Tagarchief: Italiaanse literatuur

Staal, een bijzondere vriendschap

Naar recensie
Staal

Piombino is een kustplaats in Toscane waar een groot deel van de bevolking werkt in de staalfabrieken van Lucchini. Voor de arbeiders zijn naargeestige flats neergezet, al is bij de bouw is wel rekening gehouden met de arbeiders. De flats hebben uitzicht op zee en het eiland Elba dat vier kilometer verderop voor de kust ligt. Elba is een beetje het paradijs dat zo dichtbij, buiten bereik ligt voor de inwoners van Piombino.
De jongeren feesten er een aantal jaar op los voordat ze onvermijdelijk het leven gaan leiden van hun ouders. Vroeg zwanger, weinig vooruitzichten en snel uitgeblust in de traditionele man-vrouw verdeling. De man werkt, de vrouw zwoegt.

In deze omgeving speelt het verhaal van debutante Silvia Avallone zich af dat ondanks de smerigheid en uitzichtloosheid van de omgeving liefdevol en poëtisch wordt beschreven. Het boek begint met het gegluur van Enrico, de vader van Anna, terwijl die zich op het strand vermaakt met de jongens. De 13-jarige Anna en Fransesca  zijn van jongsaf aan bevriend en zijn in korte tijd veranderd van meisjes met een onhandig lichaam in jonge vrouwen die spelen met hun aantrekkingskracht en ontluikende seksualiteit. Het ijzersterke begin zet de toon van het boek dat een prachtig beeld schetst van jonge levens die met een rotgang dreigen te smoren in een toekomst zonder vooruitzichten.

Het verhaal vertelt van de vriendschap tussen de mooie Anna en bloedmooie Francesca die abrupt tot een eind komt als Anna verliefd wordt op de tien jaar oudere vriend van haar broer. Anna heeft niet in de gaten dat de ongenaakbare Francesca meer voor haar voelt dan vriendschap. Avallone beschrijft met precisie de gedachten van beide meiden en hierin ligt de grote kracht van het boek, naast de beschrijving van het leven in dit industriestadje.

Het is wat jammer dat verderop in het boek de focus op allerlei bijpersonages komt te liggen maar uiteindelijk keren we terug naar Anna en Fransesca die elkaar weer vinden in een woordeloze vertrouwen. Mooi boek over een vreselijke stad, dweilen van vaders en een bijzondere vriendschap.

Het debuut dat Italië veroverde

Naar recensie
Allesandro D'Avenia

Het debuut dat Italië veroverde staat er op de achterflap van Wit als melk rood als bloed. Alessandro D’Avenia debuteerde hiermee op 33-jarige leeftijd en het is gemakkelijk te begrijpen dat de Italianen voor dit boek zijn gevallen.

D’Avenia is docent en daarom lijkt het niet vreemd dat de nieuwe leraar geschiedenis en filosofie zo’n belangrijke rol krijgt in het leven van hoofdpersoon Leo. De leraar, die van Leo de bijnaam De Dromer krijgt, vertelt zijn leerlingen met passie te leven en te dromen en deze dromen te volgen. De Dromer zorgt ervoor dat de puberale desinteresse van Leo omslaat in een zoektocht naar liefde. Leo raakt verliefd op Beatrice, een roodharige schoonheid met een witte huid die onbereikbaar lijkt voor hem. Pas als Beatrice ziek wordt durft Leo zijn droom te volgen en zoekt hij haar op. Naast Beatrice speelt Sylvia een belangrijke rol in Leo’s leven. Leo ziet haar als vriendin en is stekeblind voor Sylvia’s gevoelens.

Voor de lezer is snel duidelijk hoe het verhaal zal verlopen, daar zitten weinig verrassingen in. Wat het boek zo bijzonder maakt is de manier waarop de schrijver in de huid van de 16-jarige Leo kruipt en laat zien hoe prachtig en afschuwelijk die adolescente jaren zijn.

Alessandro D'Avenia

De Dromer is zo’n leraar die je de rest van je leven bij blijft. Als je naar de foto van D’Avenia kijkt, kun je je gemakkelijk voorstellen dat hijzelf ook zo’n leraar is. Een knappe kerel met grote blonde krullen, die zal het op elke middelbare school goed doen. Daarom hieronder een filmpje van de man terwijl hij een stuk voorleest uit zijn eigen boek. Ik versta geen Italiaans maar het is mooi om te zien hoe de leerlingen naar D’Avenia luisteren, afgezien van een slungel die wat in de schoolbank hangt. Die slungel doet wel wat aan Leo denken.

Genieten van Ammaniti

Vorig jaar kwam ik keer op keer het boek Ik haal je op, ik neem je mee van Niccolò Ammaniti tegen. Het werd regelmatig aangevraagd in de bibliotheek, ik zag het steeds terug op de opruimkarren en ik hoorde mensen erover praten, die Italiaanse auteur zou erg goed zijn!

De kaft van het boek sprak me in eerste instantie niet echt aan maar nu het zo populair bleek werd ik toch wel nieuwsgierig. Ik kocht het boek en was al na een paar bladzijden verkocht. Wat kan die man boeiend schrijven!

Een paar weken later schreef Robert over Ammaniti in het kader van de Tip van de Maand. Je kon in die maand het nieuwste boek Laat het feest beginnen winnen met de prijsvraag. Die moest ik natuurlijk ook lezen en nu wist ik het zeker, Ammaniti was mijn nieuwe favoriet!

Ik las alles wat er van hem verschenen was in een zucht uit en genoot van de één nog meer dan van de ander. Meeslepend, ontroerend, verrassend en met onverwachte ontknopingen, echt ontzettend knap. Vooral Ik ben niet bang en Zo god het wil zijn prachtige boeken waar ik nog steeds van onder de indruk ben.

Dinsdag was ik in de bibliotheek van Joure en daar zag ik ineens de nieuwste Ammaniti, Jij en ik,  staan. Die moest mee! Het is dat ik nog in een ander boek bezig was, anders was ik er ter plekke in begonnen…

Gisteravond was het zover, ik installeerde me met een mok thee en Jij en ik op de bank en werd vanaf pagina één meegesleept in dit prachtige verhaal. Drie kwartier later zat ik verdwaasd naar de laatste pagina te staren, het is Ammaniti weer gelukt. Weer werd ik zo in het verhaal opgezogen dat je alles en iedereen om je heen vergeet en alleen maar wilt blijven lezen en weer heeft hij me verbaasd met een onverwacht einde.
Wát een goede auteur!

Literair meesterwerk met tegenwind

Mooie koppen

Vanaf de achterkant van het boek Breng alles terug naar huis kijkt schrijver Nicola Lagioia ietwat weerbarstig in de verte. Een mooie schrijverskop. Zijn boek werd in Italië als literair meesterwerk ontvangen en gevoelig als ik ben voor mooie voorkanten kocht ik het boek om me onder te dompelen in een leeservaring als met de boeken van Sandro Veronesi en Niccolò Ammaniti.

De verteller gaat na twintig jaar terug naar Bari op zoek naar een verleden waar hij nooit van los gekomen is. In de jaren tachtig sluit hij vriendschap met Vincenzo en Giuseppe (ik heb ooit nog een kat gehad met deze naam, maar dat terzijde). Alledrie zetten zich af tegen hun rijke vaders zoals dat in de jaren tachtig nog gebeurde. Ze glijden langzaam af in een hedonistische levensstijl die pas stopt op het moment dat de muur valt en criminele Oost-Europeanen het drugsparadijs Bari overnemen met veel geweld.

Dat is kort het verhaal van dit boek dat ik met veel plezier las en waarvan ik zo nu en dan ontzettend kriegelig werd. Dat lag vooral aan de fragmenten waarin het lijkt alsof de schrijver die met veel tegenwind heeft neergepend. Beeldspraak die je een tweede keer moet lezen om het te begrijpen. Een voorbeeld:

…hij verwachtte dat ik het werk voltooide door het broze zeil open te scheuren van de filmzaal waarin die waarheid verscholen zat.

Of deze:

En op je vijftiende – dat had ik inmiddels wel begrepen – ben je al oud genoeg om een hart te hebben dat is gerepareerd met de bypasses van lafheid en kruiperigheid, of met die van een moed die aan je eigen beperkingen is ontrukt.

Op mijn vijftiende was ik een stuk dommer denk ik dan.