Perfect gekruid

Whistling Ridge, Colorado. Een kleine gemeenschap in de bergen, een zwaar gelovige bevolking, homoseksualiteit, geweld, drugs, een buitenstaander en de verdwijning van een 17 jarig meisje. Een flinke hoeveelheid ingrediënten. Toch weet Anna Bailey in haar debuut Tall Bones hiermee een kruidig gerecht te serveren.

Abigail Blake laat haar vriendin Emma achter op een feestje bij de Tall Bones, een groep stenen diep in het bos waar de dorpsjeugd graag rondhangt, vrijt, drinkt en drugs gebruikt. Abigail volgt een jongen het bos in, Emma heeft een vermoeden wie dat is, maar weet het niet zeker. Ze is vooral gekwetst dat haar beste vriendin haar alleen op het feest laat.
Als Abigail de volgende dag niet terugkomt, volgt een onderzoek, maar de politie lijkt het al snel op te geven.

De familie Blake heeft niet zo’n geweldige reputatie in Whistling Ridge. Vader Samuel, een getraumatiseerde Vietnamveteraan, is alcoholist en gewelddadig. Zijn vrouw heeft haar ambities al lang opgegeven en weet zich nauwelijks staande te houden in het huwelijk en in de gemeenschap. De opvoeding van haar drie kinderen lijkt ze niet aan te kunnen. In deze ijzige omgeving worstelt Noah, de oudste zoon, met zijn seksualiteit. De jonge Jude, zelf slachtoffer van het geweld, probeert op zijn manier het gezin bij elkaar te houden.

Noah is verliefd op Rat, een Roemeense jongen die in een caravan woont. Rat is degene die de radeloze Emma opvangt als Abigail niet terugkomt. Ze denkt dat Hunter, zoon van een rijke ondernemer, verantwoordelijk is voor de verdwijning. Toch krijgt ze een band met hem.

Zo is er nog veel meer te vertellen over de mensen die dit verhaal bewonen. Waarom praat Noah niet meer met Abigail? Wat is er gebeurd met de vader van Emma, een latino? Bailey wisselt heel vernuftig hoofdstukken Toen en Nu af. Daardoor kom je steeds meer te weten en leer je de hoofdrolspelers beter kennen. Toch houdt ze je tot het eind in spanning wie er verantwoordelijk is voor de verdwijning van Abigail. Dat doet ze in verraderlijke rustige stijl, maar schetst ze ondertussen een hels portret van een gelovige gemeenschap waarin geen ruimte is voor mensen die zich niet voegen naar Gods woord. Deprimerend, maar bloederig mooi.

Koninklijke detective

Een humoristische detective is als een high tea tijdens een zonnige vakantie. Heerlijk om van te snoepen en de echte wereld doet er even niet toe terwijl je je verliest in traditioneel vermaak. Vooral als de detective van dienst een amateur is, geen doorsnee burger en lichtjes excentriek. Een majesteitelijke Miss Marple (zoals gespeeld door Margaret Rutherford).

S.J. Bennett heeft met De moord op Buckingham Palace een tweede detective afgeleverd met Queen Elizabeth II in de hoofdrol. Haar talent blijkt niet alleen te liggen in het heel lang monarch zijn, ze is op hoge leeftijd ook nog een scherp denkende speurder. Na De moord op Windsor Castle is Elizabeth vooral bezorgd over een klein schilderijtje dat ze bij de opening van een tentoonstelling is tegengekomen. Het is een kleurrijke en niet zo goed gelukte impressie van de HMY Britannia, het koninklijke schip, dat vroeger op haar slaapkamer hing. Ze geeft haar persoonlijke assistent Rozie de opdracht om uit te zoeken waarom het schilderij niet meer in het paleis hangt en het terug te halen.

Maar dan wordt Cynthia Harris uit de hofhouding rond de koningin dood gevonden in het zwembad. Wat elders een ongeluk lijkt. is in een detective vanzelfsprekend een moord. De politie zit op een verkeerd spoor. De koningin laat het er niet bij zitten en samen met Rozie slaat ze aan het speuren.

Bennett combineert humor en een heldere stijl aan bestaande personages en een verzonnen realiteit. Elizabeth is op zeer hoge leeftijd nog steeds scherp, met grote mensenkennis en een onderkoeld gevoel voor humor en dat is eigenlijk wel heel plausibel.

Meer humoristische detectives voor nog meer high tea en vakantiegevoel:
Richard Osman – De moordclub (twee delen)
Nicolien Mizee – Moord op de moestuin
Mario Giordano – Tante Poldi (twee delen)

Ischa

De lezers van ons blog wil ik graag attenderen op het boek ‘Ischa’ van Gijs Groenteman, dat in 2020 in herdruk is verschenen. Aanleiding om deze herziene en uitgebreide editie opnieuw uit te brengen is de 25e sterfdag van journalist, radio- en tv persoonlijkheid Ischa Meijer. Hij wordt gezien als de beste interviewer die Nederland heeft gehad.

Als baby zit hij met zijn ouders in het concentratiekamp Bergen-Belsen. De bezetting en de Jodenvervolging hebben diepe sporen nagelaten bij het gezin, waarin Ischa Meijer opgroeit. De verstoorde relatie met zijn ouders, die over deze gebeurtenissen nooit hebben willen praten, vindt hier zijn oorsprong. Al op jonge leeftijd ontvlucht Ischa het getraumatiseerde gezin.

In het boek valt genoeg te lachen, maar uiteindelijk is het een ontroerend portret van een fascinerende man, die gekenmerkt wordt door mateloosheid en nergens rust vindt. Hij werkt hard, rookt en drinkt veel en wisselt van vrouwen met de snelheid van het licht.

‘Hij had een façade van slim, geestig, alert, geslaagd enzovoort, maar in zijn bodem zat een groot gat, dat voortdurend gevuld moest worden met applaus’.

Gijs Groenteman heeft dertig mensen geïnterviewd, die hem goed hebben gekend. Deze interviews zijn opgeknipt en over twaalf hoofdstukken verdeeld. Vrienden, geliefden, familie en collega’s komen aan het woord waaronder: Connie Palmen, Henk Spaan, Adriaan van Dis, Matthijs van Nieuwkerk, Jenny Arean en Olga Zuiderhoek. Ze geven allemaal openhartig hun mening, zoals Meijer dat zelf ook altijd deed. De hoofdpersoon werkt mee aan het boek, doordat de citaten uit een groot interview van hem zijn opgenomen. Het slotwoord wordt verzorgd door zijn dochter Jessica. Deze biografie over een onberekenbare Amsterdammer van Joodse afkomst is zowel qua vorm als qua inhoud uniek te noemen.

Indrukwekkende verhalen

Sommige boeken kruipen onder mijn huid. Of ik dat nu wil of niet. Boeken met onderwerpen waar je eigenlijk heel verdrietig van wordt maar die zo mooi geschreven zijn dat ze absoluut de moeite waard zijn om te delen. Ik heb kort na elkaar twee van deze boeken gelezen en omdat de moeizame relatie met een ouder in beide boeken terugkomt deel ik ze samen in dit blog.

Om te beginnen een boek dat me getipt werd door een collega; Mijn moeder wil mijn naam niet weten van Christel Jansen. Dit waargebeurde verhaal over een beroemde celliste die niet weet hoe ze een moeder moet zijn voor haar drie kinderen is verbijsterend. Hoe kan het dat een vrouw met zoveel gaven niet in staat is een warm en liefdevol gezinsleven te hebben? Het is om te huilen. De kinderen groeien op in pleeggezinnen en tehuizen, waar ze liefdeloos en met harde hand behandeld worden. Mijn hart brak bij de verhalen van de beide jongens, die je vanuit hun eigen perspectief leest. Zij hebben beide nog een aantal jaar thuis gewoond maar na de geboorte van hun kleine zusje werd de situatie steeds schrijnender. Toen een tante ontdekte hoe het kindje leefde ontfermde zij zich over haar. In principe waren de kinderen elders beter af, maar diep van binnen willen ze gewoon gezien en geliefd worden door mama…

Dan Een spel van licht van Charles Martin. Het proloog zet al je zintuigen meteen op scherp dankzij een jeugdherinnering van Tucker. Hij en zijn halfbroer Mutt groeien op bij een zeer gewelddadige vader. Een moeder hebben ze niet, ze worden opgevoed door miss Ella, een diepgelovige huishoudster die van ze houdt alsof ze haar eigen kinderen zijn. De ervaringen uit hun jeugd hebben grote invloed op de levens van de broers. Mutt lijdt aan psychische stoornissen en aangezien Tucker niet weet hoe hij hiermee om moet gaan laat hij zijn broer opnemen in een inrichting. Zelf reist hij met zijn camera naar verschillende uithoeken van de wereld in de hoop zijn herinneringen achter zich te laten. Jaren later komen de broers weer met elkaar in contact en proberen ze samen in het reine te komen met de gebeurtenissen, maar zullen ze hun vader ooit kunnen vergeven?

Zoals je ziet zijn beide boeken behoorlijk heftig. Maar toch wil ik ze met je delen. Ze zijn het waard. Ideaal voor dit stormachtige weekend!

Recht voor z’ n raap

Als zijn favoriete jeugdboek noemt Gertjan Verbeek ‘Alleen op de wereld’ van Hector Malot. Hoofdpersoon in dat verhaal is het jongetje Remi, dat in z’n eentje moet zien te overleven en daarin slaagt. De overeenkomsten met zijn eigen leven zijn duidelijk aanwezig. Ook Gertjan was vaak eenzaam, koos niet de gemakkelijkste weg, maar redde het door zijn eigen pad te volgen. 

Voor de biografie Recht voor z’n raap’ maakt de hoofdpersoon met schrijver Eddy van der Ley een rondgang langs de mensen die een belangrijke rol hebben gespeeld in zijn leven: Foppe de Haan, Riemer van der Velde, Orlando Smeekes, Johan Derksen e.a.  Laatstgenoemde heeft nog een betere titel voor het boek: ‘Stronteigenwijs’. Als sidekick van het programma Veronica Inside zit Verbeek nooit om een mening verlegen en aan mediatraining heeft deze vermakelijke hork geen boodschap. Regelmatig ligt hij overhoop met verslaggevers. Uit het boek komt naar voren dat de oud-voetballer betrouwbaar en hulpvaardig is, maar ook betweterig. Zijn recht door zee mentaliteit is soms een excuus voor zijn eigengereidheid.  

De sociale kant van Verbeek wordt duidelijk als hij zich ontfermt over de als drugs baby geboren Orlando Smeekes (zie filmpje). Hij wordt pleegvader en biedt de veertienjarige puber zelfs onderdak. Zelf heeft Verbeek een tijdje gebalanceerd op de fragiele scheidslijn tussen onder- en bovenwereld. Het is zijn bokstrainer die hem voor de verkeerde afslag heeft behoed.

Als voetballer loopt de weerbarstige jongeling niet over van talent. Met een voorbeeldige instelling haalt hij wel het maximale uit zijn carrière. De voetbaltrainer Verbeek viert successen met Heracles, Heerenveen en AZ, maar wordt bij verschillende andere clubs ontslagen. Toch verloochent hij nooit zijn voetbalfilosofie. Verbeek onderscheidt zich nog op een andere manier. Hij verbouwt een aantal boerderijen. Van een bouwval in Jubbega maakt deze workaholic een prachtige woonboerderij. Het levert hem de bijnaam ‘De tovenaar van Jubbega op’. De eigenzinnige dorpsgenoten kunnen zijn vlijt en mentaliteit wel waarderen. In de plaatselijke bibliotheek komt op het Historisch Informatiepunt zelfs een bronzen borstbeeld van hem te staan.

Recht voor z’n raap is een mooi portret van een nukkige selfmade man, die weet wat hij wil. Ook als e-book en luisterboek te leen in de online bibliotheek.

‘Ik ben de beste premier die Nederland nooit heeft gehad’

Later word ik burgemeester verkondigt hij als schooljongen. De zoon van een hardwerkende meubelmaker groeit op in Amsterdam en bezoekt het gymnasium in Hilversum. Daarna studeert hij politicologie en wordt voorzitter van de JOVD. Op 25-jarige leeftijd komt hij in de boeken als het jongste kamerlid. 

Oud-hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant Pieter Sijpersma heeft ruim zeven jaar aan de biografie gewerkt. De auteur is er glansrijk in geslaagd om van dit meer dan 700 pagina’s tellende boek een uitstekend leesbaar verhaal te maken. `Hans Wiegel de biografie´ staat vol met verhalen en anekdotes. De VVD coryfee wordt niet alleen maar op het schild gehesen, een eis die hij vooraf uitdrukkelijk heeft gesteld. Voor- en tegenstanders komen aan het woord en de hoofdpersoon heeft zelf openhartig meegewerkt aan deze levensbeschrijving. De biografie geeft een prachtig tijdsbeeld van de (politieke) geschiedenis van de jaren ’60, ’70 en ’80. Om erachter te komen wat zijn drijfveren zijn, neemt de schrijver ook een duik in het persoonlijke leven van Hans Wiegel. 

Van huis uit is Hans Wiegel zeer verlegen, maar hij barst van de ambitie en wil graag in de belangstelling staan. Dat hij beschikt over de gave van het woord en humoristisch is, komt goed van pas. Deze geboren politiek acteur heeft veel gevoel voor theater en een zekere hang naar decorum is hem niet vreemd: driedelige pakken met horlogeketting en dikke sigaren. De politicus gebruikt graag een kwinkslag -‘ik ben de beste president die Nederland nooit heeft gehad‘- en schroomt niet zijn tegenstanders op de kast te jagen. Toch is het politieke spel vaak belangrijker dan de knikkers. Hij staat niet bekend als een dossiervreter en aan lange vergaderingen heeft hij een hekel. Liever besteedt hij meer tijd aan zijn gezin. De plaaggeest van Joop den Uyl (zie video!) spreekt de taal van het volk en reist stad en land af voor spreekbeurten in alle uithoeken van het land. Instinctief voelt hij aan wat er leeft onder de gewone mensen. In het langzaam ontzuilde Nederland heeft Wiegel heel bewust van de wat elitaire VVD een brede volkspartij gemaakt. Dit moet als zijn grootste verdienste worden gezien.  

Plotseling, op pas 41-jarige leeftijd, keert hij de landelijke politiek de rug toe en wordt Commissaris van de Koningin in Friesland. Hier en ook als voorzitter van de zorgverzekeraars zal hij zijn ‘acteerwerk’ tot ware kunst verheffen. In Den Haag schittert hij nog één keer tijdens de beruchte Nacht van Wiegel (1999), waarin hij als senator het paarse kabinet van Wim Kok aan het wankelen brengt. Hierdoor drijft hij steeds verder af van zijn eigen partij. Na zijn pensionering verschijnt hij nog met enige regelmaat in de landelijk media. 

Het persoonlijke leed dat Wiegel heeft getroffen behoort tot het collectieve geheugen van Nederland. Tweemaal verloor hij de vrouw van wie hij hield. Beiden kwamen bij een noodlottig auto-ongeluk om het leven. Hij heeft er nooit over willen praten. Pieter Sijpersma besluit zijn epiloog met de volgende regels, die zich nauwelijks met droge ogen laten lezen. 

“Zijn verdriet is niet opgelost in de tijd, maar zit nog diep in zijn binnenste. Zodra de naam van Marianne of Jacqueline valt, praat hij langzaam en aarzelend. De stem wordt brokkelig en bijna onhoorbaar – breekt soms. Hans Wiegel wenst zijn zegeningen te tellen, maar zijn leven is ook getekend door verlies.” 

Fulltime avonturier

Door Angela Perdok

Op reis gaan is door deze hele Coronapandemie helaas niet meer zo vanzelfsprekend. Gelukkig kunnen we vanaf de bank in ons eigen huis nog wel lekker op reis in een boek, zelfs tijdens deze nieuwe lockdown. Ik heb gelijk een reis geboekt die ik waarschijnlijk zelf nooit zal maken, maar waarvan ik zou willen dat ik de ballen had om hem wel te maken.

Tamar Valkenier zat een paar jaar geleden met een gebroken been op de bank en dacht “is dit het nou?” Ze besluit haar baan op te zeggen en gaat op reis. Ze stapt op de fiets en trapt duizenden kilometers helemaal naar Istanboel. Dit is de eerste reis die ze in haar boek Fulltime avonturier beschrijft, haar fietstocht door Europa heen, zonder enige ervaring in fietsvakanties.

Het reisverslag leest echt als een spannende roman. Ik heb, bij wijze van, op het puntje van mijn stoel haar avonturen gevolgd. Ze neemt je niet alleen mee langs alle mooie momenten tijdens haar reis, ze neemt je ook mee langs de vele moeilijke en onzekere momenten. Zoals wanneer ze bijna onderkoelt raakt midden op een berg in Zwitserland, ternauwernood weet te ontsnappen aan een Italiaanse gladjakker of wanneer ze haar kameel en paard kwijtraakt in Mongolië met al haar bepakkingen.

Haar voetreis door Mongolië is haar tweede solo-reis. Met kameel, paard en hond loopt ze door dit open en soms onherbergzame landschap. Hoewel het een prachtige reis is, zijn er ook nu genoeg zware momenten en mooie ontmoetingen met een totaal andere cultuur. Dit alles leidt bij Tamar tot mooie persoonlijke inzichten, maar ook zeker bij mij als lezer. Het roept vragen op als:  hoeveel spullen heb je als mens eigenlijk nodig? En: Zou ik zelf mijn kleine huis en weinige eten ter beschikking stellen aan een voorbij zwervende reiziger?

Ze zoekt pas echt de spanning op als ze samen met de eveneens Nederlandse Mirjam op jaag-expeditie gaat door Nieuw Zeeland. Zelf kende ik Mirjam van het programma Floortje aan het einde van de wereld en dat was ook de reden dat ik dit boek ben gaan lezen. Tijdens deze loodzware voettocht buiten alle gebaande paden om, zoeken ze ook nog eens zelf hun eten bij elkaar. Veel avontuurlijker wordt het bijna niet.

Uiteindelijk is het vooral een verhaal over grenzen verleggen, ultieme vrijheid en persoonlijke bewustwording. Nu zie ik mezelf niet direct met een paard en een kameel een woestijn doorkruisen, maar Tamars verhaal heeft me zeker aan het denken gezet over hoe ik zelf, dichter bij huis, het avontuur kan opzoeken en persoonlijke grenzen kan verleggen.

Het heeft ook met de wildernis te maken en het loslaten van alles wat ik vind en vond. De rust dat ik niemand hoef te zijn, dat ik niks te bewijzen heb, dat ik in alle vrijheid de wereld mag ontdekken. Juist door die rust gaat een wereld aan mogelijkheden voor me open en ik durf inmiddels te denken dat als ik iets echt wil, ik het dan ook kan.

De moordclub (op donderdag)

Het is tijd om een ietwat belegen term op te poetsen. Richard Osman geeft met zijn serie De Moordclub (op donderdag) het woord geestig een zonnige glans en laat zien dat een nieuwe hobby op latere leeftijd kan bijdragen aan levensgeluk als de meeste jaren al achter je liggen.

Vier bewoners, allen in de 70, van een luxe bejaardencomplex bespreken op donderdag tijdens de lunch een cold case. Meestal met wat wijn en lekkere hapjes. De leden van de Moordclub (op donderdag) zijn Elizabeth, Ibrahim, Ron en het nieuwste lid Joyce. Elizabeth is degene die de zaken aandraagt en de officieuze voorzitter. Voorheen was haar vriendin en voormalig rechercheur Penny dat, maar zij ligt al langere tijd in het ziekenhuis. In haar woning bewaard ze haar oude zaken waarmee ze nog jaren vooruit kunnen bij leven en welzijn. Met de gepensioneerde psychiater Ibrahim, de voormalige vakbondsleider Ron en ex-verpleegster Joyce maalt het viertal niet om een druppeltje bloed.

Niks zo leuk voor de club als een verse moord. Als aannemer Tony Curran, vennoot van hun huisbaas Ian Ventham, dood wordt aangetroffen kan de Moordclub hun kennis en kunde in de praktijk brengen. Wat volgt zijn nog meer lijken en een lekker plot dat door de Moordclub wordt ontrafeld. Ondertussen breiden ze hun vriendenkring uit met twee plaatselijke recercheurs.

In het tweede deel, dat nog beter is dan het eerste, wordt duidelijk waar Elizabeth haar skills vandaan heeft en verdiept de vriendschap van het viertal. Een vriendschap onder het motto van de vier musketiers, een voor allen, allen voor een. Ze nemen het onvervaard op tegen MI5 en een hele grote crimineel. Ondertussen babbelt Joyce er in haar dagboekfragmenten lustig op los. en lees je beide boeken met een grijns op je gezicht. Osman is werkelijk een zeer geestige schrijver, het plezier spat van alle pagina’s. Hij heeft een kwartet geschapen waar je alleen maar van kunt houden.

De serie smeekt werkelijk om verfilming. In een interview vertelt Osman dat iedereen met namen komt voor het illustere kwartet. Helen Mirren, Julie Waters, Judy Dench. Meryl Streep wil heel graag. Wie het gaat doen is nog onbekend, maar dat het verfilmd gaat worden staat wel vast want Steven Spielberg, ook niet meer een van de jongsten, heeft de rechten voor de verfilming.
Hij heeft al aangekondigd voor jongere acteurs te kiezen, omdat hij niet het risico wil lopen dat een van de acteurs voortijdig moet afhaken vanwege The End. Jammer. Want Helen Mirren zou een geweldige Elizabeth zijn. De andere twee dames mogen een strootje trekken voor de heerlijk kokette Joyce. Ben Kingsley kan als Ibrahim en Brian Cox als Ron en de Moordclub (op donderdag) is compleet.

Het eerste deel is ook te leen in de online bibliotheek, als e-book en luisterboek.

De fabriek van klootzakken

Het is 1974 als Koja terugblikt op zijn leven dat begint in 1909 in een van de Baltische staten. Het verhaal vertelt hij aan medepatiënt Basti, een hippie vol geloof in liefde en harmonie. Ze liggen allebei in een ziekenhuis. Koja heeft een kogel in zijn kop en je moet tot het eind van dit vuistdikke boek wachten om te horen hoe die daar is terechtgekomen.

De broers Hub en Koja Solm groeien op tijdens de Russische Revolutie. Hub heeft als oudste grote invloed op de gevoelige en artistiek aangelegde Koja. Als hun ouders de wees geworden Ev opnemen in het gezin, verandert dat vooral Koja’s jonge leven. Ev is een vrijmoedig meisje en geeft kleur aan de dagen. Beide broers ontwikkelen gevoelens voor hun zus, een voorbode van wat gaat komen.

Wanneer de nazi’s aan de macht komen, sleept Hub Koja mee en treden ze toe tot de SS. Waar Hub een overtuigde nazi is, probeert Koja vooral verantwoordelijkheid te ontlopen, niet overtuigd van de ideeën van het Nationaal Socialisme. Maar in een oorlog, de fabriek uit de titel, houdt niemand schone handen. Wonderlijk genoeg overleven alle drie de oorlog, waarna de broers terechtkomen in de pas opgerichte spionagedienst van de jonge Bondsrepubliek. Een dienst die voornamelijk gerund wordt door ex-nazi’s.

Hier komt het verleden van Chris Kraus om de hoek kijken. Hij kwam erachter dat zijn grootvader, met wie hij een warme band had, bij de Totenkopf Kommando heeft gediend, het onderdeel van de SS dat verantwoordelijk was voor de concentratiekampen. Hij heeft zich tien jaar lang verdiept in zijn familiegeschiedenis en daar voor zijn familie een boek over geschreven. In De fabriek van klootzakken heeft hij deze geschiedenis verweven met het verbijsterende gegeven dat na de oorlog nazi’s met steun van de geallieerden een geheime dienst konden oprichten en de oprichting van de staat Israël, het schuldgevoel van de Duitsers.

Kraus heeft een fantastisch boek geschreven over afschuwelijke gebeurtenissen die hij op wonderlijke wijze weet te kruiden met een ironische pen. Wat een rijkdom aan gedachten en ideeën strooit hij over je heen tijdens het lezen. De schrijver laat zien hoe vloeibaar moraliteit is, hoe iedereen kan veranderen in een klootzak. Een liegende klootzak als Koja, die ondanks zijn vreselijke daden duidelijk probeert te maken dat hij ook lief kan hebben en dat zijn daden daardoor te verklaren zijn. Zijn medepatiënt Basti lijdt zo onder het levensverhaal van Koja dat hij er psychisch aan ten onder gaat. Daarmee staat Basti voor de lezer van dit boek, want uiteindelijk praat Kraus tegen de lezer.

Qua reikwijdte en thema vergelijkbaar met Het achtste leven van Nino Haratischwili. Ook al zo’n meesterwerk.

Interview met Chris Kraus over zijn boek.

De beer en de nachtegaal

Door Angela Perdok

Eerlijk is eerlijk, ik koos dit boek voornamelijk door de prachtige en kleurrijke kaft. Toen ik op de achterkant de woorden “het oude Rusland” en “winters sprookje” zag staan, was ik verkocht. Dit boek moest ik lezen.

Het verhaal speelt zich af in Middeleeuws Rusland, toen nog Roes geheten. Het is nog hartje winter als het verhaal start. De kinderen van Pjotr Vladimirovitsj zitten rond de grote kleikachel wachtend op een verhaal van hun min Doenja. Doenja vertelt hen het verhaal van Morozko, een sprookje over de winterkoning. Niet wetende, dat sprookjes niet altijd sprookjes zijn.

Vasja is een van de dochters van Pjotr Vladimirovitsj. Ze groeit op tot een avontuurlijk, wild meisje. Als enige ziet zij nog de natuurgeesten uit de verhalen van haar min Doenja en voelt ze de duistere groeiende krachten die de winter met zich meebrengt. In haar eentje probeert ze deze tsjerti levend te houden door offers van onder andere brood achter te laten. Dit is echter geen gemakkelijke opgave, zeker niet nu de Kerk een steeds grotere rol inneemt in haar dorp. Lukt het Vasja om haar huis en dorp te beschermen?

De beer en de nachtegaal zit vol magie en avontuur en wordt verteld vanuit verschillende personages. Door alle verschillende perspectieven is het niet zo makkelijk te zeggen wie nu goed is en wie slecht, misschien heeft iedereen wel wat van beide kanten. Dat gegeven vond ik heel verfrissend, omdat de meeste sprookjes toch werken met een “held” en “slechterik”. Fijn dat dit een keer doorbroken wordt.

Het is het eerste deel van de Winternacht trilogie, waarvan deel twee en drie zeker niet onderdoen voor het eerste deel. Je ziet Vasja nog verder opgroeien van jong meisje tot volwassen vrouw en de scheidslijn tussen goed en kwaad wordt nog iets dunner.