Categorie archief: Literatuur

Vader en zoon Boogers

In Alleen met de goden beschrijft Boogers de coming of age van Aaron Bachman. Een overdonderend verhaal dat grotendeels zijn eigen verhaal is. Dat blijkt uit De zonen van Bruce Lee.

bruceBruce Lee, geboren in San Francisco en opgegroeid in Hong Kong, speelt een hele belangrijke rol in Alex Boogers leven. Hij is de vader die de jonge Alex niet had. De man die richting gaf aan zijn leven.
Lee is net zo belangrijk voor de vechtkunst als Cruyff is voor de voetbalsport. Hij verbond de verschillende disciplines en veranderde de aard van de kunst van zelfverdediging naar de kunst van de aanval. Zijn filosofie en ideeën over de vechtkunst hebben deze voorgoed veranderd. Daarbij was Lee in het gesegregeerde Amerika van de jaren 50 en 60 uniek door geen onderscheid te maken in kleur, afkomst of wat dan ook. Het gaat om je instelling die je meeneemt naar de dojo.

Boogers wilde een sportbiografie over Lee schrijven, maar wilde tegelijk een brief schrijven aan zijn 17 jarige zoon. Daarnaast is het een coming of age van Boogers zelf en een reisboek. Vader en zoon reizen naar Hong Kong en de Verenigde Staten op zoek naar sporen van Bruce Lee.

Het verhaal van Bruce Lee, die in 1973 op 32 jarige leeftijd overleed in het bed van zijn minnares, is op zichzelf erg boeiend. Van straatvechter tot vechtsporter tot absolute wereldster die nog steeds miljoenen fans heeft. Gecombineerd met het verhaal van Boogers, waarin hij zich richt tot zijn zoon, maken het een uniek verteld verhaal. Hij vertelt over zijn twijfels of hij een goede vader zal zijn, omdat hij zelf geen voorbeeld had. Over de parallellen tussen beide levens, maar vooral hoe Lee hem geholpen heeft zijn eigen pad te vinden. Ondanks wat herhalingen in het verhaal niet te missen voor sport- en filmliefhebbers. En natuurlijk Boogers-fans. Als Alex Boogers je (vader-)hart op de eerste pagina’s niet weet te beroeren, raad ik een bezoekje aan de cardioloog aan.

reserveer

Ook te leen als e-book.

Schaduwleven en een pandemie

De keuzes die je maakt in het leven. Station Elf en Het glazen hotel van Emily St. John Mandel lagen voor me klaar bij mijn plaatselijke boekhandel. Ik begon met Het glazen hotel. Toen zag ik het heerlijke interview dat Hans Bouman met de schrijfster had. Daarna was Station Elf aan de beurt. Verkeerde volgorde, maar daarover straks meer.

Lezen is in wezen een eenzaam gebeuren. Maar als je een schrijfster als St. John Mandel tegenkomt weet je je omringt door prachtige personages en hun verhalen, gedreven door de keuzes die ze maken of worden opgedrongen door de omstandigheden. Zo heb ik dagenlang verkeert in het gezelschap van de schrijfster.

stationelfStation Elf, gepubliceerd in 2014, begint met een dood in het harnas. De beroemde acteur Arthur Leander sterft op het toneel terwijl hij Koning Lear speelt. Een toeschouwer probeert Leander vergeefs te reanimeren, waarna deze Jeevan zich ontfermt over Kirstin, één van de kinderen in de toneelproductie. Drie weken later is vrijwel de hele wereldbevolking uitgeroeid door de Georgische griep.

Kirstin maakt twintig jaar na de ramp deel uit van het Reizende Symfonieorkest. Ze trekken van dorp naar dorp, waar ze Shakespeare en Beethoven ten gehore brengen. Een onzekere, nieuwe wereld zonder elektriciteit en stromend water.

Springend door de tijd weeft de schrijfster de verhalen van  overlevenden met verhalen van personages van voor de pandemie. Zo speelt een comic een rol getekend en geschreven door Miranda, de eerste vrouw van Arthur Leander. Deze comic creëert een parallelle wereld met de vertelling in het boek. Clark, een jeugdvriend van Arthur* vinden we terug op een vliegveld waar een groep mensen een gemeenschap zijn begonnen. De zoon van Arthur, zeven jaar ten tijde van de ramp, komt later terug in een verrassende rol.

* Fun fact; de schrijfster won met dit boek de Arthur Clarke Award voor SF.

Station Elf is een dystopisch verhaal, een genre dat mateloos populair is in de Young Adult. Het boek kreeg het predicaat science fiction mee, maar laat je daardoor niet afschrikken. Het verhaal is zo rijk en vol ideeën, of in de woorden van The Times:

Prachtig, onverwacht, schitterend geschreven. Probeer dit boek maar eens weg te leggen.

glazenhotelZes jaar later verscheen Het glazen hotel. Of het de vertalers zijn, of het gegroeide schrijverschap van St. John Mandel durf ik niet te zeggen, maar wat is dit prachtig geschreven.

Waar je in Station Elf heen en weer springt in tijd en tussen personages, glijd je in dit boek als vanzelf heen en weer met de personages en gebeurtenissen door de tijd. Het begint met de val van een vrouw van een schip op volle zee. Je springt van een eiland voor de kust van Vancouver naar Manhattan. Een doodsbedreiging op het raam van een hotel. Een ponzifraude. Eenzaamheid en de leegte van het bestaan. Voor de kust geparkeerde schepen vanwege de crisis uit 2008. Geesten uit een schaduwleven. Zo lopen er allerlei lijnen en thema’s kriskras door het verhaal en schakelt ze net zo gemakkelijk tussen een geestverhaal, SF, maatschappijkritiek en een psychologische roman. Te complex om na te vertellen, maar alles wordt aan elkaar geknoopt.

Grote verrassing is de terugkeer van twee personages uit Station Elf, tenminste als je boeken in volgorde van verschijning leest. Leon en Miranda zijn wederom beide werkzaam in de scheepvaart.

Omdat ik eerst Het glazen hotel las raakte het idee van parallelle universums waar de schrijfster mee speelt mij zo dat het me op een vreemde manier ontroerde vanwege hun lot in Station Elf. Dat er een versie van je is die een ander leven en lot heeft dan de versie van jezelf in dit leven (dat ik ergens anders wel leraar ben geworden en niet drie keer uitgeloot). Het idee van parallelle universums, een schaduwleven, wordt vaker gebruikt in SF. Door een keuze in je leven ga je een bepaalde kant op, maar bestaat de alternatieve keuze in een ander leven, in een ander universum?

In het interview hieronder vertelt de schrijfster dat ze geen lineaire verhalen kan schrijven. Hoe ze alinea’s en hoofdstukken schrijft die na de eerste versie een plek krijgen in het verhaal. De verteltrant waarin je heen en weer springt in tijd en van personage op personage, zie je meer tegenwoordig. Maar er is niemand die dit zo prachtig beheerst als Emily St. John Mandel.

Dat ik eerst Het glazen hotel heb gelezen, daarna het interview bekeken en Station Elf als laatste, past wel mooi bij de caleidoscopische verteltrant van haar boeken en zo is dit blog ook rond.

Het glazen hotel zit op dit moment nog niet in de collectie van de bibliotheek. Station Elf wel, bovendien kun je het downloaden als e-book.

Een bloedmooi boek

Anderhalve week geleden liep ik mijn plaatselijke boekhandel binnen. Net op tijd voordat de deuren dicht gingen vanwege het coronavirus.

Ik moest namelijk Daar waar de rivierkreeften zingen hebben. Enkel en alleen gebaseerd op de aanbevelingen op de voorkant van het boek. Daar was mijn oog op gevallen toen ik uit verveling wat over het internet surfde.

Gruwelijk mooi. NYT Book Review
Adembenemend. The Times

owensBiologe Delia Owens debuteerde op haar 70e met dit boek, een tegelijk verbijsterend en hoopvol gegeven. Verbijsterend omdat ze op deze leeftijd een fantastisch, poëtisch verhaal heeft geschreven.
Hoopvol omdat ze op deze leeftijd een fantastisch, poëtisch verhaal heeft geschreven (voor al die aspirant schrijvers die er maar niet aan toe komen omdat ene boek te schrijven en het eerst maar bij wat blogjes houden).

1969. Het lijk van Chase Andrews wordt gevonden onder een uitkijktoren in het moeras van Barkley Cove in North Carolina.

1952. De zesjarige Kya ziet haar moeder vertrekken uit het huisje waar ze woont met haar ouders en broer Jodie. Het huis staat aan de rand van het uitgestrekte moerasgebied.

Wat volgt is een onwaarschijnlijk mooi geschreven verhaal over de tussenliggende jaren. De vertaalster Mariëtte van Gelder verdient een dikke pluim. De adembenemende en poëtische schrijfstijl blijft overeind in de vertaling.

Te veel vertellen over de inhoud zou een kleine zonde zijn, maar elke lezer zal verknocht raken aan het moerasmeisje Kya. Ze leeft in en met de natuur en probeert zoveel mogelijk andere mensen te mijden. Omdat mensen je teleurstellen of in de steek laten. In tegenstelling tot de natuur, die veranderlijk is maar altijd aanwezig.

Prachtig is hoe Owens haar biologische kennis verweeft in het verhaal. In de beschrijvingen van het moerasleven, in de rol van vrouwen en mannen bij dier en mens, in de observaties van Kya. Het bijna thrillerachtige einde zorgt er voor dat je je hart vasthoudt. Een parel van een boek.

Gruwelijk mooi. Adembenemend.

Te leen als e-book

De stad uit

mijnboek384Door Els van Wier

Als coördinator van vijf vestigingen in de gemeente Súdwest-Fryslân ben ik regelmatig onderweg van de ene bibliotheek naar de andere. Als ik bijvoorbeeld van Makkum naar Workum rijd, kom ik erlangs: het dorp waar ‘De stad uit’ van Petra Possel speelt. Een idyllisch dorpje aan de IJsselmeerdijk. Nergens in het boek wordt de plaatsnaam genoemd, maar voor wie een beetje bekend is in de streek is het niet moeilijk om te raden dat we het over Gaast hebben.

posselGebutst en gehavend, want net weduwe geworden, strijkt ze neer in het dorp. Op zoek naar rust, want “rust en stad is een moeizaam huwelijk”. Ze is helemaal klaar met het Amsterdamse stadsleven, met z’n linksdraaiende yoghurt met chiazaden, macchiato met wortelcake en sap met gemberknol. In Gaast eet ze vers uit de lucht geschoten gans, zit samen met de buren aan de stamppot en drinkt ze filterkoffie. Haar eerste dorpsfeest is een mijlpaal; dat er onverstaanbaar Fries wordt gesproken is een bijkomstigheid.

Ze komen allemaal voorbij, de bekende Friezen hier uit de buurt: Reid van de vuurtoren die de strontrace bedacht, Doede Bleeker de zingende visboer uit Stavoren, Geert Mak die óók het Friese dorpsleven beschreef, Tedy de groenteboer uit Workum die bijna dag en nacht werkt en Theunis Piersma, professor trekvogelecologie. Fierljeppen in it Heidenskip, een bezoek aan het huis van Reve in Greonterp… ik kan wel blijven opsommen: het is een feest van herkenning.

Misschien heeft het er wel iets mee te maken dat ik zelf, nu al meer dan 30 jaar geleden, de (Rand)stad verliet om in Friesland te gaan wonen. Ik kan me goed voorstellen wat de ondertitel zegt: “Mijn hart verpand aan het platteland”.

reserveer

Boek van het jaar

Het is nog maar augustus en toch heb ik net het boek van het jaar gelezen. Magda is overal is het debuut van Christian Jongeneel. Volgens zijn eigen website is Jongeneel wetenschapsjournalist, techniekfilosoof, auteur, cultureel ondernemer, columnist, organisator, reiziger en Rotterdammer. Van de andere kwalificaties weet ik niks, maar als auteur heeft hij me urenlang in zijn greep gehad.

magda“Drie uur na haar dood was oma weer klaarwakker.”

Daarmee begint het eerste deel van dit boek, Magda. Oma komt terug uit de dood omdat het vanwege de slachtoffers van de aanslag op de Twin Towers te druk was in het hiernamaals. Met zo’n begin weet je dat je een bijzonder verhaal wacht.

De familie rond het sterfbed heeft Friese, Surinaamse, Chinese en Marokkaanse invloeden. Magda Singh is de tweelingzus van de verteller Dede. Zij is fotomodel met een uitstraling waar de hele wereld voor valt. Overal waar ze verschijnt roept ze het beste in de mens op. Dede beschermt haar tegen al te opdringerige fans.

En net als je je afvraagt waar het naar toe gaat eindigt het eerste deel en begint met Femke het verhaal over de geschiedenis van deze familie. Op 11 september 1901, precies honderd jaar eerder, staat Sytse Jelgersma op een Rotterdamse kade bij het kantoor van de Holland Amerika Lijn. Zijn droom om een nieuw leven te beginnen in Amerika heeft hem naar deze stad gebracht.
Dit verhaal wordt prachtig verteld in een veel langzamer tempo. Femke, de oma uit het eerste deel, is de dochter van Sytse en de Chinees-Javaanse Li. Een verhaal dat antwoorden geeft op de vragen die je hebt door het eerste deel, maar er tegelijk voor zorgt dat je nieuwe vragen hebt.

Twee in stijl en tempo totaal verschillende verhalen, Jongeneel past alles op verbluffende wijze aan elkaar in het laatste deel Burcu. De verbeelding is in Magda is overal aan de macht en snijdt tegelijk actuele thema’s aan als afkomst, religie en extremisme. Met een onbetrouwbare verteller, gekruid met Bret Easton Ellis, Tandem van Jacob Vis, Citizen Kane en magisch realisme heeft Jongeneel een fantastisch verhaal geschreven.

reserveer

Gestrand in Barcelona

Ik wilde je iets over mezelf vertellen, totdat ik besefte dat dat niet kan zonder over mijn broer te vertellen, over Thomas, en dat is iets wat me, ook nu nog, eigenlijk hoe langer hoe meer moeite kost.

Met deze zin begint de 28-jarige Mathis zijn verhaal. Hij is letterlijk en figuurlijk gestrand in een appartement in Barcelona. Mathis is zes minuten eerder geboren dan Thomas. Zijn broer heeft door zuurstoftekort een fysieke beperking waardoor hij gekluisterd is aan een rolstoel.

barnhoornMathis en Thomas hebben een prachtige band in hun jeugd. Ze slapen in hetzelfde bed, vertellen elkaar verhalen en de fysieke beperking van Thomas speelt niet een grote rol. Dat verandert als ze wat ouder worden. Bij Mathis wordt het schuldgevoel over zijn broer groter. Hij lag in de baarmoeder achter Thomas, maar is op het moment suprême voor zijn broer gekropen. Het schuldgevoel duwt hij weg door minder contact met hem te hebben. Een wild studentenleven, een carrière als fotograaf die al zijn tijd opslokt, uiteindelijk haalt de tijd hem in en vindt hij zichzelf terug in dat groezelige appartement in Barcelona.

De Tweelingparadox wordt in het boek beschreven als iets dat met tijdreizen van doen heeft, maar als lezer ligt het vooral in de karakters van de broers. Thomas met al zijn beperkingen zit vol levensvreugde, zelfspot en de drang om het mensen naar de zin te maken. Mathis met zijn knappe uiterlijk houdt mensen op een afstand, is een nurkse en gesloten man. Eigenlijk is hij zo nu en dan een enorme eikel, van hardhout.

Nowelle Barnhoorn heeft deze roman doorweven met autobiografische elementen. Haar stijl is een ontdekking, licht, wars van sentiment en ondanks de eenvoud meeslepend. Mij had Barnhoorn bij de lurven met dit ontroerende boek en dan heb ik het nog niet eens over het verhaal van de moeder van die twee gehad.

reserveer dit boek

Dubbelbloed

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Ik heb hem een keer zien optreden met Marcel Harteveld. Een geweldig leuke avond, maar het liet me achter met het gevoel dat er in dat beweeglijke lichaam en die expressieve kop nog heel veel zit wat verteld moest worden. Met Onder de paramariboom neemt hij je mee naar Suriname, het geboorteland van zijn moeder. Net zoals hij zichzelf ontdekt op zijn reis, zo hoor je als lezer wat er nog meer verteld moest worden.

fretz220Johannes is uitgenodigd om een lezing te geven in Paramaribo. Suriname is het geboorteland van zijn moeder. Zij had in haar jeugd de droom om kunstenaar te worden. Als negende kind in het gezin werd haar dat niet gegund. Ze werd naar Nederland gestuurd op 19-jarige leeftijd. Daar ontmoette ze de man die de vader zou worden van hun enige kind, Johannes.

Hij is totaal niet bezig met zijn huidskleur en afkomst, integendeel. De wens van zijn moeder om met haar naar Suriname te gaan negeert hij al jaren. Als hij haar verteld van zijn reis en haar uitnodigt om mee te gaan, explodeert ze van vreugde. Ze gaat een paar dagen later dan Johannes naar Suriname omdat ze wil dat hij het land zelf ontdekt.

De reis duurt slechts acht dagen, maar wordt een life changing experience. Er is heel veel te vertellen over dit boek, maar lees vooral zelf hoe Fretz met humor zichzelf en zijn ouders niet spaart, om na acht dagen als een ander man op het vliegtuig te stappen.

Dubbelbloed is de aanduiding voor iemand van gemengde afkomst. De term halfbloed is bedacht door de koloniale overheersers, houdt zijn moeder hem voor. Behalve Surinaams stroomt er ook nog Duits bloed door Johannes zijn aderen. De opmerkingen van zijn moeder over het Duitse gehalte van zijn vader zijn hilarisch. Fretz heeft een prachtig boek geschreven over zijn tumultueuze jeugd en de bewustwording over zijn afkomst. Warm aanbevolen.

Johan Fretz heeft met dit boek de Boekhandelsprijs 2019 gewonnen.

reserveer dit boek

Hoe overleef ik de jaren tachtig?

Tim Kamps is een veelzijdig man, cabaretier, regisseur en schrijver. In alles wat hij doet is humor het uitgangspunt, zegt hij in een interview in de Volkskrant.  Dat maakt van De verschrikkelijke jaren tachtig ondanks de schrijnende achtergrond een bij vlagen zeer humoristisch verhaal. Kamps is van 1977 en groot geworden in de jaren tachtig. Het verhaal in dit boek is gebaseerd op zijn eigen jeugd, dat van een vriendin en zoals hij zelf zegt “verzonnen dingen”.

kampsVia de bijna achtjarige verteller maken we kennis met de leden van een commune in Rotterdam. Goeroe Bert heeft een ongezonde grip op de communeleden. Erg ideologisch is hij niet, de commune lijkt vooral een excuus om vrouwen aan zich te binden.

De moeder van de naamloze hoofdpersoon rookt en ligt veel op bed.
Er gebeuren dingen waar nu alle alarmbellen van zouden afgaan, maar ondanks interventies van de Kinderbescherming, kan Bert gewoon verder met zijn commune.

De achtjarige verteller registreert op een volwassen manier de gebeurtenissen, maar houdt tegelijk een kinderlijke blik en dat werkt wonderlijk goed.

Bij ons thuis wordt veel geblowd. In de jaren tachtig blowt bijna iedereen. Ook gewoon waar kinderen bij zijn. Bijna elke avond steekt Bert met Joyce een hele grote joint op en dan gaan ze elkaar heel lang met extra vierge olijfolie masseren.

De verteller trekt vooral op met kamergenoot Donnie die in dezelfde klas en vol plannen zit. Donnie wil weglopen. Naar België want daar is de mayo lekkerder. Niet een slecht plan als je weet dat ze voornamelijk patat eten in de commune.

Kamps brengt het verhaal zeer overtuigend met een geweldige twist op het eind. Vandaar ook de vraag van de verteller of je het boek nog een keer wil lezen.

reserveer dit boek

Dood door de kluizenaarsspin

De afgelopen week was een mooie leesweek voor mij. Eerst mocht ik me verliezen in De moord op de commendatore van Haruki Murakami en gistermiddag las ik de laatste bladzijden van Een dodelijk venijn van Fred Vargas. En dan ligt thuis Borne van Jeff Vandermeer op mij te wachten.
Drie totaal verschillende schrijvers met een totaal verschillende stijl en thematiek. En toch passen ze bij elkaar. Ze trekken je alle drie mee in hun eigen universum van de verbeelding. Daarmee breng je een bezoekje aan de uithoeken van je geest die normaal zachtjes liggen te sluimeren.

vargasvenijnOp een nieuw boek van Vargas is het altijd even wachten, dit keer twee jaar. Dat wachten is weer ruim beloond. In Een dodelijk venijn lost commissaris Adamsberg in de eerste hoofdstukken de moord op een jonge vrouw op door met de verdachten over een grindweg te rijden.

Daarna raakt hij geïntrigeerd door het nieuws dat drie hoogbejaarde mannen zijn gestorven na de beet van een kluizenaarsspin. Zoals dat gaat bij Adamsberg kan hij dit nieuws niet naast zich neer leggen en beginnen in zijn hoofd gedachtebelletjes te borrelen.

Deze negende in de reeks rond Adamsberg is een verhaal over wraak dat ons via een weeshuis in de Tweede Wereldoorlog brengt naar Nîmes en Lourdes.
De sprankelende dialogen vol humor, de doodenge kluizenaarsspin, Froissy met haar geheime voorraadkast, het discreet uitschakelen van een verkrachter, hoogdravende professoren,  de koolsoep uit de Pyreneeën. Er valt weer ontzettend veel te genieten in deze Vargas, al laat ik de koolsoep liever staan.

Als je de boeken van Vargas niet kent, dan heb je hieronder een overzicht van de volgorde van verschijnen. De verhalen staan op zich zelf, maar wil je de personages leren kennen dan kun je het beste bij de eerste beginnen. Vargas krijgt van mij altijd vijf sterren.

reserveer dit boek

Commissaris Adamsberg
1. De man van de blauwe cirkels
2. De omgekeerde man
3. Maak dat je wegkomt
4. De terugkeer van Neptunus
5. De eeuwige jacht
6. Vervloekt
7. De verdwijningen
8. IJsmoord
9. Een dodelijk venijn

De drie Evangelisten
1. Uit de dood herrezen
2. Een beetje meer naar rechts
3. Verblijfplaats onbekend

Hooligan met een goede baan

De hoofdpersoon heeft een goede baan waar hij een gruwelijke hekel aan heeft. Hij heeft moordfantasieën over zijn directe chef. Vindt dat de mensen om hem heen een onbetekenend leven leiden. Hij komt tot leven als hij in zijn vriendengroep van hooligans met andere hooligans in gevecht raakt. Het liefst verdwaasd door de alcohol en strak van de drugs.

kraaikampFreek van Kraaikamp is een havojochie uit de Bollenstreek, die opgroeide op de voetbaltribune, staat er op de achterkant van het boek. Als fan van HFC Haarlem was de schrijver geen hooligan, die had je niet op betonnen tribunes van de niet meer bestaande club. Toch lijkt de schrijver daar zijn inspiratie vandaan gehaald te hebben. Zijn stijl lijkt namelijk op het no-nonsense stadionnetje van de club. Geen opsmuk maar toch kleurrijk.

Elitepauper is zijn eerste roman en een fikse dreun op de neus. Trainspotting meets Vak 127  zou je kunnen zeggen. Vol drugsgebruik, geweld, gevloek en niet bedoeld voor zwakke magen.

Hoe de hoofdpersoon uiteindelijk het einde haalt is, vraag je je af als hij zelf volledig in elkaar geslagen wordt en hij verliefd raakt en zich voor het eerst afvraagt of dit is wat hij wil. Meer wil ik er niet over kwijt. Dompel je zelf onder in de rauwe wereld van mannelijk testosteron en laat al je vooringenomenheid over hooligans achterwege en beleef een seizoen van de club die nooit wint maar ook niet verliest.