Categorie archief: Biografie

Ischa

De lezers van ons blog wil ik graag attenderen op het boek ‘Ischa’ van Gijs Groenteman, dat in 2020 in herdruk is verschenen. Aanleiding om deze herziene en uitgebreide editie opnieuw uit te brengen is de 25e sterfdag van journalist, radio- en tv persoonlijkheid Ischa Meijer. Hij wordt gezien als de beste interviewer die Nederland heeft gehad.

Als baby zit hij met zijn ouders in het concentratiekamp Bergen-Belsen. De bezetting en de Jodenvervolging hebben diepe sporen nagelaten bij het gezin, waarin Ischa Meijer opgroeit. De verstoorde relatie met zijn ouders, die over deze gebeurtenissen nooit hebben willen praten, vindt hier zijn oorsprong. Al op jonge leeftijd ontvlucht Ischa het getraumatiseerde gezin.

In het boek valt genoeg te lachen, maar uiteindelijk is het een ontroerend portret van een fascinerende man, die gekenmerkt wordt door mateloosheid en nergens rust vindt. Hij werkt hard, rookt en drinkt veel en wisselt van vrouwen met de snelheid van het licht.

‘Hij had een façade van slim, geestig, alert, geslaagd enzovoort, maar in zijn bodem zat een groot gat, dat voortdurend gevuld moest worden met applaus’.

Gijs Groenteman heeft dertig mensen geïnterviewd, die hem goed hebben gekend. Deze interviews zijn opgeknipt en over twaalf hoofdstukken verdeeld. Vrienden, geliefden, familie en collega’s komen aan het woord waaronder: Connie Palmen, Henk Spaan, Adriaan van Dis, Matthijs van Nieuwkerk, Jenny Arean en Olga Zuiderhoek. Ze geven allemaal openhartig hun mening, zoals Meijer dat zelf ook altijd deed. De hoofdpersoon werkt mee aan het boek, doordat de citaten uit een groot interview van hem zijn opgenomen. Het slotwoord wordt verzorgd door zijn dochter Jessica. Deze biografie over een onberekenbare Amsterdammer van Joodse afkomst is zowel qua vorm als qua inhoud uniek te noemen.

Recht voor z’ n raap

Als zijn favoriete jeugdboek noemt Gertjan Verbeek ‘Alleen op de wereld’ van Hector Malot. Hoofdpersoon in dat verhaal is het jongetje Remi, dat in z’n eentje moet zien te overleven en daarin slaagt. De overeenkomsten met zijn eigen leven zijn duidelijk aanwezig. Ook Gertjan was vaak eenzaam, koos niet de gemakkelijkste weg, maar redde het door zijn eigen pad te volgen. 

Voor de biografie Recht voor z’n raap’ maakt de hoofdpersoon met schrijver Eddy van der Ley een rondgang langs de mensen die een belangrijke rol hebben gespeeld in zijn leven: Foppe de Haan, Riemer van der Velde, Orlando Smeekes, Johan Derksen e.a.  Laatstgenoemde heeft nog een betere titel voor het boek: ‘Stronteigenwijs’. Als sidekick van het programma Veronica Inside zit Verbeek nooit om een mening verlegen en aan mediatraining heeft deze vermakelijke hork geen boodschap. Regelmatig ligt hij overhoop met verslaggevers. Uit het boek komt naar voren dat de oud-voetballer betrouwbaar en hulpvaardig is, maar ook betweterig. Zijn recht door zee mentaliteit is soms een excuus voor zijn eigengereidheid.  

De sociale kant van Verbeek wordt duidelijk als hij zich ontfermt over de als drugs baby geboren Orlando Smeekes (zie filmpje). Hij wordt pleegvader en biedt de veertienjarige puber zelfs onderdak. Zelf heeft Verbeek een tijdje gebalanceerd op de fragiele scheidslijn tussen onder- en bovenwereld. Het is zijn bokstrainer die hem voor de verkeerde afslag heeft behoed.

Als voetballer loopt de weerbarstige jongeling niet over van talent. Met een voorbeeldige instelling haalt hij wel het maximale uit zijn carrière. De voetbaltrainer Verbeek viert successen met Heracles, Heerenveen en AZ, maar wordt bij verschillende andere clubs ontslagen. Toch verloochent hij nooit zijn voetbalfilosofie. Verbeek onderscheidt zich nog op een andere manier. Hij verbouwt een aantal boerderijen. Van een bouwval in Jubbega maakt deze workaholic een prachtige woonboerderij. Het levert hem de bijnaam ‘De tovenaar van Jubbega op’. De eigenzinnige dorpsgenoten kunnen zijn vlijt en mentaliteit wel waarderen. In de plaatselijke bibliotheek komt op het Historisch Informatiepunt zelfs een bronzen borstbeeld van hem te staan.

Recht voor z’n raap is een mooi portret van een nukkige selfmade man, die weet wat hij wil. Ook als e-book en luisterboek te leen in de online bibliotheek.

‘Ik ben de beste premier die Nederland nooit heeft gehad’

Later word ik burgemeester verkondigt hij als schooljongen. De zoon van een hardwerkende meubelmaker groeit op in Amsterdam en bezoekt het gymnasium in Hilversum. Daarna studeert hij politicologie en wordt voorzitter van de JOVD. Op 25-jarige leeftijd komt hij in de boeken als het jongste kamerlid. 

Oud-hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant Pieter Sijpersma heeft ruim zeven jaar aan de biografie gewerkt. De auteur is er glansrijk in geslaagd om van dit meer dan 700 pagina’s tellende boek een uitstekend leesbaar verhaal te maken. `Hans Wiegel de biografie´ staat vol met verhalen en anekdotes. De VVD coryfee wordt niet alleen maar op het schild gehesen, een eis die hij vooraf uitdrukkelijk heeft gesteld. Voor- en tegenstanders komen aan het woord en de hoofdpersoon heeft zelf openhartig meegewerkt aan deze levensbeschrijving. De biografie geeft een prachtig tijdsbeeld van de (politieke) geschiedenis van de jaren ’60, ’70 en ’80. Om erachter te komen wat zijn drijfveren zijn, neemt de schrijver ook een duik in het persoonlijke leven van Hans Wiegel. 

Van huis uit is Hans Wiegel zeer verlegen, maar hij barst van de ambitie en wil graag in de belangstelling staan. Dat hij beschikt over de gave van het woord en humoristisch is, komt goed van pas. Deze geboren politiek acteur heeft veel gevoel voor theater en een zekere hang naar decorum is hem niet vreemd: driedelige pakken met horlogeketting en dikke sigaren. De politicus gebruikt graag een kwinkslag -‘ik ben de beste president die Nederland nooit heeft gehad‘- en schroomt niet zijn tegenstanders op de kast te jagen. Toch is het politieke spel vaak belangrijker dan de knikkers. Hij staat niet bekend als een dossiervreter en aan lange vergaderingen heeft hij een hekel. Liever besteedt hij meer tijd aan zijn gezin. De plaaggeest van Joop den Uyl (zie video!) spreekt de taal van het volk en reist stad en land af voor spreekbeurten in alle uithoeken van het land. Instinctief voelt hij aan wat er leeft onder de gewone mensen. In het langzaam ontzuilde Nederland heeft Wiegel heel bewust van de wat elitaire VVD een brede volkspartij gemaakt. Dit moet als zijn grootste verdienste worden gezien.  

Plotseling, op pas 41-jarige leeftijd, keert hij de landelijke politiek de rug toe en wordt Commissaris van de Koningin in Friesland. Hier en ook als voorzitter van de zorgverzekeraars zal hij zijn ‘acteerwerk’ tot ware kunst verheffen. In Den Haag schittert hij nog één keer tijdens de beruchte Nacht van Wiegel (1999), waarin hij als senator het paarse kabinet van Wim Kok aan het wankelen brengt. Hierdoor drijft hij steeds verder af van zijn eigen partij. Na zijn pensionering verschijnt hij nog met enige regelmaat in de landelijk media. 

Het persoonlijke leed dat Wiegel heeft getroffen behoort tot het collectieve geheugen van Nederland. Tweemaal verloor hij de vrouw van wie hij hield. Beiden kwamen bij een noodlottig auto-ongeluk om het leven. Hij heeft er nooit over willen praten. Pieter Sijpersma besluit zijn epiloog met de volgende regels, die zich nauwelijks met droge ogen laten lezen. 

“Zijn verdriet is niet opgelost in de tijd, maar zit nog diep in zijn binnenste. Zodra de naam van Marianne of Jacqueline valt, praat hij langzaam en aarzelend. De stem wordt brokkelig en bijna onhoorbaar – breekt soms. Hans Wiegel wenst zijn zegeningen te tellen, maar zijn leven is ook getekend door verlies.” 

Derksen

Zijn hele leven heeft hij zich beziggehouden met drie dingen: voetbal, voetbal en nog eens voetbal. Als prof begon hij eind jaren ‘60 bij SC Cambuur, werd hoofredacteur van Voetbal International en is tegenwoordig wekelijks te zien in het (voetbal)praatprogramma Veronica Insite. Wie de biografie over Johan Derksen eenmaal heeft gelezen, komt tot de ontdekking dat niet voetbal maar muziek zijn werkelijke passie is. Het enige waar hij niet zonder kan in het leven is de blues en hij was ooit manager van Cuby and the Blizzards. Zanger Harry Muskee, een man wiens gebruiksaanwijzing zo dik was als het telefoonboek van Assen, was zijn beste vriend. Van hem leerde hij overal schijt aan te hebben.

Het boek is een coproductie van bestsellerauteur Michel van Egmond, die het verhaal optekent en Antoinette Scheulderman. Zij neemt de interviews voor haar rekening. Hierdoor wint het boek aan scherpte, want Derksen krijgt bij haar niet de gelegenheid zijn anekdotes routineus uit te serveren, maar wordt soms in een ongemakkelijke positie gemanoeuvreerd. Een beetje jammer is dat er geen vrienden, vijanden en collega’s aan het woord komen.

Wij konden slikken wat we wilden. Om half drie stond iedereen met uitpuilende pupillen aan de aftrap. En dan schopten we naar alles wat bewoog

De hoofdpersoon heeft niet alleen een grote mond: Op tv heb ik een bek als een scheermes, maar blijkt ook buitengewoon openhartig. Met Michel van Egmond worden de plaatsen bezocht die een belangrijke rol spelen in het leven Johan Derksen. De favoriete plek van ‘De Snor’ is zijn mancave, een met cd’s volgestouwd rookhol. Van Egmond is werkelijk geïnteresseerd in zijn hoofdpersoon. Hij graaft, maar is nooit op zoek naar het schandaal. Ook voor de voetbalnono’s onderhoudende lectuur.

Eeuwig op de vlucht

Lange tijd was hij niet meer te zien op de Nederlandse televisie. Vorig jaar dook hij plotseling op in het spraakmakende programma Veronica Insite. Ongezouten spuwde hij zijn kritiek, kwam met constructieve ideeën en solliciteerde openlijk naar een plaats aan tafel. Even zagen we weer waarom deze man zo geschikt was voor het medium televisie.

Frank Kramer (1947-2020) was eigenzinnig en op een prettige manier onaangepast. Een echte vrijbuiter die geen talent had voor zwaarmoedigheid. Voetbalcommentator Philip Kooke schreef de biografie met de titel ‘Eeuwig op de vlucht’. Aan de hand van 37 korte hoofstukjes beschrijft hij het leven van iemand met vele talenten.

Kramer was o.a. profvoetballer, -zijn lust en zijn leven- ,televisiepresentator, leraar Duits en steward. In 1978 werd Frank regelmatig in verband gebracht met het Nederlands Elftal, niet in de laatste plaats door hemzelf. Vrouwen wandelden ongemerkt zijn leven binnen en liepen net zo hard weer weg. Zelf beëindigde Frank nooit een relatie. Aan het eind van zijn carrière werkte hij bij Eurosport als voetbalcommentator. Deze baan vulde hij- net als zijn overige betrekkingen- op geheel eigen wijze in:

Dit is weer die Martinez, die de onhebbelijke gewoonte heeft om telkens te scoren als ik aan het woord ben…

Philip Kooke heeft er een uniek boek van gemaakt dat boordevol staat met foto’s. Op elke bladzijde staan wel een aantal anekdotes. Met een beetje goede wil kun je dit een biografie in stripvorm noemen. Op de vraag of Frank wel weet dat hij een groene en een rode sok aan heeft antwoordt hij: “Wat leuk dat je dat vraagt, het gekke is dat ik thuis nog precies zo’n paar heb”. Het is het soort ontwapende humor waarvoor Toon Hermans zich niet zou schamen. Het boek staat er vol mee. Hoewel zijn privéleven en zijn werkzame leven uitgebreid aan bod komen dring je als lezer nauwelijks tot Frank Kramer door. En dat is goed, want hij hulde zich het liefst in nevelen.

Liefhebbers kunnen ‘Eeuwig op de vlucht’ hieronder reserveren.

‘In zekere zin ben ik onsterfelijk’

Johan Cruijff was mijn jeugdidool. Begin jaren ’80 heb ik hem een keer in levende lijve gezien in de wedstrijd PEC Zwolle- Ajax. Cruijff was vooral verbaal aanwezig en gaf voortdurend aanwijzingen. Twee keer leverde hij een voorzet af waaruit werd gescoord. Daarna hield de maestro het voor gezien en liet zich wisselen. Hij zat tenslotte in de nadagen van zijn carrière.

Over Johan Cruijff (1947 – 2016) zijn de nodige boeken verschenen. Auke Kok, één van de beste non-fictieauteurs van dit moment, schreef dé biografie over de legendarische nummer 14. Hij raadpleegde hiervoor minstens 160 interviews met vriend en vijand. Wanneer we het inlegvel met rectificatie -dat op last van de rechter is toegevoegd en de verkoop van het boek enorm opstuwde- meerekenen, telt het boek 640 bladzijden. Cruijff zou jaarlijks een miljoen euro ontvangen van zijn stichting, maar de auteur kon dit, ondanks raadpleging van drie onafhankelijke bronnen, niet voldoende waarmaken.

Het begint allemaal met de kleine Johan die opgroeit in Betondorp (Amsterdam) en nog maar twaalf jaar is als hij zijn vader verliest. Een dramatische gebeurtenis die bepalend is geweest voor zijn latere leven. Op de laatste bladzijden lezen we –vlak voordat Cruijff zelf op 68-jarige leeftijd komt te overlijden- over de ontmoeting die de beste Nederlandse voetballer ooit organiseert met Max Verstappen, de Formule 1 coureur voor wie hij grote bewondering koestert. In de tussenliggende periode gebeurt veel, heel veel.

Het levensverhaal van Cruijff gaat over een volksjongen die uitgroeit tot een mondiaal fenomeen. Een weergaloze voetballer, maar wel altijd gelazer, vaak over geld. Zijn sterke persoonlijkheid moest je in z’n geheel accepteren anders leefde je op voet van oorlog. Want Cruijff had altijd gelijk. Met Rinus Michels ontwikkelde hij een haat-liefde-verhouding. De generaal noemde hem zelfs een psychopaat. De trainer Cruijff krijgt relatief gezien de minste aandacht in het boek, maar kennelijk kwam de deadline van het manuscript in zicht. Cruijff als familieman valt enigszins van zijn voetstuk als blijkt dat hij tijdens de trainingskampen van Barcelona in Drenthe het damesgezelschap niet schuwt. Hij blijkt ook gewoon een mens van vlees en bloed… Doet het vermelden van dit feit afbreuk aan de mythevorming rond het fenomeen Cruijff? De schrijver vindt van niet, want het boek is niet bedoeld als hagiografie, doch slechts als levensbeschrijving.

Wat mij na lezing van deze monumentale biografie vooral bijblijft is dat Cruijff een leven lang werd nagejaagd door bestuurders, zakenmensen, media, voetballers, supporters etc. Ze moesten allemaal iets van hem. Je vraagt je werkelijk af waar hij de energie vandaan haalde dit aan te kunnen. Auke Kok heeft het allemaal prachtig opgeschreven. Om met een bekende Nederlandse Volksschrijver te spreken; dit boek maakt alle boeken overbodig, behalve het telefoonboek en De Heilige Schrift.

 

‘Ik was vijf en wist: wij zijn de vijand’

Pas na de dood van haar vader realiseerde Jolande Withuis zich dat zij hem nooit goed heeft gekend. In het boek Raadselvader is de schrijfster er -na veel onderzoek -in geslaagd een goed beeld te krijgen van het leven van haar vader, Berry Withuis. Met behulp van het BVD-dossier heeft ze zijn levensgeschiedenis gereconstrueerd.

raadselvaderBerry was nog maar 12 jaar toen zijn vader overleed. Voor hem was dat een reden om het streng gereformeerde geloof de rug toe te keren. Later kwam er een nieuw geloof voor in de plaats, de totalitaire heilsleer van het marxisme-leninisme. Als journalist kreeg hij een baan bij dagblad De Waarheid. Vlak na de oorlog was dat de grootste krant van Nederland, maar al spoedig kalfde de oplage van de voormalige verzetskrant af. De communisten hadden weliswaar aan geallieerde zijde dapper meegeholpen om het nazi regime ten val te brengen, maar in  Nederland werd je na de tweede wereldoorlog als CPN-er met de nek aangekeken. Of zoals de schrijfster het zelf formuleert: ‘Ik was vijf en wist: wij zijn de vijand’.

De communistische heilsleer drukte een zware stempel op het gezin en oud-verzetsman Withuis senior werd scherp in de gaten gehouden door de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Hierover werd in het gezin niet gesproken, er werd überhaupt weinig gesproken en zeker niet over gevoelens. Na het vertrek bij de krant werd Withuis schaakjournalist en organiseerde hij simultaans en toernooien. Schaken was voor hem een manier om mensen te ontmoeten zonder daadwerkelijk met hen te communiceren. Te midden van zijn schaakvrienden was hij minder gesloten dan thuis. De laatste ruim 40 jaar van zijn leven heeft hij zich volledig aan het schaken gewijd. Het is een beetje jammer dat de auteur aan deze periode zo weinig aandacht heeft besteed. Schaken was toch zijn lust en zijn leven en zijn belangstelling voor het communisme verdween meer en meer naar de achtergrond.

Toch is Raadselvader een geweldig boek en Jolande Withuis heeft allemaal prachtig opgeschreven. Een boek over een familiegeschiedenis, een levensbeschrijving van haar vader en de rol van het communisme in het Nederland van vlak na de oorlog ineen. En zoals de ondertitel Kind in de Koude Oorlog al aangeeft wordt ook nog eens haar eigen rol en ontwikkeling daarin beschreven. Voorwaar geen eenvoudige opgave!

Henk


Henk; Het levensverhaal van Henk WestbroekIn het leven van Henk Westbroek ligt lang niet alles vast. Heel veel zaken komen bij toeval op zijn pad. Je hoort wel eens mensen zeggen dat ze hun leven zo weer over zouden doen. Voor Henk geldt dit niet.

Mijn hele leven hangt aan elkaar van momenten waarvan ik achteraf zeg: als ik er vijf minuten langer over had nagedacht, was ik er nooit aan begonnen

Wie de biografie ‘Henk’ van Martin Groenewold heeft gelezen kan maar tot één conclusie komen; de zanger van Het Goede Doel is een geboren verteller. Het ene verhaal is nog mooier dan het andere. Hoe hij liftte door Engeland en werd meegenomen door een man met een baard in een Mini Cooper. Hij kreeg een kopje thee aangeboden bij die man thuis. Het bleek een enorm landhuis te zijn. In de keuken daar had de bediende aan Henk gevraagd hoe hij meneer McCartney eigenlijk kende…

Of het verhaal over de Griekse landschildpad Snoopy die is weggelopen. De Algemene Inspectie Dienst neemt het beest in beslag, omdat Westbroek geen aankoopbonnetje kan overleggen. Er volgt een politie-inval, een kruisverhoor en een meerdaagse rechtszaak aan de zijde van Bram Moszkowicz. Voor deze regelrechte klucht worden niet minder dan twee hoofdstukken ingeruimd.

Met zijn jeugdvriend Henk Temming bezoekt hij de HBS en ze richten de succesvolle popgroep Het Goede Doel op. Na diverse ruzies met vooral Henk Temming valt de band uiteen en gaat hij solo verder. De scheiding van Henk Temming gaat hem wel aan het hart. Je gaat toch missen wat je haat, aldus Westbroek.

De geboren Utrechter is een duizendpoot: liedjesschrijver, diskjockey bij Radio 3 en 3FM, uitbater van het rockcafé Stairway to Heaven en columnist bij het Utrechts Dagblad. En ook nog politicus. Pim Fortuyn zag hem als de ideale tweede man van Leefbaar Nederland. Het is er niet van gekomen en ook het burgemeesterschap van Utrecht gaat aan zijn neus voorbij.

Gesteund door zijn welbespraaktheid is Henk niet bang stelling te nemen en kan hij nogal dwars en vilein uit de hoek komen. Niet zelden wordt een contract of dienstverband in een ruziënde sfeer beëindigd. Maar Henk verliest nooit zijn droge humor of ironie. Zijn ongelijk is vaak interessanter dan het gelijk van anderen, vooral door de verpakking.

Martin Groenewold heeft het openhartige levensverhaal van Westbroek in diens eigen woorden opgeschreven. De zanger schudt de ene na de andere anekdote uit zijn mouw. Zonder schroom en bijzonder geestig. Aan dit boek raakt niemand bekocht.

 

Voor eens en voor altijd

waterdrinker
Heel veel heb ik eigenlijk niet toe te voegen aan een eerder blog over Pieter Waterdrinker, als je hem nu nog niet leest dan heb je niet goed opgelet. Met Waterdrinker hebben we een voortreffelijke schrijver die ons alle hoeken en gaten laat zien van het grote Rusland.

tsjaikovskiWaterdrinker had zijn schrijverschap bijna opgegeven, gefrustreerd als hij was over het aantal verkochte boeken. Met het verzoek van de uitgever om een boek over de Russische revolutie te schrijven, kan hij in eerste instantie niet zo goed uit de voeten. Zijn frisse tegenzin om aan een nieuw boek te beginnen, laat hij met sardonisch genoegen doorschemeren in Tsjaikovskistraat 40.

Het boek is geen geschiedschrijving geworden, het is een persoonlijk verslag van zijn leven in Rusland, vermengd met historische verhalen en scheldkanonnades op Lenin, de literaire wereld, de westerse wereld en oplichters.

Een oplichter die zijn ouders uitmelkt waardoor ze na een leven van hard werken, nog harder moeten werken om het hoofd boven water te houden. De heer Fopmans (…) waarmee Waterdrinker zelf slachtoffer wordt van de geldzucht van een ander. Mensen met een zwart hart. Waterdrinker heeft het hart in ieder geval op de goede plek. Met het voorschot dat hij krijgt voor dit boek, sponsort hij zijn zwager die met een zeilboot een zeilschooltje wil beginnen.

De avonturen die hij beleeft schetsen een mooie kerel die nauwelijks op zoek hoeft naar verhalen, die vinden hem wel. Net als bij zijn vorige boeken, of het de romans of de journalistieke verhalen zijn, is het alsof je aan de keukentafel in het appartement van nummer 40 zit. Waterdrinker vertelt meeslepend en serveert een glas wodka en een stukje worst. Voordat je het weet is het ver voorbij bedtijd.

Kortom, voor eens en voor altijd, lees die man.

Foppe

foppe

Menno Haanstra sprak voor biografie over Foppe de Haan met een groot aantal (top)voetballers, die onder De Haan hebben gewerkt zoals: Ruud van Nistelrooij, Royston Drenthe, Gertjan Verbeek en Klaas-Jan Huntelaar. Stuk voor stuk zijn ze vol lof over hun vroegere trainer al kraakt Verbeek wel een kritische noot. Veel plaats wordt ingeruimd voor Riemer van der Velde, de man die in de jaren ’80 als voorzitter het roer bij sc Heerenveen overneemt en Foppe aanstelt als trainer.
Foppe

Het gezin De Haan had het niet breed en Foppe en zijn oudere zus groeiden op onder sobere omstandigheden. Geen waterleiding, geen elektriciteit en geen gas; er moest zuinig worden geleefd. Tegen een hongerloontje stonden de arbeiders, waaronder vader Reinder, zestien uur per dag aan de turfschep. Een schoolvriend van de jonge Foppe woonde in een vochtige plaggenhut waar je niet eens rechtop kon staan. De vroegtijdige dood van zijn depressieve moeder, die zelfmoord pleegde, droeg evenmin bij aan een onbekommerde jeugd.

Een mooie karaktereigenschap van de latere voetbaltrainer is dat hij zijn afkomst nooit heeft verloochend en ondanks alle successen bescheiden is gebleven. Foppe is niet iemand die de achterban naar de mond praat, noch zal hij een gelikte mediatraining volgen om de pers te woord staat. Nee, Foppe is authentiek, ingetogen en een beetje ongemakkelijk met een rol in de schijnwerpers. Als luxe permitteert hij zich slechts een stacaravan op Ameland.

In chronologische volgorde houdt Haanstra de carrière van Foppe tegen het licht. We krijgen te zien dat de trainersloopbaan zorgvuldig wordt opgebouwd. De Haan doorloopt alle niveaus in het amateurvoetbal en na de landstitel met ACV maakt hij de overstap naar de profs. Hier komt hij als oud-CIOS-docent met ook een ALO- diploma op zak, volledig tot zijn recht.

Hoewel we met een fanatieke prestatietrainer van doen hebben is het resultaat niet altijd heilig. Hij is heel duidelijk in wat hij wil. Het gaat hem bovenal om goed voetbal. Eén drijfveer is dominant aan alle andere, hij wil spelers beter maken.

“Ik ben allergisch voor dingen die geen zin hebben en ook voor doelloos herhalen. Als je altijd hetzelfde doet, krijg je ook altijd hetzelfde resultaat. Na een tijdje ga je zelfs achteruit”

Boeiend wordt het wanneer de gevierde voetbaltrainer in gesprek gaat met Dirk Scheringa, de voorzitter van AZ. De Haan kan zo’n beetje een blanco cheque tekenen bij de Alkmaarse club, maar weigert uiteindelijk toch in zee te gaan met de gevallen bankier.

Menno Haanstra, die we kennen van de prachtige biografie over Jan Ykema,  heeft er een vlot leesbaar boek van gemaakt. Dit levensverhaal over Foppe is niet alleen geschikt voor voetballiefhebbers, maar verdient een grotere lezersschare. Het is een mooie biografie over een mooi mens.

Het voorwoord komt van Bert Wagendorp. Hij wordt sportjournalist bij de Leeuwarder Courant op het moment dat Foppe begint als trainer bij ‘zijn’ sc Heerenveen.