Tagarchief: Voetbal

Foppe

foppe

Menno Haanstra sprak voor biografie over Foppe de Haan met een groot aantal (top)voetballers, die onder De Haan hebben gewerkt zoals: Ruud van Nistelrooij, Royston Drenthe, Gertjan Verbeek en Klaas-Jan Huntelaar. Stuk voor stuk zijn ze vol lof over hun vroegere trainer al kraakt Verbeek wel een kritische noot. Veel plaats wordt ingeruimd voor Riemer van der Velde, de man die in de jaren ’80 als voorzitter het roer bij sc Heerenveen overneemt en Foppe aanstelt als trainer.
Foppe

Het gezin De Haan had het niet breed en Foppe en zijn oudere zus groeiden op onder sobere omstandigheden. Geen waterleiding, geen elektriciteit en geen gas; er moest zuinig worden geleefd. Tegen een hongerloontje stonden de arbeiders, waaronder vader Reinder, zestien uur per dag aan de turfschep. Een schoolvriend van de jonge Foppe woonde in een vochtige plaggenhut waar je niet eens rechtop kon staan. De vroegtijdige dood van zijn depressieve moeder, die zelfmoord pleegde, droeg evenmin bij aan een onbekommerde jeugd.

Een mooie karaktereigenschap van de latere voetbaltrainer is dat hij zijn afkomst nooit heeft verloochend en ondanks alle successen bescheiden is gebleven. Foppe is niet iemand die de achterban naar de mond praat, noch zal hij een gelikte mediatraining volgen om de pers te woord staat. Nee, Foppe is authentiek, ingetogen en een beetje ongemakkelijk met een rol in de schijnwerpers. Als luxe permitteert hij zich slechts een stacaravan op Ameland.

In chronologische volgorde houdt Haanstra de carrière van Foppe tegen het licht. We krijgen te zien dat de trainersloopbaan zorgvuldig wordt opgebouwd. De Haan doorloopt alle niveaus in het amateurvoetbal en na de landstitel met ACV maakt hij de overstap naar de profs. Hier komt hij als oud-CIOS-docent met ook een ALO- diploma op zak, volledig tot zijn recht.

Hoewel we met een fanatieke prestatietrainer van doen hebben is het resultaat niet altijd heilig. Hij is heel duidelijk in wat hij wil. Het gaat hem bovenal om goed voetbal. Eén drijfveer is dominant aan alle andere, hij wil spelers beter maken.

“Ik ben allergisch voor dingen die geen zin hebben en ook voor doelloos herhalen. Als je altijd hetzelfde doet, krijg je ook altijd hetzelfde resultaat. Na een tijdje ga je zelfs achteruit”

Boeiend wordt het wanneer de gevierde voetbaltrainer in gesprek gaat met Dirk Scheringa, de voorzitter van AZ. De Haan kan zo’n beetje een blanco cheque tekenen bij de Alkmaarse club, maar weigert uiteindelijk toch in zee te gaan met de gevallen bankier.

Menno Haanstra, die we kennen van de prachtige biografie over Jan Ykema,  heeft er een vlot leesbaar boek van gemaakt. Dit levensverhaal over Foppe is niet alleen geschikt voor voetballiefhebbers, maar verdient een grotere lezersschare. Het is een mooie biografie over een mooi mens.

Het voorwoord komt van Bert Wagendorp. Hij wordt sportjournalist bij de Leeuwarder Courant op het moment dat Foppe begint als trainer bij ‘zijn’ sc Heerenveen.

Advertenties

Johan Cruijff

cruijff

cruijff-plaatje
Een half jaar na het overlijden van Nederlands beste voetballer aller tijden verschijnt de autobiografie met de titel Johan Cruijff. Het levensverhaal wordt in zijn eigen woorden chronologisch opgetekend door de bevriende journalist Jaap de Groot van de Telegraaf.

Als eenvoudige jongen uit Betondorp zet de kleine Johan de eerste schreden op de voetbalvelden van Ajax. Het vroegtijdig overlijden van zijn vader heeft een grote invloed op zijn jeugd, maar staat een snelle ontwikkeling als voetballer niet in de weg.

Bij alle clubs waar Cruijff komt te spelen is hij de gevierde vedette, maar evenzo vaak ontstaan er problemen. Rinus Michels is zijn trainer bij Ajax, Barcelona, Los Angeles Aztecs en het Nederlands Elftal en speelt evenals schoonvader Cor Coster, die de zakelijke belangen behartigt, een grote rol. Maar dezelfde Michels weigert hem een trainerslicentie toe te kennen en belet hem bondscoach van het Nederlands Elftal te worden. Er is sprake van een haat liefde verhouding. Ook de ruzies met Piet Keizer, inmiddels ook al overleden, Frank Rijkaard en Marco van Basten worden besproken.

Als trainer en later ook als lid van de Raad van Commissarissen komt Cruijff regelmatig in aanvaring met bestuurders. De tegenstelling tussen trainer/speler en bestuurder loopt als een rode draad door het boek. Veel ruimte wordt ingeruimd voor de Johan Cruijff Foundation. Meer dan op zijn voetbalprestaties was De Verlosser trots op dit project.

El Salvador slingert zijn wijsheden als granieten zekerheden de wereld in. Hoewel de legendarische nummer 14 enkele onthullingen doet over Michels en de WK’s van ’74 en ‘78 komt er niet heel veel nieuws naar buiten. Wat overblijft is een sympathiek portret van een (familie) man met onnavolgbare bewegingen, een onafhankelijke geest en onnavolgbare uitspraken:

Ik maak eigenlijk nooit fouten, want ik heb enorme moeite om me te vergissen.

Als ik zou willen dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd.

In het boek staan prachtige foto’s, een voorwoord van Cruijff zelf en een nawoord van zoon Jordi. Het wachten is op de uitputtende biografie van historicus Auke Kok, waarin ook anderen aan het woord zullen komen.

reserveer deze boeken

Sportboek van het jaar

Terug naar HilversumOoit bedacht Kees Jansma de oneliner: Voetbal is de belangrijkste bijzaak van het leven. Hij besloot te kiezen voor een carrière in de sportjournalistiek, met voetbal als specialiteit.

Terug naar Hilversum begint met het WK voetbal in Engeland (1966) en eindigt precies 50 jaar later met de dood van Johan Cruijff. Wat daar tussen zit is veel, heel veel. Van elk jaar worden twee opmerkelijke gebeurtenissen bij de kop gepakt. Kees Jansma is goed geïnformeerd, zit als journalist overal bovenop en beschikt over uitstekende contacten.

De schrijver kiest steeds zijn eigen (verrassende) invalshoek en geeft vaak informatie uit de eerste hand. In 1974 gaat het wel over het WK voetbal, maar niet over de verloren finale tegen West-Duitsland. De bal op de paal van Rob Rensenbrink blijft bij het WK 1978 in Argentinië onbesproken.

Jansma ontmoet de groten der aarde zoals Nelson Mandela en Mohammed Ali. Honderden (legendarische) topsporters komen langs. Van Abe Lenstra tot Bettine Vriesekoop en van Gerrie Kneteman tot Bart Veldkamp. Ook staat de schrijver uitgebreid stil bij zijn eerste stappen in de journalistiek en de concurrentiestrijd op de redactie van Studio Sport. Het boek gaat niet alleen maar over sport. Enkele hoofdstukken worden gewijd aan de politiek (DDR) en aan het familieleven van de schrijver.

Een tikkeltje opportunistisch is Kees Jansma wel. Studio Sport is zijn leven. Toch kiest hij voor het grote geld bij concurrent Sport 7. En hij maakt de overstap van journalist naar perschef bij het Nederlands Elftal. In die rol kan hij de spelers beschermen tegen opdringerige journalisten! Hij dweept met de succesvolle coach Louis van Gaal, die zichzelf in de media voortdurend als een hork presenteert.

Kees Jansma sleurt de lezer mee door 50 jaar sportgeschiedenis, in puntige hoofdstukjes met een kwinkslag hier en een knipoog daar. Je voelt als lezer dat hij plezier heeft in het schrijven. Het boek kan probleemloos mee in de nominatie voor Sportboek van het Jaar.

 

Hand in hand

Hand in hand
Hand in hand

In het jaar 1969 heb ik een keus gemaakt voor het leven. Feijenoord, toen nog met puntjes, speelde uit tegen AC Milan in een vrijwel leeg San Siro.
Het grote Milan werd volledig stil gelegd door het kleine Feijenoord. Een beeld uit de zwart-witte mist staat me nog helder voor ogen. Willem van Hanegem die de bal over twee Italiaanse middenvelders wipt. Die twee zijn nu nog op zoek naar de bal.
Feijenoord verloor maar die wedstrijd was een kentering in het Nederlandse voetbal, daar begonnen de glorietijden.

In de finale tegen Celtic in datzelfde San Siro, heb ik in de pauze voor de verlenging gebeden op het toilet. We stonden na een achterstand weer gelijk. Hoe het afgelopen is weet iedereen. Wel ben ik als misdienaar toen van mijn geloof gevallen. Een God die zich met voetbal bezighield was voor mij niet geloofwaardig. Mijn geloof gold voortaan de club uit Rotterdam-Zuid.

Ik ken iemand uit 020 die vindt dat er zich niets van belang buiten de stadsgrenzen bevindt. Ze houden daar eerder hun neus hoog dan een bal. Ik zit liever met Willem van Hanegem in de loopgraven dan met Johan Cruyff, die me dood zou vervelen met zijn verhaal over de voordelen van de nadelen van een loopgraaf. Met Willem zouden we gewoon een potje klaverjassen terwijl de bommen overvliegen.

Gister was ik sjagrijnig. Mooi moment om mezelf te trakteren op het boek De snor van Jozsef Kiprich van Michel van Egmond. In de liefde voor Feyenoord zijn persoonlijke sores van geen belang. Ik moet er nog in beginnen maar verheug me bovenmatig. Als het boek me teleurstelt dan past dat heel goed bij mijn onvoorwaardelijke liefde voor de club. Teleurstelling is onderdeel van die liefde. Daarom kijk ik ook altijd even hoe Feyenoord heeft gespeeld voordat ik Studio Sport aanzet. Bij verlies, vooral in een samenvatting van 10 minuten, word ik namelijk bloedsjagrijnig. Het boek van Michel van Egmond kan ik zonder dat ik het gelezen heb, iedereen aanraden. Vooral voor die zelfbenoemde godenzonen uit 020. Hand in hand!

Moord in de Premier League

Philip Kerr - Transfermaand
Philip Kerr – Transfermaand

Philip Kerr is zo’n thrillerschrijver die nooit teleurstelt, sterke plots, sterke personages en mooie achtergronden of ze nu in het verleden of in de toekomst liggen. Transfermaand is een thriller die speelt in de van geld vergeven voetbalcompetitie van Engeland.

Scott Manson is assistent-trainer van London City, een fictieve club met een rijke Oekraïense eigenaar  en een charismatische, Portugese coach die de genen van Louis van Gaal en José Mourinho heeft meegekregen.

Bij een thriller hoort op z’n minst een lijk. Dat wordt gevonden na afloop van de wedstrijd tegen Newcastle United. Scott krijgt opdracht van zijn baas om uit te zoeken wie de moordenaar is, omdat de Oekraïner de politie liever niet over de vloer heeft. Zijn zoektocht leidt tot een verrassende ontknoping, maar  levert geen nagelbijtende spanning op

Het leuke van Transfermaand is de overtuigende schets van de voetbalwereld. Corruptie, voetbalvrouwen,  jaloezie en doelpunten in de laatste minuut. Snelle Jelle voor volwassenen. Het is een hele prestatie om een sport overtuigend neer te zetten in een boek en Kerr slaagt daar in.
Voor al die mannelijke sportliefhebbers die niet zo snel een boek lezen en vrouwen die het vak van voetbalvrouw ambiëren.

Kieft, waarschuwing van een junkie

KIEFT
KIEFT
Met een troosteloze en afwezige blik kijkt Wim Kieft je vanaf de omslag van het boek aan.
Ooit was hij een veelscorende spits bij Ajax, PSV en het Nederlands Elftal. De enige prijs die Oranje tot dusver heeft gewonnen, het EK van 1988, hebben we voor een belangrijk deel aan de blonde spits te danken. Op de rand van uitschakeling maakte hij toen de winnende treffer tegen Ierland. Tot wanhoop van de ex-voetballer wordt hij hier vrijwel dagelijks aan herinnerd. De hoofdpersoon praat niet graag over zijn voetballoopbaan , hij heeft wel iets anders aan zijn hoofd….`
Wie mocht denken dat het boek ‘Kieft’ (biografie is een te groot woord) over voetbal gaat slaat de plank lelijk mis. Het is vooral de periode na zijn actieve voetballoopbaan die uitgebreid wordt besproken. ‘Kieft’ is het verslag van een bittere strijd tegen drugs en in mindere mate alcohol. Twintig jaar lang is hij verslaafd geweest aan cocaïne. In die periode loog hij alles bij elkaar en jaste zijn hele kapitaal erdoor. Relaties liepen stuk. Hij kwam in de schuldsanering terecht en moest leven van nog geen twee tientjes per dag. Tijdens het lezen moest ik voortdurend denken aan het boek over Jan Ykema. De oud-topschaatser raakte na zijn carrière in dezelfde situatie verzeild als Wim Kieft.

Michel van Egmond heeft er met zijn mooie pen en geholpen door een openhartige Kieft, een lezenswaardig verhaal van gemaakt. Geen uitgesproken voetbalboek dus, maar meer een waarschuwing tegen de gevaren van langdurig druggebruik. Van Egmond heeft er wel voor gezorgd dat het geen aaneenschakeling van trieste verhalen is geworden, want er valt nog genoeg te lachen. Dit komt mede doordat Wim Kieft zijn leventje soms top op het bot relativeert.
Kieft: “Al die kutverhalen van voetballers over het zwarte gat. Rot op. Ik ben gaan gebruiken, omdat ik het lekker vond. En ik ben verslaafd geraakt, doordat ik het zolang ben blijven gebruiken tot ik niet meer zonder kon. Punt.”

Geen gezeik

9200000017454870De jongere generatie voetballiefhebber zegt de naam Jan Boskamp misschien weinig. De middenvelder won met het roemruchte Feijenoord uit de begin jaren 70 de wereldbeker en schopte het uiteindelijk tot international. Tot 1974 speelde de geboren Rotterdammer bij Feijenoord, daarna bouwde hij zijn carrière als speler en als trainer uit bij onze zuiderburen. Wim de Bock heeft de biografie geschreven met de toepasselijke titel  ‘Geen gezeik’.

Het verhaal wordt verteld in de ik-vorm. Uit alles blijkt dat Boskamp een voetbaldier is; hij staat ermee op en gaat ermee naar bed. Met het hart op de tong, type ruwe bolster blanke pit, is hij altijd zichzelf. Het Belgische RWDM wordt zijn club en als trainer behaalt hij drie keer het landskampioenschap met Anderlecht. Boskamp is een pure ‘voetbalbelg’ geworden en woont er al meer dan veertig jaar. Toch heeft hij nooit geschroomd om het buitenlandse avontuur aan te gaan. De Rotterdammer met het Belgische hart wordt een globetrotter en maakt als trainer lucratieve uitstapjes naar het Midden Oosten (Dubai en Koeweit) en Georgië.

Meest aangrijpende deel van het boek is het hoofdstuk waarin een gebeurtenis uit zijn privéleven wordt beschreven. Hij is getekend door dit drama uit zijn leven.

Sinds zijn pensionering is de Nederlandse Belg een graag geziene op de Vlaamse televisie en bij Voetbal International. In dit laatste programma wordt hij gekenmerkt door een bulderende schaterlach, een onvervalst Rotterdams accent en de losse handjes richting Rene van der Gijp, als hij de naam van een voetballer weer eens verkeerd uitspreekt en door zijn tafelgenoot wordt gecorrigeerd.

‘Geen gezeik’ heeft een ruim opgezette bladspiegel, een groot lettertype en leest vlot. Achterin het boek komen collega’ s en vrienden aan het woord. Ongecompliceerde lectuur voor in de vakantie of tijdens de lange zomeravonden.

Geen genade

naamloosDe laatste tijd is het schering en inslag om over bekende (ex)voetballers een biografie uit te brengen.
Zeer recent verschenen Gijp , Messi en Ronaldo. In Geen genade wordt het voetballeven van Andy van der Meijde uit de doeken gedaan.. Thijs Slegers de schrijver vertelt het verhaal in de ik-vorm.

Opgegroeid in een Arnhemse achterstandswijk heeft Andy van der Meijde geen gemakkelijke jeugd. Zijn vader is aan de drank en verbrast veel geld met gokken. Het voortdurende geldgebrek in het gezin betekent ook dat Andy en z’n zusjes verstek moeten laten gaan bij de schoolreisjes.
Andy is een matige leerling en heeft weinig interesse in school. De getalenteerde rechtsbuiten krijgt snel in de gaten dat een professionele carrièrre als voetballer de snelste manier is om zich aan zijn milieu te onttrekken.
Al snel komt er belangstelling uit Amsterdam en bij Ajax tekent hij zijn eerste contract.
Het lukt niet een vaste plaats in de hoofdmacht te veroveren, waardoor hij wordt verhuurd aan FC Twente. Na een jaartje keert hij terug naar Ajax. Hier speelt hij zich in de kijker waarna Inter Milaan hem contracteert. Maandelijks wordt er een bedrag van € 80.000 op zijn rekening gestort. Geld speelt vanaf dit moment geen rol meer in het leven van de jonge profvoetballer.
Wanneer hij na twee jaar Internazionale naar Everton verkast gaat het helemaal mis. De grote voetbalsuccessen blijven uit en het nachtleven van Liverpool oefent een grote aantrekkingskracht uit. Hij wordt verliefd op een paaldanseres, raakt aan de drank en de drugs en smijt met geld. Het is een wondertje dat hij met zijn nieuwe hobby’s überhaupt nog aan voetballen toekomt. Het aan de lopende band vreemdgaan kost hem uiteindelijk zijn huwelijk en zijn beide dochters ziet hij niet meer.

Andy van der Meijde vertelt zijn levensverhaal op openhartige wijze en schuwt de anekdote niet.
Zo vraagt nieuwkomer Mido na een eerste kennismaking in de kleedkamer van Ajax waar de dichtstbijzijnde Ferrarri dealer zich bevindt. Van der Meijde zelf voelt na een middag trainen in Milaan bij binnenkomst in de garage plotseling de natte tong van een kameel in z’n nek. Zijn vrouw is dol op dieren, maar heeft hem niet op de hoogte gesteld van haar jongste aanwinst.
Hoewel zijn leventje aan alle kanten ontspoort en de hoofdpersoon liegt en bedriegt ontkom je er niet aan een zekere sympathie voor de 17-voudig international op te brengen. Van der Meijde heeft een vrolijke inborst, beschikt over een gezonde doses humor en is wars van capsones.
De vraag is of de gevallen voetballer zijn leven weer op de rails krijgt…….
Geen genade is evenals Gijp heerlijk leesvoer, maar inmiddels ben ik wel weer toe aan een echte roman.

Het fenomeen ‘Gijp’


Als vaste gast van het praatprogramma ‘Voetbal International’ is René van der Gijp uitgegroeid tot een mediafenomeen. Hij werd vorig jaar zelfs genomineerd voor de Televizier Talant Award. Tijdens het EK voetbal zat de dertien-voudig international drie weken lang aan tafel bij VI-Oranje. In die periode logeerde hij in de Koninklijke Suite van het Kurhaus hotel. Met afstand de grootste kamer die meestal wordt betrokken door presidenten, staatshoofden en andere hooggeplaatste personen.
Over deze Van der Gijp is een biografie verschenen met de eenvoudige titel Gijp.Schrijver Michiel van Egmond geeft een schets van een geboren zondagskind. Met aandacht voor zijn spelerscarrière, zijn jeugd, zijn televisieloopbaan en zijn levensvisie. De schrijver leunt bij het samenstellen van dit boek voor een belangrijk deel op het programma VI, waarvan hij eindredacteur is. Ook komen collega’s en vrienden aan het woord.

Gijp doet het goed in het lezingencircuit en op de verrekijk. Hij heeft de lach aan z’n kont hangen. Anekdotes, mooie verhalen en kleedkamergrappen, hij schudt ze uit zijn mouw. Natuurlijk wordt de werkelijkheid hier en daar opgerekt.
Vrolijk wordt hij van hele kleine dingetjes: uitsmijtertje eten, een onverwachte terugspeelbal van Xavi of een vernietigende blik van Ibrahimovic. Zijn wensen gaan niet verder dan ’s ochtends opstaan en dan gewoon kunnen plassen.
Maar het is niet alleen vrolijkheid en lang leve de lol. Ook de andere kant van Van der Gijp wordt getoond. Hij kreeg vorig jaar een burn out, heeft soms angstaanvallen en lijdt aan een soort smetvrees.

Uit het boek komt naar voren dat Van der Gijp niet het maximale uit z’n carriere heeft gehaald. Hij was een begenadigd voetballer en had gemakkelijk honderd interlands kunnen spelen, maar de juiste instelling ontbrak.

Wat wel eens wordt vergeten is dat de voormalige rechtsbuiten veel verstand van voetbal heeft en een zeer scherp analyticus is. Een geboren verteller die het niet nodig heeft iemand te beledigen om overeind te blijven.
Heerlijk ongecompliceerd leesvoer voor op de bank.

Auke Kok, voetbalkenner bij uitstek

Auke Kok
Voetbal is trending topic, voetbal is hot. In het friese onderonsje tussen sc. Heerenveen en de amateurs van Harkemase Boys was het Abe Lenstra Stadion met 27.000 toeschouwers tot op de laatste stoel bezet. Tegen alle voorspellingen in ging Voetbal International aan de haal met de Gouden Televizierring en staat het Nederlands Elftal op de eerste plaats van de wereldranglijst. Kortom, voetbal is nog steeds de belangrijkste bijzaak in het leven.
Reden genoeg om Auke Kok, historicus en voetbalkenner bij uitstek, voor een lezing naar de bibliotheek van Heerenveen te halen.

Als schrijver werd Auke Kok vooral bekend door het boek. ‘1974 Wij waren de besten’. Het gaat over het WK van ’74 en de verloren finale tegen de Duisters. Deze traumatische nederlaag zijn veel Nederlanders nooit te boven gekomen. Het vlot leesbare tijdsdocument, waarin de tijdgeest van de jaren zeventig weer tot leven komt, werd bekroond met de eerste Nico Scheepmaker Beker voor het beste sportboek van het jaar.
In 2006 verscheen ‘Onze jongens’ en twee jaar later ‘Wij hielden van Oranje’ over het (gewonnen) Europees kampioenschap van 1988.

Auke Kok is een veelgevraagde gast in radio- en televisieprogramma’s en kan onderhoudend vertellen over zijn onderwerp.Tijdens de lezing zal hij het (huidige) Nederlands Elftal en allerlei andere voetbalzaken onder de loep nemen. Door zijn studie maatschappijgeschiedenis is hij in staat de populariteit van het voetbal te verklaren. Een geboren verteller, die met gevoel voor humor en ironie het publiek aan zich weet te binden.

Datum: Maandag 14 november
Plaats: Leescafé Bibliotheek Heerenveen
Aanvang: 19.30 uur
Toegang: € 4,50 (niet-leden € 6,50
)