Categorie archief: Detective

Recepten voor liefde en moord

andrew

Liefhebbers van de boeken van Alexander McCall Smith, opgelet! Deze ‘humoristische, spannende en smakelijke roman die zich afspeelt in een boeiend deel van Zuid-Afrika’ – aldus McCall Smith –  is de eerste van een gloednieuwe detectiveserie rond een vrouwelijke speurder.

Recepten voor liefde en moordBlijkbaar noemt men elke persoon van middelbare leeftijd in Zuid-Afrika ‘Tannie’ of ‘Oom’. In dit boek draait het om Tannie Maria, Afrikaanse moeder, Engelse vader. Zij is een weduwe van een jaar of 50 met een obsessie voor eten en koken. Maria werkt parttime voor de plaatselijke krant, de Klein Karoo Gazette, samen met haar goede vriendin en redacteur Harriet, en de jonge, gedreven en altijd hongerige journaliste Jessie. Voor deze krant verzorgt Maria de ‘Lieve Lita’-rubriek, waarbij ze voor elk probleem een oplossing en passend recept weet te vinden.

Als een van haar vragenstelsters wordt vermoord voelt Maria zich enigszins verantwoordelijk. Gezamenlijk steken de dames hun neuzen in het onderzoek en gewapend met gebak of koek weet Tannie Maria bijna iedereen aan het praten te krijgen. Als ze de moordenaar te dicht op de hielen komen loopt het bijna slecht af met Tannie Maria en Jessie.

Recepten, humor, een vleugje romantiek en een sprankelende schrijfstijl  maken van dit boek een licht verteerbaar geheel, maar er komen ook serieuze zaken als vrouwenmishandeling en apartheid aan de orde. Heel herkenbaar voor ons, Nederlanders, zijn de vele Afrikaanse woorden en uitdrukkingen. De Zuid-Afrikaanse recepten, die achterin volledig zijn opgenomen, zijn een mengelmoesje van invloeden uit onder andere Afrika, India, Frankrijk, Italië en natuurlijk Nederland.

Sally Andrew woont in een natuurreservaat in Klein Karoo. Haar liefde voor en kennis van de planten en dieren in de omgeving geven extra sfeer aan het verhaal.

Het wachten is nu op de vertaling van deel 2, The Satanic Mechanic!

reserveer deze boeken

Advertenties

Wie liegt er?

liegt

Het uitgangspunt van deze thriller is klassiek te noemen. Vijf leerlingen moeten nablijven omdat ze een mobiel mee hadden in de klas. Terwijl de leraar het lokaal verlaat overlijdt één van de leerlingen aan een allergische reactie.

mcmanusAl snel denkt de politie aan opzet. De vier zijn verdacht en blijken ieder een motief te hebben. Het verhaal wordt beurtelings verteld door een van de vier, waardoor je ze steeds beter leert kennen en je je afvraagt wie van de vier liegt. Vier personages waar je steeds meer van gaat houden, maar wel in het besef dat een van de vier de moordenaar moet zijn.

Wat dat betreft doet het verhaal denken aan de Agatha Christie klassieker De moord op Roger Ackroyd. Zij brak met de introductie van de onbetrouwbare verteller alle detective-regels. De verteller [spoiler-alert] bleek uiteindelijk de moordenaar. Karen McManus heeft met haar debuut (!) een geweldige variatie op dit thema geschreven.

Driehonderd bladzijden lang houdt ze je gevangen. Zo zeer zelfs dat het bijna een kwelling wordt. Lezers die wel eens stiekem achterin kijken, omdat de spanning ze te veel wordt, kunnen beter niet beginnen aan dit boek.

reserveer deze boeken

Poirot is terug!

poirot
poirot
Agatha Christie schreef maar liefst 66 detectiveromans, naast de nodige toneelstukken en korte verhalen. Blijkbaar is dat nog niet genoeg voor de grote schare fans van Miss Marple en Poirot. Sophie Hannah, als jong meisje al fan van Agatha Christie, heeft met toestemming van de erfgenamen van deze schrijfster inmiddels al twee nieuwe Hercule Poirotverhalen geschreven. Enkele jaren geleden verscheen De monogram moorden, waarin inspecteur Catchpool opgevoerd werd als verteller en sullige onderzoeker naast de grote Hercule Poirot – een rol die in veel oorspronkelijke verhalen voorbehouden was aan kapitein Hastings. Dit eerste boek heb ik nog niet gelezen, dus ik kan er geen oordeel over vellen. De recensies waren destijds niet onverdeeld positief.

Toevallig (niet zo héél toevallig als je in een bibliotheek werkt) kreeg ik het tweede Poirotmysterie van deze schrijfster in handen. Onbevooroordeeld door recensies begon ik te lezen en ik was aangenaam verrast. Natuurlijk is het geen echte Agatha Christie, maar om heel eerlijk te zijn vond ik de schrijfstijl minstens zo sprankelend en de hoofdrolspelers kleurrijker. Nu heb ik Christie’s boeken niet vaak in het Engels gelezen, dus de vertaling kan natuurlijk een rol spelen. De Nederlandse vertaling heet De nieuwe erfgenaam. Wie graag Engels leest kan dit boek in de bibliotheek vinden onder de titel Closed casket. Geef mij maar het origineel. Een zin als ”Joseph was more wonderfully baffling and bewildering than any mystery I could ever hope to invent” leest net iets plezieriger dan “Joseph was verbijsterender en verbazingwekkender dan alles wat ik zelf ooit had kunnen bedenken”.

Net als in De monogram moorden is inspecteur Catchpool de verteller. Poirot en Catchpool zijn uitgenodigd bij een oude dame, die beroemd is als schrijfster van jeugdboeken. Op haar landgoed in Clonakilty (Ierland) zijn verder aanwezig: haar beide kinderen en hun echtgenoten, haar secretaris en zijn verpleegster, maar liefst twee advocaten, een kamermeisje en – uiteraard – de butler. De schrijfster laat een van de advocaten haar testament veranderen, waarbij haar kinderen onterfd worden en de secretaris, die doodziek is, alles erft. Dat is vragen om moeilijkheden en ja, er valt al gauw een dode en alle aanwezigen zijn verdacht. Niets is wat het lijkt, maar Poirot zou Poirot niet zijn als er in een slotscène niet precies uit de doeken werd gedaan door wie, hoe en waarom deze moord werd gepleegd. Spoiler: de butler heeft het niet gedaan.

Liefhebbers van ouderwetse detectives met veel puzzelwerk en de nodige humor komen ruimschoots aan hun trekken met dit boek. Inmiddels ben ik begonnen in De monogram moorden, maar tot nu toe boeit het me iets minder dan het tweede Poirotmysterie van Sophie Hannah.

Op Hebban.nl vind je meer informatie over dit boek met een sneak preview.
reserveer deze boeken

Feestelijke laatste riten

laatsteriten
In de proloog vermoordt een man een jonge vrouw terwijl haar baby toekijkt. Met de omslag erbij denk je al gauw dat dit een duistere thriller wordt, maar niets is minder waar. De laatste riten van Jess Kidd is een feest om te lezen.

kiddZesentwintig jaar na de proloog arriveert een hele knappe jongeman, Mahony, in een dorp aan de Ierse kust waar de moord is gepleegd. Hij is op zoek naar zijn moeder. Als baby is hij te vondeling gelegd bij een klooster en een van de nonnen heeft hem een foto nagelaten waarop een jonge moeder een kind vasthoudt.

Mahony brengt het dorp in rep en roer. Niet alleen door zijn uiterlijk waarmee hij de ingedutte vrouwen van het dorp wakker schudt, maar vooral door zijn zoektocht. Orla, de moeder van Mahony, was een losbandige jonge vrouw die de mannen in het dorp gek maakte. Voor de meeste inwoners was het een opluchting dat ze verdween.

De verrassing van het boek is dat de schrijfster de grenzen van het genre oprekt met bovennatuurlijke verschijnselen en een bijna terloops gevoel voor humor. Mahony ziet de doden, die vooral voor een vrolijke noot zorgen. Zo wonen bij een oud-verpleegkundige op zolder de overleden bewoners van een verpleeghuis. Ze had een hekel aan klagende oudjes en zorgde zelf voor een permanente oplossing. Bij toerbeurt blazen de ex-patiënten ’s ochtends in de havermout van de verpleegkundige, zodat ze die koud naar binnen moet slobberen.

Verder is het dorp bevolkt met allerlei gedenkwaardige personages, zoals een oude, steenrijke actrice die iets van haar gloriedagen hoog wil houden met haar pruik en een jaarlijks toneelstuk. Of wat te denken van een wezelachtige pastoor die op LSD in zijn onderbroek door de straten loopt. De verbeeldingskracht van de schrijfster, de vele wendingen in het verhaal, de mooi beschreven sfeer van het dorpsleven en de lichte en magische toon maken van het lezen een groot feest. Hiertegen legt de aanwezige duistere kant van het verhaal het ruimschoots af.

reserveer

Een stad en een vrouw in brand

scottIn deze hele lekkere combinatie van een historische roman en een detective, spelen Orleans en Jeanne d’Arc een grote rol. Als ik de naam van Jeanne d’Arc hoor zit meteen Maid of Orleans van Orchestral Manoeuvres in the Dark in mijn hoofd. Het boek is erg dik, dus het liedje ben ik onderhand wel zat, maar het verhaal is het wel waard.

Het hedendaagse Orleans wordt beheerst door twee zaken. De plaatselijke burgemeestersverkiezingen en een aantal branden die opgeëist worden door een terroristische organisatie.
De verkiezingsstrijd gaat tussen Luc Bressard, een telg van een oud en steenrijk geslacht en Christelle Vivier van het Front Nationale, die garen spint bij de brandaanslagen. Als bij de laatste brand een lijk wordt gevonden wordt rechercheur Ines Picaut ingeschakeld. Zij is de vrouw van Bressard, maar wil van hem scheiden.

Het Orleans uit 1429 wordt beheerst door de Honderdjarige Oorlog tussen Frankrijk en Engeland. De door goddelijke visioenen gedreven Jeanne d’Arc wordt steeds belangrijker in deze strijd. De door de Engelsen gestuurde Tomas Rustbeard weet te infiltreren in de kringen rond Jeanne en heeft de opdracht haar te ontmaskeren.

Manda Scott is bekend van haar historische romans en weet haar versie van het verhaal van Jeanne d’Arc met verve te vertellen. De vraag is of ze inderdaad die eenvoudige boerendochter is, of dat ze van hogere afkomst is. Die vraag probeert Rustbeard te beantwoorden om daarmee de Fransen van een charismatische leider te ontdoen. Ondertussen probeert rechercheur Picaut de moord op te lossen.

Beide verhaallijnen wisselen elkaar per hoofdstuk af. Het thema liefde en verraad is zo oud als de mensheid en wellicht wat belegen, maar Scott sleept je vol overtuiging beide verhalen in met haar soepele pen en weet met beide verhalen te boeien. Toch vraag je je af waarom ze niet apart zijn uitgegeven, omdat ze prima op zichzelf kunnen staan.

Check de catalogus of het boek aanwezig is: De vrouw die door het vuur ging

Videoclip van Orchestral Manoeuvres in the Dark:

Laat je om de tuin leiden

bussiOp een mooie avond heet de toekomst verleden tijd. Dan draait men zich om en kijkt men terug op zijn jeugd.

Dat is een citaat van de Franse dichter Louis Aragon, die een kleine rol speelt in Zwarte lelies. Zijn gedachte past bij het verhaal van Michel Bussi, die met dit boek een intrigerende en uiterst originele detective heeft geschreven.

Drie vrouwen, de jongste elf jaar, een schoonheid van 36 en een oude vrouw van 87, hebben alle drie de drang om het benauwende Giverny te verlaten, maar slechts eentje zal daar in slagen. Dat staat te lezen in de proloog opgetekend door de oude vrouw.

Giverny is de plaats waar Monet zijn tuin aanlegde en de laatste jaren van zijn leven wijdde aan het schilderen van waterlelies in de vijver.

Het verhaal begint met de moord op kunstverzamelaar, vrouwengek en oogarts Jerôme Morval. De pas overgeplaatste inspecteur Sérénac start een onderzoek en verdenkt de man van de schooljuf, Stéphanie Dupain, de genoemde schoonheid van 36. Al gauw valt Sérénac voor haar verschijning. Vraag is of zijn verliefdheid zijn speurzin in de weg zit. Zijn assistent Bénavides is er in ieder geval niet gerust op. De zaak wordt nog gecompliceerder als de dood van een 11 jarig jongetje in 1937 een rol begint te spelen in het onderzoek.

 

Ik heb een zwak voor Franse misdaadschrijvers, vanwege de grenzeloze verbeelding, de originele personages en de vaak laconieke humor (zie Fred Vargas of Pierre Lemaitre). Het zit allemaal in Zwarte lelies. Bussi heeft een heerlijk onderhoudende detective geschreven. We verblijven bijna het hele boek in Giverny en de plot wordt naarmate het verhaal vordert steeds gecompliceerder. Met als grote bonus dat je er pas op de laatste bladzijden achter  komt dat je als lezer flink om de tuin bent geleid door Bussi. Dan wordt duidelijk hoe verleden, heden en toekomst in elkaar grijpen en zijn we terug bij het citaat van Aragon.

De vleermuismoorden

De vleermuismoordenBlijkbaar heb ik even niet goed opgelet, want De vleermuismoorden is alweer het negende boek dat de Vlaamse auteur Toni Coppers (1961) heeft geschreven rond commissaris Liese Meerhout. Op dit moment speelt bovendien de hierop gebaseerde serie Coppers op de Vlaamse tv.
Voor het verhaal is het geen probleem. Er zijn geen opdringerige verwijzingen naar voorgaande delen en de hoofdpersonen worden voldoende geintroduceerd. Ik kwam er dan ook pas na lezing achter dat er een hele voorgeschiedenis bestaat.

Het verhaal 
Het is begin december, en vriesweer. Als een busje met Britse zakenlui te pletter rijdt tegen de gevel van een bank, wordt gevreesd voor een aanslag. Ondertussen zoekt een verveelde commissaris Liese Meerhout naar een nieuwe woning en kan haar hoofdinspecteur Masson maar niet zwijgen over zijn vakantie in Portugal, waar hij niet alleen zo veel mogelijk cafés, maar ook een bibliotheek vol vleermuizen heeft bezocht. Als de vermeende aanslag een moord blijkt te verhullen, komt de zaak op Lieses bord terecht. Niet lang daarna wordt een rechter vermoord en pleegt iemand een aanslag op haar leven. Met de hulp van Masson duikt Liese onder in een hotelletje in de binnenstad. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat Liese en Masson op zoek zijn naar een tegenstrever van formaat. Want hoe stop je een moordenaar die letterlijk niets meer te verliezen heeft?

Liese Meerhout is koppig en recht door zee. Haar inspecteur Masson is erudiet en heeft een drankprobleem. Vlotte dialogen en humor, uitgewerkte personages en ouderwets speurwerk maken van dit boek een heel plezierige leeservaring. Enkele Vlaamse woorden en zinswendingen verlenen extra charme, evenals de setting in Antwerpen. Vooral tegen het eind loopt de spanning op en kon ik het boek niet goed wegleggen. Wat mij betreft won De vleermuismoorden terecht de publieksprijs van de Hercule Poirotprijs 2015

De voorgaande delen staan inmiddels op mijn leeslijst. Drie ervan zijn als e-book beschikbaar voor bibliotheekleden, dat is handig.

Wie manipuleert wie?

minierHet boek begint met de gedachten van een vrouw die opgesloten zit in een kelder. Jasses, denk ik dan, weer zo’n thriller met een seriemoordenaar die vooral dient als uitlaatklep voor de perverse gedachten van de schrijver. Veel thrillerlezers vinden het lekker  om te lezen over het absolute kwaad, maar ik ben zelf meer geïnteresseerd in alledaagse kwaad.

In  het subgenre wordt de seriemoordenaar graag persoonlijk door achter een van de geliefden van de speurder aan te gaan. Vind ik meestal een goedkope plotwending. Verzin ’s wat origineels, seriemoordende thrillerschrijvers!
In Huivering  van Bernard Minier zitten beide elementen, maar dient het vooral als dreiging op de achtergrond en geeft het een lekkere spanning.

In Marsac, een klein universiteitsstadje in het zuidwesten van Frankrijk, wordt het lichaam van een docente gevonden, omwikkeld met touw, een brandende zaklamp in de keel en verdronken in bad (ik bedoel maar). Er is een verdachte, Hugo, zoon van Marianne de verloren liefde van commandant Martin Servaz. Zij vraagt hem de zaak te onderzoeken. Dit is het begin van een hele sterke thriller met trekken van een ouderwetse detective.

Minier beschrijft beeldend het reilen en zeilen in het universiteitsstadje, waar de dagelijkse roddel net zo belangrijk is als het croissantje bij de koffie. Grote vraag is wie de vrouw heeft vermoord. Servaz gelooft niet in de schuld van Hugo en denkt aan de ontsnapte seriemoordenaar Hirtmann uit een eerder boek. Minier laat je lekker puzzelen en manipuleert je telkens de verkeerde kant op, net als een aantal manipulerende personages.

Kortom, een sfeervolle thriller met een mooie puzzel en spanning van de eerste pagina tot pagina nummer 600! Dat lijkt veel maar Huivering leest als een vers croissantje.
Op de achtergrond speelt het WK van 2000. Inderdaad dat WK waar de spelers van het Frans nationale elftal speelden als een nat stokbrood en zelfs in staking gingen.
Minier is een aanwinst. Fred Vargas en Alex Lemaitre spelen wat mij betreft in de voorhoede van het Frans nationale team, maar Minier is een bekwaam spelverdeler.

Brusselmans schrijft misdaadroman

Zeik: Herman BrusselmansHoeveel boeken Herman Brusselmans precies heeft geschreven is niet duidelijk. Met een gemiddelde van twee boeken per jaar en een productie van meer dan zestig titels heeft de Vlaamse schrijver besloten te stoppen met tellen.
Zeik onderscheidt zich in zoverre van al zijn andere boeken dat het een detective is. Niet eerder waagde de schrijver zich aan dit genre.

Het verhaal speelt zich af in 1961. De moordbrigade van Gent lost begin jaren zestig procentueel gezien de meeste moorden van West Europa op. Het team bestaat uit commissaris Übertrut en de inspecteurs Zeik, El Bazaz, Compas, de enige vrouw in het gezelschap en Broekgat. Probleem is dat zich in de Gentse regio geen moord voordoet. Aanvankelijk kijkt het team werkeloos toe en heeft zo mooi de gelegenheid elkaar met onzinnige dialogen om de oren te slaan.

Op bladzijde 1 begint het meteen goed. Op de vraag van Inspecteur Zeik wie de lucifer heeft uitgevonden denkt zijn collega El Bazaz diep na en antwoordt: Dat moet een man zijn geweest die z’n aansteker kwijt was en toch de behoefte had z’n sigaret aan te steken. En daarmee is de toon gezet. Het boek zit vol met humor en (platte) grappen, maar ook met fraai geconstrueerde zinnen als: Zowel Selma als Heidi was dol op Zeeuwse mosselen en ze aten de zeevruchten met zoveel smaak dat het kwijl van culinair genot uit hun bakkes vloeide.

Plotseling wordt er een meisje gewurgd en de moordenaar brengt symbolisch bedoelde getallen aan op haar rug. Vervolgens wordt een tweede meisje op vrijwel dezelfde wijze vermoord. Werk aan de winkel voor de Gentse moordbrigade derhalve.
Toch laat Brusselmans geen gelegenheid onbenut zijn personages voortdurend ontwrichtende dialogen te laten voeren. Komt iemand met een serieuze opmerking die mogelijk kan bijdragen aan de oplossing van de moord dan weet de schrijver hier een onzinnige draai aan te geven. De personages praten voortdurend langs elkaar heen. De mogelijke verdachten worden op een absurde manier ondervraagd. Dit zorgt voor veel hilariteit. Aanvankelijk zit er weinig schot in de zaak totdat inspecteur Zeik, de held van het verhaal, met een briljante ingeving komt.
Is Zeik een schitterend opgebouwde misdaadroman in het spoor van Agatha Christie en Georges Simenon. Een goed geconstrueerde whodunit en een pageturner ineen. Nee dat is het niet. Zeik moet vooral worden gezien als een persiflage op de literaire thriller. Voor de Brusselmans lezers is dat geen verrassing. Hij neemt wel vaker zaken op de hak. Vrijwel elke bladzijde ontlokt je een lach, glimlach of tenminste een opgetrokken mondhoek. Jazeker, er valt genoeg te lachen en het boek biedt veel verstrooiing en misschien komen we er over een paar honderd jaar wel achter dat dat het beste is wat een roman te bieden heeft.

Wie de smaak na deze detective goed te pakken heeft kan meteen verder met de tweede Zeik-roman in deze serie: Zeik en de moord op de poetsvrouw van Hugo Claus.
O ja, misschien moet een auteur die zoveel heeft geschreven en zo goed wordt gelezen eens in aanmerking komen voor een prijsje. Het zal Brusselmans een zorg zijn. De zelfbenoemde mooie jonge oppergod der Vlaamse letteren is allang weer bezig met de volgende roman, verhalen, gedichten en columns.

Als je de waarheid vertelt, hoef je niets te onthouden

Dat is een citaat van Mark Twain en afkomstig van de Facebookpagina van Alice Salmon.
Om de waarheid draait het in deze psychologische detective. Het lichaam van Alice wordt op een koude februarimorgen gevonden in een snelstromende rivier. Is het een ongeluk, zelfmoord of moord?

Jeremy Cooke, een wat uitgebluste professor die nooit aan zijn eigen verwachtingen heeft kunnen voldoen, ziet het als zijn taak om het leven van zijn oud-studente Alice te reconstrueren via gesprekken, krantenartikelen en digitale sporen. Dit boek is daar de neerslag van. Brieven, blogs, sms’jes, Facebookberichten en politieverhoren, het boek is een soort knipselmap bijgehouden door Cooke in de hoop een monument op te richten voor Alice, maar vooral om de waarheid te vinden. Een ambitieus project met een mooie dubbele laag. Het boek is samengesteld door professor Cooke maar komt uit de koker van journalist T.R. Richmond. Er is zelfs een internetpagina gewijd aan Cooke’s zoektocht professorcooke.tumblr.com.

Op de achterflap staat een aanbeveling van Nicci French:
Wat een plezier was het om zo’n ambitieuze thriller te lezen die zo vol zit met emotie en spanning. Bravo!
En dat slaat de spijker op zijn kop*. Het gevaar van een knipselmap als roman is dat al die verschillende elementen en fragmenten geen geheel vormen, maar Richmond slaagt daar opmerkelijk goed in. De berichten, brieven, politieverhoren springen heen en weer in de tijd en toch houdt Richmond de grote lijn. Als de verrassende ontknoping in zicht komt heb je een langzaam opgebouwd monument gelezen van een professor met geheimen die hij met je deelt in de zoektocht naar de waarheid.
Daarin kan het zich meten met Het meisje in de trein van Paula Hawkins.

* Spijker op de kop, zie ook: