Categorie archief: Waar gebeurd

Verbijsterend Rusland

waterdrinkerWaterdrinker is tegen wil en dank correspondent in Rusland, want hij schrijft liever fictie. Of zoals hijzelf zegt, mijn baas wil de toekomst, ikzelf wil het verleden. Zijn romans worden nauwelijks verkocht, laat hij regelmatig met een lichte mopper weten in deze geweldige bundel journalistieke verhalen.

Waterdrinker spreekt vloeiend Russisch en drinkt als een Rus. Met deze eigenschappen weet hij in alle hoeken van het land prachtige, schrijnende en absurde verhalen op te tekenen.
In Tsjaikovskistraat 40 vertelt hij over de aankoop van een appartement in Sint Petersburg. Het vier verdiepingen tellend pand stamt uit de 18e eeuw en als een archeoloog legt hij de geschiedenis bloot van dit statige bouwwerk. Na de revolutie werden de appartementen opgedeeld in kommunalka’s, gemeenschappelijke woningen voor meerdere gezinnen, slechts gescheiden door dunne gipswanden. Rijke Russen proberen de kommunalkabewoners uit te kopen om in luxe te leven, omgeven door grandeur. De derde verdieping is nog zo’n kommunalka. Het verschil tussen de derde verdieping en de andere verdiepingen ligt in de kakkerlakken en het dedain van andere bewoners over deze armoedzaaiers. Eén van de bewoners is gaan zwerven en spoorloos. Zolang hij niet getekend heeft, kan het niet verkocht worden. Hij mag ook gewoon dood zijn, maar hoe weet je of iemand niet meer leeft als je niet weet waar hij is?

In dit verhaal en alle andere verhalen laat Waterdrinker zien dat hij een verrassende stilist is. Trefzeker, enthousiast en aanstekelijk. Zijn weergave van de dialogen en zijn zelfspot zijn uiterst genietbaar.
Als toegift staan er nog drie korte verhalen van hem in de bundel. Deze vond hij onderin een doos terug nadat hij jarenlang dacht dat ze verloren waren gegaan dankzij Nadja, een schoonmaakster aangenomen door zijn vrouw. Nadja deed haar werk in zijn appartement in Moskou. Haar geneurie van psalmen, sterke lichaamsgeur en haar onaantrekkelijkheid maken dat Waterdrinker op zoek gaat naar een vervangster:

Een Moskouse kennis van mij vertelde dat de gezinshulp die hij drie dagen per week had – een vlijtig meisje uit de Filipijnen – nog een paar extra opdrachtgevers zocht.
Dat leek me wel wat.
‘Over mijn lijk!’protesteerde mijn vrouw vanuit Petersburg.
‘Waarom niet?’
‘Viespeuk!
Julia had zich buiten mij om in verbinding gesteld met de echtgenote van de vriend en een digitale foto van de Filipijnse huishoudster opgevraagd. Ze bleek een soort fotomodel met een verdorven oogopslag.

Eigenlijk is Julia daarmee verantwoordelijk voor het verlies van een twintigtal verhalen. In haar opruimwoede had Nadia zijn schriften bij het oud papier gegooid.

Meestal schrijf ik op dit blog over nieuwe boeken, maar De Correspondent (uit 2013) verdient een groot publiek en daar draag ik graag een steentje aan bij. Voor iedereen die die meer wil weten over het enorme en verbijsterende Rusland, dat nu al jaren het nieuws beheerst.

Meer over Rusland? Lees dan het blog over de biografie van Edward Limonov. Of dit interview met Waterdrinker:

https://vimeo.com/114892122

Met de kont aangekeken

Met de kont aangekeken: Gerard Popkema
Met de kont aangekeken:
Gerard Popkema

Tegenwoordig is Jubbega een dorp als alle ander dorpen in het zuidoosten van  Friesland. Maar wel een dorp met een bijzondere geschiedenis, waarbij de kenmerken uit vroeger tijden nog altijd zichtbaar zijn. In Met de kont aangekeken schrijft Gerard Popkema het verhaal over de ontwikkeling en de opbouw van Jubbega van eind 19e eeuw tot heden.

Tussen de inwoners van het dorp en de mensen die in de wijken woonden, bestonden grote sociale verschillen. De Kompenijster leefden aan de rand van het dorp in holen, krotten en lemen hutten, die half in de grond werden gegraven. Ze woonden soms met wel vier generaties in één hut. Een geit of schaap ging mee naar binnen om nog wat warmte te hebben. Ze waren arm, hadden vaak geen werk en de hygiëne was ver te zoeken. Door de dorpsbewoners en de boeren in de streek werden ze met de kont aangekeken, maar ook door overheden en instanties. De gemeente Schoterland en later Heerenveen (1934),  waar Jubbega onder viel, boden geen hulp. Merkwaardig genoeg leken De Kompenijsters de armoedige omstandigheden waarin ze leefden te koesteren.

De Kompenijsters waren een bijzonder volk: onaangepast, recalcitrant en destructief, maar ook trots, eigenzinnig en zelfredzaam. Gerard Popkema heeft deze geschiedenis in romanvorm opgeschreven en het boek leest vlot. De schrijver interviewt verschillende mensen, waaronder zijn moeder, enkele echte Kompenijsters  en Jubbegasters. Jammer genoeg laat niet iedereen het achterste van zijn tong zien, deels uit schaamte.         Popkema heeft veel geciteerd uit het boek Jubbega; De geschiedenis van de Kompenije tot 1940 van Siebrand Krul. Dit boek is het resultaat  van grondig wetenschappelijk onderzoek.

Door de Jubbegaster voormannen Jelle van Dam en Jochem van Alberda  zijn voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de opbouw van deze bevolkingsgroep. Ze maakten er hun levenswerk van. Door hun inzet en met hulp van politiek Den Haag, is het lot van de Kompenijsters sterk verbeterd. De komst van sociale woningen, werkverschaffing, de Ambachtsschool en een buurthuis hebben hier in belangrijke mate toe bijgedragen.

In het eerste hoofdstuk schrijft Gerard Popkema:

 “Ik had besloten hier naar toe te gaan om sporen van vroeger tijden te ontdekken. Tijden van armoede, afbraak en wederopbouw. De geschiedenis van een mysterieus, wild volk dat geminacht werd, te doorvoelen en te begrijpen. Een verhaal vol vreemde gebeurtenissen en omstandigheden. Over onbegrip en onwil. Maar ook over ontroering en onbevangenheid. Over mensen dus. Dat verhaal wilde ik horen en in een vorm gieten”.

Voor mij als geïnteresseerde leek is de schrijver erin geslaagd deze geschiedenisles goed over te brengen.

 

As in tas

 

As-in-tas
As in tas: Jelle Brandt Corstius

Vroeger luisterde ik vaak naar Welingelichte kringen, een opiniërend radioprogramma van de VPRO. Hugo Brandt Corstius had hierin een gesproken column, die vaak voor de nodige opschudding zorgde. Daarnaast schreef hij o.a. voor Vrij Nederland, de Volkskrant en NRC handelsblad. Hij gebruikte wel zestig pseudoniemen. In 1985 weigerde de toenmalige minister van cultuur de hem toegekende P.C. Hooft-prijs uit te reiken. Twee jaar later werd dit rechtgezet.

Elk voorjaar maakt Jelle Brandt Corstius een fietstocht met zijn vader Hugo. Langer dan twee dagen duren die tochten nooit. Anders krijgen ze ruzie. Kort na het overlijden van zijn vader (dementie) klimt Jelle Brandt Corstius opnieuw op de fiets voor een reis van ruim 1600 kilometer, met als eindbestemming de Middellandse Zee. Hij heeft de as van zijn vader in de fietstas met de bedoeling deze uit te strooien in zee.

Het boek As in tas van Jelle Brandt Corstius is een reisverhaal. Doel van de reis is om herinneringen op te halen aan zijn vader. Wat was het voor vader? Was hij in staat om drie jonge kinderen op te voeden toen de moeder plotseling wegviel. Hoe zat het met zijn didactische kwaliteiten. Op een openhartige manier heeft Jelle Brand Corstius zijn herinneringen op papier gezet.

Hugo Brandt Corstius was geen gemakkelijke man. Sociaal wenselijk gedag was hem vreemd. Wat andere mensen van hem dachten interesseerde hem niet. Hij noemde zichzelf een asperge. De momenten waarop Jelle Brandt Corstius zich (als puber) schaamde voor zijn vader, lopen als een rode draad door het boek: 

s Avonds, als mijn vader een smerig vegetarisch gerecht voor zich had staan, zei hij altijd, terwijl de serveerster wegliep: Wat heeft zij een dikke kont.  En altijd net te hard, zodat de serveerster het kon horen. Dat had ik maar te accepteren: Wie een leuke tijd wilde doorbrengen met mijn vader moest de pesterijen voor lief nemen. 

Daartegenover staat de bewondering voor zijn vader, die hij wel degelijk had. Zijn vader zou de hele reis, inclusief het verstrooien van de as, potsierlijk hebben gevonden. Het liefst had hij gezien dat zijn lijk in een vuilniszak bij de weg was gezet. Zo is het niet gegaan. Jelle Brand Corstius is er in dit persoonlijke reisverslag in geslaagd de liefde voor zijn vader  kenbaar te maken. Het heeft een prachtig boekje opgeleverd vol anekdotes en absurditeiten.

De eenzame schaatser

hans van helden boekomslagHij had de beste schaatser ooit kunnen worden. Pech, tegenwerking van trainers en een moeilijk karakter blokkeerden de weg naar een wereldtitel en Olympisch goud. Het is de grote frustratie van zijn leven. Dromen over belangrijke schaatswedstrijden doet hij nog steeds en vaak wordt hij badend in het zweet wakker. De in het Brabantse Almkerk geboren Hans van Helden stelde zijn leven geheel  in dienst van het schaatsen besloot in Heerenveen te gaan wonen in een caravan naast ijsstadion Thialf.

Bij toeval loopt Erik Dijkstra de hoofdpersoon tegen het lijf in het restaurant van Thialf. Dijkstra wil graag een interview maken met de mysterieuze schaatser, maar Van Helden voelt daar niets voor. Even later is hij vertrokken en staat Dijkstra met lege handen. De hele figuur Hans van Helden is met een waas van mystiek omgeven en Dijkstra is gefascineerd geraakt door de schaatser. Vanaf dat moment start hij een zoektocht naar de Nederlandse Fransman , die zich in de jaren ’80 in Frankrijk heeft gevestigd.

Van Helden is dan niet de beste, maar wel de mooiste schaatser ooit. Hij beschikt over een fluwelen techniek en stoot Ard Schenk van de eerste plaats op de Adelskalender o.a. door ruim drie! seconden sneller te schaatsen op de 1500 meter. Hij wordt Nederlands kampioen, behaalt een aantal Olympische medailles en heeft een lange carrière. Zo duelleert hij eind jaren zestig met Elfstedentochtwinnaar Jeen van den Berg in marathonwedstrijden en is hij als 39-jarige present op de Olympische spelen van Calgary 1988, waar Yvonne van Gennep drie gouden medailles wint.

Hoe sterk is de eenzame schaatser is een prachtig portret geworden van een man die in alles zijn eigen weg gaat. Het is de oprechte bedoeling van de schrijver een eerbetoon aan een markant schaatser te brengen. Dat is in mijn ogen ook uitstekend gelukt. Hans van Helden echter vindt dat hij te negatief wordt afgeschilderd en besluit Erik Dijkstra voor de rechter te slepen. Op het laatste moment wordt deze dagvaarding weer ingetrokken. (Betere reclame is er niet!)

De schrijver heeft voor deze niet geautoriseerde biografie familie, vrienden en schaatstrainers van Van Helden gesproken en spitte duizenden krantenartikelen en andere media door. Uiteindelijk vindt hij de hoofdpersoon in (Zuid) Frankrijk en neemt een drie uur durend interview af.

Een biografie over deze bijna vergeten schaatsheld is zeker gerechtvaardigd en een must read voor ondergetekende, die is opgegroeid op een steenworp afstand van Thialf.

Wat een man!

Jean – Bart Jungmann

Tien jaar lang woonde hij in een kasteel en werd de koning van Limburg genoemd. Van Limburg én omstreken voegde hij er zelf altijd fijntjes aan toe. Volkskrant journalist Bart Jungmann heeft de biografie geschreven met de titel ‘Jean’. De ondertitel van dit boek zou kunnen luiden: Van kasteelheer tot zwerver.

In het voorwoord van wielerliefhebber Bert Wagendorp wordt Jean Nelissen (1936-2010) neergezet als een aimabele Limburger, larger dan live en voortdurend bezig met z’n eigen mythevorming. Na een korte carrière als wielrenner stort Jean Nelissen zich met hart en ziel op de journalistiek. Hij ontwikkelt zich tot een  nieuwsterriër, een geboren journalist die voortdurend op zoek is naar primeurs. Nelissen werkt niet bij de krant om vrienden te maken en is nooit te beroerd om met een primeur van een collega aan de haal te gaan. ‘De Neel’ heeft een enorme geldingsdrang en wil scoren. Soms wordt hem onbetrouwbaarheid verweten, omdat hij de waarheid mooier of lelijker maakt en halve leugens verkondigt.

Op het toppunt van zijn roem bewoont hij Kasteel Geulzicht. De kasteelheer heeft 42 kamers tot zijn beschikking. Als hij ’s morgens naar de krant gaat om een stukje te schrijven heeft hij 30 schilders aan het werk. Het onderhoud van het Kasteel kost hem handen vol geld en heeft misschien wel tot zijn financiële ondergang geleid.

Vanaf 1979 verslaat hij samen met Mart Smeets de Tour de France. Smeets leert hem kennen als een groot vakman die Nederland het wielrennen heeft bijgebracht. Een chroniqueur en verhalenverteller met een mooie stem. Toch was het niet allemaal rozengeur en maneschijn. Smeets leerde meer en meer de donkere kant van Nelissen kennen. Het geheim dat deze bourgondische Limburger lang met zich mee droeg betekende uiteindelijk zijn ondergang. Gevraagd naar een beschrijving van Jean Nelissen komt Smeets tot de volgende woorden: Wat een man, jezus wat een man!

Bart Jungmann is diep in de archieven gedoken en heeft er een mooi verhaal van gemaakt. Het boek is niet alleen een prachtig portret van het veelbewogen leven van een mijnwerkerszoon. Ook de mijnbouw in Limburg en de opkomst van de sportjournalistiek in de jaren 50 wordt goed beschreven. De lezer veert voortdurend mee met de hoofdpersoon en voelt zowel bewondering als medelijden. Maar de bewondering overheerst als met tegenzin de laatste bladzijde  wordt omgeslagen. Je denkt alleen nog maar: Wat een man!

 

Don Leo

Don Leo blog
Don Leo – Bert Nederlof

Al op elfjarige leeftijd spreekt een Rotterdams jongetje de wens uit voetbaltrainer te willen worden. In 2015, na een periode van vijftig jaar zet Leo Beenhakker een punt achter zijn imposante trainerscarrière. De markante trainer vertelt zijn levensverhaal aan Bert Nederlof in de biografie Don Leo.

Als klein jongetje bezoekt Beenhakker aan de hand van zijn vader de wedstrijden van Feijenoord in de Kuip. Daar komt  abrupt een einde aan als zijn vader op 39-jarige leeftijd sterft. Vanaf dat moment is het armoe troef in huize Beenhakker. De school interesseert de jonge Beenhakker weinig. Na enkele kortstondige baantjes besluit hij zich vol op het trainersvak te storten. Al spoedig dient de eerste profclub zich aan, hij wordt hoofdtrainer van Veendam.

In Don Leo worden vervolgens alle vijftien profclubs waar Beenhakker heeft gewerkt, alsmede zijn uitstapjes als bondscoach, chronologisch besproken. Kort nadat hij bij Volendam is ontslagen staat plotseling Real Madrid op de stoep. Je gelooft het niet. Deze man moet wel over een enorm netwerk hebben beschikt. Bij de meeste clubs wordt Beenhakker ontslagen of neemt zelf ontslag. Vrijwel geen enkel contract dient hij uit. Tijd om bij te komen heeft hij niet. Bij thuiskomst rinkelt meteen de telefoon en de volgende werkgever dient zich aan.

Het boek leest heerlijk weg en Beenhakker ontpopt zich als een goede verteller. Zijn grote kracht als trainer is dat hij de uitdaging niet schuwt en van spelers met verschillende achtergrond en cultuur een hecht team weet te smeden. De Rotterdammer is een mensenvriend en met de meeste spelers kan hij nog goed door één deur. Ook met Johan Cruyff, met wie hij in 1980 een flinke aanvaring heeft. Beenhakker is op dat moment hoofdtrainer bij Ajax en Cruyff neemt plotseling naast hem plaats in de dug out om het wisselbeleid van de coach aan de kaak te stellen. Het is een publieke vernedering. Alleen met opgewonden standje Hugo Sanchez en assistent trainer van het Nederlands Elftal Nol de Ruiter is het nooit meer goed gekomen.

Op de achterflap lezen we dat Beenhakker bekend staat om zijn gevoel voor humor. Dat er dan zo weinig anekdotes in het boek staan is een gemiste kans. Een beetje storend is het door Beenhakker gebezigde populaire taalgebruik. Zinnen als: Dat dus, Hebbie um, Toch?, Mis ik wat en Kan ik u melden is het gebruik van de Nederlandse taal op z’n lelijkst.

Los van deze kritische noot is deze schelmenroman een feest van herkenning voor de al wat oudere voetballiefhebber. Alle spelers van vroeger komen nog een keer langs. Het boek bevat enkele fraaie kleurenfoto’s. Achterin staat het uitgebreide en indrukwekkende cv van Leo Beenbakker, waar waarschijnlijk geen enkele trainer ter wereld aan kan tippen.

Turbulentie

TurbulentieTurbulentie is evenals Toen ik uit de lucht viel het verhaal van de enige overlevende van een vliegramp. In beide verhalen gaat het om een jonge vrouw die een aantal dagen moet wachten op redding. Zo’n relaas intrigeert: hoe spelen ze het klaar om het hoofd helder te houden en de juiste beslissingen te nemen om het na te kunnen vertellen? Hoe pakken ze daarna de draad weer op, na alles wat ze hebben meegemaakt en terwijl ze volop in de schijnwerpers staan?

Waarschijnlijk heb ik in 1992 niet goed opgelet, want er was in de pers heel wat aandacht voor Annette Herfkens en haar redding, en ik kan me er niets van herinneren. Dat zij er nu pas over schrijft heeft te maken met recente vliegrampen, waaronder die met Ruben als enige overlevende. Zij wilde duidelijk maken dat het neerstorten zo snel gaat dat je er niet veel van meekrijgt en ook wilde ze Ruben beschermen tegen teveel media-aandacht.

Annette Herfkens was in 1992 bankier. Zij en haar vriend Willem van der Pas, bijgenaamd Pasje, reisden veel voor hun werk en waren eindelijk weer eens in de gelegenheid om samen te zijn, in Vietnam. Willem plande een romantisch tochtje naar de kust en haalde Annette over om in een klein vliegtuigje te stappen, ondanks haar claustrofobie. Door nog steeds onbekende oorzaak stortte het toestel neer. Annette, die als enige niet in de gordel zat, overleefde; Pasje stierf met een glimlach op zijn gezicht.

Twee andere overlevenden gingen eveneens vrij snel dood en Annette bleef alleen achter tussen de lijken en de wrakstukken. Bewegen ging nauwelijks door haar vele verwondingen. Het lukte haar 6 dagen lang om op water te overleven, terwijl ze in een bijzondere bijna-doodtoestand kwam.

Turbulentie_20-GeredHoe ze werd gevonden, naar de bewoonde wereld is vervoerd en na lange tijd grotendeels herstelde van haar verwondingen is te lezen in Turbulentie. Duidelijk is wel dat er geen sprake is van ‘en ze leefde nog lang en gelukkig’. Om te beginnen moest ze verder zonder haar Pasje en herstellen van ernstige verwondingen, maar ook op andere gebieden kreeg zij het nodige voor haar kiezen. Door het verhaal heen zijn vele flashbacks verweven en ze laat familie en andere omstanders aan het woord. Het ongeluk en vooral de spirituele ervaringen die zij beleefde toen ze zwaargewond in de jungle lag hebben haar leven veranderd en het is bewonderenswaardig hoe positief en nuchter ze alles wat haar overkomt het hoofd biedt. Bovendien leest het boek als een trein.

Maarten ’t Hart over zijn moeder

De moeder van Maarten ’t Hart had hem uitdrukkelijk verzocht tijdens haar leven niet over haar te schrijven. Dit embargo werd automatisch opgeheven nadat zij een paar jaar geleden op tweeënnegentig jarige leeftijd overleed. Om in de roman Magdalena een liefdevol portret te zien moet je als lezer wel heel erg je best doen. De schrijver heeft de merkwaardige karaktertrekken van zijn moeder nauwkeurig blootgelegd.

Moeder Lena (1920) groeide op in een streng gereformeerde gemeenschap in Poeldijk. Haar vader was een huistiran van de buitencategorie. Over haar kinderjaren sprak zij eigenlijk nooit en het is aan de grootmoeder van de schrijver te danken dat hij nog iets te weten is gekomen over zijn moeder. De moeder van Lena had namelijk de onhebbelijke gewoonte het woord te nemen en dat niet meer af te staan. Ze leed aan een ongeneeslijke babbelzucht en tetterde onophoudelijk voort.

Een steeds terugkerende en ook merkwaardige eigenschap van moeder Lena die uitmondde in een soort waanidee, was dat zij dacht dat haar man voortdurend vreemd ging. In werkelijkheid was hiervan geen sprake.
Vreemd was ook dat zij Maarten aanvankelijk verbood de HBS te bezoeken. Tot huilen toe heeft ze geprobeerd dit te voorkomen. Het doorleren was “nergens voor nodig”, een uitdrukking die ze bij alle initiatieven die haar zoon ontplooide, gebruikte. Ze had er een handje van om overal een domper op te zetten. Zo werd de schrijver te verstaan gegeven dat het poetsen van de tanden volstrekt overbodig was. De tandenborstel die de jonge Maarten van zijn zuur verdiende centjes had aangeschaft, werd in tweeën gebroken. Volgens goed gebruik kon je beter de tanden weg laten rotten om zodoende, liefst nog voor je trouwen, een kunstgebit te nemen. “Geen denken aan” was een andere geliefde uitspraak. “Mijn moeder was oppermachtig, het was eenvoudigweg ondenkbaar om ook maar enige door haar gestelde regel te overtreden.

Aan de hand van zestien mooie verhalen schetst de schrijver een goed beeld van zijn moeder. Een vrouw die gevangen zat in de ongehoord strenge leer van het gereformeerde geloof. Een vrouw ook die bang en vreugdeloos was en aan waanideeën leed. Maar ook een slimme en bescheiden vrouw die hard werkte, zorgzaam was en trouw. Dit prachtige boek over een liefdevolle moeder met bizarre trekjes vormt een nieuw hoogtepunt in het oeuvre van deze geweldige schrijver. Het wordt tijd dat Maarten ’t Hart wordt voorgedragen voor de P.C. Hooft-prijs.

Myrthe van der Meer

Myrthe van der Meer
Myrthe van der Meer

Van de schrijfster Myrthe van der Meer hoorde ik voor het eerst in het programma ’24 uur met’, waarin Theo Maassen een etmaal met een gast doorbrengt. Druk pratend en scherp formulerend gooide ze er een filosofische uitspraak uit: “ Iedereen streeft naar geluk, maar geluk is niks. Het gaat om tevredenheid. Geluk kun je niet vasthouden, tevredenheid wel.”

In 2012 brak Myrthe van der Meer (pseudoniem) door met het boek Paaz. In deze autobiografische roman beschrijft ze haar vijf maanden durende verblijf op de psychiatrisch afdeling van een ziekenhuis. Op de dag dat ze enthousiast naar het eindgesprek met haar psychiater gaat om daarna (eindelijk) naar huis te kunnen, gaat het mis. Hier begint de opvolger van PAAZ getiteld UP (Urgente psychiatrie). Dit boek is gebaseerd op alle ervaringen die de schrijfster in de verschillende uithoeken van de psychiatrie, waaronder de Paaz, opdeed. Tijdens haar opnames neemt ze de pen al ter hand, zodat ze vaak een merkwaardige dubbelrol vervult van toeschouwer en patiënt.

De vaste psychiater van Emma, mevrouw Visser, komt niet opdagen voor het eindgesprek, omdat haar man plotseling is overleden. De vervanger weet van niets en reageert als iemand die het verkeerde dossier voor zijn neus heeft. Na dit onverkwikkelijke gesprek raakt hoofdpersoon Emma volledig van slag.
Dit resulteert in een nieuwe ‘paazvakantie’, ditmaal op de open afdeling. Opnieuw raakt ze verstrikt in de molen van pillen, verpleegkundigen, psychologen en psychiaters. Ook wordt er een nieuwe diagnose gesteld: manische depressiviteit met een lichte vorm van Asperger. Wanneer haar vaste psycholoog meedeelt dat de Paaz geen hotel is waar ze voortdurend terug kan keren en dreigt met een opname op de longstay afdeling , ziet Emma het niet meer zitten.

“Psychiatrische opnamen zijn niet alleen maar leuk. Ze geven veel, maar ontnemen je misschien nog wel meer. Je eigenwaarde bijvoorbeeld. Je werk, je vrienden en ook familie drijft soms langzaam maar gestaag van je weg.”

De schrijfster geeft op indringende wijze een inkijkje in de vaak verborgen wereld van de psychiatrie. Net als in haar eerste boek is deze psychiatrische roman met vaart, humor en relativeringsvermogen geschreven. En dat is knap voor zo’n zwaar onderwerp, waarop maatschappelijk gezien nog steeds een taboe rust.

Bizar banken boek

mijnboek
Dina Eringa

Joris Luyendijk
Joris Luyendijk

Was het echt zo erg de financiële crisis in september 2008? Is de wereld langs een de afgrond gescheerd?

In het boek Dit kan niet waar zijn van Joris Luyendijk stelt hij zich de vraag: kan dit weer gebeuren? Dat een grote wereldwijd vertakte bank failliet gaat, het financiële systeem tot stilstand komt en instort. Niemand heeft nog geld, de handel bevriest en dus de voedselbevoorrading. Wat gebeurt er als honderden miljoenen mensen horen dat supermarkten geen voedsel meer krijgen, tankstations geen benzine meer en apotheker geen medicijnen? De totale ontwrichting.

Omdat te onderzoeken richt hij zich op de City in Londen en interviewt mensen die bij banken werken voor zijn blog in The Guardian.

Veel van de geïnterviewden willen dit alleen anoniem doen omdat ze anders de volgende dag hun baan kwijt zijn en letterlijk binnen 5 minuten op straat worden gezet. Niet dat hun baan nu safe is, want mensen die in de City werken kennen geen ontslagbescherming.
Je buurman neemt de telefoon op, zegt: “Good luck everyone” en is verdwenen, voor altijd. Of een collega belt je op je bureau ”Kun je even mijn jas en tas komen brengen?” Zij staat buiten en mag er niet meer in.

Niet dat iedereen bitter is dat dit hem overkomt hoewel men altijd loyaal is geweest en zich ten volle heeft ingezet voor de bank en bereid was lange dagen te maken.

Anderen zijn zich wel bewust van wat er gebeurt maar blijven er werken, omdat men het gigantische salaris nodig heeft om een gezin te onderhouden, de kinderen naar de privé school te sturen en de hoge woonlasten in Londen te kunnen betalen.

Uit de gesprekken die Joris Luyendijk heeft met de mensen in uiteenlopende functies zoals hoofd personeelszaken, toezichthouders, superquants en de Bankier van 1 Miljoen rijst een beeld van de bankwereld op als een eilandenrijk in de mist. Waar de top niet weet wat er binnen zijn eigen bank gebeurt en op welk niveau er cruciale beslissingen worden genomen.
Winstmaximalisatie staat voorop. Of zoals een toezichthouder zei: “Het echte gevaar is niet dat het management dingen verborgen houdt. Het echte gevaar is dat het management zelf niet weet wat de risico’s zijn. Omdat ze dit niet zien of omdat mensen ze verborgen houden. Wat goed is voor de bank en het land hoeft niet parallel te lopen met het kort termijn belang van de individuele bankiers

Joris Luyendijk schrijft in een prettige, heldere stijl en dat nodigt uit om door te lezen ondanks alle financiële termen. Na lezing van het boek hield ik een onbestemd gevoel over. Vooral nu kranten weer schrijven over bonussen voor bankiers vraag ik me af of de bankwereld ook maar iets van de crisis heeft geleerd. Een boek dat iedereen zou moeten lezen.

Voor een interview met Joris Luyendijk:

tegenlicht