangen behartigt, een grote rol. Maar dezelfde Michels weigert hem een trainerslicentie toe te kennen en belet hem bondscoach van het Nederlands Elftal te worden. Er is sprake van een haat liefde verhouding. Ook de ruzies met Piet Keizer, inmiddels ook al overleden, Frank Rijkaard en Marco van Basten worden besproken.

Als trainer en later ook als lid van de Raad van Commissarissen komt Cruijff regelmatig in aanvaring met bestuurders. De tegenstelling tussen trainer/speler en bestuurder loopt als een rode draad door het boek. Veel ruimte wordt ingeruimd voor de Johan Cruijff Foundation. Meer dan op zijn voetbalprestaties was De Verlosser trots op dit project.

El Salvador slingert zijn wijsheden als granieten zekerheden de wereld in. Hoewel de legendarische nummer 14 enkele onthullingen doet over Michels en de WK’s van ’74 en ‘78 komt er niet heel veel nieuws naar buiten. Wat overblijft is een sympathiek portret van een (familie) man met onnavolgbare bewegingen, een onafhankelijke geest en onnavolgbare uitspraken:

Ik maak eigenlijk nooit fouten, want ik heb enorme moeite om me te vergissen.

Als ik zou willen dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd.

In het boek staan prachtige foto’s, een voorwoord van Cruijff zelf en een nawoord van zoon Jordi. Het wachten is op de uitputtende biografie van historicus Auke Kok, waarin ook anderen aan het woord zullen komen.

reserveer deze boeken

Zoetzuur


We halen allemaal wel ’s chinees bij ons favoriete restaurant. Die van mij is Sing King Ling in Sneek en het afhalen van een portie nasi speciaal is altijd een mooi moment. Een stuk kroepoek uit het mandje op de bar, een biertje en ondertussen kijken naar de bedrijvigheid van het personeel. De telefoontjes, de scherpe blikken op de gasten, het luikje dat open en dicht gaat en het besef dat die stapel plastic bakjes voor degene is die voor je naar binnen kwam.

Als je er over nadenkt is dat gewoon een geluksmoment. Maar in al die tientallen jaren dat ik er al kom ben ik niets te weten gekomen over de familie die het restaurant bestiert.

sunliHet mooie boek van Sun Li geeft je blik achter de schermen van het keiharde werken en het familieleven van een Chinees gezin dat neergestreken is in een Fries dorp.

De ouders van Sun Li komen in 1980 naar Nederland met twee dochters. Hun andere kinderen zijn bij oma achtergebleven en komen pas later naar het dorp. De schrijfster laat ons kennis maken met een leven waarin alles draait om het restaurant en waar een gezinsleven nauwelijks bestaat. Er wordt weinig gepraat, Chinezen praten met eten schrijft ze. Als de moeder haar liefde wil tonen maakt ze het favoriete maaltje van Sun Li. Zonder sentiment beschrijft ze de gloriedagen van het restaurant in de jaren 80 en 90 en de onvermijdelijke neergang als er een groot wokrestaurant geopend wordt in het dorp.

De zoetzure smaak van dromen gaat over het verlangen om je kinderen een beter leven te geven als jezelf bent opgegroeid in grote armoede om erachter te komen dat in een nieuw land je kinderen hun eigen pad kiezen. Een prachtig portret van een in zichzelf gekeerde bevolkingsgroep en een periode waarin ieder dorp zijn Chinese restaurant had.

Na het lezen van het boek heb ik me in ieder geval voorgenomen om thuisbezorgd.nl links te laten liggen en mijn nasi speciaal met kipsaté weer zelf af te halen.

reserveer

De eenzame schaatser

hans van helden boekomslagHij had de beste schaatser ooit kunnen worden. Pech, tegenwerking van trainers en een moeilijk karakter blokkeerden de weg naar een wereldtitel en Olympisch goud. Het is de grote frustratie van zijn leven. Dromen over belangrijke schaatswedstrijden doet hij nog steeds en vaak wordt hij badend in het zweet wakker. De in het Brabantse Almkerk geboren Hans van Helden stelde zijn leven geheel  in dienst van het schaatsen besloot in Heerenveen te gaan wonen in een caravan naast ijsstadion Thialf.

Bij toeval loopt Erik Dijkstra de hoofdpersoon tegen het lijf in het restaurant van Thialf. Dijkstra wil graag een interview maken met de mysterieuze schaatser, maar Van Helden voelt daar niets voor. Even later is hij vertrokken en staat Dijkstra met lege handen. De hele figuur Hans van Helden is met een waas van mystiek omgeven en Dijkstra is gefascineerd geraakt door de schaatser. Vanaf dat moment start hij een zoektocht naar de Nederlandse Fransman , die zich in de jaren ’80 in Frankrijk heeft gevestigd.

Van Helden is dan niet de beste, maar wel de mooiste schaatser ooit. Hij beschikt over een fluwelen techniek en stoot Ard Schenk van de eerste plaats op de Adelskalender o.a. door ruim drie! seconden sneller te schaatsen op de 1500 meter. Hij wordt Nederlands kampioen, behaalt een aantal Olympische medailles en heeft een lange carrière. Zo duelleert hij eind jaren zestig met Elfstedentochtwinnaar Jeen van den Berg in marathonwedstrijden en is hij als 39-jarige present op de Olympische spelen van Calgary 1988, waar Yvonne van Gennep drie gouden medailles wint.

Hoe sterk is de eenzame schaatser is een prachtig portret geworden van een man die in alles zijn eigen weg gaat. Het is de oprechte bedoeling van de schrijver een eerbetoon aan een markant schaatser te brengen. Dat is in mijn ogen ook uitstekend gelukt. Hans van Helden echter vindt dat hij te negatief wordt afgeschilderd en besluit Erik Dijkstra voor de rechter te slepen. Op het laatste moment wordt deze dagvaarding weer ingetrokken. (Betere reclame is er niet!)

De schrijver heeft voor deze niet geautoriseerde biografie familie, vrienden en schaatstrainers van Van Helden gesproken en spitte duizenden krantenartikelen en andere media door. Uiteindelijk vindt hij de hoofdpersoon in (Zuid) Frankrijk en neemt een drie uur durend interview af.

Een biografie over deze bijna vergeten schaatsheld is zeker gerechtvaardigd en een must read voor ondergetekende, die is opgegroeid op een steenworp afstand van Thialf.

Wat een man!

Jean – Bart Jungmann

Tien jaar lang woonde hij in een kasteel en werd de koning van Limburg genoemd. Van Limburg én omstreken voegde hij er zelf altijd fijntjes aan toe. Volkskrant journalist Bart Jungmann heeft de biografie geschreven met de titel ‘Jean’. De ondertitel van dit boek zou kunnen luiden: Van kasteelheer tot zwerver.

In het voorwoord van wielerliefhebber Bert Wagendorp wordt Jean Nelissen (1936-2010) neergezet als een aimabele Limburger, larger dan live en voortdurend bezig met z’n eigen mythevorming. Na een korte carrière als wielrenner stort Jean Nelissen zich met hart en ziel op de journalistiek. Hij ontwikkelt zich tot een  nieuwsterriër, een geboren journalist die voortdurend op zoek is naar primeurs. Nelissen werkt niet bij de krant om vrienden te maken en is nooit te beroerd om met een primeur van een collega aan de haal te gaan. ‘De Neel’ heeft een enorme geldingsdrang en wil scoren. Soms wordt hem onbetrouwbaarheid verweten, omdat hij de waarheid mooier of lelijker maakt en halve leugens verkondigt.

Op het toppunt van zijn roem bewoont hij Kasteel Geulzicht. De kasteelheer heeft 42 kamers tot zijn beschikking. Als hij ’s morgens naar de krant gaat om een stukje te schrijven heeft hij 30 schilders aan het werk. Het onderhoud van het Kasteel kost hem handen vol geld en heeft misschien wel tot zijn financiële ondergang geleid.

Vanaf 1979 verslaat hij samen met Mart Smeets de Tour de France. Smeets leert hem kennen als een groot vakman die Nederland het wielrennen heeft bijgebracht. Een chroniqueur en verhalenverteller met een mooie stem. Toch was het niet allemaal rozengeur en maneschijn. Smeets leerde meer en meer de donkere kant van Nelissen kennen. Het geheim dat deze bourgondische Limburger lang met zich mee droeg betekende uiteindelijk zijn ondergang. Gevraagd naar een beschrijving van Jean Nelissen komt Smeets tot de volgende woorden: Wat een man, jezus wat een man!

Bart Jungmann is diep in de archieven gedoken en heeft er een mooi verhaal van gemaakt. Het boek is niet alleen een prachtig portret van het veelbewogen leven van een mijnwerkerszoon. Ook de mijnbouw in Limburg en de opkomst van de sportjournalistiek in de jaren 50 wordt goed beschreven. De lezer veert voortdurend mee met de hoofdpersoon en voelt zowel bewondering als medelijden. Maar de bewondering overheerst als met tegenzin de laatste bladzijde  wordt omgeslagen. Je denkt alleen nog maar: Wat een man!

 

Don Leo

Don Leo blog
Don Leo – Bert Nederlof

Al op elfjarige leeftijd spreekt een Rotterdams jongetje de wens uit voetbaltrainer te willen worden. In 2015, na een periode van vijftig jaar zet Leo Beenhakker een punt achter zijn imposante trainerscarrière. De markante trainer vertelt zijn levensverhaal aan Bert Nederlof in de biografie Don Leo.

Als klein jongetje bezoekt Beenhakker aan de hand van zijn vader de wedstrijden van Feijenoord in de Kuip. Daar komt  abrupt een einde aan als zijn vader op 39-jarige leeftijd sterft. Vanaf dat moment is het armoe troef in huize Beenhakker. De school interesseert de jonge Beenhakker weinig. Na enkele kortstondige baantjes besluit hij zich vol op het trainersvak te storten. Al spoedig dient de eerste profclub zich aan, hij wordt hoofdtrainer van Veendam.

In Don Leo worden vervolgens alle vijftien profclubs waar Beenhakker heeft gewerkt, alsmede zijn uitstapjes als bondscoach, chronologisch besproken. Kort nadat hij bij Volendam is ontslagen staat plotseling Real Madrid op de stoep. Je gelooft het niet. Deze man moet wel over een enorm netwerk hebben beschikt. Bij de meeste clubs wordt Beenhakker ontslagen of neemt zelf ontslag. Vrijwel geen enkel contract dient hij uit. Tijd om bij te komen heeft hij niet. Bij thuiskomst rinkelt meteen de telefoon en de volgende werkgever dient zich aan.

Het boek leest heerlijk weg en Beenhakker ontpopt zich als een goede verteller. Zijn grote kracht als trainer is dat hij de uitdaging niet schuwt en van spelers met verschillende achtergrond en cultuur een hecht team weet te smeden. De Rotterdammer is een mensenvriend en met de meeste spelers kan hij nog goed door één deur. Ook met Johan Cruyff, met wie hij in 1980 een flinke aanvaring heeft. Beenhakker is op dat moment hoofdtrainer bij Ajax en Cruyff neemt plotseling naast hem plaats in de dug out om het wisselbeleid van de coach aan de kaak te stellen. Het is een publieke vernedering. Alleen met opgewonden standje Hugo Sanchez en assistent trainer van het Nederlands Elftal Nol de Ruiter is het nooit meer goed gekomen.

Op de achterflap lezen we dat Beenhakker bekend staat om zijn gevoel voor humor. Dat er dan zo weinig anekdotes in het boek staan is een gemiste kans. Een beetje storend is het door Beenhakker gebezigde populaire taalgebruik. Zinnen als: Dat dus, Hebbie um, Toch?, Mis ik wat en Kan ik u melden is het gebruik van de Nederlandse taal op z’n lelijkst.

Los van deze kritische noot is deze schelmenroman een feest van herkenning voor de al wat oudere voetballiefhebber. Alle spelers van vroeger komen nog een keer langs. Het boek bevat enkele fraaie kleurenfoto’s. Achterin staat het uitgebreide en indrukwekkende cv van Leo Beenbakker, waar waarschijnlijk geen enkele trainer ter wereld aan kan tippen.

Mr. Hiddema trekt van leer

Mr. Hiddema - Stan de Jong
Mr. Hiddema – Stan de Jong
Op de vraag of strafadvocaat Hiddema Volkert van der Graaf zou kunnen verdedigen krijgt de lezer een duidelijk antwoord. Je moet als strafadvocaat een bepaalde sympathie voor de dader (niet voor de daad!) voelen. Volkert is volgens hem een kleine rigide narcist die kleine boertjes fanatiek achtervolgde met zijn milieuregels. De beschermer van de huismus en de grasspriet is zo droog als een zak erwten. Bij Hiddema ontbreekt enige sympathie voor deze dader ten ene male.

In de door Stan de Jong geschreven biografie Mr. Hiddema neemt de advocaat geen blad voor de mond. Open en duidelijk geeft hij zijn menig over allerhande kwesties in en buiten de rechtbank. Hij is een eloquent spreker en geniet van zijn eigen formuleringen. De volzinnen van de in maatpakken gestoken dandy komen altijd weer op hun pootjes terecht. Het pleiten zit hem in het bloed.

Geboren in het Friese Holwerd als jongste telg van een welgestelde familie brengt Hiddema zijn jeugd door in kostgezinnen en internaten. Hij is een nakomertje dat niet wil deugen. Pas op zijn 23 jaar haalt hij zijn HBS diploma en na verschillende mislukte studies, kiest hij uiteindelijk voor rechten.

Als strafpleiter doet Theo Hiddema zo’n tweehonderd zaken per jaar. Een aantal daarvan zoals de Limburgse IRT-affaire, De bende van Venlo en de zaak Volkert van der Graaf, worden uitgebreid besproken. In Mr. Hiddema gaat de schrijver ook in op tal van maatschappelijke onderwerpen, zoals de multiculturele samenleving, de islam en het open gooien van de landsgrenzen. Voor Pim Fortuyn –die goddelijke kale– en zijn gedachtegoed wordt zelfs een compleet hoofdstuk ingeruimd.

Waarin schuilt nu de kracht van dit boek? Ik denk dat het zit in de manier waarop Theo Hiddema wordt neergezet. Stan de Jong de schrijver hanteert de ik-vorm, waardoor je als het ware Hiddema hoort praten. Dat is bijzonder knap. De schrijver heeft vrijelijk toegang tot alle privé archieven van Hiddema gekregen en de advocaat heeft ook volledige medewerking aan de biografie verleend. Dwarsligger Hiddema, behorend tot de top vijf van glamouradvocaten, is daarnaast een dankbaar onderwerp voor een biografie.

The greatest of all time

I am Ali
I am Ali   DVD

De documentaire I am Ali gaat veel verder dan een opsomming van de grote successen uit de bokscarrière van Mohammed Ali. Begonnen als Olympisch kampioen veroverde hij drie keer de wereldtitel in het zwaargewicht. De titels en de daaruit voortvloeiende naamsbekendheid gebruikte hij om op de komen voor de zwarte gemeenschap in de wereld.
Ali was een intelligente en principiële man. Toen hij weigerde te vechten in de Vietnamoorlog werd zijn boks licentie ingetrokken en moest hij voor drie jaar de gevangenis in.

Joe Frazier, één van Ali’s latere tegenstanders, maakte zich sterk voor een terugkeer in de ring van de boks legende. In 1974 daagde Ali wereldkampioen George Foreman uit. Dit legendarische gevecht werd bekend als de the rumble in the jungle en vond plaats in Zaïre in het hart van Afrika. Foreman huldigde de opvatting dat the best way to deal with the world was to become a monster. Hij beschikte over de hardste stoot uit het circuit en sloeg al zijn tegenstanders knock out. Maar Ali –float like a butterfly en sting like a bee- beschikte over meer techniek, snelheid en uithoudingsvermogen en won het gevecht door een knock out in de achtste ronde.

In de documentaire I am Ali komen familie, vrienden en tegenstanders uitgebreid aan het woord. De interviews zijn vaak ontroerend. Zo krijgen we een goed beeld van Ali als sportman, echtgenoot, vader en broer. Hoewel Ali weinig respect toonde voor zijn directe tegenstanders wordt hij alom neergezet als een vriendelijk en sociaal mens, dat opkomt voor de zwakkeren in de samenleving.
Al tijdens zijn actieve bokscarrière openbaarde zich bij hem de Ziekte van Parkinson. Mohammed Ali is inmiddels 72 jaar en kan bijna niet meer praten.
De documentaire toont een prachtig beeld van de man achter de legende, die uitgroeide tot de grootste bokser ooit.

Eigen meester,  niemands knecht

mijnboek
Dina Eringa

Cees Fasseur
Cees Fasseur

Op het Schaapmarktplein in Sneek staat het standbeeld van Mr. Pieter Sjoerds Gerbrandy, minister president tijdens de Tweede Wereldoorlog in London. Op mijn route door de stad als stadsgids kom ik vaak bij het standbeeld langs en vertel kort iets over het leven van deze staatsman. Ook een aantal smeuïge anekdotes horen bij dit verhaal, want het moet geen geschiedenislesje worden voor de belangstellenden.

Eind 2014 kwam de biografie van Gerbrandy uit, geschreven door de historicus Cees Fasseur. Als stadsgids wil je wel weten of het een beetje klopt wat je vertelt. Gerbrandy werd geboren in Gau,  een dorp onder de rook van Sneek.

Eind jaren twintig van de vorige eeuw had hij een advocatenkantoor in Sneek en was hij tevens gedeputeerde. Na zijn advocatenbestaan wordt Gerbrandy hoogleraar recht aan de VU en in 1939 minister van justitie. Na de capitulatie voor de Duitsers in mei 1940 vertrekken de kabinetsleden naar London met achterlating van hun gezinnen. Als minister president De Geer aftreedt, wordt Gerbrandy minister president. Hij zorgt er voor dat Radio Oranje wordt opgericht en spreekt herhaaldelijk het Nederlandse volk toe. Samen met Koningin Wilhelmina blijft hij onverzettelijk  strijden voor een vrij Nederland.

Aan de periode in London tijdens de oorlog besteedt  Fasseur veel aandacht en hij beschrijft uitgebreid hoe Gerbrandy en Wilhelmina steeds meer meningsverschillen krijgen en hoe hun verstandhouding verslechtert. Het beeld dat Fasseur schetst  is dat van een rechtlijnige, koppige Fries, klein van postuur met een grote snor; onwrikbaar geloof in God, Nederland en Oranje. Koningin Wilhelmina komt uit het boek naar voren als een even koppige, onmogelijke oude dame.

De biografie leest als een trein, want Fasseur schrijft makkelijk. Soms is het even doorzetten want bepaalde gebeurtenissen zijn soms minder interessant maar maken het levensverhaal wel compleet. Het beeld dat ik had van Gerbrandy is bijgesteld. Al zal ik tijdens de stadswandeling altijd blijven vertellen dat het standbeeld van de staatsman 10 cm groter is dan hij in werkelijkheid was. Voor liefhebbers van biografieën en geschiedenis.

Gais, een markante vrouw

mijnboek

Dina Eringa

Regelmatig kom je in de Leeuwarder Courant een advertentie tegen voor het boek Gais, Over het leven van Gais Meinsma-Greydanus uit Jorwert. Ook de Volkskrant tipte het boek. Als dan in de titel ook nog Jorwert voorkomt en je het boek Hoe God verdween uit Jorwerd van Geert Mak hebt gelezen, dan ben je toch nieuwsgierig naar dit boek.

Dick Witte - Gais
Dick Witte – Gais

Schrijver Dick Witte kent Gais Meinsma al vele jaren en zoekt haar nog steeds op in Jorwert. Haar leven fascineerde hem en hij vond dat haar levensverhaal niet verloren mocht gaan.

Gais is geboren in november 1926 als Geiske Greydanus en groeit op als oudste dochter van veehandelaar Cor Greydanus op een boerderij even buiten Jorwert. Als ze ouder is, helpt ze zoveel mogelijk mee op de boerderij en haar bijdrage aan het boerenbedrijf wordt groter als haar vader in de oorlog een lange periode in Scheveningen en Amersfoort gevangen gehouden wordt op verdenking van illegale slachterij. Na de oorlog trouwt ze met Hendrik Meinsma en begint haar leven als vrouw van een kleine zelfstandige. Haar open houding en brede blik brengt haar er toe een studie op te pakken en ze gaat aan de slag als “Frou Meinsma fan ‘e gesinssoarch”

Haar leven verloopt niet gemakkelijk, ongewenst zwanger, zelfdoding, vroegtijdig overlijden van haar zoons. Maar Gais Meinsma zoekt de positieve kanten van het leven en zet zich in voor het dorp en vervult allerlei maatschappelijke functies. Ze staat aan de basis van het openluchtspel in de notaristuin in Jorwert en ze wordt lid van de gemeenteraad.

Nu haar geheugen haar steeds meer in de steek laat, was het tijd om haar levensverhaal aan het papier toe te vertrouwen.

De Witte kiest er in zijn boek voor om de gesprekken met Gais en anderen zoals Nynke Laverman en Douwe Bildt, letterlijk op te nemen. Hij wisselt het af met een beschrijving van het leven in Jorwert en het leven van Gais en haar familie.

Komt het door deze opzet van het boek, waardoor je niet helemaal meegenomen wordt in het verhaal, of is de schrijfstijl hier debet aan? Het boek raakt je niet echt, terwijl het boeiende levensverhaal van deze wijze en markante vrouw uit Jorwert alles in zich heeft en dat wel zou moeten doen.