Tagarchief: Maarten ’t Hart

Meesterverteller Maarten

de-moeder-van-ikabod

In het boek ‘De moeder van Ikabod’ wordt de wereld van Maarten ’t Hart beschreven aan de hand van 18 grotendeels autobiografische verhalen. Het eerste verhaal gaat over een bakkerij in zijn geboortedorp Maassluis. We hebben het dan een over een tijd waarin de consument nog trouw zijn brood haalde bij de lokale bakker, liefst langs de verzuilde geloofslijn. De gereformeerde dorpeling ging naar de gereformeerde middenstander en de hervormde naar de concurrent.

Het verhaal krijgt een merkwaardige wending wanneer de hoofdpersoon ternauwernood aan verdenking van aanranding van één van de bakkersdochters kan ontkomen. We zien dit vaker in de verhalen van ‘t Hart. Hij plaatst zich zo nu en dan in de slachtofferrol, maar zorgt er ondertussen wel voor dat hij er niet al te zwaar onder gebukt gaat en krijgt niet zelden de lachers op zijn hand.

In het titelverhaal wordt de ik-figuur te elfder ure opgetrommeld om de zondagsdienst op de orgelbank te vervullen. De te spelen liederen worden pas op het laatste moment opgestuurd, zodat de schrijver vrijwel geen tijd heeft om ze in te studeren. Als het moment daar is blijft de kerk vrijwel leeg. Na afloop van de dienst voelt de schrijver, die wat verliefdheden betreft naar eigen zeggen -de gezegende staat van immuniteit heeft bereikt-, zich sterk aangetrokken tot de vrouwelijke dominee.

Niets stookt de als zilvervisjes door je bloedbaan schietende hormonen  meer op dan de vrolijke lach van een vrouw van wie je reeds gecharmeerd bent.

Of een vrouw aantrekkelijk oogt hangt voor 85% af van de haardracht. Wij mannen zijn slachtoffer van de krultang.

In zekere zin doen de verhalen van Maarten ’t Hart denken aan die van Bob den Uyl. Ook hier kwam vaak een licht melancholische ondertoon naar voren en belandde de schrijver –buiten zijn schuld om- in allerlei merkwaardige situaties, waaruit hij zich slechts ternauwernood kon redden.

Bekende thema’s komen steeds terug in de verhalen van ’t Hart zoals de klassieke muziek, het geloof, de biologie, het beroep van zijn vader als grafdelver, maar ook zijn geboortestreek. Dat de schrijver een sterke afkeer heeft van interviews, pr activiteiten voor de uitgever, publieke optredens en filmploegen over de vloer, wisten we al. Toch is hij er door zijn uitstekende vertelkunst weer in geslaagd een prachtige bundel samen te stellen, waarin alledaagse gebeurtenissen worden omgetoverd tot afgeronde verhalen.

 

 

Advertenties

Maarten ’t Hart over zijn moeder

De moeder van Maarten ’t Hart had hem uitdrukkelijk verzocht tijdens haar leven niet over haar te schrijven. Dit embargo werd automatisch opgeheven nadat zij een paar jaar geleden op tweeënnegentig jarige leeftijd overleed. Om in de roman Magdalena een liefdevol portret te zien moet je als lezer wel heel erg je best doen. De schrijver heeft de merkwaardige karaktertrekken van zijn moeder nauwkeurig blootgelegd.

Moeder Lena (1920) groeide op in een streng gereformeerde gemeenschap in Poeldijk. Haar vader was een huistiran van de buitencategorie. Over haar kinderjaren sprak zij eigenlijk nooit en het is aan de grootmoeder van de schrijver te danken dat hij nog iets te weten is gekomen over zijn moeder. De moeder van Lena had namelijk de onhebbelijke gewoonte het woord te nemen en dat niet meer af te staan. Ze leed aan een ongeneeslijke babbelzucht en tetterde onophoudelijk voort.

Een steeds terugkerende en ook merkwaardige eigenschap van moeder Lena die uitmondde in een soort waanidee, was dat zij dacht dat haar man voortdurend vreemd ging. In werkelijkheid was hiervan geen sprake.
Vreemd was ook dat zij Maarten aanvankelijk verbood de HBS te bezoeken. Tot huilen toe heeft ze geprobeerd dit te voorkomen. Het doorleren was “nergens voor nodig”, een uitdrukking die ze bij alle initiatieven die haar zoon ontplooide, gebruikte. Ze had er een handje van om overal een domper op te zetten. Zo werd de schrijver te verstaan gegeven dat het poetsen van de tanden volstrekt overbodig was. De tandenborstel die de jonge Maarten van zijn zuur verdiende centjes had aangeschaft, werd in tweeën gebroken. Volgens goed gebruik kon je beter de tanden weg laten rotten om zodoende, liefst nog voor je trouwen, een kunstgebit te nemen. “Geen denken aan” was een andere geliefde uitspraak. “Mijn moeder was oppermachtig, het was eenvoudigweg ondenkbaar om ook maar enige door haar gestelde regel te overtreden.

Aan de hand van zestien mooie verhalen schetst de schrijver een goed beeld van zijn moeder. Een vrouw die gevangen zat in de ongehoord strenge leer van het gereformeerde geloof. Een vrouw ook die bang en vreugdeloos was en aan waanideeën leed. Maar ook een slimme en bescheiden vrouw die hard werkte, zorgzaam was en trouw. Dit prachtige boek over een liefdevolle moeder met bizarre trekjes vormt een nieuw hoogtepunt in het oeuvre van deze geweldige schrijver. Het wordt tijd dat Maarten ’t Hart wordt voorgedragen voor de P.C. Hooft-prijs.

Maarten ’t Hart

verlovingstijd Om te zeggen dat Maarten ‘t Hart hot is zou overdreven zijn. Daarvoor is de schrijver veel te bescheiden en zet hij zichzelf te vaak neer als antiheld. Wel timmert de inmiddels 70-jarige auteur nog flink aan de weg. Vorig jaar werd het nieuwe tiendelige programma ‘Maartens Moestuin’ uitgezonden door de VPRO. In hetzelfde jaar stond zijn klassieker ‘Een vlucht regenwulpen’ centraal tijdens de campagne Nederland Leest. Dit boek werd gratis aan de leden van de bibliotheek verstrekt. En dan is één dezer dagen zijn nieuwe roman ‘Magdalena’ verschenen, die geheel gewijd is aan zijn inmiddels overleden moeder. (Daarover later meer)

Een boek dat een paar jaar geleden uitkwam, is ‘Verlovingstijd’. Het verhaal begint in het Maassluis eind jaren veertig. De ik-verteller, zoon van een rioolwerker, is al sinds de bewaarschool (de latere kleuterschool) bevriend met Joeri, zoon van een fietsenmaker. Ze bezoeken samen de lagere school, het Groen van Prinsterer Lyceum in Vlaardingen en daarna de universiteit in Leiden.
De roman heeft sterk autobiografische trekken en gaat over vriendschap, relaties en de merkwaardige kronkelpaden van de liefde.
Ria is het eerste vriendinnetje van de ik-figuur. Bij het fietsenhok vraagt ze of ze hem mag zoenen. “Omdat Ria mij vol verwachting aankeek knikte ik heel voorzichtig met mijn hoofd. Voor een stuiver zei ze”. En daarmee is de toon gezet. De ik-figuur heeft moeite om contact te maken met meisjes. Lukt het hem wel dan pakt zijn vriend Joeri het meisje af van de rioolwerkerszoon. Dit patroon binnen hun vriendschap blijft gehandhaafd tot op de universiteit, maar wordt uiteindelijk op merkwaardige wijze doorbroken.

Sla een willekeurige bladzijde van ‘Verlovingstijd’ open en je stuit op een scherpe dialoog, een humoristische passage of een mooie zinsnede . “Dromen hebben geen betekenis. Het is de manier waarop in ons brein de prullenbakken worden geleegd”.
De schrijver heeft weinig nodig om te komen tot een goede roman. Zichzelf en de wereld om hem heen is al voldoende om de lezer onder te dompelen in heerlijke lichtvoetige melancholie.

e-Books

Nooit zal ik het e-book verkiezen boven een gedrukt exemplaar.  Misschien is het allemaal een kwestie van gewenning, maar een ‘gewoon’ boek heeft voordelen. Met een gedrukt  boek in handen  krijg je al veel informatie zonder dat je het hebt gelezen. Je kunt de achterkant bekijken , lekker bladeren, wennen aan de dikte van het boek en de bladzijden zijn altijd genummerd. Van papier lezen is rustgevender, omdat het in tegen stelling tot een scherm, geen licht uitstraalt. Zomaar wat argumenten die je om je heen hoort en die pleiten voor het gedrukte boek. Maar is dit ook terecht…..?

Aanvankelijk had je het spijkerschrift waarmee op kleitabletten werd geschreven. Daarna werd het papier ontdekt en kwam het handgeschreven manuscript. Vervolgens werd de boekdrukkunst uitgevonden. En nu hebben we alweer een tijdje te maken met  het e-book. Op internet kwam ik iemand tegen die  mogelijke bezwaren tegen het e-book heeft vertaald naar de uitvinding van het papier, dus de overgang van kleitablet naar papier.  Je krijgt dan opmerkelijke resultaten:

“Ik mis de geur en het gevoel van een kleitablet”. “Ik vind het maar niks, lezen op een vel papier”. Maar mijn kleitablettenkast dan? Daar ben ik juist zo trots op!” “Ik mis het gevoel van met een zwaar kleitablet te zeulen”. “Ik heb niet het idee dat ik een kleitablet in mijn handen heb.” Een echt kleitablet voelt echter.”

Als je dit achter elkaar leest dan klinkt het volstrekt belachelijk. Maar datzelfde geldt misschien over een aantal jaren ook voor de argumenten die nu worden gebruikt tegen het e-book.

Vrijwel geruisloos heeft in de bibliotheek het e-book  haar intrede gedaan.  Toch een moment om even bij stil te staan. Het begon  in de zomer van 2013 en kreeg een vervolg in de herfst- en kersvakantie. De VakantieBieb stelde de leden in de gelegenheid uit 180 titels te kiezen.  In januari 2014 kregen de leden van de bibliotheek toegang tot het e-bookplatform met een aanbod van ongeveer 5.000 titels.  Op dit platform zijn zestien categorieën waaruit je kunt kiezen. Zo stuitte ik in de rubriek Literatuur op  ’t Roer kan nog zesmaal om’  van Maarten ’t Hart. Hij schrijft hierin over zijn jeugd,  zijn studentenjaren in Leiden en de ontwikkeling van zijn schrijverschap.  Het is eigenlijk een biografie met humor en ironie, waarbij de schrijver zichzelf niet ontziet.  ‘Een deerne in lokkend postuur’ vinden we bij de biografieën.  Hierin houdt ’t Hart een soort dagboek bij, met korte en vermakelijke verhalen. Beide boeken had ik al een keer gelezen, maar ik kan ze nu mooi herlezen. Na enig zoeken vond ik  nog een ander boek van ’t Hart dat ik nog niet kende,  ‘De groene overmacht’. Blij en verrast heb ik ook dit boek op mijn boekenplankje gezet.

In de bibliotheek zijn het gedrukte boek en het e-book geen concurrenten. Ze kunnen goed naast elkaar bestaan. Het aanbieden van de e-books moet dan ook gezien worden als een extra dienstverlening van de bibliotheek. Natuurlijk heeft het e-book de toekomst. Toch hoop en verwacht ik dat het gedrukte boek nog lang zal blijven bestaan.

Plaatje 1

Dienstreizen van een thuisblijver

Sommige schrijvers proberen op vrijwel iedere bladzijde grappig over te komen. Een goed voorbeeld daarvan is Kluun met zijn laatste boek ‘Haantjes’. Maarten ‘t Hart doet in de autobiografische roman ‘Dienstreizen van een thuisblijver’ geen enkele moeite om leuk te zijn. Hij is het gewoon. Als lezer ontkom je er niet aan voortdurend in de lach te schieten of te glimlachen. De schrijver noemt zichzelf meer een onderhoudende verteller dan een schrijver. So, what! Echte schrijvers zijn er genoeg. Door de prettige ‘praatstijl’ die ’t Hart hanteert is het een zeer leesbaar boek geworden.

In achttien afgeronde verhalen wordt de lezer meegevoerd in de belevingswereld van ’t Hart.
Het maakt niet uit waar hij over schrijft. Of het nu een dienstreis is naar Göteborg, een verhaal over zijn Hongaarse uitgever, een signeersessie of een driedubbele beenbreuk, alles leest even gemakkelijk als vlot.
De schrijver bekijkt de wereld vanuit een volstrekt eigen invalshoek. Daarbij is hij niet altijd het zonnetje in huis. Maar wanneer ’t Hart z’n beklag doet wordt het met zoveel overtuiging, humor en venijn opgeschreven dat je vaak denkt, eigenlijk heeft hij gelijk.
Diep teneergeslagen is de schrijver alleen als hij op reis moet. In hotels doet hij nameijk geen oog dicht. Op een dienstreis naar Goteborg komt hij in het vliegtuig naast Anna Enquist te zitten. Hij verwacht veel van het contact met haar, temeer daar beide een gemeenschappelijke passie hebben: klassieke muziek. De schrijfster keurt hem echter geen blik waardig en duikt weg in een tijdschrift. Ook met de andere schrijvers raakt hij niet in gesprek. Ze liggen in hun nest als hij aan de ontbijttafel zit. Proberen ze om half elf nog een broodje te bemachtigen dan is ’t Hart al lang de stad in. Een andere schrijfster in het gezelschap, ‘Peutertje Palmen’ heeft alleen aandacht voor de broekspijpen van Adriaan van Dis.
Uit het verhaal Een hoge roeping blijkt dat ’t Hart weinig op heeft met collega schrijvers: “Geen akeliger jungle dan de wereld der letteren. Schrijvers zijn ronduit verschrikkelijk, die hebben langere tenen dan menig ander slag mensen. Stuk voor stuk hypergevoelig en tot ver achter de komma neurotisch. Wees dus verstandig; word nooit schrijver.”
Verderop in het boek geeft ’t Hart nog een gratis advies. Wordt nooit verliefd. Voor je het weet zit je met je geliefde op een terras. Daar wordt voor een kop koffie een adembenemende prijs berekend.

Met ‘Het roer kan nog zesmaal om’ (1984) schreef Maarten ’t Hart zijn eerste autobiografische roman. ‘Een deerne in lokkend postuur’ (1999) bevat ook veel autobiografische elementen. Met zijn laatste boek, eveneens uitgegeven in de prachtige serie Privé-domein overtreft Maarten ’t Hart wat mij betreft beide voorgaande meesterwerkjes.