Tagarchief: Autobiografie

Ik en Konstantin Paustovski

Nogal aanmatigend de titel boven dit blog, als eenvoudige blogger kan ik nog niet eens in de schaduw van zijn interpunctie staan, maar toch wil ik wat kwijt over een van mijn mooiste leeservaringen in mijn zevenenvijftig jarige leven.

paustovskij

Ergens begin jaren tachtig begon ik als invaller in de bibliotheek van Sneek dat toentertijd in het huidige gemeentehuis op de Marktstraat zat. Op mijn eerste werkdag kwam ik tijdens het opruimen het boek Verre jaren tegen.

Nu kan het niet meer, maar in die tijd was het niet vreemd als je als bibliotheekmedewerker er even bij ging zitten om een stuk te lezen in een boek. Ik werd meteen gegrepen door de prachtige stijl en het gevoel het Rusland van eind 19e eeuw binnen te stappen.

Vanzelfsprekend nam ik het boek mee naar huis om een paar dagen later het eind te naderen. Geen nood, het tweede deel van deze autobiografie Onrustige jeugd stond de week daarvoor nog in de kast.

In de bibliotheek had ik geen tijd om het boek uit de kast te halen omdat er meteen een lange rij bij de balie stond (voor de millennials even een terzijde, vroeger werd alles met de hand door de bibliotheekmedewerkers uitgeleend). Opeens werd daar Onrustige jeugd voor me neergelegd, het boek dat ik beslist zelf wilde lenen. In wat waarschijnlijk maar een fractie van een seconde duurde, bedacht ik allerlei redenen waarom de klant dit boek niet mocht of kon lenen. Geen van die redenen gaf mij genoeg grond om met een staalhard gezicht de klant teleur te stellen. De teleurstelling was voor mij.

Dezelfde dag ben ik naar de boekhandel gegaan en heb toen alle beschikbare delen besteld. Daarna heb ik wekenlang meegewandeld met Paustovski, heb ik gezien wat hij zag, heb ik geschiedenis voorbij zien komen, van het tsaristische Rusland tot diep in de Sovjet Unie, heb ik genoten van een ongeëvenaarde leeservaring.

paustovskiEn nu is daar ineens Goudzand. Verhalen, dagboeknotities en brieven van Paustovski. Zeshonderd pagina’s wederom door de voortreffelijke Wim Hartog vertaald.

Zeshonderd pagina´s waar ik mij de komende tijd in ga verliezen, dus van mij hoeft u voorlopig geen blog te verwachten. Tot horens.

Heftig kleinood – Wij de wilden

Wij de wilden
Wij de wilden

Amerikaan Justin Torres schreef met het semi-autobiografische Wij de wilden een verhaal dat je meteen de wereld van drie broers intrekt om je pas op het eind ademloos los te laten.

De verteller is bijna 7 jaar en naamloos. De wij uit de titel zijn hij en zijn twee oudere broers die in armoedige omstandigheden opgroeien in een gezin waarin geweld en liefde elke dag een strijd aangaan. Hun ouders zijn als tieners getrouwd, vader is van Puerto Ricaanse afkomst, moeder is blank.

De korte hoofdstukken beleef je door de ogen van het kind. Torres weet zijn stem zo overtuigend neer te zetten, dat je bijna fysiek aanwezig bent. Dat een kind niet alles kan bevatten en je als lezer wel begrijpt wat er aan de hand is, maakt het ritmisch vertelde verhaal schrijnend en een heftig kleinood.

Om een indruk te geven van het ritme de bijzondere stijl de eerste regels van het boek:

“We wilden meer. We sloegen met de achterkant van onze vork op tafel, tikten met onze lepel tegen ons lege kommetje; we hadden honger. We wilden meer lawaai, meer tumult. We draaiden aan de volumeknop van de televisie totdat onze oren pijn deden van het geschreeuw van boze mannen. We wilden meer muziek op de radio; we wilden beats; we wilden popmuziek. We wilden spieren op onze magere armen. We hadden vogelbotjes, hol en licht, en we wilden meer massa, meer gewicht. We waren zes graaiende handen, zes stampende voeten; we waren broers, jongens, drie kleine koningen verstrikt in een strijd om meer.”

Logboek van een onbarmhartig jaar

Hij is de enige die mijn lichaam tot bedaren kan brengen en hij is dood. Rouw is verliefdheid zonder verlossing. Ik ben panisch zonder hem”.

Op 11 maart 2010 overleed de bekende politicus Hans van Mierlo. In Logboek van een onbarmhartig jaar doet Connie Palmen op indringende wijze verslag van het rouwproces waarin ze verkeert na het overlijden van haar man. Ze voelt zich ontzet, ontregelt en verminkt zonder haar geliefde. De schrijfster ‘woont’ in de xxl truien van haar man en komt aanvankelijk nauwelijks haar bed uit. Lezen lukt helemaal niet en pas na 48 dagen neemt ze de pen weer ter hand.

Logboek van een onbarmhartig jaar is een kroniek van de rouw geworden. Palmen beschrijft het zelfverlies dat de dood van een geliefde met zich meebrengt. Voordat ze haar ervaringen op papier zet heeft ze zich uitgebreid verdiept in de literatuur over rouwverwerking. Schaduwkind van P.F. Thomese, Contrapunt van A. Enquist zijn hiervan twee voorbeelden. Opmerkelijk is dat in deze periode allerlei bekenden van Connie Palmen de pijp uit gaan: Harry Mulisch, Willem Breuker, Ramses Shaffie, haar psychiater Louis Tass en een zwager van Hans van Mierlo. Tot overmaat van ramp overlijdt op 45-jarige leeftijd Marie, de dochter van Hans waarmee de schrijfster een uitstekende band heeft, aan kanker.

Naast het rouwproces wordt in het logboek de liefde beschreven die ze voelde voor de charismatische staatsman met wie ze 11 jaar samen is geweest en waarmee ze kort voor zijn dood trouwde. Die liefde was wederzijds. Toen de schrijfster voor het eerst zei: “Ik hou zoveel van jou”, zei hij: “dat is te weinig”. Ik hou van jou is meer dan ik hou zoveel van jou, omdat er aan ‘veel’ nog altijd iets toegevoegd kon worden, aldus van Mierlo. Na deze correctie op haar liefdesuiting werd het de schrijver duidelijk dat zijn verlatingsangst minsten even groot was als die van haar.

Connie Palmen is er in dit boek heel goed in geslaagd haar gevoel en haar verdriet te verwoorden. Bovendien is ze een uitstekende schrijfster. Het voordurende gekoketteer met haar alcoholisme en haar kettingrokerij doet daar niets aan af.

In 1998 schreef Connie Palmen een autobiografisch boek getiteld I.M. over haar relatie met de journalist, radio- en tv-maker Ischa Meijer en de verwerking van zijn plotselinge dood.

Dienstreizen van een thuisblijver

Sommige schrijvers proberen op vrijwel iedere bladzijde grappig over te komen. Een goed voorbeeld daarvan is Kluun met zijn laatste boek ‘Haantjes’. Maarten ‘t Hart doet in de autobiografische roman ‘Dienstreizen van een thuisblijver’ geen enkele moeite om leuk te zijn. Hij is het gewoon. Als lezer ontkom je er niet aan voortdurend in de lach te schieten of te glimlachen. De schrijver noemt zichzelf meer een onderhoudende verteller dan een schrijver. So, what! Echte schrijvers zijn er genoeg. Door de prettige ‘praatstijl’ die ’t Hart hanteert is het een zeer leesbaar boek geworden.

In achttien afgeronde verhalen wordt de lezer meegevoerd in de belevingswereld van ’t Hart.
Het maakt niet uit waar hij over schrijft. Of het nu een dienstreis is naar Göteborg, een verhaal over zijn Hongaarse uitgever, een signeersessie of een driedubbele beenbreuk, alles leest even gemakkelijk als vlot.
De schrijver bekijkt de wereld vanuit een volstrekt eigen invalshoek. Daarbij is hij niet altijd het zonnetje in huis. Maar wanneer ’t Hart z’n beklag doet wordt het met zoveel overtuiging, humor en venijn opgeschreven dat je vaak denkt, eigenlijk heeft hij gelijk.
Diep teneergeslagen is de schrijver alleen als hij op reis moet. In hotels doet hij nameijk geen oog dicht. Op een dienstreis naar Goteborg komt hij in het vliegtuig naast Anna Enquist te zitten. Hij verwacht veel van het contact met haar, temeer daar beide een gemeenschappelijke passie hebben: klassieke muziek. De schrijfster keurt hem echter geen blik waardig en duikt weg in een tijdschrift. Ook met de andere schrijvers raakt hij niet in gesprek. Ze liggen in hun nest als hij aan de ontbijttafel zit. Proberen ze om half elf nog een broodje te bemachtigen dan is ’t Hart al lang de stad in. Een andere schrijfster in het gezelschap, ‘Peutertje Palmen’ heeft alleen aandacht voor de broekspijpen van Adriaan van Dis.
Uit het verhaal Een hoge roeping blijkt dat ’t Hart weinig op heeft met collega schrijvers: “Geen akeliger jungle dan de wereld der letteren. Schrijvers zijn ronduit verschrikkelijk, die hebben langere tenen dan menig ander slag mensen. Stuk voor stuk hypergevoelig en tot ver achter de komma neurotisch. Wees dus verstandig; word nooit schrijver.”
Verderop in het boek geeft ’t Hart nog een gratis advies. Wordt nooit verliefd. Voor je het weet zit je met je geliefde op een terras. Daar wordt voor een kop koffie een adembenemende prijs berekend.

Met ‘Het roer kan nog zesmaal om’ (1984) schreef Maarten ’t Hart zijn eerste autobiografische roman. ‘Een deerne in lokkend postuur’ (1999) bevat ook veel autobiografische elementen. Met zijn laatste boek, eveneens uitgegeven in de prachtige serie Privé-domein overtreft Maarten ’t Hart wat mij betreft beide voorgaande meesterwerkjes.

Elizabeth Gilbert en het huwelijk

Elizabeth Gilbert - Toewijding

Drie jaar na Eten bidden beminnen verschijnt Toewijding van Elizabeth Gilbert. De Amerikaanse, geboren in 1969, schreef in het eerste boek over de problemen in haar  huwelijk en het besluit om 3 keer 4 maanden te reizen naar verschillende bestemmingen. Het boek was een groot succes.

Toewijding vertelt over haar relatie met Felipe, een Braziliaan. Felipe is de man van haar leven, maar ze krijgen te horen dat hij de VS niet binnen mag. Als advies krijgen ze mee om maar te gaan trouwen. Wie het eerste boek kent, weet dat Gilberts scheiding tamelijk traumatisch voor haar was en dat geldt ook voor Felipe. Naar hoe het afloopt hoeven we niet te gissen, de ondertitel verraadt eigenlijk het eind: Een sceptica verzoent zich met het huwelijk.

Ze schreef het boek voordat het eerste zo’n succes werd, schrijft ze in het voorwoord. Zeven miljoen exemplaren in 30 talen. Misschien had die wetenschap het boek anders gemaakt maar dat zullen we nooit weten. Wie nieuwsgierig is hoe het met Gilbert vergaan is na Eten bidden beminnen heeft aan dit boek wederom een toegankelijk, autobiografisch en onderhoudend boek.