Categorie archief: Sport

DERKSEN

Zijn hele leven heeft hij zich beziggehouden met drie dingen: voetbal, voetbal en nog eens voetbal. Als prof begon hij eind jaren ‘60 bij SC Cambuur, werd hoofredacteur van Voetbal International en is tegenwoordig wekelijks te zien in het (voetbal)praatprogramma Veronica Insite. Wie de biografie over Johan Derksen eenmaal heeft gelezen, komt tot de ontdekking dat niet voetbal maar muziek zijn werkelijke passie is. Het enige waar hij niet zonder kan in het leven is de blues en hij was ooit manager van Cuby and the Blizzards. Zanger Harry Muskee, een man wiens gebruiksaanwijzing zo dik was als het telefoonboek van Assen, was zijn beste vriend. Van hem leerde hij overal schijt aan te hebben.

Het boek is een coproductie van bestsellerauteur Michel van Egmond, die het verhaal optekent en Antoinette Scheulderman. Zij neemt de interviews voor haar rekening. Hierdoor wint het boek aan scherpte, want Derksen krijgt bij haar niet de gelegenheid zijn anekdotes routineus uit te serveren, maar wordt soms in een ongemakkelijke positie gemanoeuvreerd. Een beetje jammer is dat er geen vrienden, vijanden en collega’s aan het woord komen.

Wij konden slikken wat we wilden. Om half drie stond iedereen met uitpuilende pupillen aan de aftrap. En dan schopten we naar alles wat bewoog

De hoofdpersoon heeft niet alleen een grote mond: Op tv heb ik een bek als een scheermes, maar blijkt ook buitengewoon openhartig. Met Michel van Egmond worden de plaatsen bezocht die een belangrijke rol spelen in het leven Johan Derksen. De favoriete plek van ‘De Snor’ is zijn mancave, een met cd’s volgestouwd rookhol. Van Egmond is werkelijk geïnteresseerd in zijn hoofdpersoon. Hij graaft, maar is nooit op zoek naar het schandaal. Ook voor de voetbalnono’s onderhoudenede lectuur.

Eeuwig op de vlucht

Lange tijd was hij niet meer te zien op de Nederlandse televisie. Vorig jaar dook hij plotseling op in het spraakmakende programma Veronica Insite. Ongezouten spuwde hij zijn kritiek, kwam met constructieve ideeën en solliciteerde openlijk naar een plaats aan tafel. Even zagen we weer waarom deze man zo geschikt was voor het medium televisie.

Frank Kramer (1947-2020) was eigenzinnig en op een prettige manier onaangepast. Een echte vrijbuiter die geen talent had voor zwaarmoedigheid. Voetbalcommentator Philip Kooke schreef de biografie met de titel ‘Eeuwig op de vlucht’. Aan de hand van 37 korte hoofstukjes beschrijft hij het leven van iemand met vele talenten.

Kramer was o.a. profvoetballer, -zijn lust en zijn leven- ,televisiepresentator, leraar Duits en steward. In 1978 werd Frank regelmatig in verband gebracht met het Nederlands Elftal, niet in de laatste plaats door hemzelf. Vrouwen wandelden ongemerkt zijn leven binnen en liepen net zo hard weer weg. Zelf beëindigde Frank nooit een relatie. Aan het eind van zijn carrière werkte hij bij Eurosport als voetbalcommentator. Deze baan vulde hij- net als zijn overige betrekkingen- op geheel eigen wijze in:

Dit is weer die Martinez, die de onhebbelijke gewoonte heeft om telkens te scoren als ik aan het woord ben…

Philip Kooke heeft er een uniek boek van gemaakt dat boordevol staat met foto’s. Op elke bladzijde staan wel een aantal anekdotes. Met een beetje goede wil kun je dit een biografie in stripvorm noemen. Op de vraag of Frank wel weet dat hij een groene en een rode sok aan heeft antwoordt hij: “Wat leuk dat je dat vraagt, het gekke is dat ik thuis nog precies zo’n paar heb”. Het is het soort ontwapende humor waarvoor Toon Hermans zich niet zou schamen. Het boek staat er vol mee. Hoewel zijn privéleven en zijn werkzame leven uitgebreid aan bod komen dring je als lezer nauwelijks tot Frank Kramer door. En dat is goed, want hij hulde zich het liefst in nevelen.

Liefhebbers kunnen ‘Eeuwig op de vlucht’ hieronder reserveren.

‘In zekere zin ben ik onsterfelijk’

Johan Cruijff was mijn jeugdidool. Begin jaren ’80 heb ik hem een keer in levende lijve gezien in de wedstrijd PEC Zwolle- Ajax. Cruijff was vooral verbaal aanwezig en gaf voortdurend aanwijzingen. Twee keer leverde hij een voorzet af waaruit werd gescoord. Daarna hield de maestro het voor gezien en liet zich wisselen. Hij zat tenslotte in de nadagen van zijn carrière.

Over Johan Cruijff (1947 – 2016) zijn de nodige boeken verschenen. Auke Kok, één van de beste non-fictieauteurs van dit moment, schreef dé biografie over de legendarische nummer 14. Hij raadpleegde hiervoor minstens 160 interviews met vriend en vijand. Wanneer we het inlegvel met rectificatie -dat op last van de rechter is toegevoegd en de verkoop van het boek enorm opstuwde- meerekenen, telt het boek 640 bladzijden. Cruijff zou jaarlijks een miljoen euro ontvangen van zijn stichting, maar de auteur kon dit, ondanks raadpleging van drie onafhankelijke bronnen, niet voldoende waarmaken.

Het begint allemaal met de kleine Johan die opgroeit in Betondorp (Amsterdam) en nog maar twaalf jaar is als hij zijn vader verliest. Een dramatische gebeurtenis die bepalend is geweest voor zijn latere leven. Op de laatste bladzijden lezen we –vlak voordat Cruijff zelf op 68-jarige leeftijd komt te overlijden- over de ontmoeting die de beste Nederlandse voetballer ooit organiseert met Max Verstappen, de Formule 1 coureur voor wie hij grote bewondering koestert. In de tussenliggende periode gebeurt veel, heel veel.

Het levensverhaal van Cruijff gaat over een volksjongen die uitgroeit tot een mondiaal fenomeen. Een weergaloze voetballer, maar wel altijd gelazer, vaak over geld. Zijn sterke persoonlijkheid moest je in z’n geheel accepteren anders leefde je op voet van oorlog. Want Cruijff had altijd gelijk. Met Rinus Michels ontwikkelde hij een haat-liefde-verhouding. De generaal noemde hem zelfs een psychopaat. De trainer Cruijff krijgt relatief gezien de minste aandacht in het boek, maar kennelijk kwam de deadline van het manuscript in zicht. Cruijff als familieman valt enigszins van zijn voetstuk als blijkt dat hij tijdens de trainingskampen van Barcelona in Drenthe het damesgezelschap niet schuwt. Hij blijkt ook gewoon een mens van vlees en bloed… Doet het vermelden van dit feit afbreuk aan de mythevorming rond het fenomeen Cruijff? De schrijver vindt van niet, want het boek is niet bedoeld als hagiografie, doch slechts als levensbeschrijving.

Wat mij na lezing van deze monumentale biografie vooral bijblijft is dat Cruijff een leven lang werd nagejaagd door bestuurders, zakenmensen, media, voetballers, supporters etc. Ze moesten allemaal iets van hem. Je vraagt je werkelijk af waar hij de energie vandaan haalde dit aan te kunnen. Auke Kok heeft het allemaal prachtig opgeschreven. Om met een bekende Nederlandse Volksschrijver te spreken; dit boek maakt alle boeken overbodig, behalve het telefoonboek en De Heilige Schrift.

 

 

 

Vader en zoon Boogers

In Alleen met de goden beschrijft Boogers de coming of age van Aaron Bachman. Een overdonderend verhaal dat grotendeels zijn eigen verhaal is. Dat blijkt uit De zonen van Bruce Lee.

bruceBruce Lee, geboren in San Francisco en opgegroeid in Hong Kong, speelt een hele belangrijke rol in Alex Boogers leven. Hij is de vader die de jonge Alex niet had. De man die richting gaf aan zijn leven.
Lee is net zo belangrijk voor de vechtkunst als Cruyff is voor de voetbalsport. Hij verbond de verschillende disciplines en veranderde de aard van de kunst van zelfverdediging naar de kunst van de aanval. Zijn filosofie en ideeën over de vechtkunst hebben deze voorgoed veranderd. Daarbij was Lee in het gesegregeerde Amerika van de jaren 50 en 60 uniek door geen onderscheid te maken in kleur, afkomst of wat dan ook. Het gaat om je instelling die je meeneemt naar de dojo.

Boogers wilde een sportbiografie over Lee schrijven, maar wilde tegelijk een brief schrijven aan zijn 17 jarige zoon. Daarnaast is het een coming of age van Boogers zelf en een reisboek. Vader en zoon reizen naar Hong Kong en de Verenigde Staten op zoek naar sporen van Bruce Lee.

Het verhaal van Bruce Lee, die in 1973 op 32 jarige leeftijd overleed in het bed van zijn minnares, is op zichzelf erg boeiend. Van straatvechter tot vechtsporter tot absolute wereldster die nog steeds miljoenen fans heeft. Gecombineerd met het verhaal van Boogers, waarin hij zich richt tot zijn zoon, maken het een uniek verteld verhaal. Hij vertelt over zijn twijfels of hij een goede vader zal zijn, omdat hij zelf geen voorbeeld had. Over de parallellen tussen beide levens, maar vooral hoe Lee hem geholpen heeft zijn eigen pad te vinden. Ondanks wat herhalingen in het verhaal niet te missen voor sport- en filmliefhebbers. En natuurlijk Boogers-fans. Als Alex Boogers je (vader-)hart op de eerste pagina’s niet weet te beroeren, raad ik een bezoekje aan de cardioloog aan.

reserveer

Ook te leen als e-book.

Een doodgewone jongen uit Utrecht

Hij is niet iemand die graag in het middelpunt van de belangstelling staat en heeft aan het geven van interviews een broertje dood. Ook laat de geboren Utrechter nooit het achterste van zijn tong zien. Met het verschijnen van de autobiografie Basta is daar een einde aan gekomen. De lezer krijgt het complete verhaal voorgeschoteld: rauw, eerlijk, openhartig en onthullend. Niemand wordt gespaard.

Door de weinig harmonieuze gezinssituatie grijpt Marco van Basten de voetballerij aan om het ouderlijk huis zo snel mogelijk te ontvluchten. Zijn ouders hebben een slecht huwelijk en de dominante vader heeft geen oog voor de andere kinderen in het gezin. Misschien dat hier zijn sterke focus om de beste voetballer van de wereld te worden, is geworteld.

Met enige overdrijving kun je zeggen dat de enkel het hoofdpersonage van het boek is geworden; het is in ieder geval de leidraad. Een onschuldige overtreding in de wedstrijd tegen FC Groningen leidt sluipenderwijs het einde van zijn voetbalcarrière in. Op slechts 28-jarige leeftijd wordt de voetballer Van Basten ten grave gedragen; als mens moet hij door.

Veel ruimte is er ingeruimd voor Johan Cruijff. Wat aanvankelijk zijn idool is en later zijn medespeler en trainer wordt uiteindelijk een goede vriend. De heren raken gebrouilleerd en Cruijff overlijdt in 2016. Toch wordt de vriendschap postuum weer enigszins hersteld. Het is één van de aangrijpendste passages uit het boek. Opvallend genoeg komen Ruud Gullit en Frank Rijkaart, zijn makkers bij AC Milaan, nauwelijks in het verhaal voor. Vol lof en weinig kritisch is Van Basten over de omstreden mediamagnaat Silvio Berlusconi. Deze puissant rijke zakenman is eigenaar van AC Milaan en zorgt voor een vorstelijk salaris. Door verkeerde beleggingen slinkt het miljoenenvermogen van de Milanese spits met bijna de helft, juist op het moment dat de Italiaanse fiscus bij hem aanklopt.

De meeste mensen kennen Marco van Basten slechts als de gevierde voetballer die successen heeft behaald met Ajax, AC Milan en het Nederlands Elftal, maar een lofzang op deze prachtige voetballer is het boek  nadrukkelijk niet geworden. Uitgebreid vertelt Van Basten over zijn faalangst, spanningen en depressies, maar ook over zijn weinig geslaagde trainerscarrière. Persoonlijke ontwikkeling neemt een belangrijke plaats in. Hij werkt keihard aan zichzelf, kan meedogenloos zijn en doet aan zelfreflectie. Ik ben de beste, op mijzelf na is één van zijn gevleugelde uitspraken. Deze autobiografie is ook voor de niet voetballiefhebber interessant om te lezen.

Basta gaat over een doodgewone jongen uit Utrecht die toevallig aardig tegen een balletje kon trappen, maar aan wie het circus rondom het voetbal niet is besteed. Door alle tegenslagen in zijn leven is hij –naar eigen zeggen- een prettiger mens geworden.

 

Dit is een goed stel hoor

Blijven hangen in het verleden raadt de schrijver niemand aan, maar zo nu en dan even omkijken kan een genoegen zijn. In Dit is een goed stel hoor blikt sportjournalist Theo Reitsma terug op 50 jaar sportgeschiedenis. Hij doet dit aan de hand van anekdotes en opvallende ervaringen van voornamelijk Nederlandse sporters op evenementen waar hij zelf nauw bij betrokken was.

Boek Theo ReitsmaTheo Reitsma werd veelal gezien als de beste commentator. Hij was in ieder geval mijn favoriete sportverslaggever. Uitstekend voorbereid,  nieuwsgierig en beschikkend over een arendsoog. Met liefde voor de sporten die hij volgde: voetbal, atletiek, honkbal en boksen. In dienst van de kijker zag hij het commentaar puur als ondersteuning van het beeld, zonder opsmuk en tierelantijnen en vooral niet om zelf de eerste viool te spelen. Slechts een enkele keer ging hij uit zijn dak; toen Marco van Basten in de finale van het  EK ’88 een prachtig doelpunt maakte:

GOED, OOHHH WAT EEN GOAL! WAT EEN SCHITTEREND DOELPUNT ZEG. JA, NIET TEGELOVEN ZOALS IE DIE BAL UIT DE LUCHT OPPAKT IN DIE HOEK DAAR. NIET TE GELOVEN WAT EEN WEERGALOOS DOELPUNT!

Of toen Ellen van Langen de 800 meter won op de Olympische Spelen van Barcelona ‘92. Sommige uitspraken zijn historisch geworden en komen in het boek terug. Op het WK voetbal van 1986 waren er nog niet zoveel camera’s en er was nog geen VAR. Maradona scoorde tegen Engeland en Reitsma riep resoluut; “En ik zeg hands”. Hij zat in de nok van een groot stadion, maar had het als een van de weinigen bij het rechte eind. Maradona beweerde later dat hij met de hand van God had gescoord.

Reitsma toont in het boek interesse voor de mens achter de sporter en heeft oog voor de politieke situaties, zoals de aanslag van de Palestijnen op de Israëlisch (Olympische Spelen München 1972) en de dwaze moeders tijdens het totalitaire regime van generaal Videla in Argentinië  (WK voetbal 1978). Ook krijgt de lezer een kijkje in de keuken van de sportredactie van de NOS. Met de afgeronde verhalen levert Reitsma vakwerk zoals we dat van hem gewend zijn. De titel van het boek verwijst naar het Europees Kampioenschap ‘88 waarop het winnende Nederlands Elftal op een bankje een feestje viert en Reitsma opmerkt: “Dit is een goed stel hoor”.

Na een gedegen HBS-B opleiding ontwikkelt Reitsma zich bij verschillende dagbladen in de (sport)journalistiek. Vanaf 1969 wordt Studio Sport zijn werkterrein met voetbal en atletiek als specialiteiten. Toch heeft honkbal zijn grote voorliefde en hij beleeft zijn ‘finest hour’ als het Nederlands honkbalteam het niet te kloppen Cuba een nederlaag toebrengt op de Olympische Spelen 2000  in Sydney. Na zijn carrière wordt Reitsma voorzitter van de Nederlandse honk- en softbal bond als waardering voor al zijn inspanningen en om de sport smoel te geven. In 2004 ontvangt hij de ere Nipkowschijf voor zijn hele oeuvre.

Juichen voor Varg

Tussen al die tv-series vol moord en doodslag is de voetbalserie Home Ground een feest om je in onder te dompelen.

homeground1Voetbalclub Varg uit Ulsteinvik is net gepromoveerd naar de Noorse tegenhanger van de Eredivisie. De trainer zakt in elkaar op het trainingsveld en de club moet op zoek naar een nieuwe trainer.

Helena Mikkelsen is succesvol als trainster van een team uit de vrouwencompetitie. Technisch directeur Espen Eide biedt haar een contract aan. Ze is daarmee de eerste vrouwelijke trainer op het hoogste niveau in Noorwegen. Sarina Wiegman  als trainer bij ADO, zoiets. Mikkelsen moet Varg behoeden voor degradatie.

Een vrouw in een mannenwereld. Laat het maar aan mannen over om daar een probleem van te maken. Ze krijgt te maken met vooroordelen en tegenwerking.

homeground2 Allereerst zijn er de fanatieke supporters die niks moeten hebben van een vrouw op de bank. Dan hebben we Michael Ellingsen, die gepasseerd werd voor de functie van coach en er alles aan doet om haar functioneren te ondermijnen. De rol van Michael wordt gespeeld door oud-international John Carew. De man die met zijn lengte een behoorlijk obstakel was voor zijn tegenstanders. De man kan nog acteren ook en zijn aanwezigheid in de serie maakt het kijken al bijzonder.

Voetbalverhalen hebben vaak een hoog De-wondersloffen-van-Sjakie-gehalte, maar Home Ground stijgt daar ver bovenuit. De bij vlagen zeer humoristische serie wordt  verdomd goed gespeeld en heeft die befaamde Scandinavische menselijke warmte.

De wat stuurse Mikkelsen, Mons de grappenmaker van het team, het grote talent Adrian Ausness en al die andere personages, je gaat van ze houden. De wedstrijden worden overtuigend in beeld gebracht wat op zich al een grote prestatie is. Bovendien kunnen de acteurs een aardig potje voetballen. Tel daarbij op dat de vorm van Varg in het tweede seizoen steeds beter wordt, net als het kijkgenot en je hebt een kijktip van eredivisie-niveau. Ik deed in ieder geval in mijn eentje de wave voor deze heerlijke serie.

reserveer

Hooligan met een goede baan

De hoofdpersoon heeft een goede baan waar hij een gruwelijke hekel aan heeft. Hij heeft moordfantasieën over zijn directe chef. Vindt dat de mensen om hem heen een onbetekenend leven leiden. Hij komt tot leven als hij in zijn vriendengroep van hooligans met andere hooligans in gevecht raakt. Het liefst verdwaasd door de alcohol en strak van de drugs.

kraaikampFreek van Kraaikamp is een havojochie uit de Bollenstreek, die opgroeide op de voetbaltribune, staat er op de achterkant van het boek. Als fan van HFC Haarlem was de schrijver geen hooligan, die had je niet op betonnen tribunes van de niet meer bestaande club. Toch lijkt de schrijver daar zijn inspiratie vandaan gehaald te hebben. Zijn stijl lijkt namelijk op het no-nonsense stadionnetje van de club. Geen opsmuk maar toch kleurrijk.

Elitepauper is zijn eerste roman en een fikse dreun op de neus. Trainspotting meets Vak 127  zou je kunnen zeggen. Vol drugsgebruik, geweld, gevloek en niet bedoeld voor zwakke magen.

Hoe de hoofdpersoon uiteindelijk het einde haalt is, vraag je je af als hij zelf volledig in elkaar geslagen wordt en hij verliefd raakt en zich voor het eerst afvraagt of dit is wat hij wil. Meer wil ik er niet over kwijt. Dompel je zelf onder in de rauwe wereld van mannelijk testosteron en laat al je vooringenomenheid over hooligans achterwege en beleef een seizoen van de club die nooit wint maar ook niet verliest.

 

 

Foppe

foppe

Menno Haanstra sprak voor biografie over Foppe de Haan met een groot aantal (top)voetballers, die onder De Haan hebben gewerkt zoals: Ruud van Nistelrooij, Royston Drenthe, Gertjan Verbeek en Klaas-Jan Huntelaar. Stuk voor stuk zijn ze vol lof over hun vroegere trainer al kraakt Verbeek wel een kritische noot. Veel plaats wordt ingeruimd voor Riemer van der Velde, de man die in de jaren ’80 als voorzitter het roer bij sc Heerenveen overneemt en Foppe aanstelt als trainer.
Foppe

Het gezin De Haan had het niet breed en Foppe en zijn oudere zus groeiden op onder sobere omstandigheden. Geen waterleiding, geen elektriciteit en geen gas; er moest zuinig worden geleefd. Tegen een hongerloontje stonden de arbeiders, waaronder vader Reinder, zestien uur per dag aan de turfschep. Een schoolvriend van de jonge Foppe woonde in een vochtige plaggenhut waar je niet eens rechtop kon staan. De vroegtijdige dood van zijn depressieve moeder, die zelfmoord pleegde, droeg evenmin bij aan een onbekommerde jeugd.

Een mooie karaktereigenschap van de latere voetbaltrainer is dat hij zijn afkomst nooit heeft verloochend en ondanks alle successen bescheiden is gebleven. Foppe is niet iemand die de achterban naar de mond praat, noch zal hij een gelikte mediatraining volgen om de pers te woord staat. Nee, Foppe is authentiek, ingetogen en een beetje ongemakkelijk met een rol in de schijnwerpers. Als luxe permitteert hij zich slechts een stacaravan op Ameland.

In chronologische volgorde houdt Haanstra de carrière van Foppe tegen het licht. We krijgen te zien dat de trainersloopbaan zorgvuldig wordt opgebouwd. De Haan doorloopt alle niveaus in het amateurvoetbal en na de landstitel met ACV maakt hij de overstap naar de profs. Hier komt hij als oud-CIOS-docent met ook een ALO- diploma op zak, volledig tot zijn recht.

Hoewel we met een fanatieke prestatietrainer van doen hebben is het resultaat niet altijd heilig. Hij is heel duidelijk in wat hij wil. Het gaat hem bovenal om goed voetbal. Eén drijfveer is dominant aan alle andere, hij wil spelers beter maken.

“Ik ben allergisch voor dingen die geen zin hebben en ook voor doelloos herhalen. Als je altijd hetzelfde doet, krijg je ook altijd hetzelfde resultaat. Na een tijdje ga je zelfs achteruit”

Boeiend wordt het wanneer de gevierde voetbaltrainer in gesprek gaat met Dirk Scheringa, de voorzitter van AZ. De Haan kan zo’n beetje een blanco cheque tekenen bij de Alkmaarse club, maar weigert uiteindelijk toch in zee te gaan met de gevallen bankier.

Menno Haanstra, die we kennen van de prachtige biografie over Jan Ykema,  heeft er een vlot leesbaar boek van gemaakt. Dit levensverhaal over Foppe is niet alleen geschikt voor voetballiefhebbers, maar verdient een grotere lezersschare. Het is een mooie biografie over een mooi mens.

Het voorwoord komt van Bert Wagendorp. Hij wordt sportjournalist bij de Leeuwarder Courant op het moment dat Foppe begint als trainer bij ‘zijn’ sc Heerenveen.

Johan Cruijff

cruijff
Een half jaar na het overlijden van Nederlands beste voetballer aller tijden verschijnt de autobiografie met de titel Johan Cruijff. Het levensverhaal wordt in zijn eigen woorden chronologisch opgetekend door de bevriende journalist Jaap de Groot van de Telegraaf.

cruijff-plaatje

Als eenvoudige jongen uit Betondorp zet de kleine Johan de eerste schreden op de voetbalvelden van Ajax. Het vroegtijdig overlijden van zijn vader heeft een grote invloed op zijn jeugd, maar staat een snelle ontwikkeling als voetballer niet in de weg.

Bij alle clubs waar Cruijff komt te spelen is hij de gevierde vedette, maar evenzo vaak ontstaan er problemen. Rinus Michels is zijn trainer bij Ajax, Barcelona, Los Angeles Aztecs en het Nederlands Elftal en speelt evenals schoonvader Cor Coster, die de zakelijke belangen behartigt, een grote rol. Maar dezelfde Michels weigert hem een trainerslicentie toe te kennen en belet hem bondscoach van het Nederlands Elftal te worden. Er is sprake van een haat liefde verhouding. Ook de ruzies met Piet Keizer, inmiddels ook al overleden, Frank Rijkaard en Marco van Basten worden besproken.

Als trainer en later ook als lid van de Raad van Commissarissen komt Cruijff regelmatig in aanvaring met bestuurders. De tegenstelling tussen trainer/speler en bestuurder loopt als een rode draad door het boek. Veel ruimte wordt ingeruimd voor de Johan Cruijff Foundation. Meer dan op zijn voetbalprestaties was De Verlosser trots op dit project.

El Salvador slingert zijn wijsheden als granieten zekerheden de wereld in. Hoewel de legendarische nummer 14 enkele onthullingen doet over Michels en de WK’s van ’74 en ‘78 komt er niet heel veel nieuws naar buiten. Wat overblijft is een sympathiek portret van een (familie) man met onnavolgbare bewegingen, een onafhankelijke geest en onnavolgbare uitspraken:

Ik maak eigenlijk nooit fouten, want ik heb enorme moeite om me te vergissen.

Als ik zou willen dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd.

In het boek staan prachtige foto’s, een voorwoord van Cruijff zelf en een nawoord van zoon Jordi. Het wachten is op de uitputtende biografie van historicus Auke Kok, waarin ook anderen aan het woord zullen komen.

reserveer deze boeken