Tagarchief: Voetbal

‘In zekere zin ben ik onsterfelijk’

Johan Cruijff was mijn jeugdidool. Begin jaren ’80 heb ik hem een keer in levende lijve gezien in de wedstrijd PEC Zwolle- Ajax. Cruijff was vooral verbaal aanwezig en gaf voortdurend aanwijzingen. Twee keer leverde hij een voorzet af waaruit werd gescoord. Daarna hield de maestro het voor gezien en liet zich wisselen. Hij zat tenslotte in de nadagen van zijn carrière.

Over Johan Cruijff (1947 – 2016) zijn de nodige boeken verschenen. Auke Kok, één van de beste non-fictieauteurs van dit moment, schreef dé biografie over de legendarische nummer 14. Hij raadpleegde hiervoor minstens 160 interviews met vriend en vijand. Wanneer we het inlegvel met rectificatie -dat op last van de rechter is toegevoegd en de verkoop van het boek enorm opstuwde- meerekenen, telt het boek 640 bladzijden. Cruijff zou jaarlijks een miljoen euro ontvangen van zijn stichting, maar de auteur kon dit, ondanks raadpleging van drie onafhankelijke bronnen, niet voldoende waarmaken.

Het begint allemaal met de kleine Johan die opgroeit in Betondorp (Amsterdam) en nog maar twaalf jaar is als hij zijn vader verliest. Een dramatische gebeurtenis die bepalend is geweest voor zijn latere leven. Op de laatste bladzijden lezen we –vlak voordat Cruijff zelf op 68-jarige leeftijd komt te overlijden- over de ontmoeting die de beste Nederlandse voetballer ooit organiseert met Max Verstappen, de Formule 1 coureur voor wie hij grote bewondering koestert. In de tussenliggende periode gebeurt veel, heel veel.

Het levensverhaal van Cruijff gaat over een volksjongen die uitgroeit tot een mondiaal fenomeen. Een weergaloze voetballer, maar wel altijd gelazer, vaak over geld. Zijn sterke persoonlijkheid moest je in z’n geheel accepteren anders leefde je op voet van oorlog. Want Cruijff had altijd gelijk. Met Rinus Michels ontwikkelde hij een haat-liefde-verhouding. De generaal noemde hem zelfs een psychopaat. De trainer Cruijff krijgt relatief gezien de minste aandacht in het boek, maar kennelijk kwam de deadline van het manuscript in zicht. Cruijff als familieman valt enigszins van zijn voetstuk als blijkt dat hij tijdens de trainingskampen van Barcelona in Drenthe het damesgezelschap niet schuwt. Hij blijkt ook gewoon een mens van vlees en bloed… Doet het vermelden van dit feit afbreuk aan de mythevorming rond het fenomeen Cruijff? De schrijver vindt van niet, want het boek is niet bedoeld als hagiografie, doch slechts als levensbeschrijving.

Wat mij na lezing van deze monumentale biografie vooral bijblijft is dat Cruijff een leven lang werd nagejaagd door bestuurders, zakenmensen, media, voetballers, supporters etc. Ze moesten allemaal iets van hem. Je vraagt je werkelijk af waar hij de energie vandaan haalde dit aan te kunnen. Auke Kok heeft het allemaal prachtig opgeschreven. Om met een bekende Nederlandse Volksschrijver te spreken; dit boek maakt alle boeken overbodig, behalve het telefoonboek en De Heilige Schrift.

 

 

 

Een doodgewone jongen uit Utrecht

Hij is niet iemand die graag in het middelpunt van de belangstelling staat en heeft aan het geven van interviews een broertje dood. Ook laat de geboren Utrechter nooit het achterste van zijn tong zien. Met het verschijnen van de autobiografie Basta is daar een einde aan gekomen. De lezer krijgt het complete verhaal voorgeschoteld: rauw, eerlijk, openhartig en onthullend. Niemand wordt gespaard.

Door de weinig harmonieuze gezinssituatie grijpt Marco van Basten de voetballerij aan om het ouderlijk huis zo snel mogelijk te ontvluchten. Zijn ouders hebben een slecht huwelijk en de dominante vader heeft geen oog voor de andere kinderen in het gezin. Misschien dat hier zijn sterke focus om de beste voetballer van de wereld te worden, is geworteld.

Met enige overdrijving kun je zeggen dat de enkel het hoofdpersonage van het boek is geworden; het is in ieder geval de leidraad. Een onschuldige overtreding in de wedstrijd tegen FC Groningen leidt sluipenderwijs het einde van zijn voetbalcarrière in. Op slechts 28-jarige leeftijd wordt de voetballer Van Basten ten grave gedragen; als mens moet hij door.

Veel ruimte is er ingeruimd voor Johan Cruijff. Wat aanvankelijk zijn idool is en later zijn medespeler en trainer wordt uiteindelijk een goede vriend. De heren raken gebrouilleerd en Cruijff overlijdt in 2016. Toch wordt de vriendschap postuum weer enigszins hersteld. Het is één van de aangrijpendste passages uit het boek. Opvallend genoeg komen Ruud Gullit en Frank Rijkaart, zijn makkers bij AC Milaan, nauwelijks in het verhaal voor. Vol lof en weinig kritisch is Van Basten over de omstreden mediamagnaat Silvio Berlusconi. Deze puissant rijke zakenman is eigenaar van AC Milaan en zorgt voor een vorstelijk salaris. Door verkeerde beleggingen slinkt het miljoenenvermogen van de Milanese spits met bijna de helft, juist op het moment dat de Italiaanse fiscus bij hem aanklopt.

De meeste mensen kennen Marco van Basten slechts als de gevierde voetballer die successen heeft behaald met Ajax, AC Milan en het Nederlands Elftal, maar een lofzang op deze prachtige voetballer is het boek  nadrukkelijk niet geworden. Uitgebreid vertelt Van Basten over zijn faalangst, spanningen en depressies, maar ook over zijn weinig geslaagde trainerscarrière. Persoonlijke ontwikkeling neemt een belangrijke plaats in. Hij werkt keihard aan zichzelf, kan meedogenloos zijn en doet aan zelfreflectie. Ik ben de beste, op mijzelf na is één van zijn gevleugelde uitspraken. Deze autobiografie is ook voor de niet voetballiefhebber interessant om te lezen.

Basta gaat over een doodgewone jongen uit Utrecht die toevallig aardig tegen een balletje kon trappen, maar aan wie het circus rondom het voetbal niet is besteed. Door alle tegenslagen in zijn leven is hij –naar eigen zeggen- een prettiger mens geworden.

 

Juichen voor Varg

Tussen al die tv-series vol moord en doodslag is de voetbalserie Home Ground een feest om je in onder te dompelen.

homeground1Voetbalclub Varg uit Ulsteinvik is net gepromoveerd naar de Noorse tegenhanger van de Eredivisie. De trainer zakt in elkaar op het trainingsveld en de club moet op zoek naar een nieuwe trainer.

Helena Mikkelsen is succesvol als trainster van een team uit de vrouwencompetitie. Technisch directeur Espen Eide biedt haar een contract aan. Ze is daarmee de eerste vrouwelijke trainer op het hoogste niveau in Noorwegen. Sarina Wiegman  als trainer bij ADO, zoiets. Mikkelsen moet Varg behoeden voor degradatie.

Een vrouw in een mannenwereld. Laat het maar aan mannen over om daar een probleem van te maken. Ze krijgt te maken met vooroordelen en tegenwerking.

homeground2 Allereerst zijn er de fanatieke supporters die niks moeten hebben van een vrouw op de bank. Dan hebben we Michael Ellingsen, die gepasseerd werd voor de functie van coach en er alles aan doet om haar functioneren te ondermijnen. De rol van Michael wordt gespeeld door oud-international John Carew. De man die met zijn lengte een behoorlijk obstakel was voor zijn tegenstanders. De man kan nog acteren ook en zijn aanwezigheid in de serie maakt het kijken al bijzonder.

Voetbalverhalen hebben vaak een hoog De-wondersloffen-van-Sjakie-gehalte, maar Home Ground stijgt daar ver bovenuit. De bij vlagen zeer humoristische serie wordt  verdomd goed gespeeld en heeft die befaamde Scandinavische menselijke warmte.

De wat stuurse Mikkelsen, Mons de grappenmaker van het team, het grote talent Adrian Ausness en al die andere personages, je gaat van ze houden. De wedstrijden worden overtuigend in beeld gebracht wat op zich al een grote prestatie is. Bovendien kunnen de acteurs een aardig potje voetballen. Tel daarbij op dat de vorm van Varg in het tweede seizoen steeds beter wordt, net als het kijkgenot en je hebt een kijktip van eredivisie-niveau. Ik deed in ieder geval in mijn eentje de wave voor deze heerlijke serie.

reserveer

Foppe

foppe

Menno Haanstra sprak voor biografie over Foppe de Haan met een groot aantal (top)voetballers, die onder De Haan hebben gewerkt zoals: Ruud van Nistelrooij, Royston Drenthe, Gertjan Verbeek en Klaas-Jan Huntelaar. Stuk voor stuk zijn ze vol lof over hun vroegere trainer al kraakt Verbeek wel een kritische noot. Veel plaats wordt ingeruimd voor Riemer van der Velde, de man die in de jaren ’80 als voorzitter het roer bij sc Heerenveen overneemt en Foppe aanstelt als trainer.
Foppe

Het gezin De Haan had het niet breed en Foppe en zijn oudere zus groeiden op onder sobere omstandigheden. Geen waterleiding, geen elektriciteit en geen gas; er moest zuinig worden geleefd. Tegen een hongerloontje stonden de arbeiders, waaronder vader Reinder, zestien uur per dag aan de turfschep. Een schoolvriend van de jonge Foppe woonde in een vochtige plaggenhut waar je niet eens rechtop kon staan. De vroegtijdige dood van zijn depressieve moeder, die zelfmoord pleegde, droeg evenmin bij aan een onbekommerde jeugd.

Een mooie karaktereigenschap van de latere voetbaltrainer is dat hij zijn afkomst nooit heeft verloochend en ondanks alle successen bescheiden is gebleven. Foppe is niet iemand die de achterban naar de mond praat, noch zal hij een gelikte mediatraining volgen om de pers te woord staat. Nee, Foppe is authentiek, ingetogen en een beetje ongemakkelijk met een rol in de schijnwerpers. Als luxe permitteert hij zich slechts een stacaravan op Ameland.

In chronologische volgorde houdt Haanstra de carrière van Foppe tegen het licht. We krijgen te zien dat de trainersloopbaan zorgvuldig wordt opgebouwd. De Haan doorloopt alle niveaus in het amateurvoetbal en na de landstitel met ACV maakt hij de overstap naar de profs. Hier komt hij als oud-CIOS-docent met ook een ALO- diploma op zak, volledig tot zijn recht.

Hoewel we met een fanatieke prestatietrainer van doen hebben is het resultaat niet altijd heilig. Hij is heel duidelijk in wat hij wil. Het gaat hem bovenal om goed voetbal. Eén drijfveer is dominant aan alle andere, hij wil spelers beter maken.

“Ik ben allergisch voor dingen die geen zin hebben en ook voor doelloos herhalen. Als je altijd hetzelfde doet, krijg je ook altijd hetzelfde resultaat. Na een tijdje ga je zelfs achteruit”

Boeiend wordt het wanneer de gevierde voetbaltrainer in gesprek gaat met Dirk Scheringa, de voorzitter van AZ. De Haan kan zo’n beetje een blanco cheque tekenen bij de Alkmaarse club, maar weigert uiteindelijk toch in zee te gaan met de gevallen bankier.

Menno Haanstra, die we kennen van de prachtige biografie over Jan Ykema,  heeft er een vlot leesbaar boek van gemaakt. Dit levensverhaal over Foppe is niet alleen geschikt voor voetballiefhebbers, maar verdient een grotere lezersschare. Het is een mooie biografie over een mooi mens.

Het voorwoord komt van Bert Wagendorp. Hij wordt sportjournalist bij de Leeuwarder Courant op het moment dat Foppe begint als trainer bij ‘zijn’ sc Heerenveen.

Johan Cruijff

cruijff
Een half jaar na het overlijden van Nederlands beste voetballer aller tijden verschijnt de autobiografie met de titel Johan Cruijff. Het levensverhaal wordt in zijn eigen woorden chronologisch opgetekend door de bevriende journalist Jaap de Groot van de Telegraaf.

cruijff-plaatje

Als eenvoudige jongen uit Betondorp zet de kleine Johan de eerste schreden op de voetbalvelden van Ajax. Het vroegtijdig overlijden van zijn vader heeft een grote invloed op zijn jeugd, maar staat een snelle ontwikkeling als voetballer niet in de weg.

Bij alle clubs waar Cruijff komt te spelen is hij de gevierde vedette, maar evenzo vaak ontstaan er problemen. Rinus Michels is zijn trainer bij Ajax, Barcelona, Los Angeles Aztecs en het Nederlands Elftal en speelt evenals schoonvader Cor Coster, die de zakelijke belangen behartigt, een grote rol. Maar dezelfde Michels weigert hem een trainerslicentie toe te kennen en belet hem bondscoach van het Nederlands Elftal te worden. Er is sprake van een haat liefde verhouding. Ook de ruzies met Piet Keizer, inmiddels ook al overleden, Frank Rijkaard en Marco van Basten worden besproken.

Als trainer en later ook als lid van de Raad van Commissarissen komt Cruijff regelmatig in aanvaring met bestuurders. De tegenstelling tussen trainer/speler en bestuurder loopt als een rode draad door het boek. Veel ruimte wordt ingeruimd voor de Johan Cruijff Foundation. Meer dan op zijn voetbalprestaties was De Verlosser trots op dit project.

El Salvador slingert zijn wijsheden als granieten zekerheden de wereld in. Hoewel de legendarische nummer 14 enkele onthullingen doet over Michels en de WK’s van ’74 en ‘78 komt er niet heel veel nieuws naar buiten. Wat overblijft is een sympathiek portret van een (familie) man met onnavolgbare bewegingen, een onafhankelijke geest en onnavolgbare uitspraken:

Ik maak eigenlijk nooit fouten, want ik heb enorme moeite om me te vergissen.

Als ik zou willen dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd.

In het boek staan prachtige foto’s, een voorwoord van Cruijff zelf en een nawoord van zoon Jordi. Het wachten is op de uitputtende biografie van historicus Auke Kok, waarin ook anderen aan het woord zullen komen.

reserveer deze boeken

Sportboek van het jaar

Terug naar HilversumOoit bedacht Kees Jansma de oneliner: Voetbal is de belangrijkste bijzaak van het leven. Hij besloot te kiezen voor een carrière in de sportjournalistiek, met voetbal als specialiteit.

Terug naar Hilversum begint met het WK voetbal in Engeland (1966) en eindigt precies 50 jaar later met de dood van Johan Cruijff. Wat daar tussen zit is veel, heel veel. Van elk jaar worden twee opmerkelijke gebeurtenissen bij de kop gepakt. Kees Jansma is goed geïnformeerd, zit als journalist overal bovenop en beschikt over uitstekende contacten.

De schrijver kiest steeds zijn eigen (verrassende) invalshoek en geeft vaak informatie uit de eerste hand. In 1974 gaat het wel over het WK voetbal, maar niet over de verloren finale tegen West-Duitsland. De bal op de paal van Rob Rensenbrink blijft bij het WK 1978 in Argentinië onbesproken.

Jansma ontmoet de groten der aarde zoals Nelson Mandela en Mohammed Ali. Honderden (legendarische) topsporters komen langs. Van Abe Lenstra tot Bettine Vriesekoop en van Gerrie Kneteman tot Bart Veldkamp. Ook staat de schrijver uitgebreid stil bij zijn eerste stappen in de journalistiek en de concurrentiestrijd op de redactie van Studio Sport. Het boek gaat niet alleen maar over sport. Enkele hoofdstukken worden gewijd aan de politiek (DDR) en aan het familieleven van de schrijver.

Een tikkeltje opportunistisch is Kees Jansma wel. Studio Sport is zijn leven. Toch kiest hij voor het grote geld bij concurrent Sport 7. En hij maakt de overstap van journalist naar perschef bij het Nederlands Elftal. In die rol kan hij de spelers beschermen tegen opdringerige journalisten! Hij dweept met de succesvolle coach Louis van Gaal, die zichzelf in de media voortdurend als een hork presenteert.

Kees Jansma sleurt de lezer mee door 50 jaar sportgeschiedenis, in puntige hoofdstukjes met een kwinkslag hier en een knipoog daar. Je voelt als lezer dat hij plezier heeft in het schrijven. Het boek kan probleemloos mee in de nominatie voor Sportboek van het Jaar.

 

Hand in hand

Hand in hand
Hand in hand

In het jaar 1969 heb ik een keus gemaakt voor het leven. Feijenoord, toen nog met puntjes, speelde uit tegen AC Milan in een vrijwel leeg San Siro.
Het grote Milan werd volledig stil gelegd door het kleine Feijenoord. Een beeld uit de zwart-witte mist staat me nog helder voor ogen. Willem van Hanegem die de bal over twee Italiaanse middenvelders wipt. Die twee zijn nu nog op zoek naar de bal.
Feijenoord verloor maar die wedstrijd was een kentering in het Nederlandse voetbal, daar begonnen de glorietijden.

In de finale tegen Celtic in datzelfde San Siro, heb ik in de pauze voor de verlenging gebeden op het toilet. We stonden na een achterstand weer gelijk. Hoe het afgelopen is weet iedereen. Wel ben ik als misdienaar toen van mijn geloof gevallen. Een God die zich met voetbal bezighield was voor mij niet geloofwaardig. Mijn geloof gold voortaan de club uit Rotterdam-Zuid.

Ik ken iemand uit 020 die vindt dat er zich niets van belang buiten de stadsgrenzen bevindt. Ze houden daar eerder hun neus hoog dan een bal. Ik zit liever met Willem van Hanegem in de loopgraven dan met Johan Cruyff, die me dood zou vervelen met zijn verhaal over de voordelen van de nadelen van een loopgraaf. Met Willem zouden we gewoon een potje klaverjassen terwijl de bommen overvliegen.

Gister was ik sjagrijnig. Mooi moment om mezelf te trakteren op het boek De snor van Jozsef Kiprich van Michel van Egmond. In de liefde voor Feyenoord zijn persoonlijke sores van geen belang. Ik moet er nog in beginnen maar verheug me bovenmatig. Als het boek me teleurstelt dan past dat heel goed bij mijn onvoorwaardelijke liefde voor de club. Teleurstelling is onderdeel van die liefde. Daarom kijk ik ook altijd even hoe Feyenoord heeft gespeeld voordat ik Studio Sport aanzet. Bij verlies, vooral in een samenvatting van 10 minuten, word ik namelijk bloedsjagrijnig. Het boek van Michel van Egmond kan ik zonder dat ik het gelezen heb, iedereen aanraden. Vooral voor die zelfbenoemde godenzonen uit 020. Hand in hand!

Moord in de Premier League

Philip Kerr - Transfermaand
Philip Kerr – Transfermaand

Philip Kerr is zo’n thrillerschrijver die nooit teleurstelt, sterke plots, sterke personages en mooie achtergronden of ze nu in het verleden of in de toekomst liggen. Transfermaand is een thriller die speelt in de van geld vergeven voetbalcompetitie van Engeland.

Scott Manson is assistent-trainer van London City, een fictieve club met een rijke Oekraïense eigenaar  en een charismatische, Portugese coach die de genen van Louis van Gaal en José Mourinho heeft meegekregen.

Bij een thriller hoort op z’n minst een lijk. Dat wordt gevonden na afloop van de wedstrijd tegen Newcastle United. Scott krijgt opdracht van zijn baas om uit te zoeken wie de moordenaar is, omdat de Oekraïner de politie liever niet over de vloer heeft. Zijn zoektocht leidt tot een verrassende ontknoping, maar  levert geen nagelbijtende spanning op

Het leuke van Transfermaand is de overtuigende schets van de voetbalwereld. Corruptie, voetbalvrouwen,  jaloezie en doelpunten in de laatste minuut. Snelle Jelle voor volwassenen. Het is een hele prestatie om een sport overtuigend neer te zetten in een boek en Kerr slaagt daar in.
Voor al die mannelijke sportliefhebbers die niet zo snel een boek lezen en vrouwen die het vak van voetbalvrouw ambiëren.

Kieft, waarschuwing van een junkie

KIEFT
KIEFT
Met een troosteloze en afwezige blik kijkt Wim Kieft je vanaf de omslag van het boek aan.
Ooit was hij een veelscorende spits bij Ajax, PSV en het Nederlands Elftal. De enige prijs die Oranje tot dusver heeft gewonnen, het EK van 1988, hebben we voor een belangrijk deel aan de blonde spits te danken. Op de rand van uitschakeling maakte hij toen de winnende treffer tegen Ierland. Tot wanhoop van de ex-voetballer wordt hij hier vrijwel dagelijks aan herinnerd. De hoofdpersoon praat niet graag over zijn voetballoopbaan , hij heeft wel iets anders aan zijn hoofd….`
Wie mocht denken dat het boek ‘Kieft’ (biografie is een te groot woord) over voetbal gaat slaat de plank lelijk mis. Het is vooral de periode na zijn actieve voetballoopbaan die uitgebreid wordt besproken. ‘Kieft’ is het verslag van een bittere strijd tegen drugs en in mindere mate alcohol. Twintig jaar lang is hij verslaafd geweest aan cocaïne. In die periode loog hij alles bij elkaar en jaste zijn hele kapitaal erdoor. Relaties liepen stuk. Hij kwam in de schuldsanering terecht en moest leven van nog geen twee tientjes per dag. Tijdens het lezen moest ik voortdurend denken aan het boek over Jan Ykema. De oud-topschaatser raakte na zijn carrière in dezelfde situatie verzeild als Wim Kieft.

Michel van Egmond heeft er met zijn mooie pen en geholpen door een openhartige Kieft, een lezenswaardig verhaal van gemaakt. Geen uitgesproken voetbalboek dus, maar meer een waarschuwing tegen de gevaren van langdurig druggebruik. Van Egmond heeft er wel voor gezorgd dat het geen aaneenschakeling van trieste verhalen is geworden, want er valt nog genoeg te lachen. Dit komt mede doordat Wim Kieft zijn leventje soms top op het bot relativeert.
Kieft: “Al die kutverhalen van voetballers over het zwarte gat. Rot op. Ik ben gaan gebruiken, omdat ik het lekker vond. En ik ben verslaafd geraakt, doordat ik het zolang ben blijven gebruiken tot ik niet meer zonder kon. Punt.”

Geen gezeik

9200000017454870De jongere generatie voetballiefhebber zegt de naam Jan Boskamp misschien weinig. De middenvelder won met het roemruchte Feijenoord uit de begin jaren 70 de wereldbeker en schopte het uiteindelijk tot international. Tot 1974 speelde de geboren Rotterdammer bij Feijenoord, daarna bouwde hij zijn carrière als speler en als trainer uit bij onze zuiderburen. Wim de Bock heeft de biografie geschreven met de toepasselijke titel  ‘Geen gezeik’.

Het verhaal wordt verteld in de ik-vorm. Uit alles blijkt dat Boskamp een voetbaldier is; hij staat ermee op en gaat ermee naar bed. Met het hart op de tong, type ruwe bolster blanke pit, is hij altijd zichzelf. Het Belgische RWDM wordt zijn club en als trainer behaalt hij drie keer het landskampioenschap met Anderlecht. Boskamp is een pure ‘voetbalbelg’ geworden en woont er al meer dan veertig jaar. Toch heeft hij nooit geschroomd om het buitenlandse avontuur aan te gaan. De Rotterdammer met het Belgische hart wordt een globetrotter en maakt als trainer lucratieve uitstapjes naar het Midden Oosten (Dubai en Koeweit) en Georgië.

Meest aangrijpende deel van het boek is het hoofdstuk waarin een gebeurtenis uit zijn privéleven wordt beschreven. Hij is getekend door dit drama uit zijn leven.

Sinds zijn pensionering is de Nederlandse Belg een graag geziene op de Vlaamse televisie en bij Voetbal International. In dit laatste programma wordt hij gekenmerkt door een bulderende schaterlach, een onvervalst Rotterdams accent en de losse handjes richting Rene van der Gijp, als hij de naam van een voetballer weer eens verkeerd uitspreekt en door zijn tafelgenoot wordt gecorrigeerd.

‘Geen gezeik’ heeft een ruim opgezette bladspiegel, een groot lettertype en leest vlot. Achterin het boek komen collega’ s en vrienden aan het woord. Ongecompliceerde lectuur voor in de vakantie of tijdens de lange zomeravonden.