Tagarchief: Tweelingen

Gestrand in Barcelona

Ik wilde je iets over mezelf vertellen, totdat ik besefte dat dat niet kan zonder over mijn broer te vertellen, over Thomas, en dat is iets wat me, ook nu nog, eigenlijk hoe langer hoe meer moeite kost.

Met deze zin begint de 28-jarige Mathis zijn verhaal. Hij is letterlijk en figuurlijk gestrand in een appartement in Barcelona. Mathis is zes minuten eerder geboren dan Thomas. Zijn broer heeft door zuurstoftekort een fysieke beperking waardoor hij gekluisterd is aan een rolstoel.

barnhoornMathis en Thomas hebben een prachtige band in hun jeugd. Ze slapen in hetzelfde bed, vertellen elkaar verhalen en de fysieke beperking van Thomas speelt niet een grote rol. Dat verandert als ze wat ouder worden. Bij Mathis wordt het schuldgevoel over zijn broer groter. Hij lag in de baarmoeder achter Thomas, maar is op het moment suprême voor zijn broer gekropen. Het schuldgevoel duwt hij weg door minder contact met hem te hebben. Een wild studentenleven, een carrière als fotograaf die al zijn tijd opslokt, uiteindelijk haalt de tijd hem in en vindt hij zichzelf terug in dat groezelige appartement in Barcelona.

De Tweelingparadox wordt in het boek beschreven als iets dat met tijdreizen van doen heeft, maar als lezer ligt het vooral in de karakters van de broers. Thomas met al zijn beperkingen zit vol levensvreugde, zelfspot en de drang om het mensen naar de zin te maken. Mathis met zijn knappe uiterlijk houdt mensen op een afstand, is een nurkse en gesloten man. Eigenlijk is hij zo nu en dan een enorme eikel, van hardhout.

Nowelle Barnhoorn heeft deze roman doorweven met autobiografische elementen. Haar stijl is een ontdekking, licht, wars van sentiment en ondanks de eenvoud meeslepend. Mij had Barnhoorn bij de lurven met dit ontroerende boek en dan heb ik het nog niet eens over het verhaal van de moeder van die twee gehad.

reserveer dit boek

Advertenties

Beste Stefan Ahnhem,

18ondernulspoileralert

Zojuist heb ik je laatste boek 18 graden onder nul dichtgeslagen en ben eerlijk gezegd een beetje lam geslagen door je Scandinavische fantasie. Daarom wilde ik je wat vragen. Gaat alles goed met je?

In het boek schrijf je over een perverse tweeling die rijke, eenzame mensen opsluit in een vrieskist met een fles wodka zodat ze al drinkend hun dood tegemoet gaan. De tweeling, een man en een vrouw, zijn in hun jeugd ernstig misbruikt door hun vader. Een vader die ze op latere leeftijd met 18 messteken om het leven hebben gebracht. 18 messteken, net zoveel als het aantal graden onder nul in de vrieskisten.

In ieder geval. De tweeling steelt de identiteit van de bevroren slachtoffers om hun geld achter over te drukken en zich voor te doen als het slachtoffer. Is dat een aantal maanden later gelukt, dan worden de lijken ontdooid als een diepvriesmaaltijd en met auto en al de haven in gereden. Zelfmoord denkt de politie vanwege het hoge alcoholpercentage in het bloed.
Daarnaast schrijf je nog over een aantal tieners die filmpjes maken terwijl ze daklozen op allerlei inventieve manieren ombrengen. Daklozen in een winkelwagentje de snelweg opduwen??? Waar komt dat vandaan?

ahnhem Halverwege het boek was ik de tel kwijt hoeveel slachtoffers er inmiddels waren, maar dat loopt vast in de dubbele cijfers. 18?

Kortom, een psychopathische, incestueuze en kaalgeschoren tweeling, duistere adolescenten, een alcoholische rechercheur (moet dat nou?), echtscheiding, overspel, wraakacties, seances in de kelder om geesten op te roepen, disfunctionele ouders, kwaadaardige bazen, een patholoog anatoom die zijn lange haren in een vlecht doet als er weer ’s een moordslachtoffer wordt binnen gereden. Neem je met het schrijven van je thrillers niet te veel hooi op je vork? Moet je het niet ’s wat rustiger aan doen en je fantasie wat afkoeling geven? Lijkt me verstandig.

Met vriendelijke groet,

Robert

ps. wanneer verschijnt het volgende deel?

Ik geef je dit boek

Jandy Nelson - Ik geef je de zon
Jandy Nelson – Ik geef je de zon

Een enkele keer lees ik een boek dat ik voor mezelf wil houden. Ik heb het ontdekt, gelezen en hou het nog even vast na de laatste bladzijde. Maar ik blog over boeken en moet mijn ervaring wel delen.

Ik geef je de zon van Jandy Nelson begint met de zin: Zo begint het allemaal. Dat is de verzuchting van de 13-jarige Noah als twee buurtsociopaten hem belagen. Met dat begin trekt Nelson je een ongelooflijk mooi en rijk boek binnen.
Eigenlijk is het ondoenlijk om een blog te schrijven dat recht doet aan dit fantastische boek. Daarom slechts dit, ik geef je dit boek en geniet er van.

Neem je daar geen genoegen mee, hier iets meer over het boek.

Noah heeft een tweelingzus, Jude. Zij leeft haar leven zonder angst, surft, springt van hoge rotsen de zee in en doet het woord waar Noah stil is. Hij leeft vooral in zijn hoofd, waarin hij zijn omgeving tekent om het daarna op doek of papier te schetsen en te schilderen.

Ze zijn zo met elkaar verbonden dat ze zonder praten elkaar begrijpen. Na een tragische gebeurtenis groeien ze uit elkaar door een heftige jaloezie en verbroken vertrouwen. Jude gaat onzichtbaar door het leven, Noah tekent niet meer.

Nelson durfde het aan om de twee op verschillende leeftijden aan het woord te laten. Noah als 13-jarige en Jude als 16-jarige, zodat je het verleden en heden beleeft. Daardoor zindert het boek van de spanning, wat is er gebeurd en wat gaat er gebeuren? Maar wat mij overrompelde is hoe Nelson Jude en Noah neerzet. Het ene hoofdstuk zit je in het bruisende brein van Jude, in het andere zit je in de kleurrijke geest van Noah. Hierdoor krijgen beide een eigen stem die het verhaal compleet maakt en uiteindelijk het antwoord geeft op de vraag of ze elkaar weer vinden.