Fulltime avonturier

Door Angela Perdok

Op reis gaan is door deze hele Coronapandemie helaas niet meer zo vanzelfsprekend. Gelukkig kunnen we vanaf de bank in ons eigen huis nog wel lekker op reis in een boek, zelfs tijdens deze nieuwe lockdown. Ik heb gelijk een reis geboekt die ik waarschijnlijk zelf nooit zal maken, maar waarvan ik zou willen dat ik de ballen had om hem wel te maken.

Tamar Valkenier zat een paar jaar geleden met een gebroken been op de bank en dacht “is dit het nou?” Ze besluit haar baan op te zeggen en gaat op reis. Ze stapt op de fiets en trapt duizenden kilometers helemaal naar Istanboel. Dit is de eerste reis die ze in haar boek Fulltime avonturier beschrijft, haar fietstocht door Europa heen, zonder enige ervaring in fietsvakanties.

Het reisverslag leest echt als een spannende roman. Ik heb, bij wijze van, op het puntje van mijn stoel haar avonturen gevolgd. Ze neemt je niet alleen mee langs alle mooie momenten tijdens haar reis, ze neemt je ook mee langs de vele moeilijke en onzekere momenten. Zoals wanneer ze bijna onderkoelt raakt midden op een berg in Zwitserland, ternauwernood weet te ontsnappen aan een Italiaanse gladjakker of wanneer ze haar kameel en paard kwijtraakt in Mongolië met al haar bepakkingen.

Haar voetreis door Mongolië is haar tweede solo-reis. Met kameel, paard en hond loopt ze door dit open en soms onherbergzame landschap. Hoewel het een prachtige reis is, zijn er ook nu genoeg zware momenten en mooie ontmoetingen met een totaal andere cultuur. Dit alles leidt bij Tamar tot mooie persoonlijke inzichten, maar ook zeker bij mij als lezer. Het roept vragen op als:  hoeveel spullen heb je als mens eigenlijk nodig? En: Zou ik zelf mijn kleine huis en weinige eten ter beschikking stellen aan een voorbij zwervende reiziger?

Ze zoekt pas echt de spanning op als ze samen met de eveneens Nederlandse Mirjam op jaag-expeditie gaat door Nieuw Zeeland. Zelf kende ik Mirjam van het programma Floortje aan het einde van de wereld en dat was ook de reden dat ik dit boek ben gaan lezen. Tijdens deze loodzware voettocht buiten alle gebaande paden om, zoeken ze ook nog eens zelf hun eten bij elkaar. Veel avontuurlijker wordt het bijna niet.

Uiteindelijk is het vooral een verhaal over grenzen verleggen, ultieme vrijheid en persoonlijke bewustwording. Nu zie ik mezelf niet direct met een paard en een kameel een woestijn doorkruisen, maar Tamars verhaal heeft me zeker aan het denken gezet over hoe ik zelf, dichter bij huis, het avontuur kan opzoeken en persoonlijke grenzen kan verleggen.

Het heeft ook met de wildernis te maken en het loslaten van alles wat ik vind en vond. De rust dat ik niemand hoef te zijn, dat ik niks te bewijzen heb, dat ik in alle vrijheid de wereld mag ontdekken. Juist door die rust gaat een wereld aan mogelijkheden voor me open en ik durf inmiddels te denken dat als ik iets echt wil, ik het dan ook kan.

De moordclub (op donderdag)

Het is tijd om een ietwat belegen term op te poetsen. Richard Osman geeft met zijn serie De Moordclub (op donderdag) het woord geestig een zonnige glans en laat zien dat een nieuwe hobby op latere leeftijd kan bijdragen aan levensgeluk als de meeste jaren al achter je liggen.

Vier bewoners, allen in de 70, van een luxe bejaardencomplex bespreken op donderdag tijdens de lunch een cold case. Meestal met wat wijn en lekkere hapjes. De leden van de Moordclub (op donderdag) zijn Elizabeth, Ibrahim, Ron en het nieuwste lid Joyce. Elizabeth is degene die de zaken aandraagt en de officieuze voorzitter. Voorheen was haar vriendin en voormalig rechercheur Penny dat, maar zij ligt al langere tijd in het ziekenhuis. In haar woning bewaard ze haar oude zaken waarmee ze nog jaren vooruit kunnen bij leven en welzijn. Met de gepensioneerde psychiater Ibrahim, de voormalige vakbondsleider Ron en ex-verpleegster Joyce maalt het viertal niet om een druppeltje bloed.

Niks zo leuk voor de club als een verse moord. Als aannemer Tony Curran, vennoot van hun huisbaas Ian Ventham, dood wordt aangetroffen kan de Moordclub hun kennis en kunde in de praktijk brengen. Wat volgt zijn nog meer lijken en een lekker plot dat door de Moordclub wordt ontrafeld. Ondertussen breiden ze hun vriendenkring uit met twee plaatselijke recercheurs.

In het tweede deel, dat nog beter is dan het eerste, wordt duidelijk waar Elizabeth haar skills vandaan heeft en verdiept de vriendschap van het viertal. Een vriendschap onder het motto van de vier musketiers, een voor allen, allen voor een. Ze nemen het onvervaard op tegen MI5 en een hele grote crimineel. Ondertussen babbelt Joyce er in haar dagboekfragmenten lustig op los. en lees je beide boeken met een grijns op je gezicht. Osman is werkelijk een zeer geestige schrijver, het plezier spat van alle pagina’s. Hij heeft een kwartet geschapen waar je alleen maar van kunt houden.

De serie smeekt werkelijk om verfilming. In een interview vertelt Osman dat iedereen met namen komt voor het illustere kwartet. Helen Mirren, Julie Waters, Judy Dench. Meryl Streep wil heel graag. Wie het gaat doen is nog onbekend, maar dat het verfilmd gaat worden staat wel vast want Steven Spielberg, ook niet meer een van de jongsten, heeft de rechten voor de verfilming.
Hij heeft al aangekondigd voor jongere acteurs te kiezen, omdat hij niet het risico wil lopen dat een van de acteurs voortijdig moet afhaken vanwege The End. Jammer. Want Helen Mirren zou een geweldige Elizabeth zijn. De andere twee dames mogen een strootje trekken voor de heerlijk kokette Joyce. Ben Kingsley kan als Ibrahim en Brian Cox als Ron en de Moordclub (op donderdag) is compleet.

Het eerste deel is ook te leen in de online bibliotheek, als e-book en luisterboek.

De fabriek van klootzakken

Het is 1974 als Koja terugblikt op zijn leven dat begint in 1909 in een van de Baltische staten. Het verhaal vertelt hij aan medepatiënt Basti, een hippie vol geloof in liefde en harmonie. Ze liggen allebei in een ziekenhuis. Koja heeft een kogel in zijn kop en je moet tot het eind van dit vuistdikke boek wachten om te horen hoe die daar is terechtgekomen.

De broers Hub en Koja Solm groeien op tijdens de Russische Revolutie. Hub heeft als oudste grote invloed op de gevoelige en artistiek aangelegde Koja. Als hun ouders de wees geworden Ev opnemen in het gezin, verandert dat vooral Koja’s jonge leven. Ev is een vrijmoedig meisje en geeft kleur aan de dagen. Beide broers ontwikkelen gevoelens voor hun zus, een voorbode van wat gaat komen.

Wanneer de nazi’s aan de macht komen, sleept Hub Koja mee en treden ze toe tot de SS. Waar Hub een overtuigde nazi is, probeert Koja vooral verantwoordelijkheid te ontlopen, niet overtuigd van de ideeën van het Nationaal Socialisme. Maar in een oorlog, de fabriek uit de titel, houdt niemand schone handen. Wonderlijk genoeg overleven alle drie de oorlog, waarna de broers terechtkomen in de pas opgerichte spionagedienst van de jonge Bondsrepubliek. Een dienst die voornamelijk gerund wordt door ex-nazi’s.

Hier komt het verleden van Chris Kraus om de hoek kijken. Hij kwam erachter dat zijn grootvader, met wie hij een warme band had, bij de Totenkopf Kommando heeft gediend, het onderdeel van de SS dat verantwoordelijk was voor de concentratiekampen. Hij heeft zich tien jaar lang verdiept in zijn familiegeschiedenis en daar voor zijn familie een boek over geschreven. In De fabriek van klootzakken heeft hij deze geschiedenis verweven met het verbijsterende gegeven dat na de oorlog nazi’s met steun van de geallieerden een geheime dienst konden oprichten en de oprichting van de staat Israël, het schuldgevoel van de Duitsers.

Kraus heeft een fantastisch boek geschreven over afschuwelijke gebeurtenissen die hij op wonderlijke wijze weet te kruiden met een ironische pen. Wat een rijkdom aan gedachten en ideeën strooit hij over je heen tijdens het lezen. De schrijver laat zien hoe vloeibaar moraliteit is, hoe iedereen kan veranderen in een klootzak. Een liegende klootzak als Koja, die ondanks zijn vreselijke daden duidelijk probeert te maken dat hij ook lief kan hebben en dat zijn daden daardoor te verklaren zijn. Zijn medepatiënt Basti lijdt zo onder het levensverhaal van Koja dat hij er psychisch aan ten onder gaat. Daarmee staat Basti voor de lezer van dit boek, want uiteindelijk praat Kraus tegen de lezer.

Qua reikwijdte en thema vergelijkbaar met Het achtste leven van Nino Haratischwili. Ook al zo’n meesterwerk.

Interview met Chris Kraus over zijn boek.

De beer en de nachtegaal

Door Angela Perdok

Eerlijk is eerlijk, ik koos dit boek voornamelijk door de prachtige en kleurrijke kaft. Toen ik op de achterkant de woorden “het oude Rusland” en “winters sprookje” zag staan, was ik verkocht. Dit boek moest ik lezen.

Het verhaal speelt zich af in Middeleeuws Rusland, toen nog Roes geheten. Het is nog hartje winter als het verhaal start. De kinderen van Pjotr Vladimirovitsj zitten rond de grote kleikachel wachtend op een verhaal van hun min Doenja. Doenja vertelt hen het verhaal van Morozko, een sprookje over de winterkoning. Niet wetende, dat sprookjes niet altijd sprookjes zijn.

Vasja is een van de dochters van Pjotr Vladimirovitsj. Ze groeit op tot een avontuurlijk, wild meisje. Als enige ziet zij nog de natuurgeesten uit de verhalen van haar min Doenja en voelt ze de duistere groeiende krachten die de winter met zich meebrengt. In haar eentje probeert ze deze tsjerti levend te houden door offers van onder andere brood achter te laten. Dit is echter geen gemakkelijke opgave, zeker niet nu de Kerk een steeds grotere rol inneemt in haar dorp. Lukt het Vasja om haar huis en dorp te beschermen?

De beer en de nachtegaal zit vol magie en avontuur en wordt verteld vanuit verschillende personages. Door alle verschillende perspectieven is het niet zo makkelijk te zeggen wie nu goed is en wie slecht, misschien heeft iedereen wel wat van beide kanten. Dat gegeven vond ik heel verfrissend, omdat de meeste sprookjes toch werken met een “held” en “slechterik”. Fijn dat dit een keer doorbroken wordt.

Het is het eerste deel van de Winternacht trilogie, waarvan deel twee en drie zeker niet onderdoen voor het eerste deel. Je ziet Vasja nog verder opgroeien van jong meisje tot volwassen vrouw en de scheidslijn tussen goed en kwaad wordt nog iets dunner.

Zie mij graag

Sarah Meuleman en Lize Spit moeten vroeger van hetzelfde Vlaamse water hebben gedronken. Beide schrijfsters hanteren een scherpe pen waarmee ze complexe psychologische romans schrijven die krassen maken op je ziel. Zie mij graag is de derde roman van Meuleman die debuteerde met De zes levens van Sophie.

Een welhaast vast thema van Meuleman is de confrontatie met het verleden dat de hoofdpersonen aangaan. Lieve heeft in Amsterdam een bestaan opgebouwd als influencer op de sociale media. In dit verhaal gaat Lieve terug naar haar geboorteplaats Damme, vlak over de Nederlandse grens.

Ze wil de waarheid achterhalen over een noodlottige avond waarbij de toen 11 jarige Lieve haar onderbeen kwijtraakte in een auto-ongeluk. Die avond vierde haar vader een feest vanwege zijn succes als schrijver. Maar wie zaten er in de auto naast haar vader en Lieve zelf? Margot, de 16 jarige zus van Lieve, die haar probeert te beschermen tegen de wereld? De 18 jarige, aantrekkelijke Daphne die iets met de vader lijkt te hebben en die na die avond spoorloos is?

Lieve post haar zoektocht naar de waarheid op haar account en ziet het aantal volgers omhoog schieten. Margot komt door haar pillengebruik in de problemen in het ziekenhuis waar ze werkt. Meuleman vlecht heden en verleden in elkaar en als lezer kruipt dit verhaal, met de nodige suspense, onder je toch al bekraste huid tot de waarheid zich openbaart in de laatste pagina’s van dit boek. Meuleman doet het weer.

Van Amsterdam naar Gaast

Een aantal jaar na het overlijden van haar man laat Petra Possel de stad Amsterdam achter zich. Te hip, hot en hype. Te druk, op straat en in haar hoofd. Ze verlangt naar rust. Ze koopt een pittoresk huisje in Gaast, dorp aan de dijk. Dat pittoreske valt tegen als ze er eenmaal woont (gratis tip, koop een huis op het platteland in november). Het dak lekt en het is koud, want op het IJsselmeer waait het altijd. En dan zij er nog de Friezen.

Possel schrijft lichtvoetig, met veel humor, maar oppervlakkig is het nergens. De rouw om haar man, een nieuwe liefde, de ontmoetingen met de inwoners, ze stipt het aan, maar laat je verbeelding wel werken. Haar ontmoeting met Zwaluwman, Theunis Piersma die het begrip landschapspijn heeft gemunt, bracht bij mij nog een herinnering naar boven aan een schoolreis. In de bus op weg naar Rolduc, Aken en Luxemburg, had hij een cassettebandje mee met daarop het album Paloma Blanca van de George Baker Selection. Waarom weet ik nog steeds niet, maar de buschauffeur draaide deze muziek de godganse busreis op een te hard volume. Wat.een.ramp. Ik had hem Duifman genoemd.

Maar terug naar het boek. De stad uit is een heerlijke kroniek van een stadsmens die er gaandeweg achter komt dat het leven in stilte haar beter past dan de gejaagdheid van de stad. Dat ze al struikelend haar plek vindt in een dorp van 220 inwoners is te lezen in korte hoofdstukken, dat in het dit jaar verschenen Alles gaat over, een vervolg kreeg. Dat ga ik nog lezen, omdat ik benieuwd ben hoe het haar verder is vergaan.

Nog even dit. Als ze een succesvol diner organiseert voor de dorpsgenoten, vraagt ze de volgende dag aan de Dorpsoudste wat hij er van vond: ”Ben niet aan de schijterij geraakt, dus het was goed”. Dat is een vrij lang antwoord voor een Fries en een mooi wolkom yn Fryslân.

Het huis in Parijs

Er zijn van die boeken die alles hebben. Ze zorgen voor een glimlach, laten je dingen ontdekken die je nog niet wist en brengen de tranen in je ogen van afschuw. Schrijvers die dat voor elkaar krijgen staan bij mij met stip op 1. Natasha Lester doet het met haar boek Het huis in Parijs.

Hoofdpersonage Skye neemt je mee in de fascinerende en tegelijkertijd schrijnende wereld van vrouwelijke piloten in de Tweede Wereldoorlog. Een positie die in een door mannen gedomineerde wereld allesbehalve serieus genomen werd. Al lezende sta je regelmatig met je oren te klapperen als je hoort hoeveel moeite de pilotes bij de WAAF (Women’s Auxiliary Air Force) moeten doen om te bewijzen dat zij net zo goed kunnen vliegen als de mannen.
Een bijzonder pijnlijk voorbeeld van hoe er op hen werd neergekeken vind ik het volgende stukje:

Beaufighters waren berucht om hun neiging tot overtrek en hun onvoorspelbare gedrag in scherpe bochten, waardoor ze moeilijk te hanteren waren. Dit squadron had er zoveel problemen mee gehad dat de piloten weigerden er nog mee te vliegen. Dus was Skye opgetrommeld om hun te laten zien dat zelfs een vrouw met het toestel overweg kon. Zelfs een vrouw.

Niet te geloven toch…
Ondanks alle weerstand die er is zet Skye door en dat blijft niet onopgemerkt bij de grote bazen. Op een dag wordt ze gevraagd om zich aan te sluiten bij de Special Operations Executive (SOE), een organisatie die in het geheim agenten en saboteurs uitzond naar o.a. Frankrijk.

Wat dit boek extra interessant maakt is dat er een tweede verhaallijn in zit, die zicht afspeelt in 2012. Dit deel gaat over Kat, die modeconservator is en via haar grootmoeder in het bezit komt van een indrukwekkende collectie haute couturejaponnen van Dior. Hoe komt haar grootmoeder hieraan? En waarom zijn ze weggestopt in een bungalow in Cornwall?

Twee op het oog totaal verschillende verhaallijnen dus, maar de schrijfster weet ze verrassend vloeiend in elkaar over te laten lopen. Echt een aanrader dit boek, reserveer hem maar gauw!

Derksen

Zijn hele leven heeft hij zich beziggehouden met drie dingen: voetbal, voetbal en nog eens voetbal. Als prof begon hij eind jaren ‘60 bij SC Cambuur, werd hoofredacteur van Voetbal International en is tegenwoordig wekelijks te zien in het (voetbal)praatprogramma Veronica Insite. Wie de biografie over Johan Derksen eenmaal heeft gelezen, komt tot de ontdekking dat niet voetbal maar muziek zijn werkelijke passie is. Het enige waar hij niet zonder kan in het leven is de blues en hij was ooit manager van Cuby and the Blizzards. Zanger Harry Muskee, een man wiens gebruiksaanwijzing zo dik was als het telefoonboek van Assen, was zijn beste vriend. Van hem leerde hij overal schijt aan te hebben.

Het boek is een coproductie van bestsellerauteur Michel van Egmond, die het verhaal optekent en Antoinette Scheulderman. Zij neemt de interviews voor haar rekening. Hierdoor wint het boek aan scherpte, want Derksen krijgt bij haar niet de gelegenheid zijn anekdotes routineus uit te serveren, maar wordt soms in een ongemakkelijke positie gemanoeuvreerd. Een beetje jammer is dat er geen vrienden, vijanden en collega’s aan het woord komen.

Wij konden slikken wat we wilden. Om half drie stond iedereen met uitpuilende pupillen aan de aftrap. En dan schopten we naar alles wat bewoog

De hoofdpersoon heeft niet alleen een grote mond: Op tv heb ik een bek als een scheermes, maar blijkt ook buitengewoon openhartig. Met Michel van Egmond worden de plaatsen bezocht die een belangrijke rol spelen in het leven Johan Derksen. De favoriete plek van ‘De Snor’ is zijn mancave, een met cd’s volgestouwd rookhol. Van Egmond is werkelijk geïnteresseerd in zijn hoofdpersoon. Hij graaft, maar is nooit op zoek naar het schandaal. Ook voor de voetbalnono’s onderhoudende lectuur.

De andere Amerikanen

Nora krijgt bericht dat haar vader is overleden. Hij is midden in de nacht aangereden op een kruispunt in een klein plaatsje vlakbij het Joshua Tree National Park in Californië. Voor dood achtergelaten op het asfalt van de Highway 62. De politie probeert te achterhalen wie hem heeft aangereden. Dit lijkt het begin van een thriller, maar deze roman is veel meer dan een whodunnit.

Het slachtoffer, Driss, is met zijn vrouw vijfendertig geleden Marokko ontvlucht omdat hij vreesde voor zijn leven. In de Mojave woestijn begint hij een donutwinkel. Na verloop van jaren breidt hij de winkel uit naar een diner. Ze krijgen twee dochters, de oudste ogenschijnlijk gesetteld en Nora. Zij probeert als componist voet aan de grond te krijgen en is de spil in dit verhaal.

Nora keert in shock terug naar haar geboorteplaats om haar moeder bij te staan. De drie vrouwen gaan elk op hun eigen manier om met het verdriet. Nora gelooft niet dat de aanrijding een ongeluk is. Haar zus wil verder en Maryam, de moeder, verwerkt het verdriet in stilte.

Laila Lalami is geboren in Rabat en kwam op haar 24e naar de VS waar ze professor creative writing is aan de Universiteit van Californië in Riverside. De oorspronkelijke titel The Other Americans geeft beter weer wat een van de thema’s in dit prachtige boek is, het alledaagse, sluimerende racisme. Dat schreeuwt de schrijfster niet van de daken, maar wordt subtiel verweven in het verhaal, dat wordt verteld door meerdere personages in korte hoofdstukken. Toch geeft Lalami elk personage diepgang omdat ze iedereen ruimschoots de tijd geeft in het boek. Van de enige getuige van het incident, die zich niet durft te melden bij de politie omdat hij illegaal is, tot de zwarte politievrouw die de zaak onderzoekt. Dat uiteindelijk de toedracht van de aanrijding boven water komt is belangrijk voor het verhaal, maar ondertussen heb je een wonderlijk mooi en goed geschreven verhaal gelezen over familie, rouw, liefde en alledaags racisme. Een absolute aanrader, ook voor thrillerliefhebbers.

Smakelijke nieuwe serie

De zusjes begint met een ijzingwekkende scene aan boord van een zeilschip. Een jonge vrouw wordt belaagd door een doorgedraaide man. Hij probeert haar te verkrachten, zij probeert hem af te weren.

Als je denkt daarna rustig in het verhaal te komen, kom je in een verlaten bedrijfspand midden in de volgende dramatische scene. Lisa, een van de zusjes uit de titel, vindt haar tweelingzus Kat bewusteloos op een smerig matras met een lege heroïnespuit naast haar.

Lisa Kauffmann probeert met haar bedrijfsrecherchebureau het hoofd boven water te houden, nadat haar vader gestopt is met het bedrijf. Via haar broer Ruben wordt ze uitgenodigd bij een bedrijfsetentje van Bongerds Conservenfabriek. Een lekkere bonenschotel wordt bijna de dood van de directeur. Om te zorgen dat de politie niet wordt ingeschakeld en de eventuele slechte publiciteit die daaruit kan volgen, krijgt Lisa de opdracht om uit te zoeken wie de directeur probeerde te vermoordden.

Ondertussen is haar tweelingzus Kat net ontslagen uit een ontwenningskliniek en wil hun vader dat ze samen het bureau leiden. Dat tot grote ergernis van de ietwat rigide Lisa. Kat is een verslaafde en dus onbetrouwbaar volgens Lisa.

Wat volgt is een in vlotte stijl geschreven zoektocht. Met lekkere dialogen, goed uitgewerkte personages en een mooi plot. Zoals vaak in het leven speelt het verleden een grote rol. Kleinloog heeft een veelbelovend begin geschreven van wat een serie rond het bureau moet worden. Lekker als een bonenschotel, maar niet zwaar verteerbaar.