De beer en de nachtegaal

Door Angela Perdok

Eerlijk is eerlijk, ik koos dit boek voornamelijk door de prachtige en kleurrijke kaft. Toen ik op de achterkant de woorden “het oude Rusland” en “winters sprookje” zag staan, was ik verkocht. Dit boek moest ik lezen.

Het verhaal speelt zich af in Middeleeuws Rusland, toen nog Roes geheten. Het is nog hartje winter als het verhaal start. De kinderen van Pjotr Vladimirovitsj zitten rond de grote kleikachel wachtend op een verhaal van hun min Doenja. Doenja vertelt hen het verhaal van Morozko, een sprookje over de winterkoning. Niet wetende, dat sprookjes niet altijd sprookjes zijn.

Vasja is een van de dochters van Pjotr Vladimirovitsj. Ze groeit op tot een avontuurlijk, wild meisje. Als enige ziet zij nog de natuurgeesten uit de verhalen van haar min Doenja en voelt ze de duistere groeiende krachten die de winter met zich meebrengt. In haar eentje probeert ze deze tsjerti levend te houden door offers van onder andere brood achter te laten. Dit is echter geen gemakkelijke opgave, zeker niet nu de Kerk een steeds grotere rol inneemt in haar dorp. Lukt het Vasja om haar huis en dorp te beschermen?

De beer en de nachtegaal zit vol magie en avontuur en wordt verteld vanuit verschillende personages. Door alle verschillende perspectieven is het niet zo makkelijk te zeggen wie nu goed is en wie slecht, misschien heeft iedereen wel wat van beide kanten. Dat gegeven vond ik heel verfrissend, omdat de meeste sprookjes toch werken met een “held” en “slechterik”. Fijn dat dit een keer doorbroken wordt.

Het is het eerste deel van de Winternacht trilogie, waarvan deel twee en drie zeker niet onderdoen voor het eerste deel. Je ziet Vasja nog verder opgroeien van jong meisje tot volwassen vrouw en de scheidslijn tussen goed en kwaad wordt nog iets dunner.

Zie mij graag

Sarah Meuleman en Lize Spit moeten vroeger van hetzelfde Vlaamse water hebben gedronken. Beide schrijfsters hanteren een scherpe pen waarmee ze complexe psychologische romans schrijven die krassen maken op je ziel. Zie mij graag is de derde roman van Meuleman die debuteerde met De zes levens van Sophie.

Een welhaast vast thema van Meuleman is de confrontatie met het verleden dat de hoofdpersonen aangaan. Lieve heeft in Amsterdam een bestaan opgebouwd als influencer op de sociale media. In dit verhaal gaat Lieve terug naar haar geboorteplaats Damme, vlak over de Nederlandse grens.

Ze wil de waarheid achterhalen over een noodlottige avond waarbij de toen 11 jarige Lieve haar onderbeen kwijtraakte in een auto-ongeluk. Die avond vierde haar vader een feest vanwege zijn succes als schrijver. Maar wie zaten er in de auto naast haar vader en Lieve zelf? Margot, de 16 jarige zus van Lieve, die haar probeert te beschermen tegen de wereld? De 18 jarige, aantrekkelijke Daphne die iets met de vader lijkt te hebben en die na die avond spoorloos is?

Lieve post haar zoektocht naar de waarheid op haar account en ziet het aantal volgers omhoog schieten. Margot komt door haar pillengebruik in de problemen in het ziekenhuis waar ze werkt. Meuleman vlecht heden en verleden in elkaar en als lezer kruipt dit verhaal, met de nodige suspense, onder je toch al bekraste huid tot de waarheid zich openbaart in de laatste pagina’s van dit boek. Meuleman doet het weer.

Van Amsterdam naar Gaast

Een aantal jaar na het overlijden van haar man laat Petra Possel de stad Amsterdam achter zich. Te hip, hot en hype. Te druk, op straat en in haar hoofd. Ze verlangt naar rust. Ze koopt een pittoresk huisje in Gaast, dorp aan de dijk. Dat pittoreske valt tegen als ze er eenmaal woont (gratis tip, koop een huis op het platteland in november). Het dak lekt en het is koud, want op het IJsselmeer waait het altijd. En dan zij er nog de Friezen.

Possel schrijft lichtvoetig, met veel humor, maar oppervlakkig is het nergens. De rouw om haar man, een nieuwe liefde, de ontmoetingen met de inwoners, ze stipt het aan, maar laat je verbeelding wel werken. Haar ontmoeting met Zwaluwman, Theunis Piersma die het begrip landschapspijn heeft gemunt, bracht bij mij nog een herinnering naar boven aan een schoolreis. In de bus op weg naar Rolduc, Aken en Luxemburg, had hij een cassettebandje mee met daarop het album Paloma Blanca van de George Baker Selection. Waarom weet ik nog steeds niet, maar de buschauffeur draaide deze muziek de godganse busreis op een te hard volume. Wat.een.ramp. Ik had hem Duifman genoemd.

Maar terug naar het boek. De stad uit is een heerlijke kroniek van een stadsmens die er gaandeweg achter komt dat het leven in stilte haar beter past dan de gejaagdheid van de stad. Dat ze al struikelend haar plek vindt in een dorp van 220 inwoners is te lezen in korte hoofdstukken, dat in het dit jaar verschenen Alles gaat over, een vervolg kreeg. Dat ga ik nog lezen, omdat ik benieuwd ben hoe het haar verder is vergaan.

Nog even dit. Als ze een succesvol diner organiseert voor de dorpsgenoten, vraagt ze de volgende dag aan de Dorpsoudste wat hij er van vond: ”Ben niet aan de schijterij geraakt, dus het was goed”. Dat is een vrij lang antwoord voor een Fries en een mooi wolkom yn Fryslân.

Het huis in Parijs

Er zijn van die boeken die alles hebben. Ze zorgen voor een glimlach, laten je dingen ontdekken die je nog niet wist en brengen de tranen in je ogen van afschuw. Schrijvers die dat voor elkaar krijgen staan bij mij met stip op 1. Natasha Lester doet het met haar boek Het huis in Parijs.

Hoofdpersonage Skye neemt je mee in de fascinerende en tegelijkertijd schrijnende wereld van vrouwelijke piloten in de Tweede Wereldoorlog. Een positie die in een door mannen gedomineerde wereld allesbehalve serieus genomen werd. Al lezende sta je regelmatig met je oren te klapperen als je hoort hoeveel moeite de pilotes bij de WAAF (Women’s Auxiliary Air Force) moeten doen om te bewijzen dat zij net zo goed kunnen vliegen als de mannen.
Een bijzonder pijnlijk voorbeeld van hoe er op hen werd neergekeken vind ik het volgende stukje:

Beaufighters waren berucht om hun neiging tot overtrek en hun onvoorspelbare gedrag in scherpe bochten, waardoor ze moeilijk te hanteren waren. Dit squadron had er zoveel problemen mee gehad dat de piloten weigerden er nog mee te vliegen. Dus was Skye opgetrommeld om hun te laten zien dat zelfs een vrouw met het toestel overweg kon. Zelfs een vrouw.

Niet te geloven toch…
Ondanks alle weerstand die er is zet Skye door en dat blijft niet onopgemerkt bij de grote bazen. Op een dag wordt ze gevraagd om zich aan te sluiten bij de Special Operations Executive (SOE), een organisatie die in het geheim agenten en saboteurs uitzond naar o.a. Frankrijk.

Wat dit boek extra interessant maakt is dat er een tweede verhaallijn in zit, die zicht afspeelt in 2012. Dit deel gaat over Kat, die modeconservator is en via haar grootmoeder in het bezit komt van een indrukwekkende collectie haute couturejaponnen van Dior. Hoe komt haar grootmoeder hieraan? En waarom zijn ze weggestopt in een bungalow in Cornwall?

Twee op het oog totaal verschillende verhaallijnen dus, maar de schrijfster weet ze verrassend vloeiend in elkaar over te laten lopen. Echt een aanrader dit boek, reserveer hem maar gauw!

Derksen

Zijn hele leven heeft hij zich beziggehouden met drie dingen: voetbal, voetbal en nog eens voetbal. Als prof begon hij eind jaren ‘60 bij SC Cambuur, werd hoofredacteur van Voetbal International en is tegenwoordig wekelijks te zien in het (voetbal)praatprogramma Veronica Insite. Wie de biografie over Johan Derksen eenmaal heeft gelezen, komt tot de ontdekking dat niet voetbal maar muziek zijn werkelijke passie is. Het enige waar hij niet zonder kan in het leven is de blues en hij was ooit manager van Cuby and the Blizzards. Zanger Harry Muskee, een man wiens gebruiksaanwijzing zo dik was als het telefoonboek van Assen, was zijn beste vriend. Van hem leerde hij overal schijt aan te hebben.

Het boek is een coproductie van bestsellerauteur Michel van Egmond, die het verhaal optekent en Antoinette Scheulderman. Zij neemt de interviews voor haar rekening. Hierdoor wint het boek aan scherpte, want Derksen krijgt bij haar niet de gelegenheid zijn anekdotes routineus uit te serveren, maar wordt soms in een ongemakkelijke positie gemanoeuvreerd. Een beetje jammer is dat er geen vrienden, vijanden en collega’s aan het woord komen.

Wij konden slikken wat we wilden. Om half drie stond iedereen met uitpuilende pupillen aan de aftrap. En dan schopten we naar alles wat bewoog

De hoofdpersoon heeft niet alleen een grote mond: Op tv heb ik een bek als een scheermes, maar blijkt ook buitengewoon openhartig. Met Michel van Egmond worden de plaatsen bezocht die een belangrijke rol spelen in het leven Johan Derksen. De favoriete plek van ‘De Snor’ is zijn mancave, een met cd’s volgestouwd rookhol. Van Egmond is werkelijk geïnteresseerd in zijn hoofdpersoon. Hij graaft, maar is nooit op zoek naar het schandaal. Ook voor de voetbalnono’s onderhoudende lectuur.

De andere Amerikanen

Nora krijgt bericht dat haar vader is overleden. Hij is midden in de nacht aangereden op een kruispunt in een klein plaatsje vlakbij het Joshua Tree National Park in Californië. Voor dood achtergelaten op het asfalt van de Highway 62. De politie probeert te achterhalen wie hem heeft aangereden. Dit lijkt het begin van een thriller, maar deze roman is veel meer dan een whodunnit.

Het slachtoffer, Driss, is met zijn vrouw vijfendertig geleden Marokko ontvlucht omdat hij vreesde voor zijn leven. In de Mojave woestijn begint hij een donutwinkel. Na verloop van jaren breidt hij de winkel uit naar een diner. Ze krijgen twee dochters, de oudste ogenschijnlijk gesetteld en Nora. Zij probeert als componist voet aan de grond te krijgen en is de spil in dit verhaal.

Nora keert in shock terug naar haar geboorteplaats om haar moeder bij te staan. De drie vrouwen gaan elk op hun eigen manier om met het verdriet. Nora gelooft niet dat de aanrijding een ongeluk is. Haar zus wil verder en Maryam, de moeder, verwerkt het verdriet in stilte.

Laila Lalami is geboren in Rabat en kwam op haar 24e naar de VS waar ze professor creative writing is aan de Universiteit van Californië in Riverside. De oorspronkelijke titel The Other Americans geeft beter weer wat een van de thema’s in dit prachtige boek is, het alledaagse, sluimerende racisme. Dat schreeuwt de schrijfster niet van de daken, maar wordt subtiel verweven in het verhaal, dat wordt verteld door meerdere personages in korte hoofdstukken. Toch geeft Lalami elk personage diepgang omdat ze iedereen ruimschoots de tijd geeft in het boek. Van de enige getuige van het incident, die zich niet durft te melden bij de politie omdat hij illegaal is, tot de zwarte politievrouw die de zaak onderzoekt. Dat uiteindelijk de toedracht van de aanrijding boven water komt is belangrijk voor het verhaal, maar ondertussen heb je een wonderlijk mooi en goed geschreven verhaal gelezen over familie, rouw, liefde en alledaags racisme. Een absolute aanrader, ook voor thrillerliefhebbers.

Smakelijke nieuwe serie

De zusjes begint met een ijzingwekkende scene aan boord van een zeilschip. Een jonge vrouw wordt belaagd door een doorgedraaide man. Hij probeert haar te verkrachten, zij probeert hem af te weren.

Als je denkt daarna rustig in het verhaal te komen, kom je in een verlaten bedrijfspand midden in de volgende dramatische scene. Lisa, een van de zusjes uit de titel, vindt haar tweelingzus Kat bewusteloos op een smerig matras met een lege heroïnespuit naast haar.

Lisa Kauffmann probeert met haar bedrijfsrecherchebureau het hoofd boven water te houden, nadat haar vader gestopt is met het bedrijf. Via haar broer Ruben wordt ze uitgenodigd bij een bedrijfsetentje van Bongerds Conservenfabriek. Een lekkere bonenschotel wordt bijna de dood van de directeur. Om te zorgen dat de politie niet wordt ingeschakeld en de eventuele slechte publiciteit die daaruit kan volgen, krijgt Lisa de opdracht om uit te zoeken wie de directeur probeerde te vermoordden.

Ondertussen is haar tweelingzus Kat net ontslagen uit een ontwenningskliniek en wil hun vader dat ze samen het bureau leiden. Dat tot grote ergernis van de ietwat rigide Lisa. Kat is een verslaafde en dus onbetrouwbaar volgens Lisa.

Wat volgt is een in vlotte stijl geschreven zoektocht. Met lekkere dialogen, goed uitgewerkte personages en een mooi plot. Zoals vaak in het leven speelt het verleden een grote rol. Kleinloog heeft een veelbelovend begin geschreven van wat een serie rond het bureau moet worden. Lekker als een bonenschotel, maar niet zwaar verteerbaar.

Amsterdam, Moskou, Johannesburg, Kabul

Onlangs werd bekend dat Walter Goverde, nadat hij eind vorig jaar in een depressie belandde, uit het leven is gestapt . Een droevig stemmend bericht. Onder de naam Walter Lucius schreef hij De Hartland-trilogie, een reeks wereldomvattende thrillers die ik al langer op mijn leeslijst had staan, maar waar ik nooit aan toegekomen ben. In het bericht over zijn dood in De Volkskrant staat dat Goverde de laatste tien jaar van zijn leven bijna monomaan aan het schrijven was, wat volgens zijn vrouw “te intensief voor hem was”.

In 2013 verscheen het eerste deel, De vlinder en de storm, in 2019 het afsluitende De stad en het vuur. Er zit bijna zeven jaar tussen het begin en het eind van de trilogie. Een lange periode als je bedenkt hoe complex en gelaagd de plot is van dit doorlopende verhaal dat zich voor een groot deel afspeelt in de tijd van luttele weken in 2009, al worden de eerste verhaallijnen al in de jaren zeventig neer gelegd.

Het verhaal begint als Farah Hafez, onderlegd in Pencak Silat, de ring in stapt voor een gevecht tegen een Russische vechtsportster. Farah is op jonge leeftijd Afghanistan ontvlucht en journalist bij een grote landelijk krant. Tijdens haar gevecht wordt een jong meisje aangereden en voor dood achtergelaten. Farah heeft haar tegenstandster in een vlaag van woede dusdanig toegetakeld dat die naar het ziekenhuis moet. Als ze in het ziekenhuis wil informeren hoe het met haar is, wordt het jonge meisje op een brancard binnengereden. Ze ziet het kind met haar lippen een woord vormen, padar. Het woord voor vader in het Dari, de taal van haar geboorteland. Het kind blijkt een jongen te zijn, verkleed als meisje. Ze herkent hierin meteen het misbruik van jongens in haar vaderland.

Vanaf dat moment word je meegesleept in een verhaal over kindermisbruik, corruptie, oorlog, journalistiek, liefde en familie dat tientallen jaren en verschillende continenten omspant. De eerste twee delen kunnen zich gemakkelijk meten aan grote buitenlandse thrillers met complotten die van alles overhoop halen (denk Stieg Larsson). Wisselende perspectieven, verrassende wendingen, hoog tempo, larger than life. Om er nog maar een Engelse uitdrukking in te gooien, suspension of disbelief, het aan de kant zetten van je dit kan niet, waar dergelijke verhalen onder kunnen lijden, weet de schrijver met elegantie en gemak te omzeilen.

Het derde deel is het hoogtepunt van de trilogie. Daarin wordt het tempo verlaagd en krijgen we zicht op hoe alles in elkaar grijpt. Je komt in een prachtig vertelt verhaal over familiebanden en politiek, terwijl de verhaallijnen kundig aan elkaar geknoopt worden.

Wat de trilogie zo goed maakt is de research die Goverde moet hebben gedaan om de plaatsen, de geschiedenis en de mensen die hij beschrijft, zo onnadrukkelijk in het verhaal te verweven. Vooral de periodes in Kabul maken indruk. De aanslag op de toenmalige Afghaanse president Daoud in 1978. Het leven in Kabul in 2009. Met de huidige ontwikkelingen in Afghanistan krijgt de trilogie onbedoeld urgentie. Het stemt verdrietig, dat de schrijver dit zelf niet kan beleven.

Voor het eerst in mijn leven heb ik drie boeken achter elkaar op mijn mobieltje gelezen, terwijl ik liever een boek van papier in handen heb. Dat zegt je waarschijnlijk niet zo veel, maar mij wel. De Hartland-trilogie had me, dankzij de Onlinebibliotheek, bij de kladden. Huishoudelijke taken heb ik opgeschort, de tv bleef uit en tot diep in de nacht brandde het schermpje van mijn mobiel. Wat heeft Walter Goverde een prachtige trilogie achtergelaten.

Je kunt de trilogie als e-book lenen via de Onlinebibliotheek, of als gewoon boek in je eigen bibliotheek.

Eeuwig op de vlucht

Lange tijd was hij niet meer te zien op de Nederlandse televisie. Vorig jaar dook hij plotseling op in het spraakmakende programma Veronica Insite. Ongezouten spuwde hij zijn kritiek, kwam met constructieve ideeën en solliciteerde openlijk naar een plaats aan tafel. Even zagen we weer waarom deze man zo geschikt was voor het medium televisie.

Frank Kramer (1947-2020) was eigenzinnig en op een prettige manier onaangepast. Een echte vrijbuiter die geen talent had voor zwaarmoedigheid. Voetbalcommentator Philip Kooke schreef de biografie met de titel ‘Eeuwig op de vlucht’. Aan de hand van 37 korte hoofstukjes beschrijft hij het leven van iemand met vele talenten.

Kramer was o.a. profvoetballer, -zijn lust en zijn leven- ,televisiepresentator, leraar Duits en steward. In 1978 werd Frank regelmatig in verband gebracht met het Nederlands Elftal, niet in de laatste plaats door hemzelf. Vrouwen wandelden ongemerkt zijn leven binnen en liepen net zo hard weer weg. Zelf beëindigde Frank nooit een relatie. Aan het eind van zijn carrière werkte hij bij Eurosport als voetbalcommentator. Deze baan vulde hij- net als zijn overige betrekkingen- op geheel eigen wijze in:

Dit is weer die Martinez, die de onhebbelijke gewoonte heeft om telkens te scoren als ik aan het woord ben…

Philip Kooke heeft er een uniek boek van gemaakt dat boordevol staat met foto’s. Op elke bladzijde staan wel een aantal anekdotes. Met een beetje goede wil kun je dit een biografie in stripvorm noemen. Op de vraag of Frank wel weet dat hij een groene en een rode sok aan heeft antwoordt hij: “Wat leuk dat je dat vraagt, het gekke is dat ik thuis nog precies zo’n paar heb”. Het is het soort ontwapende humor waarvoor Toon Hermans zich niet zou schamen. Het boek staat er vol mee. Hoewel zijn privéleven en zijn werkzame leven uitgebreid aan bod komen dring je als lezer nauwelijks tot Frank Kramer door. En dat is goed, want hij hulde zich het liefst in nevelen.

Liefhebbers kunnen ‘Eeuwig op de vlucht’ hieronder reserveren.

Beklemmend

Laat de wereld achter van Rumaan Alam wordt verfilmd, maar daar zou ik niet op wachten. Alam vertelt een beklemmend verhaal over een wit gezin dat afreist naar een luxe en afgelegen huis op Long Island om vakantie te vieren.

Als hun eerste vakantiedag bijna ten einde loopt wordt er aangebeld. Meteen schiet de stress Amanda en Clay in het lijf. Wie belt er zo laat aan? Op de stoep staan de zwarte, wat oudere eigenaren van het huis. In deze scene laat Alam meteen zien wat een goede schrijver hij is.

Het ongemak van deze ontmoeting spat van de bladzijden. Dit ongemak blijft door het hele boek door sudderen. De eigenaren vragen of ze binnen mogen komen. In Manhattan is de stroom uitgevallen en hun tweede huis lijkt een veilige haven.

In het huis is nog wel stroom, maar tv en internet werken niet, zodat niet duidelijk wordt wat er aan de hand is. Een aantal gebeurtenissen verhogen de spanning. Alam beschrijft de gedachten van de zes bewoners en neemt daar de tijd voor. Gedachten die botsen met sociale conventies, alleen de kinderen lijken oprecht. Dat doet hij fantastisch, alle menselijke tekorten komen op de keukentafel, het epicentrum van dit boek. Met een alwetende verteller die slechts hier en daar wat los laat, weet je als lezer slechts weinig meer dan de personages, behalve dan dat er iets goed mis is in het oosten van de VS.

De rustige manier van vertellen, het gebrek aan actie en het open einde zal niet iedereen aanspreken, maar wat heeft Alam een mooi en rijk boek geschreven. Hij roert op bijna nonchalante wijze thema’s als racisme, klasse en gezinsleven aan en dwingt de volwassenen hun tekortkomingen onder ogen te zien. En dan is er nog die apocalyps (?) op de achtergrond.