Categorie archief: Sport

Johan Cruijff

cruijff

cruijff-plaatje
Een half jaar na het overlijden van Nederlands beste voetballer aller tijden verschijnt de autobiografie met de titel Johan Cruijff. Het levensverhaal wordt in zijn eigen woorden chronologisch opgetekend door de bevriende journalist Jaap de Groot van de Telegraaf.

Als eenvoudige jongen uit Betondorp zet de kleine Johan de eerste schreden op de voetbalvelden van Ajax. Het vroegtijdig overlijden van zijn vader heeft een grote invloed op zijn jeugd, maar staat een snelle ontwikkeling als voetballer niet in de weg.

Bij alle clubs waar Cruijff komt te spelen is hij de gevierde vedette, maar evenzo vaak ontstaan er problemen. Rinus Michels is zijn trainer bij Ajax, Barcelona, Los Angeles Aztecs en het Nederlands Elftal en speelt evenals schoonvader Cor Coster, die de zakelijke belangen behartigt, een grote rol. Maar dezelfde Michels weigert hem een trainerslicentie toe te kennen en belet hem bondscoach van het Nederlands Elftal te worden. Er is sprake van een haat liefde verhouding. Ook de ruzies met Piet Keizer, inmiddels ook al overleden, Frank Rijkaard en Marco van Basten worden besproken.

Als trainer en later ook als lid van de Raad van Commissarissen komt Cruijff regelmatig in aanvaring met bestuurders. De tegenstelling tussen trainer/speler en bestuurder loopt als een rode draad door het boek. Veel ruimte wordt ingeruimd voor de Johan Cruijff Foundation. Meer dan op zijn voetbalprestaties was De Verlosser trots op dit project.

El Salvador slingert zijn wijsheden als granieten zekerheden de wereld in. Hoewel de legendarische nummer 14 enkele onthullingen doet over Michels en de WK’s van ’74 en ‘78 komt er niet heel veel nieuws naar buiten. Wat overblijft is een sympathiek portret van een (familie) man met onnavolgbare bewegingen, een onafhankelijke geest en onnavolgbare uitspraken:

Ik maak eigenlijk nooit fouten, want ik heb enorme moeite om me te vergissen.

Als ik zou willen dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd.

In het boek staan prachtige foto’s, een voorwoord van Cruijff zelf en een nawoord van zoon Jordi. Het wachten is op de uitputtende biografie van historicus Auke Kok, waarin ook anderen aan het woord zullen komen.

reserveer deze boeken

Advertenties

Sportboek van het jaar

Terug naar HilversumOoit bedacht Kees Jansma de oneliner: Voetbal is de belangrijkste bijzaak van het leven. Hij besloot te kiezen voor een carrière in de sportjournalistiek, met voetbal als specialiteit.

Terug naar Hilversum begint met het WK voetbal in Engeland (1966) en eindigt precies 50 jaar later met de dood van Johan Cruijff. Wat daar tussen zit is veel, heel veel. Van elk jaar worden twee opmerkelijke gebeurtenissen bij de kop gepakt. Kees Jansma is goed geïnformeerd, zit als journalist overal bovenop en beschikt over uitstekende contacten.

De schrijver kiest steeds zijn eigen (verrassende) invalshoek en geeft vaak informatie uit de eerste hand. In 1974 gaat het wel over het WK voetbal, maar niet over de verloren finale tegen West-Duitsland. De bal op de paal van Rob Rensenbrink blijft bij het WK 1978 in Argentinië onbesproken.

Jansma ontmoet de groten der aarde zoals Nelson Mandela en Mohammed Ali. Honderden (legendarische) topsporters komen langs. Van Abe Lenstra tot Bettine Vriesekoop en van Gerrie Kneteman tot Bart Veldkamp. Ook staat de schrijver uitgebreid stil bij zijn eerste stappen in de journalistiek en de concurrentiestrijd op de redactie van Studio Sport. Het boek gaat niet alleen maar over sport. Enkele hoofdstukken worden gewijd aan de politiek (DDR) en aan het familieleven van de schrijver.

Een tikkeltje opportunistisch is Kees Jansma wel. Studio Sport is zijn leven. Toch kiest hij voor het grote geld bij concurrent Sport 7. En hij maakt de overstap van journalist naar perschef bij het Nederlands Elftal. In die rol kan hij de spelers beschermen tegen opdringerige journalisten! Hij dweept met de succesvolle coach Louis van Gaal, die zichzelf in de media voortdurend als een hork presenteert.

Kees Jansma sleurt de lezer mee door 50 jaar sportgeschiedenis, in puntige hoofdstukjes met een kwinkslag hier en een knipoog daar. Je voelt als lezer dat hij plezier heeft in het schrijven. Het boek kan probleemloos mee in de nominatie voor Sportboek van het Jaar.

 

Hand in hand

Hand in hand
Hand in hand

In het jaar 1969 heb ik een keus gemaakt voor het leven. Feijenoord, toen nog met puntjes, speelde uit tegen AC Milan in een vrijwel leeg San Siro.
Het grote Milan werd volledig stil gelegd door het kleine Feijenoord. Een beeld uit de zwart-witte mist staat me nog helder voor ogen. Willem van Hanegem die de bal over twee Italiaanse middenvelders wipt. Die twee zijn nu nog op zoek naar de bal.
Feijenoord verloor maar die wedstrijd was een kentering in het Nederlandse voetbal, daar begonnen de glorietijden.

In de finale tegen Celtic in datzelfde San Siro, heb ik in de pauze voor de verlenging gebeden op het toilet. We stonden na een achterstand weer gelijk. Hoe het afgelopen is weet iedereen. Wel ben ik als misdienaar toen van mijn geloof gevallen. Een God die zich met voetbal bezighield was voor mij niet geloofwaardig. Mijn geloof gold voortaan de club uit Rotterdam-Zuid.

Ik ken iemand uit 020 die vindt dat er zich niets van belang buiten de stadsgrenzen bevindt. Ze houden daar eerder hun neus hoog dan een bal. Ik zit liever met Willem van Hanegem in de loopgraven dan met Johan Cruyff, die me dood zou vervelen met zijn verhaal over de voordelen van de nadelen van een loopgraaf. Met Willem zouden we gewoon een potje klaverjassen terwijl de bommen overvliegen.

Gister was ik sjagrijnig. Mooi moment om mezelf te trakteren op het boek De snor van Jozsef Kiprich van Michel van Egmond. In de liefde voor Feyenoord zijn persoonlijke sores van geen belang. Ik moet er nog in beginnen maar verheug me bovenmatig. Als het boek me teleurstelt dan past dat heel goed bij mijn onvoorwaardelijke liefde voor de club. Teleurstelling is onderdeel van die liefde. Daarom kijk ik ook altijd even hoe Feyenoord heeft gespeeld voordat ik Studio Sport aanzet. Bij verlies, vooral in een samenvatting van 10 minuten, word ik namelijk bloedsjagrijnig. Het boek van Michel van Egmond kan ik zonder dat ik het gelezen heb, iedereen aanraden. Vooral voor die zelfbenoemde godenzonen uit 020. Hand in hand!

The greatest of all time

I am Ali
I am Ali   DVD

De documentaire I am Ali gaat veel verder dan een opsomming van de grote successen uit de bokscarrière van Mohammed Ali. Begonnen als Olympisch kampioen veroverde hij drie keer de wereldtitel in het zwaargewicht. De titels en de daaruit voortvloeiende naamsbekendheid gebruikte hij om op de komen voor de zwarte gemeenschap in de wereld.
Ali was een intelligente en principiële man. Toen hij weigerde te vechten in de Vietnamoorlog werd zijn boks licentie ingetrokken en moest hij voor drie jaar de gevangenis in.

Joe Frazier, één van Ali’s latere tegenstanders, maakte zich sterk voor een terugkeer in de ring van de boks legende. In 1974 daagde Ali wereldkampioen George Foreman uit. Dit legendarische gevecht werd bekend als de the rumble in the jungle en vond plaats in Zaïre in het hart van Afrika. Foreman huldigde de opvatting dat the best way to deal with the world was to become a monster. Hij beschikte over de hardste stoot uit het circuit en sloeg al zijn tegenstanders knock out. Maar Ali –float like a butterfly en sting like a bee- beschikte over meer techniek, snelheid en uithoudingsvermogen en won het gevecht door een knock out in de achtste ronde.

In de documentaire I am Ali komen familie, vrienden en tegenstanders uitgebreid aan het woord. De interviews zijn vaak ontroerend. Zo krijgen we een goed beeld van Ali als sportman, echtgenoot, vader en broer. Hoewel Ali weinig respect toonde voor zijn directe tegenstanders wordt hij alom neergezet als een vriendelijk en sociaal mens, dat opkomt voor de zwakkeren in de samenleving.
Al tijdens zijn actieve bokscarrière openbaarde zich bij hem de Ziekte van Parkinson. Mohammed Ali is inmiddels 72 jaar en kan bijna niet meer praten.
De documentaire toont een prachtig beeld van de man achter de legende, die uitgroeide tot de grootste bokser ooit.

Bureau Sport kiest originele invalshoek

Bureau Sport
Bureau Sport
Sportprogramma’s met een originele invalshoek zijn dun gezaaid. Vroeger had je FC Avondrood, dat werd opgevolgd door Voetbal ’80. Later kwam
Hollands Sport
en tegenwoordig is Bureau Sport het origineelste sportprogramma van de Nederlandse televisie. Kenmerkend voor dit laatste programma is dat clichés keihard worden afgestraft en details soms tot hoofdzaken worden opgeblazen. Daarnaast worden mysteries en mythen in de sport ontrafeld. De presentatoren Erik Dijkstra en Frank Evenblij zijn nauwelijks geïnteresseerd in topprestaties of het breken van records. Het gaat hen vooral om de mens achter de sporter. Over de achtergronden bij dit programma hebben zij een boek geschreven met de gelijknamige titel Bureau Sport.

Het boek –genomineerd voor Sportboek van het Jaar 2014- bevat mooie interviews met o.a. Ben Johnson , Christo Stoitsjkov en Freek de Jonge. Op vrijwel elke bladzijde staat een scherp citaat of een mooie foto. Freek de Jonge over het WK van 1990 dat voor Nederland op een fiasco uitliep: “Achteraf heb ik gedacht; ik had Nederland wereldkampioen moeten maken. Leo verwachtte dat van mij”.

Vast onderdeel in het boek is de verhoorwagen, waar een sporter verantwoording moet afleggen over een cruciaal moment in zijn carrière. Zo krijgt Jan Jongbloed na het zien van de doelpunten in de finale tegen West-Duitsland, waarin de doelman niet naar de hoek dook, de vraag voorgeschoteld of hij misschien bang was voor een vies broekje, terwijl er een wereldtitel op het spel stond.

Youp van ’t Hek schrijft verschillende columns (“De finale der finales. WK ’74. Potje tegen de buren”) en van zijn hand is een verhandeling over de belangrijkste bijzaken in de sport opgenomen.

Bureau Sport is een heerlijk boek voor de sportliefhebber die oog heeft voor het verhaal achter de sporter en er geen bezwaar tegen heeft dat de beslissende momenten uit iemands sportcarrière met humor en relativeringsvermogen tegen het licht worden gehouden.

Moord in de Premier League

Philip Kerr - Transfermaand
Philip Kerr – Transfermaand

Philip Kerr is zo’n thrillerschrijver die nooit teleurstelt, sterke plots, sterke personages en mooie achtergronden of ze nu in het verleden of in de toekomst liggen. Transfermaand is een thriller die speelt in de van geld vergeven voetbalcompetitie van Engeland.

Scott Manson is assistent-trainer van London City, een fictieve club met een rijke Oekraïense eigenaar  en een charismatische, Portugese coach die de genen van Louis van Gaal en José Mourinho heeft meegekregen.

Bij een thriller hoort op z’n minst een lijk. Dat wordt gevonden na afloop van de wedstrijd tegen Newcastle United. Scott krijgt opdracht van zijn baas om uit te zoeken wie de moordenaar is, omdat de Oekraïner de politie liever niet over de vloer heeft. Zijn zoektocht leidt tot een verrassende ontknoping, maar  levert geen nagelbijtende spanning op

Het leuke van Transfermaand is de overtuigende schets van de voetbalwereld. Corruptie, voetbalvrouwen,  jaloezie en doelpunten in de laatste minuut. Snelle Jelle voor volwassenen. Het is een hele prestatie om een sport overtuigend neer te zetten in een boek en Kerr slaagt daar in.
Voor al die mannelijke sportliefhebbers die niet zo snel een boek lezen en vrouwen die het vak van voetbalvrouw ambiëren.

Kieft, waarschuwing van een junkie

KIEFT
KIEFT
Met een troosteloze en afwezige blik kijkt Wim Kieft je vanaf de omslag van het boek aan.
Ooit was hij een veelscorende spits bij Ajax, PSV en het Nederlands Elftal. De enige prijs die Oranje tot dusver heeft gewonnen, het EK van 1988, hebben we voor een belangrijk deel aan de blonde spits te danken. Op de rand van uitschakeling maakte hij toen de winnende treffer tegen Ierland. Tot wanhoop van de ex-voetballer wordt hij hier vrijwel dagelijks aan herinnerd. De hoofdpersoon praat niet graag over zijn voetballoopbaan , hij heeft wel iets anders aan zijn hoofd….`
Wie mocht denken dat het boek ‘Kieft’ (biografie is een te groot woord) over voetbal gaat slaat de plank lelijk mis. Het is vooral de periode na zijn actieve voetballoopbaan die uitgebreid wordt besproken. ‘Kieft’ is het verslag van een bittere strijd tegen drugs en in mindere mate alcohol. Twintig jaar lang is hij verslaafd geweest aan cocaïne. In die periode loog hij alles bij elkaar en jaste zijn hele kapitaal erdoor. Relaties liepen stuk. Hij kwam in de schuldsanering terecht en moest leven van nog geen twee tientjes per dag. Tijdens het lezen moest ik voortdurend denken aan het boek over Jan Ykema. De oud-topschaatser raakte na zijn carrière in dezelfde situatie verzeild als Wim Kieft.

Michel van Egmond heeft er met zijn mooie pen en geholpen door een openhartige Kieft, een lezenswaardig verhaal van gemaakt. Geen uitgesproken voetbalboek dus, maar meer een waarschuwing tegen de gevaren van langdurig druggebruik. Van Egmond heeft er wel voor gezorgd dat het geen aaneenschakeling van trieste verhalen is geworden, want er valt nog genoeg te lachen. Dit komt mede doordat Wim Kieft zijn leventje soms top op het bot relativeert.
Kieft: “Al die kutverhalen van voetballers over het zwarte gat. Rot op. Ik ben gaan gebruiken, omdat ik het lekker vond. En ik ben verslaafd geraakt, doordat ik het zolang ben blijven gebruiken tot ik niet meer zonder kon. Punt.”

Geen gezeik

9200000017454870De jongere generatie voetballiefhebber zegt de naam Jan Boskamp misschien weinig. De middenvelder won met het roemruchte Feijenoord uit de begin jaren 70 de wereldbeker en schopte het uiteindelijk tot international. Tot 1974 speelde de geboren Rotterdammer bij Feijenoord, daarna bouwde hij zijn carrière als speler en als trainer uit bij onze zuiderburen. Wim de Bock heeft de biografie geschreven met de toepasselijke titel  ‘Geen gezeik’.

Het verhaal wordt verteld in de ik-vorm. Uit alles blijkt dat Boskamp een voetbaldier is; hij staat ermee op en gaat ermee naar bed. Met het hart op de tong, type ruwe bolster blanke pit, is hij altijd zichzelf. Het Belgische RWDM wordt zijn club en als trainer behaalt hij drie keer het landskampioenschap met Anderlecht. Boskamp is een pure ‘voetbalbelg’ geworden en woont er al meer dan veertig jaar. Toch heeft hij nooit geschroomd om het buitenlandse avontuur aan te gaan. De Rotterdammer met het Belgische hart wordt een globetrotter en maakt als trainer lucratieve uitstapjes naar het Midden Oosten (Dubai en Koeweit) en Georgië.

Meest aangrijpende deel van het boek is het hoofdstuk waarin een gebeurtenis uit zijn privéleven wordt beschreven. Hij is getekend door dit drama uit zijn leven.

Sinds zijn pensionering is de Nederlandse Belg een graag geziene op de Vlaamse televisie en bij Voetbal International. In dit laatste programma wordt hij gekenmerkt door een bulderende schaterlach, een onvervalst Rotterdams accent en de losse handjes richting Rene van der Gijp, als hij de naam van een voetballer weer eens verkeerd uitspreekt en door zijn tafelgenoot wordt gecorrigeerd.

‘Geen gezeik’ heeft een ruim opgezette bladspiegel, een groot lettertype en leest vlot. Achterin het boek komen collega’ s en vrienden aan het woord. Ongecompliceerde lectuur voor in de vakantie of tijdens de lange zomeravonden.

Sven

SvenVlak voor het begin van de Olympische Winterspelen in Sotsji wordt de biografie over Sven Kramer gelanceerd. Johan Boef, zelf marathonschaatser, heeft het levensverhaal opgeschreven. Het is het verhaal geworden van een geboren winnaar. In chronologische volgorde krijgt de lezer de hoogte- en (enkele) dieptepunten van de schaatser voorgeschoteld. Het boek bevat prachtige kleurenfoto’ s en achterin staan de verschillende toernooien, kampioenschappen en tijden die Kramer heeft gereden.

Sven beschikt over een gezonde dosis talent en heeft een sterke focus.  In het boek komt duidelijk naar voren dat hij mentaal en fysiek sterk is. Het plezier om te trainen is een belangrijke voorwaarde om de top te halen.  De schaatser uit Heerenveen doet niets liever en staat bekend als een trainingsbeest. De schrijver is erin geslaagd om er een vlot lezend verhaal van te maken en blijkt uitstekend gedocumenteerd. De lijst met bronvermeldingen en geraadpleegde literatuur is lang.

Laat ik vooropstellen dat ik ‘Sven’ met veel plezier heb gelezen. Toch is het een gemis dat de hoofdpersoon in kwestie geen medewerking heeft verleend aan het boek. Wat Kramer buiten het schaatsen zoal bezighoudt komen we niet te weten. Ook zijn ouders, zijn huidige trainer Gerard Kemkers en zijn naaste concurrenten komen niet aan het woord. En dat is jammer.

Waar wel plaats voor wordt ingeruimd is Guido Berends. In zijn jeugdjaren de grote kwelgeest van de jonge Sven. Hij was een veel groter talent dan Kramer en de onderlinge verstandhouding was niet best. Waar Kramer steeds beter wordt, vooral wanneer de afstanden langer worden, blijft Berends stilstaan in zijn ontwikkeling. In een paginagroot artikel in de Leeuwarder Courant van 8 februari j.l. laat de tot beheerder van een autostalling omgeturnde schaatser zich nogal negatief uit over zijn concurrent van toen. Waarom hij daar zo uitgebreid de gelegenheid voor krijgt is me een raadsel, doch dit geheel terzijde.

De voor Kramer teleurstellende 10 kilometer van Sotsji is uiteraard niet in het boek opgenomen. Evenals zijn diskwalificatie op het NK in Amsterdam (de coolste baan van Nederland) en zijn operatie aan de luchtwegen. Daarvoor moeten we wachten tot de echte biografie over Sven Kramer uitkomt.

Zwart op Wit

sterrenNa Max Euwe en Jan Timman was Paul van der Sterren de Nederlandse schaker die het verste kwam in de kandidatenmatches. De Limburger werd twee keer Nederlands kampioen en vertegenwoordigde ons land regelmatig op de Schaakolympiade. Toch heeft hij nooit de status van Donner of Timman verworven.

Over zijn leven als schaker heeft heeft Van der Sterren een biografie geschreven met als titel ‘Zwart op Wit.’ Uitgangspunt voor het kloeke boekwerk van meer dan 500 bladzijden vormt het archief met 3.000 partijen. Wat had ik deze twee kilo zware stoeptegel graag op een tablet gelezen, maar dit geheel terzijde. De schrijver heeft geen uitputtende analyses gemaakt, maar gebruikte een selectie van de partijen om zijn chronologische verhaal te ondersteunen.

Kort na zijn studie rechten in Amsterdam besloot Van der Sterren van schaken zijn beroep te maken. Dat ging niet zonder slag of stoot. Hij stond niet direct bekend als een supertalent, eerder als een noeste werker met een gezonde aanleg voor schaken. Om in zijn onderhoud te voorzien nam hij deel aan lucratieve weekendtoernooitjes, serieuze invitatietoernooien en de clubcompetitie. Verder leverde hij bijdragen aan tijdschriften, schreef boeken en gaf zo nu en dan een simultaan.

Zwart op Wit is een indringend psychologisch portret geworden, waarbij alle facetten die bij het schaken als beroep een rol spelen, worden uitgediept. De schrijver spaart zichzelf niet en toont openlijk z’n zwakke kanten. Aanvankelijk zag hij teveel op tegen topspelers. Gedurende z’n gehele carrière had hij last van spanning en stress. Een ander probleem was zijn faalangst en het misgrijpen op de beslissende momenten. Dat Van der Sterren niet eerder de pijp aan maarten gaf en nog zover gekomen is mag een wondertje heten. Karakter, keihard werken en doorzettingsvermogen hebben van hem toch een topschaker gemaakt, die op 33 jarige leeftijd de grootmeester titel in de wacht sleepte.

Het boek is niet alleen interessant voor schakers, maar ook voor dammers, bridgers, sporters en voor iedereen die graag een levensverhaal leest. Dat Van der Sterren over een uitstekende schrijfstijl beschikt is mooi meegenomen. Over de partij tegen John van der Wiel, waarin hij de nationale titel verspeelt schrijft hij:

Er is veel sympathie voor me na het zeldzaam wrede slot van deze partij. Toch kan ik me niet herinneren dat ik er, in laten we zeggen mijn ” waakbewustzijn “, zo vreselijk onder geleden heb. Overdag sluit je geest zich blijkbaar af voor dingen die te groot en te erg zijn om te bevatten. Maar ’s nachts komen ze zo nu en dan wel aan de oppervlakte en natuurlijk zijn ze ondertussen ongezien bezig om ergens diep in je ziel hun stempel te zetten”.      

Op 45-jarige leeftijd zet Van der Sterren een punt achter zijn actieve loopbaan als topschaker. De accu is leeg en het lijkt bijna een verlossing…